vrijdag 6 februari 2015

Map7. cyprus

Ringmap 7.

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
    titel                naam            plaats/bron
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
7.1.Aufstieg und Nieder‑                 W.de Gruyter
    gang Römischen Welt  H.Temporini     Berlin/New York 1972
    Geschichte und Kultur Roms im Spiegel der neuen Forschung]
                                         Alleen aankondiging!

7.2.Karthagos Kampf um                   blz 340‑363
    die Vorherrschaft    W.Hoffmann      in:Aufstieg und Untergang der
                                             Römischen Welt

7.3.Die beiden ersten
    Roemisch‑Karthagischen
    Vertrage             K.E.Petzold     Tübingen in:Aufstieg(364)
                                         und Untergang der
                                         Römischen Welt
7.4.Zur Vorgeschichte der
    Ersten und Zweiten
    Punischen Krieges    F.Hampl         Innsbruck in Aufstieg (412)
                                         und Untergang der
                                         Römischen Welt

7.5.Un traité d'alliance J.Ferron        Carthago
    entre Caere et Carthage              blz 189‑216
    contemperain des derniers
    temps de la royauté etrusque > Rome
    ou l'évènement commémoré par la quasi‑bilinque de Pyrgi

7.6.Ancient civilisation
    und trade            J.A.Sabloff      Aantekeningen +
                         C.C.Lamberg‑Karlovski voornaamste blz.
                                          1975‑school american research
G.A.Johnson
7.6.1.Trade as action at a distance            C.Renfrew
7.6.2.Karl Polanyi's Analysis of long distance trade and his wider
      Paradigm                                 G.Dalton
7.6.3.Traders and Trade                        K.Polanyi
7.6.4.The Flag follows the Trade               M.C.Webb
7.6.5.Ancient Trade as Economics or as Ecology K.C.Chang
7.6.6.Locational Analysis und Uruk Local Exchange Systems

7.7.De 23e opgravingscam‑
    pagne Ras Shamra 1973 R.A.Stucky      SYRIA 1974

7.8.Bulletin de corres‑                   École Francaise d'Athènes
    pondence Hellénique                   LXXXIV   1960
                                          Aantekeningen +
7.9.Prehistoric Greece
    and Cyprus          H.G.Buchholz     Een selectie
                        V.Karageorghis   Phaidon

7.10.Fouilles de Kition V.Karageorghis   1959 (BLZ 504‑583)

7.11.La necropolis de
     Villaricos         M.Astruc         Madrid 1951
                                         Informes y Memorias
                                       Ministerio de Educacion Nacional
                                          [gedeeltelijk]

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Publicaties over verdragen
Publicaties over geografische verdelingen
Publicaties over Cyprus


Hoofdstuk 7.


De Romeinse wereld.
Een van de gezaghebbende publicaties over de totstandkoming van het Romeinse rijk, is dat wat hieronder vermeld is. Het is een gedegen werk, maar in veel opzichten wordt teveel beschouwd vanuit de Romeinse gedachten-wereld, waardoor al te snel het beeld gaat ontstaan, dat de Romeinse wereld ook werkelijk Romeins, of op zijn best Grieks-Romeins was. De werkelijkheid was anders. Het was een ongelooflijk gedifferentieerde wereld met vele culturen, waarover slechts een dun Grieks-Romeins vernis lag. Joden, Kelten, Berbers, Basken, Arabieren, Garamanten, Galaten enzovoort handhaven zich onder de paraplu van de z.g.’Pax Romana’. Al spoedig zullen ze vergezeld gaan worden van binnenvallende Germaanse stammen. Wat wij de Grieks-Romeinse wereld noemen was in feite niets anders dan een bonte verzameling volkeren, stammen en steden onder de dekmantel van het Romeinse rijk. Dat het Romeinse rijk zo lang heeft kunnen bestaan, is te danken aan het feit, dat over het algemeen die bonte verzameling van volkeren, stammen en steden met rust werd gelaten, zolang die maar de parapluie respecteerden.

