vrijdag 6 februari 2015

Map3. pun.oorlog

Ringmap 3.

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
titel                   naam               bron/plaats
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
3.1.Hadremetum          L.Foucher          Univ.de Paris/Tunis 1964
                                           faculteiten der letteren
                                           [Aantekeningen en de
                                           voornaamste pagina's]

3.2.Hannibal's legacy   A.J.Toynbee        London/Oxford Univ.Press
    The Hannibalic War's                   New York Toronto 1965
    effects on Roman Life                  [Aantekeningen en de
                                           voornaamste pagina's]

3.3.ANEKDOTA            M.Isambert         Paris 1856, Fimin Didot
    Histoire secrdte de                    Fr.Klincksieck
    de Justinien, traduite de Procope      [gedeeltelijk]

3.4.Karthago,Syracuse
    und Rom             H.Meier Welcher    Ranke gesellschaft Heft 25/26
    Zur Grundfragen von                    Historisch‑Politische Hefte
    Frieden und Krieg                      [Aantekeningen]

3.5.Supplement aux      M.Astruc           Madrid 1954, Ecole des Hautes
    fouilles de Gouraya                    Etudes Hispaniques

3.6.Dionysius II,Dion
    en Timoleon         L.de Blois        [Aantekeningen]

3.7.Discoveries at
    Karatepe            J.Obermann         Yale univ.1948, Maryland
    Supplement to the
    Journal of the American
    Oriental Society

3.8.The development of
    the late phoenician Brian Peckham      Cambridge Mass.1968
    Scripts                                Harvard Univ.Press
                                           [Aantekeningen+afbeeldingen]

3.9.Hist économique     P.Marchetti        Brussel 1975, Académie Royale
    et monétaire de la                     de Belgique
    deuxidme guerrre punique               [Aantekeningen en de
                                           voornaamste pagina's]

3.10.Histoire Ancienne  G.Glotz            1938
     de Grecq (Ve siècle)                  [Aantekeningen+afbeeldingen]

3.11.Thuburbo Majus     E.M.Ruprechtsberger Antike Welt 13e jahr,Heft 4.
     Eine Römerstadt in                    Zeitschrift für Archäologie
     Tunesien                              und Kulturgeschichte

3.12.The Romanan prov.  C.R.Knapp          Univ.Microfilms International
     of Iberia to 100 B C                  London/Ann Arbor‑Michigan
                                           [Aantekeningen + voornaamste
                                           overzichten]

3.13.The Romanization   T.R.S.Broughton    [Aantekeningen]
     of Africa Proconsularis               Greenwood Press Publ./NY 1968

3.14.Cicéron            P.Wuilleumier      Paris 1961,les belles lettres
                                           [Cato l'Ancien]

3.15.The North African  B.H.Warmington     Univ.of Bristol, USA
     Provincies from                       [Aantekeningen]
     Diocletian to the                     Greenwood Press Publishers
     Vandal Conquest                       Afbeeldingen!

3.16.The Greeks and their                  [Aantekeningen]
     eastern neighbours T.J.Dunbabin       Greenwood, Connecticut

3.17.Hannibal als                          [Aantekeningen]
     Politiker          E.Groarg           Roma 1967 studia Hist.45
                                           "L'Erma"di Breitschneider

3.18.Inscriptions antiques
     du Maroc          L.Galand/J.Fevrier  Paris 1966
                                           [Aantekeningen + afbeeldingen
                                           + kaarten + inscripties]


‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Over het algemeen studies over de Punische landen.

 



Hoofdstuk 3.


Verstrengelde werelden.
De wereld van de Grieken, van de Perzen, van de Egyptenaren en van de Feniciërs waren geen werelden, die duidelijk van elkaar gescheiden waren.

