vrijdag 27 februari 2015

Map 15. Grammatica

RINGMAP 15

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
       titel               schrijver        bron
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
15.1 Phönizische/Punische  J.Friedrich      Pontificium Institutum Bibl.
     Grammatik             W.Röllig         Analecta Orientalia 46
                                            Roma 1970
                                            Met aantekeningen +
                                            'Schrifttafel' met 47 ver‑
                                            schillende vormen + register

15.2 Verhalen uit de       M.A.Schwartz     Elsevier's Paperbacks
     Oudheid: Van tuinman
     tot koning (Quintus Curtius Rufus)              

15.3 Salammbô              G.Flaubert       Pasquelle, Éditions du
                                            Mont Blanc, Genève 1945
                                            Titelpagina, inhouds‑
                                            opgave + appendix met cor‑
                                            respondentie

15.4 Los materiaal (krijgsgeschiedenis)     Afbeeldingen zijn o.a. uit
                                            boek 56 'Oorlogvoering in de
                                            klassieke wereld' van John
                                            Warry, Helmond 1981

15.5 Amerika voor de       N.Davies         blz 167‑179
     komst van Columbus
     Oorsprong en ontwikkeling
     van de oudamerikaanse culturen

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Grammaticaboek is zeer belangrijk
Boek van Davies mankeert aan directe bewijsvoering

 

Hoofdstuk 15.


Grammatica
 Taalkundig zijn de verschillen tussen het Fenicische en Punische schrift gering.
 In El Hofra wordt er Grieks geschreven, maar wel in de Punische taal.
 Te Bithia heeft zich een eigen schrift ontwikkeld, dat gebaseerd is op het Punisch.
 Bij de oudste inscripties worden de woorden van elkaar gescheiden door opstaande strepen, ofwel door punten aan de bovenkant. Daarna schrijft men alles achter elkaar. Pas in het Neo-Punische verschijnt er weer een ruimte tussen de woorden, die soms wordt opgevuld door punten.

15.1 Phönizische/Punische  J.Friedrich      Pontificium Institutum Bibl.
        Grammatik                  W.Röllig         Analecta Orientalia 46
                                            Roma 1970
                                           
Het koningsschap.
Hephaistion had twee gastvrienden, die in groot aanzien stonden onder de jonge Fenicische edelen. Aan hen bood hij het koningsschap aan; maar zij zeiden, dat volgens het gebruik der voorouders niemand de kroon mocht dragen, die niet stamde uit het koninklijk geslacht. De gebeurtenis speelde zich af in Sidon direct na de overgang in het kamp van Alexander de Grote. Het koningsschap stond kennelijk nog in hoog aanzien.


15.2 Verhalen uit de       M.A.Schwartz     Elsevier's Paperbacks
        Oudheid: Van tuinman  tot koning (Quintus Curtius Rufus)              


Salammbô
Narr’Havas, dronken van trots, bracht zijn linkerarm rond de taille van Salammbô als een teken van bezit; en, met rechts nam hij een gouden offerschaal en hij bracht een dronk uit op de god van Carthago. Salammbô verhief zich als zijn echtgenote, met een beker in haar hand totdat ook zij dronk. Zij viel weer terug met het hoofd achterover, over de rugleuning van de troon heen, - doodsbleek, verstijfd, de lippen open, - en de haren loshangend reikten tot aan de grond. Zo stierf de dochter van Hamilcar na de mantel van Tanit te hebben aangeraakt. Het slot van het beroemde boek van G.Flaubert.


15.3 Salammbô              G.Flaubert       Pasquelle, Éditions du  Mont Blanc, Genève 1945
                                            


Map 14. Libanon e.d.

RINGMAP 14

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
       titel              schrijver         bron
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
14.1 Ricerche Puniche
     nel Mediterraneo                       Colloquium Roma 1969
     Centrale                               Consiglio nazionale delle
                                            ricerche 1970
     ‑Ricerche puniche
      in Sardegna         F.Barreca
     ‑Ricerche puniche
      in Sicilia          V.Tusa
     ‑Recherches puniques
      en Algérie          M.Bouchenaki
     ‑Recherches puniques
      en Tunesie          M.H.Fantar
     ‑Ricerche puniche
      a Malta             A.Ciasca          [met aantekeningen en
                                            kaarten en afbeeldingen]

14.2 Der Alte Libanon     K‑H.Bernhardt     Verlag Anton Schnoll/Wien
                                            Wien & München 1976
                                            fysisch geografische inbreng
                                            [met aantekeningen en
                                            kaarten en afbeeldingen]

14.3 Phönizier und
     Spanier              J.B.Cirkin        Klio 63 1981 2 411‑421
     Zur Problem der      i.e.v.v.E.Dressler
     kulturellen Kontakten

14.4 Archeologie VIVA     jaargang 1 no 2   1968‑1969.
     Seine Entstehung und seine Grösse
     ‑Zeittafel
     ‑Tanitzeichen           P.Cintas
     ‑Museographie           M.Yacoub
     ‑Bevölkerung            L.Balout
     ‑Politik&Wirtschaft     J.Heurgon
     ‑Erforschung der Meere  R.Carpenter
     ‑Archäologische entdeckung M.Fantar
     ‑Architektur            P.Cintas
     ‑Unveröffentliche Funde M.Vézat
     ‑Magie                  J.Leclant
     ‑Religion               J.G.Février
     ‑Symbolik               A.M.Bisi
     ‑Kunst                  L.Foucher
     ‑Documente              M.Sznycer
     ‑Institutionen          G.Charles Picard
     ‑Glossarium                            VEEL AFBEELDINGEN

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
VNL.West‑Phoenicische en Carthaagse (DEEL)publicaties.

 

Hoofdstuk 14.



Stand van zaken in het archeologisch onderzoek omstreeks 1970 na Chr.

In Sardinië:
-        In en rond Sulcis van 1964 – 1968 na Chr.
-        Bovendien werden in de loop der tijd de volgende plaatsen door archeologen onderzocht:
Huidige naam            klassieke naam
=============================
Cagliari                Karalis
Capo di Pula            Nora
Torr di Chia                 Bithia
Malfatano
S.Isidoro di Teulada    Tegulae
Zaffarano
Porto Pino
S.Antioco               Sulcis
Carloforte              Inosim
Mazzacara
Bruncu ‘e Teula
Gutturu ‘e Flumini
Pistis
Capo Frasca
S.Maria di Nabui        Neapolis
Capo S.Marco            Tharros
Capo Mannu
S.Caterina Pittinuri    Cornus
Bosa
Porto Conte             Carbia?
Porto Torres                 Turris Libyssonis
Castel Sardo
Olbia
Calagonone
Lotzorai                Sulsi
S.Giovanni di Saralà    Saralapis
S.Maria di Villaputzu
S.Priamo
Monte Nai
Capo Carbonara


- Op basis van de namen komen in aanmerking om verder onderzocht te worden:
Huidige naam                 klassieke naam
=================================
Usellus                      Uselis
Macomer                      Macopsia
Magomadas                    Macomadas
Padria                       Gurulis
Lago di Barazze              Nura
Oristano                     Othoca

- Nog niet genoemde plaatsen zijn:
Monte Sirai       Monte Crobu       Corona Arrubia
Paniloriga di Santadi                    Villaperuccio
Pantaleo          Piolanas                Medau Piredda
Çorongiu          Tani                    Santa Iaccu
S.Pietro di Siliqua     Uta                     Paringianeddu
Sa Turritta di Serruci                   Grugua
Antas             Corongiu ‘e Mari        Matzanni
Santu Antine      Monastir                S.Sperate
Serramanna        Settimo S.Pietro        Maracalagonis
S.Andrea Frius    S.Nicolo Gerrei         Ballao
Senorbi           Barumini                Baressa
Allai             Genoni                  Uras
Mogoro            Neoneli                 Paulilatino
Fordongianus      Narbolia                S.Simeone di Bonorva
Modolo            Sorso                   Tergu
Codaruina         Viddalba

In Sicilië:
-        De doorbraak kwam al in 1921 na Chr.met de opgraving van J.Whitaker te Motya/Mozia. Nog steeds is hier ook een groot van de aandacht aan gwijd door steeds weer nieuwe vondsten.
-        Solunto in 1951 na Chr.   + La Cannita.
-        Lilibeo in 1965-1966 v.C.
-        Pantelleria door P.Orsi al in 1899 na Chr.
-        Erice 1967 na Chr.
-        Palermo 1965 na Chr.      en voorts:
Selinunte, Sciacca, Monte Polizzo, Segesta, Poggioreale, Rocca d’Entella, Torre Gratanelli, Montelepre, Himera

Op Malta:
Tas Silg, Marsaxlokk, S.Paolo Milqi.