7.1.Aufstieg und Nieder‑                           W.de Gruyter
    gang Römischen Welt  H.Temporini     Berlin/New York 1972
    Geschichte und Kultur Roms im Spiegel der neuen Forschung]


Qart – Hadašt.
Carthago was eigenlijk een vreemd lichaam in het Afrikaanse land. Het bezit van havens voor de handel was belangrijker dan het bezit van land. Het heeft dan ook lang geduurd, voordat de Carthagers het binnenland opzochten. Malchus doet dat in de 6e eeuw v.C. in Sardinië. Het in bezit nemen van land, maakte, dat een goed verdedigend syteem onontbeerlijk werd. Bovendien moest men zich steeds meer verweren tegen de opdringende Grieken. Mago I neemt voor het eerst daarom huurlingen in dienst en gaat niet meer primair steunen op de eigen bevolking, die relatief gezien toch te gering was voor een grootschalig militair systeem. Het is tekenend, dat ondanks de grote nederlaag van Hamilcar I bij Himera in 480 v.C. de Grieken toch niet hun verloren posities op Corsika, Sardinië, Spanje en Libyë konden terugvorderen.


7.2.Karthagos Kampf  um                               blz 340‑363
    die Vorherrschaft             W.Hoffmann      in:Aufstieg und Untergang der
                                                                         Römischen Welt

Verdrag Carthago en Caere.
Diodoros (V,20,4) doet melding van dit verdrag. Wanneer het precies heeft plaats gevonden, is niet bekend, maar wel is zeker, dat er al vanaf het midden van 7e eeuw v.C. commerciële bindingen waren tussen beide steden. Het bestaan van bilinguale inscriptie (Fenicisch-Etruskisch) op een goude plaquette door Tiberius Velianas als bestuurder van Pyrgi, waarin hij aan de Fenicische Astarte een offer in haar tempel, is tekenend. Naast Pyrgi als haven had Caere ook Punicum als haven.

7.5.Un traité d'alliance                     J.Ferron        Carthago
    entre Caere et Carthage                                      blz 189‑216
    contemperain des derniers
    temps de la royauté etrusque > Rome
    ou l'évènement commémoré par la quasi‑bilinque de Pyrgi


Verdragen van Rome en Carthago.
In het Olympische jaar 68,1 werd het eerste verdrag afgesloten (508/507v.C). Hierbij was Rome nog duidelijke de zwakkere partij. Het tweede verdrag vond plaats in 348 en/of 343 v.C. De exacte datum is niet voor 100% duidelijk. Er komt wel wat meer evenwicht tussen Rome en Carthago. Ten tijde van de strijd met Pyrrhus ontstond het derde verdrag op voet van volkomen gelijkwaardigheid.  Bij de volgende verdragen van 241, 238, 226 en 201 v.C. hebben we eigenlijk niet meer te maken met echte vredesverdragen, maar meer van capitulatie-overeenkomsten. Alleen bij het verdrag van 226 over de verdeling van Spanje zou je nog van een echt verdrag kunnen spreken op voet van gelijkwaardigheid. De Romeinen hebben er dan alles aan gedaan om dit verdrag van onzekerheden en vraagtekens later te voorzien.

7.3.Die beiden ersten
    Roemisch‑Karthagischen
    Vertrage                            K.E.Petzold     Tübingen in:Aufstieg(364)
                                                                        und Untergang der
                                                                        Römischen Welt

Messana en het begin van de Romeins-Carthaagse oorlogen.
In 270/269 verslaat Hiero II van Syracuse de Mamertijnen aan de Longanos. De Mamertijnen zijn Campaanse huurlingen, die de stad Messana hebben weten te bemachtigen. Ze ondernemen plundertochten over de noordoost hoek van Sicilië. Hiero II damt dat in, waarop de Mamertijnen de hulp van Carthago inroepen, dat op de nabijgelegen Aeolische eilanden een vlootbasis had. Carthago legt een garnizoen in de stad en Hiero II trekt zich terug.  Dan na 4-5 jaar vragen de Mamertijnen de steun van Rome, al dan niet spontaan.  In strijd met het Philinos-verdrag (Italië voor Rome + Sicilië voor Carthago) sturen de Romeinen troepen naar Messana. Onderhandelingen worden misbruikt om het Carthaagse garnizoen weg te krijgen. De Carthagers doen alles om een oorlog te vermijden. In beslag genomen Romeinse vaartuigen en hun bemanningen worden zelfs teruggegeven. Het mocht niet baten.

