Ringmap 3.
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
titel naam bron/plaats
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
3.1.Hadremetum
L.Foucher Univ.de
Paris/Tunis 1964
faculteiten der letteren
[Aantekeningen en de
voornaamste pagina's]
3.2.Hannibal 's
legacy A.J.Toynbee London/Oxford Univ.Press
The
Hannibalic War's New York Toronto
1965
effects on Roman Life
[Aantekeningen en de
voornaamste pagina's]
3.3.ANEKDOTA M.Isambert Paris 1856, Fimin Didot
Histoire secrdte de
Fr.Klincksieck
de Justinien, traduite de Procope [gedeeltelijk]
3.4.Karthago,Syracuse
und Rom H.Meier Welcher Ranke gesellschaft Heft 25/26
Zur Grundfragen von Historisch‑Politische Hefte
Frieden und Krieg [Aantekeningen]
3.5.Supplement
aux M.Astruc Madrid 1954, Ecole des Hautes
fouilles de Gouraya Etudes Hispaniques
3.6.Dionysius II,Dion
en Timoleon L.de
Blois [Aantekeningen]
3.7.Discoveries at
Karatepe
J.Obermann Yale univ.1948,
Maryland
Supplement
to the
Journal of
the American
Oriental
Society
3.8.The development of
the late
phoenician Brian Peckham Cambridge Mass.1968
Scripts
Harvard Univ.Press
[Aantekeningen+afbeeldingen]
3.9.Hist économique
P.Marchetti Brussel 1975, Académie Royale
et monétaire de la
de Belgique
deuxidme guerrre
punique [Aantekeningen en
de
voornaamste pagina's]
3.10.Histoire
Ancienne G.Glotz 1938
de Grecq (Ve siècle) [Aantekeningen+afbeeldingen]
3.11.Thuburbo
Majus E.M.Ruprechtsberger Antike Welt
13e jahr,Heft 4.
Eine Römerstadt in Zeitschrift für Archäologie
Tunesien und Kulturgeschichte
3.12.The Romanan prov.
C.R.Knapp Univ.Microfilms
International
of Iberia
to 100 B C London/Ann
Arbor‑Michigan
[Aantekeningen + voornaamste
overzichten]
3.13.The
Romanization T.R.S.Broughton [Aantekeningen]
of Africa Proconsularis Greenwood Press Publ./NY 1968
3.14.Cicéron
P.Wuilleumier Paris 1961,les
belles lettres
[Cato
l'Ancien]
3.15.The North African
B.H.Warmington Univ.of
Bristol, USA
Provincies
from
[Aantekeningen]
Diocletian
to the Greenwood Press
Publishers
Vandal Conquest Afbeeldingen!
3.16.The Greeks and their [Aantekeningen]
eastern
neighbours T.J.Dunbabin Greenwood , Connecticut
3.17.Hannibal
als
[Aantekeningen]
Politiker
E.Groarg Roma 1967 studia Hist.45
"L'Erma"di Breitschneider
3.18.Inscriptions
antiques
du Maroc L.Galand/J.Fevrier Paris 1966
[Aantekeningen + afbeeldingen
+
kaarten + inscripties]
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Over het algemeen studies over de Punische landen.
Hoofdstuk 3.
Verstrengelde werelden.
De wereld van de Grieken, van de Perzen, van de
Egyptenaren en van de Feniciërs waren geen werelden, die duidelijk van elkaar
gescheiden waren.
Ø
We zien dat over grote afstanden bijvoorbeeld alleen al in de
naamgeving van diverse nederzettingen. In de Pontus Euxinos (Zwarte zee) vinden
we de plaatsen Tyras, Kerkinna en Olbia. Het verschil met Tyrus en Kerkenna
(eiland bij Tunesië) is niet groot. Alleen de klinkers verschuiven. Een ander
Olbia wordt gevonden op de noordkust van Sardinië. Abydos wordt zowel aangetroffen
in Egypte, als aan de Hellespont. Calpe ligt in Bithynië, maar ook te
Gibraltar. Zo zijn er vele andere voorbeelden te geven.
Ø
Een voorbeeld van de geografische verstrengeling op korte afstand is
Alasia. Op Cyprus blijft de zuidelijke kust goeddeels in handen van de
Feniciërs, daar waar op de rest van het eiland de Grieken de overhand krijgen.