Op Gozo:
Wardija.

In Algerije:

- In Siga is keramiek aangetroffen vanuit de 2e helft van de 7e eeuw v.C. door M.F.Villard. In april 1969 na Chr.werden er bovendien gedenkstenen bloot gelegd.

- De necropool van Gouraya is al langer bekend. Hij stamt uit de 3e-2e eeuw v.C. M.F.Villard legt een verband tussen het gevonden Griekse aardewerk in het gebied van Oran, te Marokko en speciaal te Lixus. In de 5e eeuw v.C. moeten deze gebieden een economisch geheel gevormd hebben. De Griekse keramiek werd door de Carthagers vervoerd.
- In Tipasa is M.Cintas begonnen met de opgravingen. Hij werd in 1960-1962 opgevolgd door M.Baradez en van 1964-1968 door M.Lancel. Cintas vindt een necropool vanuit de 6e eeuw v.C. Er worden meer necropolen gevonden zowel ten oosten als ten westen van de stad. De graven hebben een noord-zuid ligging met de hoofden naar het noorden toegekeerd [en de uitgang dus veelal naar het zuiden?]. In juli 1968 na Chr. werd er een schiereiland een opgraving verricht, waarbij het forum en een baseliek werd gedecteerd. Het woonkwartier moet waarschijnlijk tussen de westelijke en de oostelijke necropool in liggen.
- Tiddus ligt 20 km ten zuiden van Constantine.
- Sigus ligt 30 km ten ZO van Constantine. Hier bevindt zich een necropool vanuit de 1e eeuw na Chr. Er zijn 29 munten gevonden, waarvan 5 uit Carthago, 10 uit Numidië en 11 munten uit de keizertijd.
- Constantine = Cirta. In 1950 vinden A.Berthier en A.Charlier er 600 gedenkstenen.
- Hippo Regius kent keramiek uit de 2e eeuw v.C. M.Morel onderzoekt een grote muur, die in 90-80 v.C. werd gebouwd. De architectuur daarvan is Punisch.

In Tunesië:
Thabarca, Hippo Diarrhytus, Carthago, Kerkouane, Taparura, Tacapas, Gigthi, Hadrumetum.

14.1 Ricerche Puniche
        nel Mediterraneo                       Colloquium Roma 1969
       Centrale                                       Consiglio nazionale delle   ricerche 1970
     ‑Ricerche puniche
      in Sardegna         F.Barreca
     ‑Ricerche puniche
      in Sicilia          V.Tusa
     ‑Recherches puniques
      en Algérie          M.Bouchenaki
     ‑Recherches puniques
      en Tunesie          M.H.Fantar
     ‑Ricerche puniche
      a Malta             A.Ciasca         





Libanon.
 In 138 v.C, 70 v.C en 551 na Chr. werd de Libanon door zware aardbevingen getroffen. De bergtempel van Beiroet ligt op 732 meter hoogte bij Bet Meri. De tempel is gewijd aan Baäl Marqod (=god van de dans). Mogelijk heeft het iets met de aardbevingen te maken.
 Pas in de Hellenistische tijd breiden de Fenicische steden hun vastelandsbezit uit naar de Bekaa. Deze vallei wordt vooral door de noord-zuid ligging gebruikt voor de doortocht van ettelijke legers.
 Bij de Djebel Baruk en te Dahr el-Arz/Kodib bevinden zich nog restanten van het grote cederwoud. Nevenproducten van het cederhout zijn hars en pek. Door alle tijden heen geven veelal vreemde heersers opdracht te zorgen voor massale houttransporten.


14.2 Der Alte Libanon     K‑H.Bernhardt     Verlag Anton Schnoll/Wien
                                                                           Wien & München 1976
                                           
Feniciërs en Spanjaarden.
Spanje behoorde in het 2e millennium v.C. eigenlijk tot de West-Europese cultuurkring. De schat van Bodonal de la Sierra (ca.1000 v.C) wijst daarop met gouden voorwerpen, die van dezelfde soort ook op de Britse eilanden voorkwamen. De Feniciërs kwamen primair voor de handel en het ging hen vooral om het zilver. Pas later gaan zij ook op zoek naar de tinaanvoer. De Iberiërs hadden lange tijd geen weet van de waarde van het zilver. De winning was dan ook in het begin nog zeer primitief. Pas t.t.v. de Feniciërs gaat men over tot de exploitatie via mijnen (8e eeuw v.C).
Met het ontstaan van de Iberische adel ontstaat ook de vraag naar kunstzinnige producten. De Iberische handwerkslieden nemen de technieken en methoden van de Feniciërs over en zo ontstaat er in het zuidwesten van Spanje een Fenicisch-Tartessische kunst, waarbij de traditionele inheemse kunst wordt verdrongen. Vervolgens dringt de Fenicische invloed ook door in de inheemse religie en taal.
Staatkundig en militair komen er pas bij de Puniërs grote veranderingen. Het is Hamilcar Barcas geweest, die voor het eerst een groot deel van Spanje in één staat verenigd heeft.
De volgende fasen zijn te onderscheiden:
1200-800               eerste contacten met ruilhandel + beginnende Fenicische kolonisatie
800-500                   intensieve Fenicisch-Iberische contacten + volwaardige kolonisatie
500-200                   Punische infiltratie landinwaarts
Vanaf 200   Romanisering van de Iberiërs en Feniciërs en Puniërs

14.3 Phönizier und
     Spanier                        J.B.Cirkin        Klio 63 1981 2 411‑421
     Zur Problem der                                   i.e.v.v.E.Dressler
     kulturellen Kontakten