Ø     We zien dat over grote afstanden bijvoorbeeld alleen al in de naamgeving van diverse nederzettingen. In de Pontus Euxinos (Zwarte zee) vinden we de plaatsen Tyras, Kerkinna en Olbia. Het verschil met Tyrus en Kerkenna (eiland bij Tunesië) is niet groot. Alleen de klinkers verschuiven. Een ander Olbia wordt gevonden op de noordkust van Sardinië. Abydos wordt zowel aangetroffen in Egypte, als aan de Hellespont. Calpe ligt in Bithynië, maar ook te Gibraltar. Zo zijn er vele andere voorbeelden te geven.

Ø     Een voorbeeld van de geografische verstrengeling op korte afstand is Alasia. Op Cyprus blijft de zuidelijke kust goeddeels in handen van de Feniciërs, daar waar op de rest van het eiland de Grieken de overhand krijgen. T.t.v. de Assyriër Sennacherib komt in 698 v.C. het land Que (Cilicië) in opstand. Uitdrukkelijk wordt daarbij vermeld, dat Que dat doet samen met het volk, dat leeft in de steden Iagira en Tarsos en dat waren dus Grieken!

Ø     De verstrengeling komt ook tot uiting binnen de diverse nederzettingen. Reeds in 720 v.C. is er te Asdod een Griekse aanvoerder aanwezig, die door de Assyriër Sargon verdreven wordt.

Ø     De legers en vloten in de Oudheid waren lang niet altijd strict gescheiden naar nationaliteit. In met name de Perzische legers en vloten vochten ook Griekse onderdelen. Ook in de diverse Carthaagse legers zijn we Griekse eenheden optreden.

3.10.Histoire Ancienne  G.Glotz            1938
        de Grecq (Ve siècle)                 

Azitawaddu.
Cilicië is een streek tussen Klein-Azië  en Syrië in. Deze streek heeft van oudsher een sterke Fenicische beïnvloeding ondergaan. Het bekendste voorbeeld daarvan is de vrij lange Fenicische inscriptie van Azitawaddu. Hij is de gezegende van Baäl en herstelt zijn koninkrijk. Hij versterkt zijn grenzen en breidt zijn invloed ook uit naar Bet Mupsh (het huis Mopsos). Hij brengt de Danunieten tot sedentaire woonplaatsen. Het is weer veilig in zijn koninkrijk. Men kan weer rustig reizen. In zijn hoofdstad bouwt hij een citadel. Hij aanbidt de goden Resheph SPRM, Baäl KRNTRYSH en de Baäl van de Hemelen.
Zijn inscriptie werd in 1947 na Chr. gevonden bij Karatepe. Het betreft een vrij onbekende koning uit het begin van het 1e millennium v.C. Hij is niet erg belangrijk, maar zijn koninkrijkje heeft een tijd van welvaart tijdens zijn leven genoten. Dat is wel zeker. Hij maakt gebruik van archaïsch Fenicisch.

3.7.Discoveries at
    Karatepe            J.Obermann         Yale univ.1948, Maryland
    Supplement to the
    Journal of the American
    Oriental Society

Grieken & Feniciërs in het begin.
In de 8e en 7e eeuw v.C. is de Griekse aanwezigheid aangetoond in Cilicië, Noord-Syrië en in Palestina. Pas in de 6e eeuw v.C. zien we hen in Fenicië zelf verschijnen. Aan de andere kant zijn de Feniciërs veel eerder in Griekenland aanwezig. Kadmos mag dan misschien een herinnering aan de Minoïsche tijd zijn geweest. Herodotos verhaalt echter overtuigend over de plaatsen Thera, Cythera, Thasos en Thebe, waar de Feniciërs al vroeg hun sporen hebben achtergelaten.  De archeologie heeft oosterse voorwerpen uit de 9e en 8e eeuw v.C. in Griekenland aangetoond. Op Rhodos moet in de 7e eeuw v.C. een Fenicische factorij geweest zijn.