T.t.v. de Assyriër Sennacherib komt in 698 v.C. het land Que (Cilicië) in
opstand. Uitdrukkelijk wordt daarbij vermeld, dat Que dat doet samen met het volk,
dat leeft in de steden Iagira en Tarsos en dat waren dus Grieken!
Ø
De verstrengeling komt ook tot uiting binnen de diverse nederzettingen.
Reeds in 720 v.C. is er te Asdod een Griekse aanvoerder aanwezig, die door de
Assyriër Sargon verdreven wordt.
Ø
De legers en vloten in de Oudheid waren lang niet altijd strict
gescheiden naar nationaliteit. In met name de Perzische legers en vloten
vochten ook Griekse onderdelen. Ook in de diverse Carthaagse legers zijn we
Griekse eenheden optreden.
3.10.Histoire Ancienne G.Glotz 1938
de
Grecq (Ve siècle)
Azitawaddu.
Cilicië is een streek tussen Klein-Azië en Syrië in. Deze streek heeft van oudsher
een sterke Fenicische beïnvloeding ondergaan. Het bekendste voorbeeld daarvan
is de vrij lange Fenicische inscriptie van Azitawaddu. Hij is de gezegende van
Baäl en herstelt zijn koninkrijk. Hij versterkt zijn grenzen en breidt zijn
invloed ook uit naar Bet Mupsh (het huis Mopsos). Hij brengt de Danunieten tot
sedentaire woonplaatsen. Het is weer veilig in zijn koninkrijk. Men kan weer
rustig reizen. In zijn hoofdstad bouwt hij een citadel. Hij aanbidt de goden
Resheph SPRM, Baäl KRNTRYSH en de Baäl van de Hemelen.
Zijn inscriptie werd in 1947 na Chr. gevonden bij
Karatepe. Het betreft een vrij onbekende koning uit het begin van het 1e
millennium v.C. Hij is niet erg belangrijk, maar zijn koninkrijkje heeft een
tijd van welvaart tijdens zijn leven genoten. Dat is wel zeker. Hij maakt
gebruik van archaïsch Fenicisch.
3.7.Discoveries
at
Karatepe J.Obermann Yale univ.1948, Maryland
Supplement to the
Journal of the American
Oriental Society
Grieken & Feniciërs in het begin.
In de 8e en 7e eeuw v.C. is de
Griekse aanwezigheid aangetoond in Cilicië, Noord-Syrië en in Palestina. Pas in
de 6e eeuw v.C. zien we hen in Fenicië zelf verschijnen. Aan de
andere kant zijn de Feniciërs veel eerder in Griekenland aanwezig. Kadmos mag
dan misschien een herinnering aan de Minoïsche tijd zijn geweest. Herodotos
verhaalt echter overtuigend over de plaatsen Thera, Cythera, Thasos en Thebe,
waar de Feniciërs al vroeg hun sporen hebben achtergelaten. De archeologie heeft oosterse voorwerpen uit
de 9e en 8e eeuw v.C. in Griekenland aangetoond. Op
Rhodos moet in de 7e eeuw v.C. een Fenicische factorij geweest zijn.
3.16.The
Greeks and their
eastern neighbours T.J.Dunbabin Greenwood, Connecticut
De ontwikkeling van het Fenicisch.
De tekens van de Fenicische letters veranderen door
de eeuw heen.
De inscriptie vanuit de 9e eeuw op Cyprus
gelijkt nog nauwelijks op de inscripties vanuit de 4e eeuw v.C. De yod wil gaan kantelen. De shin wordt van
een soort W tot een soort moerasteken. De Zajin verandert van een Z teken tot
een I teken. Er zijn ook letters, die min of meer hetzelfde blijven, zoals
bijboorbeeld de Bet.
3.8.The
development of
the late phoenician Brian Peckham Cambridge Mass.1968
Scripts
Harvard Univ.Press
Hadrumetum/Hadramaut.
Sousse op de oostkust van Tunesië werd door de
Romeinen Hadrumetum genoemd. De plaats wordt voor het eerst genoemd in
pseudo-Scylax in 347 v.C. De klassieke schrijver Sallustius zegt, dat
Hadrumetum eerder werd gesticht door de Feniciërs dan Carthago. Solinus ziet de
stichting vanuit Tyrus plaatsvinden: Hadrumeto
atque Carthagini auctor est a Tyro populus. De oudste vondst (d.w.z.tot
1964 na Chr) is een pot (en urnen in nissen geplaatst) uit de 7e
eeuw v.C. De pot werd dicht bij de grote moskee op 0.70m diepte teruggevonden.