Carthago.
 Qart Hadašt is goed te vergelijken met het latere Venetië. Het werd een enorm rijke stad. Jaarlijks zou de stad op het hoogtepunt van haar macht wel eens 12.000 talenten uit haar kolonies en protectoraten hebben ontvangen. Dat is vergelijkbaar met 45.000.000 US dollars in 1968 na Chr! Geen wonder, dat het de afgunst en hebzucht van Grieken en Romeinen opriep. Athene in haar bloeiperiode inde slechts 1/20e deel van wat Carthago jaarlijks binnen kreeg.
 Qart Hadašt heeft waarschijnlijk 668 jaar bestaan. Het jaartal 480 v.C. markeert precies de helft (334 jaar) van die tijdspanne. Merkwaardig genoeg gebeurt er in dat jaar ook iets zeer bijzonders. Het is het jaar van de grote nederlaag bij Himera tegen de Grieken. Er verandert dan ook iets wezenlijks bij de Carthagers.  Van 814 – 480 v.C. bestaat het orientale nog primitieve Carthago. Van 480-146 v.C. zien we een steeds meer gehelleniseerd steeds rijker en luxer wordend Carthago.
 Het ‘Tanit’-teken ziet er meestal uit als een driehoek en een cirkel gescheiden door een dwarsbalk. Het komt veelal voor in combinatie met de godin Tanit, waardoor het al snel het etiket van het Tanit-teken kreeg. De godin Tanit hoeft er echter niet per definitie wat mee te maken te hebben.  Pierre Cintas neemt een aantal hypotheses eens goed door in zijn poging om het symbool te verklaren:
1.    Betekenis als biddend figuur;
2.    Punische drie-eenheid (E.Babelon);
3.    Astarte als Isis-Hathor (Clermont-Ganneau);
4.    Heilige steen (Lagrange);
5.    Egyptisch levensteken ANKH (Ronzevalle);
6.    De driehoek is het altaar en de cirkel is de godheid (S.Gsell).
Wat weten we eigenlijk zeker. Het is een soort pentagram of diagram en het werd van het begin af aan in deze grondvorm neergelegd. Cintas houdt het er op, dat het een vrouwelijke metafoor voor de vruchtbaarheid moet zijn geweest.
 Mohamed Yacoub geeft inzicht in de afdeling van het Museum Bardo te Tunis, waar de Punische vondsten worden bewaard. We vinden er vooral zaken vanuit de tofet te Carthago. In 1982 na Chr. was ik er. Eerst stond ik voor een gesloten deur, want ik had natuurlijk weer net de dag uitgekozen in de week, dat het gesloten was. De volgende dag was het open en het was een openbaring. Ik kreeg toestemming om met mijn fototoestel in de weer te gaan, nadat ik eerst een formulier moest invullen en ondertekenen, dat het voor mijn hobby was en dat bij een zakelijke publicatie rechten aan het museum moesten worden overgedragen. Ook moest een begeleider bekostigd worden, die netjes vitrines voor mij opende. Desondanks zijn niet alle foto’s geslaagd, maar toch wel de meerderheid.
 Mongi Ennaifer geeft inzicht in de Punische voorwerpen van het museum van Carthago op de Byrsa te Carthago. In 1982 na Chr. was ik er. De wachter deed net zijn Islamietisch gebed en trok zich niets aan van wat er om hem heen allemaal gebeurde. Hier had ik niet eens toestemming voor een fototoestel nodig. Ik begon de inscriptie van een gedenkplaat over te nemen en men was verbaasd, dat ik dat zo natuurlijk kon. Men beschouwde mij als een kenner en ik kon gaan en staan waar ik wilde. De kathedraal van de witte paters staat geplempt op de fundamenten van de Esmoen tempel. Vanaf de Byrsa heuvel is goed een opgraving zichtbaar langs de helling van de Byrsa, waar waarschijnlijk de zes-verdiepingen-huizen gestaan hebben.
 De annalen van Tyrus heeft Timaeus tegen 300 v.C. gebruikt en een eeuw later vertaalt Menander van Ephesus die. Deze vertaling wordt in de 1e eeuw na Chr. door Flavius Josephus gebruikt en hij zegt, dat IN HET ZEVENDE JAAR VAN DE HEERSCHAPPIJ VAN PYGMALION ZIJN ZUSTER ELISSA DE STAD TYRUS ONTVLUCHTTE EN IN LIBYA DE STAD CARTHAGO STICHTTE. Dit komt overeen met het jaartal 819 v.C. De getuigenissen van Timaeus en Justinus komen respectievelijk op 814 en 824 v.C.uit.
 Strabo zegt over de straat van Gibraltar in zijn GEOGRAPHIKA (III,I.7) het volgende: Zeilt men van onze zee naar de Oceaan, dan bevindt zich rechts Calpe en dichtbij deze stad op een afstand van 5 mijlen het zeer oude opmerkelijke Carteia, dat ooit bij de Iberiërs als vlootbasis in gebruik was….
Timosthenes zegt: dat deze plaats ooit Heraclea werd genoemd en dat daar nog lange kaden en dokken te zien zijn alsmede onderdelen voor schepen.
Nu waren de Iberiërs van nature geen zeevaarders. Timosthenes heeft het dus eigen over een Carthaagse vlootbasis.
 Veel scrabeeën in Carthago dragen de naam van Thutmosis III. De godin Hathor komt voor in de gestalte van een koe op diverse scarabeeën.  Andere Egyptische godheden zijn Isis, Horus, Osiris en Bes en zien we de ibis, sfinx en het oog optreden. Verder komt het ankh-teken voor. Het toont de sterke Egyptische invloed in het veld van de magie te Carthago.

14.4 Archeologie VIVA     jaargang 1 no 2   1968‑1969.
     Seine Entstehung und seine Grösse
     ‑Zeittafel
     ‑Tanitzeichen                    P.Cintas
     ‑Museographie                 M.Yacoub
     ‑Bevölkerung                    L.Balout
     ‑Politik&Wirtschaft         J.Heurgon
     ‑Erforschung der Meere  R.Carpenter
     ‑Archäologische entdeckung M.Fantar
     ‑Architektur                     P.Cintas
     ‑Unveröffentliche Funde M.Vézat
     ‑Magie                              J.Leclant
     ‑Religion                          J.G.Février
     ‑Symbolik                        A.M.Bisi
     ‑Kunst                              L.Foucher
     ‑Documente                    M.Sznycer
     ‑Institutionen                 G.Charles Picard
     ‑Glossarium                    VEEL AFBEELDINGEN



Map 13. Expansie

Ringmap 13.

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
      titel                naam               bron/plaats
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
13.1 L'Espansione fenicia  Colloquio Rome 4‑5 maggio 1970
     ‑Sardegna             F.Barreca          Consiglio nazionale dell
     ‑Algerie              M.Bouchenaki       recherche, 1971
     ‑Malta                A.Ciasca           bij alles:
     ‑Libia                A.di Vita          aantekeningen en
     ‑Tunisia              M.H.Fantar         relevante blz.
     ‑Espagne              A.Garcia Y Bellido+
                           H.Schubart+H.G.Niemeyer
     ‑Cyprus               V.Karageorghis     KAARTEN &
     ‑Marokko              V.Tusa             AFBEELDINGEN

13.2 Taautos und Sanchunjaton               Sitzungsberichte der
                                            Deutschen
                          O.Eissfeldt       Akademie der Wissenschaften.
                                            Akademie Verlag Berlin 1952
                                            [ + aantekening]

13.3 De la Phenicie       J.M.Chami         Librairie du Liban Beyrouth
                                            1967[ + aantekening]

13.4 La Civilisation      G.Conteneau       Paris 1928
     Phénicienne                            aantekeningen en
                                            relevante blz.

13.5 Phoenicia and the    D.Baramki         Khayats, Beiroet 1961
     Phoenicians                            aantekeningen en
                                            relevante blz.
                                            Boek 37!

13.6 Bulletin de la societé francaise       Revue archéologique
     d'archéologie classique VIII           1973/1974
     ‑Récentes recherches                   alleen notatie!
      sur la colonisation
      phocéenne en occident  J.P.Morel
     ‑villes et urbanisme dans
      l'extrême ouest de
      l'Armorique            L.Pape
     World archeology
     Greek Steel     vol.9   S.C.Bakhuizen     1977 London
     Iron and chalcidian                    alleen notatie!
     colonisation in Italy   S.C.Bakhuizen     Ned.Inst te Rome 1975
                                            alleen notatie!