3.16.The Greeks and their                 
         eastern neighbours T.J.Dunbabin       Greenwood, Connecticut

De ontwikkeling van het Fenicisch.
De tekens van de Fenicische letters veranderen door de eeuw heen.
De inscriptie vanuit de 9e eeuw op Cyprus gelijkt nog nauwelijks op de inscripties vanuit de 4e eeuw v.C.  De yod wil gaan kantelen. De shin wordt van een soort W tot een soort moerasteken. De Zajin verandert van een Z teken tot een I teken. Er zijn ook letters, die min of meer hetzelfde blijven, zoals bijboorbeeld de Bet.

3.8.The development of
       the late phoenician Brian Peckham      Cambridge Mass.1968
      Scripts                                                    Harvard Univ.Press

Hadrumetum/Hadramaut.
Sousse op de oostkust van Tunesië werd door de Romeinen Hadrumetum genoemd. De plaats wordt voor het eerst genoemd in pseudo-Scylax in 347 v.C. De klassieke schrijver Sallustius zegt, dat Hadrumetum eerder werd gesticht door de Feniciërs dan Carthago. Solinus ziet de stichting vanuit Tyrus plaatsvinden: Hadrumeto atque Carthagini auctor est a Tyro populus. De oudste vondst (d.w.z.tot 1964 na Chr) is een pot (en urnen in nissen geplaatst) uit de 7e eeuw v.C. De pot werd dicht bij de grote moskee op 0.70m diepte teruggevonden. Het Punische Hadrumetum ligt tussen de tofet en de haven in het park Nicolle en op de heuvel Bou Jaffar. Polybios noemt de streek rond Hadrumetum overigens Byssatis.
De naam Hadrumetum heeft men op veel manieren proberen te verklaren. J.Tixeront legt een paralel met Adramyttium in Troiade. Bochart ziet in de naam de Hebreeuwse stam M E A en in het meervoud M O A T. Dat betekent 100 en dus zou het de stad zijn van 100 maten of metingen. Movers ziet er de naam Adarmelek in, m.a.w. volgens hem het heiligdom van Moloch. Pellegrin wijst op het woord Hadaroumet. Hier zit de stam D A R O M (=zuid) in en de gehele naam zou dan betekenen: degene van het zuiden. Scaliger duidt op de relatie met de streek Hadramaut in Zuid-Arabië, hetgeen voorportaal van de dood (=MOT) betekent, ofwel vestibule van Pluto. Dit laatste sluit aan bij ‘degene, die van het zuiden komt’. Bovendien is er een theorie vanuit de Oudheid zelf, dat de Feniciërs uit Zuid-Arabië kwamen.
De familie Barca had trouwens nabij Hadrumetum haar landgoed. Na zijn Italische expeditie keert Hannibal ook hier weer terug. Na de verloren slag bij Zama haast Hannibal zich terug naar Hadrumetum. Wanneer hij in 195 v.C. voor  de Romeinse dreiging moet vluchten, gaat hij via Hadrumetum en Kerkenna naar het oosten en komt daar terecht te Tyrus. Het lijkt wel, of hij de beweringen van Solinus wil accentueren.

3.1.Hadremetum          L.Foucher          Univ.de Paris/Tunis 1964
                                                               faculteiten der letteren

Hannibal 4.
Edmund Groag heeft geprobeerd de politiek en het beleid van Hannibal te doorgronden. Had hij (en de andere Barciden) wel een eigen politieke agenda? In zijn conflict met Saguntum vraagt hij bijvoorbeeld aan de Raad van Carthago hoe hij zich moet opstellen. Streefde hij een oorlogspolitiek na? De manier om een (geslaagde) oorlog te beginnen is nou niet die, welke begint met de belegering van een stad. Het is voorts opmerkelijk, dat hij in het verdrag met Philippus van Macedonia slechts genoemd wordt als een strateeg. De indruk bestaat, dat hij slechts de veldheer was en dat in zijn gevolg politici waren meegereisd, die voor het beleid zorg droegen. In veel Italische steden kiest het volk voor Hannibal, maar is de adel voor Rome. Terug in Carthago weet Hannibal met steun van de volksvergadering een bestuurlijke hervorming er door te drukken. De werkelijke vijanden van Hannibal en zijn stad Carthago blijken zowel de aristocratie in Italië als de oligarchie in zijn eigenstad Carthago te zijn. Het lijkt op een monsterverbond.