Het Punische Hadrumetum ligt tussen de tofet en de haven in het park Nicolle en
op de heuvel Bou Jaffar. Polybios noemt de streek rond Hadrumetum overigens
Byssatis.
De naam Hadrumetum heeft men op veel manieren
proberen te verklaren. J.Tixeront legt een paralel met Adramyttium in Troiade.
Bochart ziet in de naam de Hebreeuwse stam M E A en in het meervoud M O A T.
Dat betekent 100 en dus zou het de stad zijn van 100 maten of metingen. Movers
ziet er de naam Adarmelek in, m.a.w. volgens hem het heiligdom van Moloch.
Pellegrin wijst op het woord Hadaroumet. Hier zit de stam D A R O M (=zuid) in
en de gehele naam zou dan betekenen: degene van het zuiden. Scaliger duidt op
de relatie met de streek Hadramaut in Zuid-Arabië, hetgeen voorportaal van de
dood (=MOT) betekent, ofwel vestibule van Pluto. Dit laatste sluit aan bij
‘degene, die van het zuiden komt’. Bovendien is er een theorie vanuit de
Oudheid zelf, dat de Feniciërs uit Zuid-Arabië kwamen.
De familie Barca had trouwens nabij Hadrumetum haar
landgoed. Na zijn Italische expeditie keert Hannibal ook hier weer terug. Na de
verloren slag bij Zama haast Hannibal zich terug naar Hadrumetum. Wanneer hij
in 195 v.C. voor de Romeinse dreiging
moet vluchten, gaat hij via Hadrumetum en Kerkenna naar het oosten en komt daar
terecht te Tyrus. Het lijkt wel, of hij de beweringen van Solinus wil
accentueren.
3.1.Hadremetum L.Foucher Univ.de Paris/Tunis 1964
faculteiten der letteren
Hannibal 4.
Edmund Groag heeft geprobeerd de politiek en het
beleid van Hannibal te doorgronden. Had hij (en de andere Barciden) wel een
eigen politieke agenda? In zijn conflict met Saguntum vraagt hij bijvoorbeeld
aan de Raad van Carthago hoe hij zich moet opstellen. Streefde hij een
oorlogspolitiek na? De manier om een (geslaagde) oorlog te beginnen is nou niet
die, welke begint met de belegering van een stad. Het is voorts opmerkelijk,
dat hij in het verdrag met Philippus van Macedonia slechts genoemd wordt als
een strateeg. De indruk bestaat, dat hij slechts de veldheer was en dat in zijn
gevolg politici waren meegereisd, die voor het beleid zorg droegen. In veel
Italische steden kiest het volk voor Hannibal, maar is de adel voor Rome. Terug
in Carthago weet Hannibal met steun van de volksvergadering een bestuurlijke
hervorming er door te drukken. De werkelijke vijanden van Hannibal en zijn stad
Carthago blijken zowel de aristocratie in Italië als de oligarchie in zijn
eigenstad Carthago te zijn. Het lijkt op een monsterverbond.
3.17.Hannibal als
Politiker E.Groag Roma 1967 studia Hist.45
"L'Erma"di Breitschneider
De erfenis van Hannibal.