13.7  Fortification punique
      Les murailles de
      Kerkouane              M.H.Fantar     Centre d'archéologie Paris
                                            Tome I Des communications
                                            presentées
13.8  Osservazioni sulle
      fortificazione puniche
      in Sardegna           G.Tore          Centre d'archéologie Paris
                                            Tome III Des communications
                                            presentées
13.9  Extrait des mélanges de
      l'école francaise de Rome J.P.Morel   Colonisations d'occident
                                            MEFRA tome 84 1972 1
                                            [aantekening]

13.10 Récentes recherches  J.P.Morel        Bulletin de la société
      sur la colonisation                   francaise d'archéologie
      phocéenne en occident                 classique VIII, 1973/74
                                            [aantekening]

13.11 L'expanse Phocéenne  J.P.Morel        Extrait du bulletin de
      en occident                           correspondence hellénique
                                            Ecole francaise d'Athenes
                                            [aantekening]

13.12 Céramique archaïque
      de Velia et quelques J.P.Morel        simposio de colonizaciones
      problèmes connexes                    Barcelona/Ampurias 1971

13.13 Les Phocéens dans l'extrême           RASSEGNE
      occident vus depuis  J.P.Morel        La parola del passato
      Tartessos                             Napoli 1970

13.14 Strutture della                       (2 blz!)
      colonizzazione      E.Lepore          La parola del passato
      focea in occidente                    Napoli 1970

13.15 Phocéens en occident J.P.Morel        La parola del passato
      certitudes et hypotheses              Napoli 1966

13.16 Migrations and in‑
      vasions in Greece   N.G.L.Hammond     Noyes Press New Jersey
      and adjacent areas                    Park Ridge 1976
                                            [kaarten + aantekening]

13.17 Achaic Greece      L.H.Jeffrey        Univ.Press Cambridge 1976
      The City States                       [aantekening]
      c.700‑500 BC

13.18 Diversen                              in SYRIA 1969:
      1.Verrerie Antique
      de Tipasa           S.Lancel          boekbespreking
      2.Déeese nourricière
      d'Ugarit            W.A.Ward          artikel
      3.Nouveaux documents
      d'Ougarities        A.Caquot          artikel
      4.Chars de culte de                   enige blz.+afbeeldingen
      Chypre              C.F.A.Schaeffer   artikel
      5.Note d'archéologique                enige blz.
      Sud Arabe           J.Pirenne         artikel
      6.Bull.d'epigraphie                   o.a:
      semitique           J.Teixidor        [mqm 'lm,mlk'mr,Sidon,
                                            Byblos,Malta,kalender,Tyrus,
                                            Cyprus,Kition,Idalion,Kara‑
                                            tepe,Marathus,Carthago,San‑
                                            tuiaci,Sulcis,Cagliari,Pyrgi
                                            Avignon,Dj.Massoudj,Wadi el
                                            Amud]
13.18.6.9.Inscriptie Esjmoenazar M.Bogaert >ydbrnk bdnm
13.18.6.10.Karatepe krntryš M.Bogaert >Rešeph s.prm
13.18.6.13.Inscriptie Avignon mqm ‘lm opwekkingsfunctionaris mtrh.*štrny
13.18.6.14.Peckham  *dr = gloreren
13.18.6.15.Amadasi Molok = offer
13.18.6.16.Les sacrifices de lÁncient Testament, R de Vaux
                   mlk ‘mr (dieroffer)  mlk ‘dm (mensenoffer)
13.18.6.63.Tanit
13.18.6.65.Semitic Elements in Ancient Hispania, J.M.Sola-Solé
13.18.6.66.*Ain Ydl, bron van Sidon   Milik
13.18.6.67.Sidon: inscriptie Ešmoenazor+kwartieren van de stad
13.18.6.68.Byblos: munten koningen Peckham
13.18.6.69.Sidon: Munten koningen Peckham
13.18.6.73.Malta zegel Amadasi
13.18.6.74.Sicilië: zegels Amadasi Catalogus 86 zegels
13.18.6.75.Spanje: 6 zegels Amadasi
13.18.6.77.Anse de anfore con lettere puniche da Selinunte, A.M.Bisi
13.18.6.80.Sind die altisraëlischen Monatbezeichnungen met den kanaänäïsch-phônikischen identisch?
                   E.Koffmahn
13.18.6.82.Tyr RES 800 troon Astarte Milik >2 heilige zuilen
13.18.6.83.Sidon Peckham
13.18.6.84.Cyprus: Peckham >skn qrth.dšt baal libanon
13.18.6.85.Kition+Idalion: Peckham Rešeph mkl, Abdsasom Resheph ‘lhyts + ‘lyyt
13.18.6.86.Kition: Notes on a Fifth Century Phoenician Inscription
13.18.6.87.Karatepe: west & oost
13.18.6.88.Marathus (Amrit) Peckham >god op leeuw stèle+šdrp
13.18.6.89.Malta (Marsasciroco) Amadasi >CIS 122+122bis Melqart yh.nbls.ry
13.18.6.90.Malta Amadasi h.dr bl*lm+nky bklty+mrpm
13.18.6.91.Nora Amadasi verwijzingen naar andere publicaties
13.18.6.92.Carthage: Medaillon CIS I 6057 Peckham >l*štrt lpgmlyn
13.18.6.93.Les problèmes du médaillon de Carthage, J.Ferron
13.18.6.94.Une inscription punique inédité trouvée à Carthage et conservée dans la region de Toulouse,
 M.Delcor
13.18.6.95.Nouvelle inscription trouvée dans la couche de remblais, A.Mahjoubi+M.H.Fantar
                   verhandeling en verwijzingen
13.18.6.96.La magicienne de Carthage, J.Ferron  >CIS I 5948 sh.rthqrt
13.18.6.97.Textes gravé sur rasoirs puniques, J.Ferron >myglb=scheermes
13.18.6.98.Malta: Amadasi >CIS I KAI 62 s.dmb*l relatie met Kilamuwa
13.18.6.99.Malta: Amadasi >’ps.ytn inscriptie
13.18.6.100.Malta: Amadasi > ‘bst inscriptie
13.18.6.101.Santuiaci: Amadasi >trilingue (lat,gr,pun) CIS I 143:
 bronzen altaar van Cleon aan Esjmoen Merre
13.18.6.102.Sulcis: Amadasi >CIS I 147 lb’ = leeuw
13.18.6.103.Cagliari: Amadasi > ‘yns.m = enosin = eiland van de valken CIS I 139
13.18.6.104.Pyrgi. Diverse publicaties over deze bilingue
13.18.6.105.Avignon: Amadasi > zybqt =?= Syphax
13.18.6.106.Assaig dínterpretacio d’algunes inscripciones ‘iberiques’ mitjancant el fenici i punici
                   J.M.Sola-Solé
13.18.6.107.Dj.Massoudj: G.Garbini >KAI 141:  240 mrzm tškt: land Thusca
13.18.6.108.Wadi el Amud: G.Levi Dilla Vida

      7.Ein Phönikisches  K.Galling
      Kultgerät(?) aus Kreta                boekbespreking
      8.Necropoles        M.Ponsich
      Phéniciennes de la                    boekbespreking
      région de Tanger

13.19 Diversen:                             in SYRIA 1970
      1.Seleucus I et la fon‑
      dation de la monar‑ H.Seyrig          artikel
      chie syrienne         
      2.Bull.d'épigraphie
      sémitique                             o.a:
                                            [Carthago,Malta,Karatepe,
                                            Shiqmona,Tas Silg,Paleo‑
                                            Castro,Kition,Idalion,Démé‑
                                            trias,Antas,Mozia]