3.17.Hannibal als                         
         Politiker          E.Groag           Roma 1967 studia Hist.45
                                                         "L'Erma"di Breitschneider


De erfenis van Hannibal.
De gevolgen van de veldtocht van Hannibal door Italië zijn veelomvattend geweest. Aangezien hij vooral het zuidelijk deel van Italië bezocht, ontstaan er nieuwe industriële en stedelijke gebied in Etrurië en aan de kust van Latium. Op het platteland van vooral Zuid-Italië vindt er een exodus plaats naar de steden. De uitschakeling van Capua heeft voor Rome het gunstige gevolg, dat de stad deze gevaarlijke economische concurrent kwijt raakte. Appianos verklaart in de Libyca 63, dat Hannibal 400 steden heeft verwoest. De klassieke auteurs noemen bijvoorbeeld de volgende plaatsnamen, waar verwoestingen en/of deportaties plaatsvonden: Nuceria, Acerrae,  Herdoniae, Terina, gebied van Beneventum, gebied van Falerna, Sinuessa. Aan de andere kant is de wraak van de Romeinen bij het terugveroveren niet minder erg, zoals bij steden van de Hirpini en het gebied van de Caudini. Polybios meldt daarover in X 15-16: Wanneer de Romeinen een stad stormerderhand innemen, dan slachten ze elk levend wezen af tot de honden aan toe. Daarna volgt de plundering door de helft van het leger, terwijl de andere helft op wacht staat. Tenslotte volgt de verkoop van de eventueel nog in leven gebleven inwoners. Talloos zijn ook de executies van notabelen, verraders en collaborateurs. Hele menigtes verdwijnen in de slavernij. Volgens de Sanctis schijnt Hannibal 12 legioenen te hebben uitgeschakeld op een totaal van 46. Waarschijnlijk heeft de oorlog aan 200.000 Romeinen en hun voornamelijk Latijnse bondgenoten het leven gekost. Het vlakke platteland is goeddeels verwoest. Het gevolg is, dat de boerenbevolking na de oorlog meer de bergen intrekken. Na de oorlog zijn er in Italië meer dan 1.000.000 slaven.
Het meest dramatische is echter wel het verlies aan mensenlevens. Het aantal burgers van Rome wordt gehalveerd:
Jaar                         aantal burgers Rome     bron
                             Civium capita
230/229 of 225/224 v.C.      273.000                 Pol. II 24,16
209/208 v.C.                 137.108                 Liv. XXVII 36

3.2.Hannibal's legacy         A.J.Toynbee        London/Oxford Univ.Press
      The Hannibalic War's                               New York Toronto 1965
       effects on Roman Life


Monetaire implicaties van de 2e Punische oorlog.
Tussen 214 en 201 v.C. was de Romeinse staat aan de bekostiging van de legioenen en garnizoen het immense bedrag van 73.100.000 denari kwijt. In diezelfde periode werd aan 36.700.000 denari geheven. Daarnaast werd voor 25.460.000 denari buitgemaakt aan goederen, zilver en goud. Dan blijft er toch nog een negatief verschil van 10.940.000 denari. Dit zal door particuliere bijdragen of door de uitgifte van extra-geld bijvoorbeeld zijn opgevuld.
We zien ook een voortdurende devaluatie van de munten. Het gewicht daalt van 4.548 naar 3.60 gram.