7.4.Zur Vorgeschichte der
    Ersten und Zweiten
    Punischen Krieges            F.Hampl         Innsbruck in Aufstieg (412)
                                                                     und Untergang der
                                                                     Römischen Welt


Handel 1.
Voor de archeoloog is het voorkomen van handel cruciaal vanwege de uitwisseling van goederen en dus ook van dateringen. Er kan sprake zijn van zwijgende handel (onze moderne supermarkt bijvoorbeeld), waarbij dus goederen worden uitgewisseld zonder al te veel informatie. Er kan ook sprake zijn van handel van informatie, zonder dat er goederen aan te pas komen.
Handel is de kruis-bevruchter van ideeën. Het is bij uitstek het verkeersmiddel om tot uitwisseling van gedachten te komen. Door handel is het schrift en zijn religies razendsnel over de wereld verbreid, meer nog dan door militaire veroveringen. Voorwaarden voor het optreden van handel zijn o.a.:
-       sociale en religieuze uitwisseling
-       bevolkingsagglomeraties
-       intra-regionaliteit
-       handelsspecialisatie
De vroegste stadstaten hadden een gemiddelde oppervlakte van ca.1500 km2, waarbij de gemiddelde afstand tot de eerste buur ca.40 km bedroeg. De vroegste beschavingen bevatten gemiddeld ca.10 van zulke stadstaten. Etrurië is een goed voorbeeld, wat aan dit gemiddelde patroon beantwoord. Hier hebben we 12 stadstaten met een gemiddelde afstand tot elkaars centra van ca.56 km. Egypte wijkt door de invloed van Nijl daar natuurlijk extreem van af. Ook Fenicië doet dat door zijn langwerpige structuur, zij het in mindere mate.
Handel werd in de meeste landen en staten bedreven door directe uitwisseling of via centrale plaatsen. Met name de Feniciërs gaan van dit beeld sterk afwijken door ander handelssystemen te gaan ontwikkelen, zoals:
-       freelance-handel: C bemiddelt tussen A en B en is geheel zelfstandig in zijn operaties;
-       koloniale handel: C zendt naar A of B een vertegenwoordiger in een enclave, die voor C met A of B de handel bedrijft;
-       havenplaatshandel: C zendt zijn vertegenwoordiger naar haven X om daar te handelen, maar dat doet ook D, E, F enz en de haven X functioneert als ontmoetingscentrum.
Normaal gesproken vond de verhandeling van bijvoorbeeld een delfstof plaats binnen 250 km van de plek van de winning van de delfstof. Dat gebeurde voor ca.80% van alle transacties. Buiten die 250 km grens neemt het aantal transacties drastisch af tot minder dan 1% op 600 km afstand. Met name de Feniciërs gaan met hun lange-afstand-handel dit beeld grondig doorkruisen.

7.6.Ancient civilisation
    und trade            J.A.Sabloff      Aantekeningen +
                         C.C.Lamberg‑Karlovski voornaamste blz.
                                          1975‑school american research
G.A.Johnson
7.6.1.Trade as action at a distance            C.Renfrew
7.6.2.Karl Polanyi's Analysis of long distance trade and his wider
      Paradigm                                 G.Dalton
7.6.3.Traders and Trade                        K.Polanyi
7.6.4.The Flag follows the Trade               M.C.Webb
7.6.5.Ancient Trade as Economics or as Ecology K.C.Chang
7.6.6.Locational Analysis und Uruk Local Exchange Systems


Ras Shamrah – Ugarit 2.
Van oudsher is Ugarit een internationaal handelscentrum geweest. Van in ieder geval de 13e eeuw v.C. is bijvoorbeeld een tablet bekend met een Akkadische inscriptie, maar er zijn ook Myceense, Hethietische, (proto)Fenicische, Syrische en Egyptische en andere contacten. Ugarit speelt ook een belangrijke rol als bemiddelaar, bijvoorbeeld tussen Hethieten en Egyptenaren. Zo is er een brief van waarschijnlijk Niqmad in de 13e eeuw v.C. aan Puduhepa, waarin gevraagd wordt om vrede te sluiten met Egypte. Aan de andere kant zien we een farao bemiddelen tussen Ugarit en het volk van Kanaän.
Zelfs de verwoesting van ca.1200 v.C. vermocht niet om de handelsstem van de stad definitief het zwijgen op te leggen. Vanuit de 5e/4e eeuw v.C.  zijn reliefs van Astarte aangetroffen en beeldjes van Perzische ruiters uitgevoerd in aardewerk. Er is sprake van een Egyptische aanwezigheid, want er blijkt een huizenkoper (Paahi) te zijn. Er is een Egyptische slavenhandelaar (Hehea) en een oliehandelaar (Abrim).