13.19.2.40.Carthage: Stamped Potters’ Mark et… N.L.Hirschland/M.Hammond
13.19.2.47.Malta Campagna 1965 G.Garbini (hout met 2 Fen.letters)
13.19.2.52.Malta G.Garbini >Un nuovo simbolo religioso punico (driehoek)
13.19.2.63.Karatepe: M.Houan >zbh. ymm=gewoon offer en niet jaarlijks offer
13.19.2.64.Shiqmona: Jar inscriptions F.M.Cross >Tell es-Semak – Sycaminos =/= Haïfa
13.19.2.65.A Review of Acquisitions. R.D.Barnett. >Harpocrates : uitleg en interpretatie
13.19.2.66.Tas Silg: Barnett >Fenicische letters
13.19.2.67.Paleo-Castro: Deux inscriptions phéniciennes de Chypre RES 1214, A.Caquot/O.Masson
13.19.2.68.Kition CIS I 10 ršp h.s. 21e jaar Pymiaton A.Caquot/O.Masson
13.19.2.69.Idalion CIS I 89-94 ršp mkl A.Caquot/O.Masson: grote verhandeling
13.19.2.70.Démétrias: Recherches sur les Phéniciens dans le monde hellenistique, O.Masson >bilingue
13.19.2.71a.Démétrias: stele A.S.Arvanitopoullos: *Abdai, zoon van *Abdalonim, Aradiër
         op tempel Sethi I te Abydos: ik, Abdo, zoon van […], de Aradiër
13.19.2.71b.Nouvelle inscription grecque de Rouad, J.P.Rey-Coquais > Démétrias Hierönimou Aradios
         Oprichting van een beeld in de haven van de purpervissers, die in de stad zijn
door 3 magistraten en 4 liménarques: Domitius Leo Procillianus
13.19.2.72.Démétrias: Masson >Stèle funéraire avec épitaphe bilingue Horus?
13.19.2.73.Antas. Fantar. 21 stèles: Sid, Babay, Himilcat, Abi, Shadrapa
13.19.2.74.Malta. G.Garbini: nauwelijks leesbare inscripties
13.19.2.75.Mozia. G.Garbini. Le iscrizione puniche (6x) 1968: baalazar, zoon van abdo + ‘ršt bn hmlkt

      3.Toscanos 1964     H.G.Niemeyer
                          + H Schubart      boekbespreking

      4.Sondage ouvert en 1962
      sur l'Acropole de
      Ras Shamrah         H.de Contenson    1 blz!
      5.Byblos through
      the Ages            N.Jidejian        boekbespreking
      6.Tartessos y los
      origenes de la
      colonizacion fenicia
      en Occidente        J.M.Blàzquez      boekbespreking
         7.Salamine de Chypre Th.J.Oziol + J.Pouilloux
         8.Ugarit recensie door Cl.F.A.Schaeffer
         9.La Xxe campagne de fouilles de la mission archéologique francaise à Enkomi-Alasia 1969



13.20 The Punic Wars      B.Caven           Univ. of London 1980
                                            Weidenfeld & Nicholson
                                            [vnl aantekeningen met de
                                            kaarten en afbeeldingen]

13.21 Profils de conquérants
      Grandeurs et faiblesses J.Carcopino   Flammarion 1961 blz 109
      d'Hannibal                            [ + aantekening]

13.22 Hannibal's War      J.F.Lazanby       Arts & Philis Ltd Warminster
      A Military history                    England
      of the 2d Punic War                   Selectie


‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

Veel uit tijdschrift SYRIA

De Punische oorlogen
De Phokeërs

Hoofdstuk 13.


Opgravingen.
Bij de opgravingen in vele plaatsen lopen archeologen veelal tegen het probleem aan, dat bij vrijwel alle Fenicische plaatsen er een Romeinse bovenop is gedeponeerd. Bovendien was het zo, dat bij de archeologie de aandacht vroeger meestal vooral op de Romeinse verworvenheden gericht was.
Ø     In 1970 na Chr. stond de teller op 24 plaatsen in Marokko met een Fenicisch verleden: MELILLA, EMSA, SIDI ABDESLAM DEL BHA, KITZAN, TAMUDA, TANGER, COTTA, EL KOUASS/ACILA, LIXUS, BOUSELHAM/MOULAY, BANASA, GILDA, THAMISIDA, RHIRA, VOLUBILIS, EL GOUR, SALA, AZEMMOUR, JADIDA TIT, CAP BLANC, SIDI MOUSSA,OUALIDIA, CAP CANTIN, SAFI, JORF EL YHOUDI, MOGADOR.
Ø     In Algerije hebben er onderwater-onderzoeken plaatsgevonden te BETHIOU (St.Leu=Arzew), CHERCHELL (Iol-Caesarea), TIPASA, SKIKDA (Hippo), CAP MATIFOU (bordj el Kifane).
P.Cintas poneert de theorie, dat omde 50 km er een aanlegplaats geweest moet zijn van de Feniciërs.
Ø     In Tunesië is het moeilijk omeen onderscheid tussen Fenicisch en Punisch te maken.
Ø     In Spanje treffen we toentallen nederzettingen aan op de zuidkust, soms zelfs op enige kilometers van elkaar. De Feniciërs introduceren de kip in Spanje.


13.1 L'Espansione fenicia  Colloquio Rome 4‑5 maggio 1970
     ‑Sardegna             F.Barreca          Consiglio nazionale dell
     ‑Algerie                M.Bouchenaki       recherche, 1971
     ‑Malta                   A.Ciasca          
     ‑Libia                    A.di Vita         
     ‑Tunisia                M.H.Fantar        
     ‑Espagne              A.Garcia Y Bellido+H.Schubart+H.G.Niemeyer
     ‑Cyprus                V.Karageorghis    
     ‑Marokko              V.Tusa           

Taautos en Sanchunjaton.
De naam Taautos komt alleen bij Philo van Byblos voor. Hij is als Thautos identificeerbaar met Toth, die bij de Egyptenaren de rekenaar en schrijver van de goden was. Hij was de heerser over de boeken, de heer van de godswoorden (=de heilige geschriften).
Ook Sanchunjaton wordt alleen door Philo van Byblos genoemd en hij zou omstreeks 1400 v.C. te Beryt geleefd hebben. Philo zegt, dat hij op basis van zijn geschriften zijn 8 boeken heeft geschreven.
Ondanks het feit, dat alleen Philo van Byblos met deze namen komt, bevestigen echter de gevonden teksten van Ugarit de beweringen van Taautos en Sanchunjaton!

13.2 Taautos und Sanchunjaton               Sitzungsberichte der  Deutschen
                                 O.Eissfeldt              Akademie der Wissenschaften.
                                                                 Akademie Verlag Berlin 1952
                                           

Over Feniciofobie en Feniciomanie.
Ooit was er een strijd tussen geleerden over de Feniciërs. Tegen het einde van de 19e eeuw na Chr. en het begin van de 20e eeuw na Chr. werden de Feniciërs en hun prestaties nog afgedaan als legendarische figuren met hun mythische vertellingen, zoals Victor Bérard in ‘Les Phéniciens et l’Odyssée (1902/1903).
Aan de andere kant zijn ertijden geweest, dat men ze tot in Zimbabwe zag opduiken. Ook zijn er vervalsingen gemaakt, zoals waarschijnlijk de Parahiba-steen met inscriptie.
J.M.Chami probeert een tussenweg te bewandelen en wijst o.a. op:
a.             MOHKOS, die de stichter van de school van het atomisme was en
afkomstig was uit Sidon. Hij beweert, dat het universum bestaat uit atomen en iedere atoom voor zich is ook weer deelbaar. Môhkos leefde voor de Trojaanse oorlog. In de 10e eeuw v.C. werd zijn theorie in gewijzigde vorm overgenomen door Democrites.
b.  THALES was een Feniciërs uit Milete. Hij leefde drie eeuw voor de Chaldeesche priester Bérose. Thalè introduceert de astronomie.
c.             PYTHAGORAS werd in Sidon geboren uit Tyrische ouders. Op 2 jarige
leeftijd werd hij gedoopt in het water van de Adonis te Afka. Daarna emigreert het gezin naar Samos. Op 18 jarige leeftijd is Pythagoras weer in Tyrus. Hij houdt lange retraites op de berg Karmel. Daarna geraakt hij gevangenschap te Egypte en Babylonië. Op 56 jarige leeftijd zien we hem pas weer in Griekenland en eerst dan komt hij met zijn beroemde hypothese.
d.             HET STOICISME is een Fenicische school. Zeno van Kition is de stichter
van deze school. Hij wordt gevolgd door Diodotus van Sidon, Boethus, Apollonius, Antipater, Porphyrius, Maximus van Tyrus, Clitomachus van Carthago (=Hasdrubal) etc.