3.9.Hist économique     P.Marchetti        Brussel 1975, Académie Royale
      et monétaire de la                              de Belgique
      deuxidme guerrre punique              


Oorzaak van oorlog in de Oudheid.
De oorlogen in de Oudheid kwamen veelal niet tot stand door politieke motieven, of door volksvijandschap Ook, dat rassen met elkaar zouden botsen is niet te staven. De strijd tussen Rome en Carthago is wel eens afgeschilderd, als een strijd van Europa tegen Afrika. Het is een grove versimpeling en een etikettering achteraf. De werkelijke oorzaak lag meestal in de economische sfeer of het had te maken met persoonlijke motieven.  De Griekse kolonisten op Sicilië hadden bijvoorbeeld land nodig voor hun landbouw en kwamen daarbij in botsing van de Siculiërs én op den duur ook met de Carthagers, die op de westpunt van het eiland zaten. De tiran van Syracuse Dionysios I heeft als echte doelstelling vermeerdering van zijn macht en versteviging van zijn positie. Als voorwendsel voor de door hem ontlokte oorlogen gebruikt hij de kreet, dat de Barbaren verdreven moeten worden. Bij de Siculiërs vindt hij nauwelijks gehoor, maar in het moederland Hellas juist wel. Het is opmerkelijk, dat tijdens deze Griekse oorlogen en zelfs de Punische oorlogen de handel toch zo goed en zo kwaad als het ging doorging. Na elke oorlog kwam meestal ook een vredesverdrag en daarin was de economische component niet onbelangrijk.

3.4.Karthago,Syracuse   und Rom      H.Meier Welcher    Ranke gesellschaft Heft 25/26
      Zur Grundfragen von                                                    Historisch‑Politische Hefte
      Frieden und Krieg                     

Socio-economische achtergrond van de Syracusaanse tyrannis.

Omstreeks 370 v.C. ontstaat er grote sociale onrust in de Griekse stadsstaten. Er komt steeds meer grootgrondbezit. De burgers worden armer en er komen steeds meer slaven. De prijs van het graan gaat met 50% omhoog. Vanaf ca.360 v.C. wordt de productie van goud en zilver gestaag opgevoerd. Het gevolg is een toenemende inflatie. De kleine landbouwers krijgen te maken met een steeds hogere schuldenlast. Tussen 357-354 v.C. wordt dan ook door het volk op Sicilië een herverdeling van het land afgedwongen. Het volk ondersteunt de alleenheersers, zoals Timoleon en Agathocles. Deze tirannen zetten zich vooral af tegen de z.g. oligarchische club van 600 in Syracuse. Het is niet verwonderlijk, dat juist de Griekse oligarchie herhaaldelijk een beroep op Carthago doet, want die stad werd eveneens door een oligarchisch getint bestuur geleid. Door in feite de socio-economische achtergond wordt Carthago steeds weer betrokken bij de Grieks-Siciliaanse zaak.


3.6.Dionysius II,Dion
       en Timoleon         L.de Blois       

Gouraya.
De Fenicische plaats Gunugu op de Algerijnse kust heeft drie necropolen. Het daar gevonden materiaal stamt goeddeels uit de 3e en 2e eeuw v.C. Kenmerkend voor Gunugu zijn de beschilderde struisvogeleierschalen. Naast geometrische motieven, worden er ook palmbladeren, menselijke figuren en dieren op afgebeeld. Er ligt een duidelijke relatie met het Spaanse Villaricos (Baria), waar ook in grote getale beschilderde struisvogeleieren zijn teruggevonden. Zelfs de overheersende ornamentale  kenmerkende tekens gelijken op elkaar. Gunugu moet niet alleen duidelijke verbindingen gehad hebben met Villaricos, maar ook met Ibiza, Carthago, Djidjelli en zelfs Tingi.

3.5.Supplement aux      M.Astruc           Madrid 1954, Ecole des Hautes
       fouilles de Gouraya                          Etudes Hispaniques