De gevolgen van de veldtocht van Hannibal door
Italië zijn veelomvattend geweest. Aangezien hij vooral het zuidelijk deel van
Italië bezocht, ontstaan er nieuwe industriële en stedelijke gebied in Etrurië
en aan de kust van Latium. Op het platteland van vooral Zuid-Italië vindt er
een exodus plaats naar de steden. De uitschakeling van Capua heeft voor Rome
het gunstige gevolg, dat de stad deze gevaarlijke economische concurrent kwijt
raakte. Appianos verklaart in de Libyca 63, dat Hannibal 400 steden heeft
verwoest. De klassieke auteurs noemen bijvoorbeeld de volgende plaatsnamen,
waar verwoestingen en/of deportaties plaatsvonden: Nuceria, Acerrae, Herdoniae, Terina, gebied van Beneventum,
gebied van Falerna, Sinuessa. Aan de andere kant is de wraak van de Romeinen
bij het terugveroveren niet minder erg, zoals bij steden van de Hirpini en het
gebied van de Caudini. Polybios meldt daarover in X 15-16: Wanneer de Romeinen een stad stormerderhand innemen, dan slachten ze
elk levend wezen af tot de honden aan toe. Daarna volgt de plundering door de
helft van het leger, terwijl de andere helft op wacht staat. Tenslotte volgt de
verkoop van de eventueel nog in leven gebleven inwoners. Talloos zijn ook
de executies van notabelen, verraders en collaborateurs. Hele menigtes
verdwijnen in de slavernij. Volgens de Sanctis schijnt Hannibal 12 legioenen te
hebben uitgeschakeld op een totaal van 46. Waarschijnlijk heeft de oorlog aan
200.000 Romeinen en hun voornamelijk Latijnse bondgenoten het leven gekost. Het
vlakke platteland is goeddeels verwoest. Het gevolg is, dat de boerenbevolking
na de oorlog meer de bergen intrekken. Na de oorlog zijn er in Italië meer dan
1.000.000 slaven.
Het meest dramatische is echter wel het verlies aan
mensenlevens. Het aantal burgers van Rome wordt gehalveerd:
Jaar aantal
burgers Rome bron
Civium capita
230/229 of 225/224 v.C. 273.000 Pol.
II 24,16
209/208 v.C. 137.108 Liv. XXVII 36
3.2.Hannibal 's legacy
A.J.Toynbee London /Oxford
Univ.Press
The Hannibalic War's New York Toronto
1965
effects on Roman Life
Monetaire implicaties van de 2e Punische
oorlog.
Tussen 214 en 201 v.C. was de Romeinse staat aan de
bekostiging van de legioenen en garnizoen het immense bedrag van 73.100.000
denari kwijt. In diezelfde periode werd aan 36.700.000 denari geheven.
Daarnaast werd voor 25.460.000 denari buitgemaakt aan goederen, zilver en goud.
Dan blijft er toch nog een negatief verschil van 10.940.000 denari. Dit zal
door particuliere bijdragen of door de uitgifte van extra-geld bijvoorbeeld
zijn opgevuld.
We zien ook een voortdurende devaluatie van de munten.
Het gewicht daalt van 4.548 naar 3.60 gram.
3.9.Hist
économique P.Marchetti Brussel 1975, Académie Royale
et monétaire de la de Belgique
deuxidme
guerrre punique
Oorzaak van oorlog in de Oudheid.
De oorlogen in de Oudheid kwamen veelal niet tot
stand door politieke motieven, of door volksvijandschap Ook, dat rassen met
elkaar zouden botsen is niet te staven. De strijd tussen Rome en Carthago is
wel eens afgeschilderd, als een strijd van Europa tegen Afrika. Het is een
grove versimpeling en een etikettering achteraf. De werkelijke oorzaak lag
meestal in de economische sfeer of het had te maken met persoonlijke
motieven. De Griekse kolonisten op
Sicilië hadden bijvoorbeeld land nodig voor hun landbouw en kwamen daarbij in
botsing van de Siculiërs én op den duur ook met de Carthagers, die op de
westpunt van het eiland zaten. De tiran van Syracuse Dionysios I heeft als
echte doelstelling vermeerdering van zijn macht en versteviging van zijn
positie. Als voorwendsel voor de door hem ontlokte oorlogen gebruikt hij de
kreet, dat de Barbaren verdreven moeten worden. Bij de Siculiërs vindt hij
nauwelijks gehoor, maar in het moederland Hellas juist wel. Het is opmerkelijk,
dat tijdens deze Griekse oorlogen en zelfs de Punische oorlogen de handel toch
zo goed en zo kwaad als het ging doorging. Na elke oorlog kwam meestal ook een
vredesverdrag en daarin was de economische component niet onbelangrijk.
3.4.Karthago,Syracuse und Rom
H.Meier Welcher Ranke
gesellschaft Heft 25/26
Zur
Grundfragen von Historisch‑Politische Hefte
Frieden
und Krieg
Socio-economische achtergrond van de Syracusaanse
tyrannis.