.3 De la Phenicie       J.M.Chami         Librairie du Liban Beyrouth  1967

Het begin van de  ‘moderne’ Fenicische studies.
Alle jaartallen betreffen deperiode na Chr.
Ø     333        Anonymus van Bordeaux.
Ø     1540-1609  J.Scaliger.
Ø     1617       J.Selden (De Diis Syriis).
Ø     1599-1667  S.Bochart van Caen.
Ø     1630-1721  D.Huet. Een bisschop schrijft Géographie Sacrée,Phaleg et Canaan in 1646.
Ø     1785-1842  W.Genesius van Halle over de taal.
Ø     1746-1809  Sainte Croix.
Ø     1806-1856  F.G.Movers.
Ø     1860       E.Renan reist door de Libanon en Syrië.
Ø     1889       R.Peitschman Geschichte der Phönizier.

13.4 La Civilisation      G.Conteneau       Paris 1928
         Phénicienne                           



In den beginne…
# De streek van de Libanon werd in het palaeolithicum (180-100.000 jaar geleden) bewoond door Neanderthalers.
# In het neolithicum (5000-4000 v.C) verschijnt er een mensensoort van het brachycephalische type.
# Omstreeks 3500 v.C. woont er al een Semietisch volk en zien we de onwikkeling van de Gerzean cultuur. De plaatsen Byblos en Ugarit ontstaan.
# Tussen 2900 en 2800 v.C. komt er een nieuwe invasie van Semieten.
# Tussen de 2600 en 2500 v.C. komt er een noordelijke invasie met een Armenoide type. Mogelijk zijn dit vroege Hittieten. Uit deze tijd stamt de keramiek van Khirbat el-Kerak.
# Tussen 2300 en 2100 v.C. vindt er een grote Amorietische invasie plaats. In het binnenland nestelen zich de Amorieten en aan de kust overheersen de Kanaänieten.   
# Na 1200 v.C. vallen de Zeevolken binnen en dit zijn hier vooral de Aegeërs.
# De assimilatie is omstreeks 1100 v.C. voltooid tussen de Proto-Fenicische Semieten, Kanaänieten en de Indo-Europese Aegeërs. Door de Aegeësche injectie gaan de Feniciërs massaal de zee op en ontstaan er factorijen in Corinthe en Thebe.
è Kanaän komt overigens van het Hoerrietische woord Kenaggi (=rood) en is een equivalent van het Griekse woord Fenicisch!

13.5 Phoenicia and the    D.Baramki         Khayats, Beiroet 1961
         Phoenicians                            

Migraties.
De Grieken gingen pas na 1200 v.C. in grote getale de Egeïsche zee over naar Klein-Azië. De Doriërs deden dat omstreeks 1120 v.C, de Aeoliërs in de periode 1120-1000 v.C. en de Ioniërs omstreeks de periode 1050-950 v.C. In deze tijd trekken de Feniciërs zich voor al dit geweld terug en wellicht alleen nog Kreta en Rhodos. De stichting van de plaatsen Aspendus in Pamphilia en Mallus in Cilicia zou gebeurd zijn door MOPSUS. Deze is waarschijnlijk identiek aan Mukshusch, wiens naam voorkomt op een Hettietisch kleitablet. Voorts kan de naam in verband worden gebracht met Mupsh, die in het Fenicisch genoemd wordt in de inscriptie van Karatepe.

13.16 Migrations and invasions in Greece   N.G.L.Hammond     Noyes Press New Jersey
           and adjacent areas                                                               Park Ridge 1976
                                           







Het begin van de Griekse expansie.
De eerste Griekse nederzettingen in het westen waren Euboïsch. Deze Grieken kwamen uit Chalkis. We vinden vroege orientaalse importen zowel te Lefkandi op Eretria als te Pithekoussai nabij Napels. Meestal liggen er economische motieven of rampen aan ten grondslag. Zo werd Rhegion gesticht, omdat er een hongersnood was en een tekort aan land in de streek van Corinthe. Taras werd echter gesticht, omdat de emigranten in Sparta niet de Spartaanse status kregen.

13.17 Achaic Greece      L.H.Jeffrey        Univ.Press Cambridge 1976
      The City States                       [aantekening]
      c.700‑500 BC

Feniciërs en Foceërs 1.
Een van de belangrijkste Griekse stedelingen, die de Feniciërs naar het verre westen achterna gingen waren de Foceërs. Hun hoofdstad bevond zich op de kust van Klein-Azië. De Foceërs zien we opduiken in Italië, Frankrijk en Spanje.

13.6 Bulletin de la societé francaise       Revue archéologique
     d'archéologie classique VIII              1973/1974
     ‑Récentes recherches                  
      sur la colonisation
      phocéenne en occident                      J.P.Morel
     ‑villes et urbanisme dans  l'extrême ouest de
      l'Armorique                                       L.Pape
     World archeology
     Greek Steel     vol.9                           S.C.Bakhuizen     1977 London
     Iron and chalcidian  colonisation
     in Italy                                               S.C.Bakhuizen     Ned.Inst te Rome 1975
                                          

Feniciërs en Foceërs 2.
De Foceërs behoren tot de Ionische tak van de Grieken. Ze stichten, of zijn aanwezig in het verre westen in o.a. Ampurias (575 v.C), Massalia, Olbia (350-325 v.C), Genua (5e eeuw v.C), Aleria (6e eeuw v.C), Gravisca (=Porto Clementino) en Velia (gesticht tussen 580-540 v.C). Met name op Sardinië, Corsika en Spanje komen de Foceërs in aanvarig met de Feniciërs & Carthagers & Etrusken.

13.9  Extrait des mélanges de  l'école francaise de Rome J.P.Morel   Colonisations d'occident
                                                                                           MEFRA tome 84 1972 1
                                          

Feniciërs en Foceërs 3.
In Keltiberië is de Foceesche invloed maar zeer sporadisch aangetoond. Slechts in Catalonië is het duidelijk. Andersom zien we sporen van Punische handel in de Lanquedoc. Dat behoeft nog geen aanwezigheid van de Feniciërs of Puniërs te betekenen, maar hun handelsproducten zijn er wel.