Keltiberië.
Spanje en Portugal verkeren voor een belangrijk deel gedurende slecht een kwart eeuw onder de heerschappij van de Carthagers. De zuidelijke kusten zijn daarentegen eeuwenlang het invloedsgebied van de Feniciërs en later Carthago.
Na de Carthagers komen in de loop van de 2e eeuw v.C. schoorvoetend de Romeinen. De kusten in het zuiden en oosten hadden ze al sinds ca.207-205 v.C in handen, maar het binnenland zal voor heel wat problemen zorgen. Speciaal Lusitanië zal een harde noot blijken te zijn.
In de Baetica was het ook al niet pluis, want hier vecht Astapa zich letterlijk tot de laatste man, vrouw en kind dood. In 184 v.C. nemende Romeinen Corbio in en de inwoners worden tot slaaf gemaakt. In 182 v.C. wordt Urbia verwoest.
In 154 v.C. vallen de Lusitaniërs de Baetis-vallei binnen. Ze overwinnen achtereenvolgens Mummius, Vetilius en Fabius Aemilianus. Ook in 154 v.C. barst een grote opstand uit bij de Arevaciërs. De Romeinen sturen er 30.000 man op af, maar er zijn nog 20 jaar en 10 veldtochten nodig om de Arevaciërs en de Vacciërs in te tomen. In 145 v.C. nemen de Lusitaniërs Urso (Osuna) in. In 143 v.C. wordt te Ituca (Montes) een Romeins garnizoen door Viriathus verdreven.
De Romeinse veldheer Servilianus kan zijn troepen slechts van de ondergang redden door de leider van de Lusitaniërs Viriathus als vriend van Rome te erkennen. In de winter van 142/141 v.C. neemt Servilianus 10.000 man krijgsgevangen. Daarvan laat hij 500 man onthoofden en de rest wordt tot slaaf gemaakt. In 141 v.C. komt er een verdrag van Rome met Viriathus. Hij wordt echter door een beroeps’killer’uitgeschakeld. Daarna maken de Romeinen Galba en Didus zich schuldig aan verraad en oorlogsmisdaden in de weer opgelaaide strijd. Didus moet dat bekopen met de dood, want hij wordt in zijn eigen kamp door de Keltiberiërs vermoord. In 137 v.C.moet Mancinus zijn gehele leger bij de Keltiberiërs inleveren, maar toch brokkelt de weerstand tegen de opeenvolgende Romeinse invallen langzaam af. In het noorden van Spanje valt Numantia na een lang beleg in handen van de Romeinen en wordt uitgemoord. De val van deze Iberische stad vormt eigenlijk het keerpunt in de oorlog, want vanaf die tijd is er van grote georganiseerde tegenstand niet veel meer te bespeuren.
Gadir, ofwel Gades behoudt nog lang zijn Fenicische trekken. Hier blijft de kennis van de Atlantische reizen nog lang bewaard. Ebusos blijft ook nog lang Punisch van aard. Nog t.t.v.Tiberius gebruikt Gades het Neo-Punisch op zijn munten. De stad gaat ook pas formeel in 122 v.C. tot de Romeinse staat behoren.
Carthago-nova behoudt zijn naam. Malaca, Carteia, Cartama en Abdera zijn de andere plaatsen, waar we nog tijdens de Romeinse bezetting Fenicische en/of Punische elementen kunnen terugvinden.

3.12.The Romanan prov.  C.R.Knapp          Univ.Microfilms International
         of Iberia to 100 B C                             London/Ann Arbor‑Michigan
 
Cato de Oudere.
In het jaar 44 na Chr. schrijft Cicero over de ouderdom t.a.v. Cato de oudere in een brief aan T.Pomponius Atticus het volgende, waarbij hij Cato zelf aan het woord laat:
Denkt U zich eens in bij toeval, dat ik ,na deelgenomen te hebben als soldaat, tribuun, legaat en consul bij elk soort oorlog, inactief blijf op dit moment, dat ik geen oorlog meer voer? Maar ik geef aan de Senaat aan welk beleid men moet voeren en hoe: de slechte plannen overziende, die Carthago reeds lang koestert, verklaar ik haar al ver van tevoren de oorlog, aan haar, die ik niet zal ophouden te vrezen, voordat ik van haar verwoesting zal hebben gehoord.
Hij zou het misschien zo wel eens gezegd kunnen hebben zo’n twee eeuwen eerder.