7.7.De 23e opgravingscam‑
    pagne Ras Shamra 1973 R.A.Stucky      SYRIA 1974


Van voor de ijzertijd in Griekenland en Cyprus.
Van voor het jaar 1200 v.C. is in Griekenland en Cyprus niet expliciet een Fenicische aanwezigheid bekend. We hebben te maken met een Myceense en Aegeïsche beschaving, waarbij wel duidelijk een uitwisseling met Ras Shamrah, Tell Sukas en Byblos naar voren komt.  Vanuit het oostelijke Middellandse zeegebied vindt een verspreiding van baren en staven (meestal koper) plaats naar Cyprus, Kreta, Attica, Argolis, Eubeoea, Sicilië, Sardinië en Carië.
Op Cyprus zijn vondsten gedaan vanuit de late bronstijd (dus vlak voor de ijzertijd) in de plaatsen Kazaphani, Ayios Jakovos, Enkomi, Salamis, Idalion, Pyla, Tamassos, Kition, Hala Sultan Tekké, Limassol, Kourion, Koukla, Palaeokastro. Deze plaatsen zijn voornamelijk op de zuidelijke helft van het eiland gelegen en juist hier zal in de ijzertijd de Fenicische invloed zeer groot worden.

7.9.Prehistoric Greece
    and Cyprus          H.G.Buchholz    
                                V.Karageorghis   Phaidon

Opgravingen in Larnaka (Cyprus).
In 1913 na Chr. voert Myres als een van de eerste omvangrijke opgravingen uit in Cyprus (BSA XLI 1940-45, p.94). Op de Bamboula heuvel te Kition komt hij tot de vroege datering van ca.1000 v.C. In 1930 na Chr. volgt een grote Zweedse expeditie. Na de 2e wereldoorlog zijn vooral de vele opgravingen door V.Karageorghis bekend geworden.


7.8.Bulletin de corres‑                   École Francaise d'Athènes
    pondence Hellénique                   LXXXIV   1960


Kition.
Larnaka en omgeving is een streek, waarin diverse opgravingsplaatsen veel vondsten hebben opgeleverd. In Larnaka zelf de lokaties: Bamboula heuvel, Chrysopolitissa en Ay.Prodomos. Buiten Larnaka zijn het de plaatsen Dhekelia, Pyla, Enkomi, Aradippau, Laxia tou Riou, Klavdhia, Maroni, Arpera en Hala Sultan Tekké. Er is veel Myceens aardewerk naar boven gekomen. De aanwezigheid van proto-wit geschilderd aardewerk in putten en tussen verwoeste gebouwen toont aan, dat Kition en Enkomi tezelfdertijd verwoest zijn. De invloed van de zeevolken is duidelijk merkbaar.

7.10.Fouilles de Kition V.Karageorghis   1959 (BLZ 504‑583)


Villaricos.
Deze plaats is gelegen aan de monding van de rio Almanzora. Zij werd door de Grieken Baria genoemd.  In de sierra Almagrera y Herrerias is een omvangrijke necropool ontdekt van 1842 graven. Henri en Louis Siret zijn degenen geweest, die in 1887 na Chr. het een en ander goed in kaart hebben gebracht. Villaricos blijkt een belangrijk oord van de productie van beschilderde struisvogel-eierschalen geweest te zijn. Dezelfde soort productie komt ook voor in de volgende plaatsen in de Oudheid. Van west naar oost:
Alcacer do Sal, Aliseda, Cadiz, Setefila, Spartel, Carmona, Malaga, Boliche, Malaga, Albufereta, Ibiza, Ain el Turk, Uad Saida, Guraya, Djigeli, Colo, Redeyee, Calgiari, Utica, Carthago, Motya, Malta,Micenas, Dendra, Cnossos, Moclos, Naucratis, Abydos, Nasada, Gezer, Ras Shamra, Qatna, Mari, Asharah, Kish, Nippur, Uruk, Ur, Bahrein. Het is in eerste instantie alsof we van west naar oost teruggaan in de tijd langs de route van de Feniciërs, maar in Fenicië zelf wordt de productie dus zelf niet of nauwelijks ter hand genomen!
Naast de beschilderde struisvogel-eierschalen werden in de vele graven ook voorwerpen gevinden als wapens, speerpunten, zwaarden, keramiek, scarabee's en veelal vergezeld van geometrische motieven.
Er is een opmerkelijke gedenksteen met de volgende inscriptie:
q b r        graf
g r ’ (s)    klant/dienaar van Aš
t r t  b ?(n)    tarte, zoon van
b ‘ l  g l t?    Baäl Gelat(?)

7.11.La necropolis de
        Villaricos         M.Astruc         Madrid 1951
                                                         Informes y Memorias
                                                         Ministerio de Educacion Nacional






ncfps

Geen opmerkingen:

Een reactie posten