13.10 Récentes recherches  J.P.Morel        Bulletin de la société
           sur la colonisation                            francaise d'archéologie
           phocéenne en occident                     classique VIII, 1973/74
                                           
Feniciërs en Foceërs 4.
Niets wijst op een Foceese invloed op de Gallische kust van voor de 6e eeuw v.C. In Aude/Sigean treden dan importen op van amforen, die voor 38% Fenicisch/Punisch, voor 32% Grieks en voor 30% Etruskisch zijn. Per plaats verschilt het echter nogal, want elders (Bessan, Mailhac, Montlamès) zijn de importen voor 63% Etruskisch en voor slechts 1,3% Punisch. In het westen van de Lanquedoc schijnen de Fenicisch/Griekse importen te domineren en in Oostelijk Lanquedoc zijn dat de Etruskisch/Griekse.
Massalia breidt zijn invloed pas wezenlijk uit in de 5e en 4e eeuw v.C. Andere bekende plaatsen zijn Ruscino, Alonis, Dianion, Hemeroskopeion, maar de meeste daanvan liggen al veel zuidelijker in Spanje. Zeker in de vele Fenicische nederzettingen op de zuidkust van Spanje komen in de 7e eeuw v.C. zeer weinig Grieks materiaal tegen. Er zijn wat geisoleerde vondsten in Jerez en Huelva, maar waarschijnlijk hebben de Feniciërs die zelf meegenomen.
Veelal wordt de grijze monchrome keramiek gebruikt als aanduiding voor een Foceese aanwezigheid, maar ook de Feniciërs maakten dat. Het onderscheid is toch aan te geven, doordat de Fenicische versie minder duurzaam en ook minder compact was.

13.11 L'expanse Phocéenne  J.P.Morel        Extrait du bulletin de
           en occident                                        correspondence hellénique
                                                                      Ecole francaise d'Athenes
                                                                     Tome I Des communications   presentées

Kerkouane.
Een van de weinige Punische steden, die NIET door een Romeinse laag zijn bedekt, is deze plaats op de kust van Kaap Bon te Tunesië. Waarschijnlijk hebben de soldaten van Regulus in 256 v.C. de stad in puin gelegd, waarna de resten langzaam in de vergetelheid geraakten. Het tracé van de muren is zeer goed tevoorschijn gekomen.

13.7  Fortification punique:  Les murailles de  Kerkouane              M.H.Fantar     Centre d'archéologie Paris


De Fenicische verdedigingswerken op Sardinië.
We vinden ze o.a. terug te Olbia, Nora, Sulci, Tharros, Pani Loriga, Monte Sirai, San Simeone di Bonorva, Su Palattu di Padria, Santi Antine di Genoni.

13.8  Osservazioni sulle  fortificazione puniche in Sardegna           G.Tore          Centre d'archéologie Paris
                                                                                                                                Tome III Des communications  presentées

Velia.
Dit is één van de Foceese kolonies op de kust van Zuid-Italië. De plaats werd omstreeks 540 v.C. gesticht. Van voor deze datering is maar zeer weinig Griekse keramiek aangetroffen. Waarschijnlijk is het ook een compleet nieuwe vestiging, want een inheemse voorganger van de stad is niet aangetroffen, of het zou bij de kaap Palinuro geweest moeten zijn.

13.12 Céramique archaïque de Velia et quelques problèmes connexes
                                                                                  J.P.Morel        simposio de colonizaciones
                                                                                                         Barcelona/Ampurias 1971

Foceërs en Tartessos.
De Grieken moeten Tartessos bezocht hebben. Daarvoor is er teveel aan aardewerk aangetroffen. Tot een eigen vestiging lijkt het nooit gekomen te zijn. Daarvoor was de Fenicische en Punische invloed te groot. Toch wordt Tartessos in verbinding gebracht met namen als Colaois van Samos, Midocritos, Arganthonios en zelfs een plaatsnaam Mainakè. De ‘legendarische’ koning Arganthonios zou de Foceërs zelfs gevraagd hebben om zich in zijn land te vestigen. De exacte lokatie van Mainakè is echter nooit overtuigend aangetoond. Waarschijnlijk is echter wel, dat Mainakè een vervorming van een Fenicische plaatsnaam inhoudt.


13.13 Les Phocéens dans l'extrême           RASSEGNE
           occident vus depuis                        J.P.Morel        La parola del passato
           Tartessos                                        Napoli 1970

Zekerheden en hypotheses omtrent de Foceërs.
Zeker is, dat de Perzen Focea in Klein-Azië omstreeks 540 v.C. innamen en dat vooral daarna de Foceërs andere woonplaatsen zijn gaan zoeken. In de periode 600-540 v.C. treffen we hen maar sporadisch aan. De Rhodiërs en Samiërs gaan hen voor. Een hypothese is aan het voorkomen van een rij plaatsnamen eindigend op –oussa de conclusie verbinden, dat dit dan Griekse kolonies zijn en wellicht wel Foceese! Zeker is, dat de Foceërs uit Alalia op Corsika door de Etrusken en de Carthagers zijn weggejaagd. Een hypothese is, dat de Foceërs kolonies in Spanje hadden, zoals Alonis, Hemroskopeion, Mainakè, Akra Leukè, Abdera, Oinoussa, Molybdana.

13.15 Phocéens en occident J.P.Morel        La parola del passato
      certitudes et hypotheses              Napoli 1966


Van alles wat uit SYRIA 1969.
 De glashandel van Tipasa. In drie necropolen bij deze stad werden 198 glazen voorwerpen aangetroffen, die voornamelijk afkomstig zijn uit de Romeinse tijd (Flavische keizers & tijd van Severus).
 De voedende godin van Ugarit.
In 1952 na Chr. werd een groep ivoor gevonden in de hof van het paleis te Ugarit. Daaronder komt een afbeelding vooor van een godin met een dubbel paar vleugels. De haardracht gelijkt op die van Hathor. De godin draagt horens en boven haar is de zonneschijf weergeven. De godin draagt Syrische kleding. Er zijn dus vele invloeden te zien bij deze godin, maar het meeste komt toch wel Egypte en is door Kanaänieten ‘aangepast’. In de legenden van Ugarit zien we de voedende godin diverse malen terugkeren (Asherat/Aštarte/Anat). De teruggevonden afbeelding moet hiermee te maken hebben gehad.
 De god Shapash komt voor in het document RS 24.244 uit Ugarit.
Het is de godin van de zon en de slangen. Haar dochter ’um ph.l vervult een rol bij het vinden van een geneeswijze. Uiteindelijk kan de god Horon die geven.
 Op Cyprus gebruikt men cultuskarren.
Men heeft daar miniaturen van teruggevonden met name in Enkomi-Alasia. Op de kar bevindt zich een stier of os met personnage(s). Ze stammen uit de 14e-13e eeuw v.C (laat-Myceens) en de 12e eeuw v.C (ijzertijd).
 In Marîb in Zuid-Arabië bevindt zich een tempel, die terug te voeren op het Saba-koninkrijk. De opgravingen in 1951 na Chr. in de Timna-necropolis hebben honderden voorwerpen opgeleverd, waaronder een vrouwenkop uit albaster en een gouden halsketting.
 De term mqm ’lm wijst op een religieuze functie. Zij zou kunnen betekenen: opwekker van de goden. Ook de uitdrukking mtrh. ‘strny wijst in die richting. Wellicht is hier sprake van een verbinding met het Griekse: Astronoë?
De uitdrukking mlk ’mr kan als vertaling heilig offer hebben. Mlk ’dm betekent dan menselijk offer.
 Sidon heeft verschillende wijken, zoals blijkt uit de inscriptie KAI 15:
-       maritiem Sidon = bs.dn ym
-       het kwartier van de hoge hemelen = šmm rmm
-       het gebied van de Resafim = ’rs. Ršpm
-       koninklijk Sidon = s.dn mšl
 Volgens Peckham moet de chronologie van een aantal koningen uit Sidon als volgt zijn:
Eshmun‘azar I    479-470 v.C.
Tabnit       470-465
Eshmun‘azar II   465-451
 Op basis van teruggevonden series munten zou een deel van de koninklijke familie van Sidon er als volgt uit hebben kunnen gezien:
Straton I        375/4-361 v.C.
Mazday       361/0-357
Tennès       357/6-345
Evagoras II      345-343
Straton II       343/2-332
 Een hypothetische Fenicische kalender, waarbij alleen vaststaat, dat ’tnm komt voor p‘lt en dat mtn aan krr vooraf gaat:
-       ’tnm
-       p‘lt
-       bl
-       zbh.šmš
-       mtn
-       krr
-       mrp’
-       mrp’m
-       h.yr
-       zyb
-       mp’
-       …rm?
 Milik leest RES800/KAI17 als volgt:
1.Aan mijn meesteres Astarté
2.die woont tussen het volk/geslacht van de heiligen
3.mijn (meesteres)
 De tweede regel van CIS I,91 moet volgens Peckham als volgt worden gelezen:
Ik zegevierde over mijn onderdrukkers, die naar voren kwam (voor de veldslag), en hun bondgenoten. = ns.h.t ’t [rd]y hys.’m w‘zrnm
 Op de grote gedenkpenning van Carthago (CIS I, 6057-KAI 73) lezen we de naam van pgmlyn. Dit heeft geleid tot diverse interpretaties. Een relatie is mogelijk met de koning pmyytn van Cyprus, die Diodoros de naam van Pygmalion gaf.
 M.Ponsich vindt in 1965 na Chr.in de regio Tanger 8 Fenicische necropolen vanuit de periode 8e-5e eeuw v.C. De bewoners van die regio waren sedentair. Men leefde er van de jacht, visvangst en de landbouw.