3.14.Cicéron            P.Wuilleumier      Paris 1961,les belles lettres
         [Cato l'Ancien]

Na de dood van Carthago.
Niet alleen Carthago werd verwoest, maar volgens Strabo (XVII 3,16) ook de steden Neferis, Tunis, Neapolis en Clupea. Daarentegen krijgen de steden Utica, Theudalis, Uzalis, Thapsus, Acholla, Leptimus en Hadrumetum de status van CIVITATES LIBERAE ET IMMUNES, omdat zij zich vanaf het begin met Rome hebben verbonden. De meeste bewoners van Carthago zijn als slaaf verkocht. De bevolking van de 300 dorpen, die Carthago nog had, is op de vlucht geslagen dieper het binnenland in. Het gevolg is, dat het platteland direct rond het voormalige Carthago er verlaten bij ligt. De tuinen worden niet meer onderhouden en het land wordt niet meer verbouwd. Er treedt in 124 v.C. zelfs een sprinkhanenplaag op en een pestepidemie (Orosius V).  Het voormalige Carthaagse land van granen, olijven, vruchten en vee werd dus na 146 v.C. goeddeels braakliggend en tenslotte gaan de Romeinen het gebruiken als grootschalig graanbouwland. Alleen de 7 ‘vrije’steden behouden nog hun tuinbouwcultuur.
Pomponius Mela schrijft in boek I, 41:
Dus de kustregio’s worden bewoond door landbouwers, wier gewoonten niet erg verschillen van de onze, behalve, dat een aantal van hen van ons verschillen in taal en cultus. Want zij houden hun oude goden en aanbidden hen op de oude manier. De  mensen achter in het binnenland hebben geen steden, maar hebben behuizingen, die zij ‘mapalia’noemen. Hun leven is hard en zij hebben geen comfort…………. De mensen verder in het binnenland zijn nog minder beschaafd en zij trekken rond met hun kudden ………..
Pomponius Mela beschrijft in feite achtereenvolgens de Punische steden, de Libyërs en de Numidiërs.
Na de ondergang van Carthago gaat er veel veranderen in dit eenvoudige beeld. In de Bagrada vallei vestigen zich Italische kolonisten. De plattelandsbevolking, die in heuveldorpen leeft, geraakt steeds meer gepuniseerd. De civitates in het binnenland. Zoals Thignica, Numluli, Avensis, Thibans, Thugga, Agbia, Uchi Maius, Thimide Bure, Tigibba Bure en Thubursicum Bure bezitten een Punische en Libysche vorm van spraak, organisatie en aanbidding der oude goden. De gevluchte Carthagers brengen actieve Punische instituties naar de bergen in het centraal massief bij Mactar. In feite ontstaan er 2 soorten dubbele gemeenschappen: die van de Romeinen/Latijnen en die van de Puniërs/Libyërs.
Deze gemeenschappen hebben geen plichten tegenover elkaar en pas na eeuwen zullen die meer in elkaar opgaan. De Romeinse landgoederen hadden slechts een beperkte romanisatie tot gevolg. De manieren en gewoonten van de massa verandert niet of nauwelijks. Juist nu spreidt de Punische taal zich uit over het platteland en blijft de taal van het gewone volk. Het gewone volk aanbidt nog steeds, zij het onder andere Romeinse namen, dezelfde oude goden en ook op de oude manier, totdat pas na eeuwen het Christendom kwam, een andere godsdienst, maar wel een Semietische! De op den duur uitbrekende strijd tussen Katholieken en Donatisten markeert een inheemse ‘revival’. De Romeinen pasten zich aan Afrika aan. Zij gaven het vrede en welvaart, maar Afrika werd nooit echt Romeins, afgezien van de verstedelijking en de architectuur.

3.13.The Romanization   T.R.S.Broughton   
         of Africa Proconsularis               Greenwood Press Publ./NY 1968

Thuburbo maius.
Na 146 v.C. namen de Romeinen niet alleen de vele Punische steden over in wat we nu Tunesië noemen, maar ze maakten ook nieuwe steden en meestal waren dat kolonies voor hun veteranen. Waarschijnlijk is Thuburbo maius zo’n stad, maar toch is het opmerkelijk, dat we er toch tempels van Saturnus (Baäl Hammon), Caelestis (Tanit), Esculapius (Ešmoen) en Baalit vinden. Speciaal met de tempel van Ešmoen is iets bijzonders, want hier moeten gebruiken in acht genomen, die duidelijk zijn terug te voeren op de Punisch-Libysche cultuur.

3.11.Thuburbo Majus     E.M.Ruprechtsberger Antike Welt 13e jahr,Heft 4.
         Eine Römerstadt in                                    Zeitschrift für Archäologie
         Tunesien                                                     und Kulturgeschichte

Noord-Afrika in de laat-Romeinse tijd.
De streek is de graanschuur van Rome. Wanneer bijvoorbeeld in 68 na Chr.Clodius Macer in opstand komt, dan heerst er honger in Rome. In de laat-Romeinse tijd blijft het onrustig in Noord-Afrika. Tegen de fiscale vorderingen van Maximus Thrax breekt in 238 na Chr. een revolte uit te Thysdrus. Diocletianus ziet zich genoodzaakt om de Romeinse grens terug te leggen naar de Oud Loukkos in Mauretanië. In 288 na Chr. breekt er een opstand uit o.l.v.Bavares in het Kabylisch gebergte. In Numidia en Africa Proconsularis krijgen de Donatisten vaste voet aan de grond. De Donatisten verheerlijken het martelaarschap. Zij bedienen zich overigens van het Latijn en het Punisch. In 363-365 na Chr. vallen de Asturiani het gebied Tripolitania binnen. In 340 na Chr. zien we de opkomst van de Circumcelliones, die geleid worden door Axido en Fasir. In feite zijn dit de arme ontevredenen, die op grote schaal aan het plunderen slaan. Ten tijde van St.Augustinus treffen we bij Hippo Regius een machtige familie van Afrikaanse oorsprong. Zij noemen zich de ARADII. Er is niets bewezen, maar ligt er een verbinding met de plaats Bou Arada of zelfs met het Aradus in Fenicië?

3.15.The North African  B.H.Warmington     Univ.of Bristol, USA
         Provincies from                      
         Diocletian to the                                     Greenwood Press Publishers
         Vandal Conquest                     


Punisch Mauretanië.
We komen inscripties o.a. tegen in de plaatsen Lixus, Thamusida, Volubilis, Banasa, Mogador, Rabat en Melilla. Het zijn meestal wij-inscripties. We komen de namen tegen van Sagash, Akbar, Šaphot, Ariš, Baälshillek, Mago, Adoni(baäl), Ben-Hodes, Achab, Himilkat? en een enkele Egyptische naam. Libysche namen in Punische inscripties zijn o.a. Bariko, Peres en Tsabahtam. Vele inscripties zijn overigens erg fragmentarisch.

3.18.Inscriptions antiques
     du Maroc          L.Galand/J.Fevrier  Paris 1966
                                                                                     
Justinianus.
Het Oost-Romeinse keizerrijk van Justinianus moeten we plaatsen in de 6e eeuw na Chr. Het is Procopius, die de geografie van die tijd beschrijft. De naam van Fenicië komt nog steeds voor. In de Levant zijn er twee provincies met die naam: Phoenicia aan de zeekust en Phoenicia Libanon meer in het binnenland. Ten zuiden van de Sinaï wordt de kust van Arabië aangeduid met Phoeniconte, hetgeen betekent: land van de palmen. We vinden hier ook de havenplaats Phoenicon. Op de punt van de Sinaï blijkt een tempel bestaan te hebben, die gewijd was aan de moeder van de goden. Zo’n zelfde tempel werd door Justinianus gesticht in Carthago.


3.3.ANEKDOTA            M.Isambert         Paris 1856, Fimin Didot
      Histoire secrète de                               Fr.Klincksieck
      de Justinien, traduite de Procope     





ncfps

Geen opmerkingen:

Een reactie posten