13.18 Diversen                              in SYRIA 1969:
      1.Verrerie Antique  de Tipasa                       S.Lancel         
      2.Déeese nourricière  d'Ugarit                      W.A.Ward         
      3.Nouveaux documents  d'Ougarities           A.Caquot         
      4.Chars de culte de Chypre                           C.F.A.Schaeffer  
      5.Note d'archéologique   Sud Arabe           J.Pirenne        
      6.Bull.d'epigraphie                  o.a:
         semitique           J.Teixidor        [mqm 'lm,mlk'mr,Sidon,
                                            Byblos,Malta,kalender,Tyrus,
                                            Cyprus,Kition,Idalion,Kara‑
                                            tepe,Marathus,Carthago,San‑
                                            tuiaci,Sulcis,Cagliari,Pyrgi
                                            Avignon,Dj.Massoudj,Wadi el
                                            Amud]
      7.Ein Phönikisches  K.Galling
      Kultgerät(?) aus Kreta               
      8.Necropoles        M.Ponsich
      Phéniciennes de la   région de Tanger


Van alles wat uit SYRIA 1970.
 Na de storm van Alexander de Grote komt o.a. Syrië en een deel van de Libanon onder Seleucus I. Er worden nieuwe steden gebouwd zoals Antiochia en Seleucia. Andere bestaande plaatsen worden hernoemd, zoals Arvad, dat Aradus wordt. Er duiken steeds meer Griekse namen op, zoals Diospolis, Bytyllium, Charadrus, Heraclea, Laodicea, Daphne en Leukos Limen.
 Bij Shiqmona aan de kaap Carmel zijn in de Tell es-Semak kruiken gevonden met inscripties. Ze stammen uit de Perzische periode. Een daarvan heeft het opschrift krml en dat zeer wel de naam van de kaap kunnen betekenen.
 Inscriptie CIS I,10 wijst er op, dat de koning Pymiaton in de 3e eeuw v.C. regeerde over Kition, Idalion en Tamassos samen. De god Ršp-h.s. wordt in deze inscriptie eveneens genoemd. In een andere inscriptie (CIS I, 89-94) komt te Idalion echter een god Ršp-mkl naar voren.
 Antas op Sardinië is een heilige plaats, waar Sid, Shadrapa en Sardus Pater vereerd worden.  De eerste twee zijn al vele eeuwen bekend vanuit Fenicië.
 In 1964 na Chr. publiceren Hans Georg Niemeyer en Hermanfrid Schubart over Toscanos: een oude Punische faktorij aan de monding van de Rio Velez in Zuid-Spanje. De relaties met Mersa Madakh, Rachgoun en Mogador zijn opmerkelijk.
 Tartessos/Tarsis ligt ergens in of bij Spanje? In de overleveringen wordt gerept over:
dichtbij de zuilen van Hercules
op een eiland midden in de oceaan
op een eiland in de monding van de Tarsis-rivier
op twee dagen navigatie van Gadir
is datzelfde Gadir

13.19 Diversen:                             in SYRIA 1970
          1.Seleucus I et la fondation de la monar‑ H.Seyrig         
              chie syrienne         
          2.Bull.d'épigraphie sémitique           o.a:
                                            [Carthago,Malta,Karatepe,
                                            Shiqmona,Tas Silg,Paleo‑
                                            Castro,Kition,Idalion,Démé‑
                                            trias,Antas,Mozia]
          3.Toscanos 1964     H.G.Niemeyer + H Schubart     
          4.Sondage ouvert en 1962 sur l'Acropole de  Ras Shamrah         H.de Contenson   
          5.Byblos through the Ages            N.Jidejian       
          6.Tartessos y los origenes de la  colonizacion fenicia  en Occidente        J.M.Blàzquez     


De gewapende handelsassociatie tegen Rome.
De oorlogen tegen Rome worden door Cicero de Punische oorlogen genoemd. De huurlingenoorlog in 240-238 v.C. wordt door Polybios de bestandsloze oorlog of oorlog zonder pardon genoemd. In het jaar heeft 212 v.C. heeft Rome 25 legioenen onder de wapenen en dat staat voor ca.225.000 man. Tijdens de 2e Punische oorlog stuurt Carthago talrijke expeditiemachten naar Spanje, Sicilië, Sardinië en Ligurië ten getale van ca.80.000 man.


13.20 The Punic Wars      B.Caven           Univ. of London 1980
                                                                   Weidenfeld & Nicholson
                                           
De grootheid en zwakte van Hannibal.
Een zwakte en dus de bewering van Livius, dat Hannibal goddeloos zou zijn, is onjuist. Hij offert te Gadir aan Melkart. In een droom verschijnt Baäl-Hammon aan hem en waarbij een slangenmonster Italië verwoest. Hannibal respecteert het Héraion van Lacinion. Een andere zwakte zou zijn maitresse van Salapia geweest zijn, maar ook aan die bewering van Silius Italicus moet  getwijfeld worden. De grootheid van Hannibal lag vooral in zijn rol als legeraanvoerder. Er was minder succes op het diplomatieke vlak.

13.21 Profils de conquérants:    Grandeurs et faiblesses    J.Carcopino   Flammarion 1961
                                                    d'Hannibal                           












Dagboek van een mars.
Cartagena – Ebro = 32/33 dagen + 5 rustdagen   2600 stadia
Ebro – Ampurias = 20 dagen + 3 rustdagen       1600 stadia
Ampurias – Rhône = 20 dagen + 3 rustdagen  1600 stadia
Boten verzamelen = 2dagen
Hanno passage = 5 dagen
Over de Rhône = 1 dag
Gevecht ruiterij = 1 dag
Olifanten over Rhône = 1 dag
Langs de Rhône = 4 dagen
Op het eiland = 5 dagen
Langs de rivier? = 10 dagen
Begin beklimming = 1 dag
Allobrogen = 2/3 dagen
Hinderlagenmars = 6 dagen
Hogere beklimming = 9 dagen + 2 rustdagen
Op de hoogste pas = 1 dag
Afdaling = 9 dagen

13.22 Hannibal's War      J.F.Lazanby       Arts & Philis Ltd Warminster
      A Military history                    England
      of the 2d Punic War                   Selectie