Omstreeks 370 v.C. ontstaat er grote sociale onrust in de Griekse stadsstaten. Er komt steeds meer grootgrondbezit. De burgers worden armer en er komen steeds meer slaven. De prijs van het graan gaat met 50% omhoog. Vanaf ca.360 v.C. wordt de productie van goud en zilver gestaag opgevoerd. Het gevolg is een toenemende inflatie. De kleine landbouwers krijgen te maken met een steeds hogere schuldenlast. Tussen 357-354 v.C. wordt dan ook door het volk op Sicilië een herverdeling van het land afgedwongen. Het volk ondersteunt de alleenheersers, zoals Timoleon en Agathocles. Deze tirannen zetten zich vooral af tegen de z.g. oligarchische club van 600 in Syracuse. Het is niet verwonderlijk, dat juist de Griekse oligarchie herhaaldelijk een beroep op Carthago doet, want die stad werd eveneens door een oligarchisch getint bestuur geleid. Door in feite de socio-economische achtergond wordt Carthago steeds weer betrokken bij de Grieks-Siciliaanse zaak.
3.6.Dionysius II,Dion
en
Timoleon L.de Blois
Gouraya.
De Fenicische plaats Gunugu op de Algerijnse kust
heeft drie necropolen. Het daar gevonden materiaal stamt goeddeels uit de 3e
en 2e eeuw v.C. Kenmerkend voor Gunugu zijn de beschilderde
struisvogeleierschalen. Naast geometrische motieven, worden er ook
palmbladeren, menselijke figuren en dieren op afgebeeld. Er ligt een duidelijke
relatie met het Spaanse Villaricos (Baria), waar ook in grote getale
beschilderde struisvogeleieren zijn teruggevonden. Zelfs de overheersende
ornamentale kenmerkende tekens gelijken
op elkaar. Gunugu moet niet alleen duidelijke verbindingen gehad hebben met
Villaricos, maar ook met Ibiza, Carthago, Djidjelli en zelfs Tingi.
3.5.Supplement
aux M.Astruc Madrid 1954, Ecole des Hautes
fouilles de Gouraya Etudes Hispaniques
Keltiberië.
Spanje en Portugal verkeren voor een belangrijk deel
gedurende slecht een kwart eeuw onder de heerschappij van de Carthagers. De
zuidelijke kusten zijn daarentegen eeuwenlang het invloedsgebied van de
Feniciërs en later Carthago.
Na de Carthagers komen in de loop van de 2e
eeuw v.C. schoorvoetend de Romeinen. De kusten in het zuiden en oosten hadden
ze al sinds ca.207-205 v.C in handen, maar het binnenland zal voor heel wat
problemen zorgen. Speciaal Lusitanië zal een harde noot blijken te zijn.
In de Baetica was het ook al niet pluis, want hier
vecht Astapa zich letterlijk tot de laatste man, vrouw en kind dood. In 184
v.C. nemende Romeinen Corbio in en de inwoners worden tot slaaf gemaakt. In 182
v.C. wordt Urbia verwoest.
In 154 v.C. vallen de Lusitaniërs de Baetis-vallei
binnen. Ze overwinnen achtereenvolgens Mummius, Vetilius en Fabius Aemilianus.
Ook in 154 v.C. barst een grote opstand uit bij de Arevaciërs. De Romeinen
sturen er 30.000 man op af, maar er zijn nog 20 jaar en 10 veldtochten nodig om
de Arevaciërs en de Vacciërs in te tomen. In 145 v.C. nemen de Lusitaniërs Urso
(Osuna) in. In 143 v.C. wordt te Ituca (Montes) een Romeins garnizoen door
Viriathus verdreven.
De Romeinse veldheer Servilianus kan zijn troepen
slechts van de ondergang redden door de leider van de Lusitaniërs Viriathus als
vriend van Rome te erkennen. In de winter van 142/141 v.C. neemt Servilianus
10.000 man krijgsgevangen. Daarvan laat hij 500 man onthoofden en de rest wordt
tot slaaf gemaakt. In 141 v.C. komt er een verdrag van Rome met Viriathus. Hij
wordt echter door een beroeps’killer’uitgeschakeld. Daarna maken de Romeinen
Galba en Didus zich schuldig aan verraad en oorlogsmisdaden in de weer
opgelaaide strijd. Didus moet dat bekopen met de dood, want hij wordt in zijn
eigen kamp door de Keltiberiërs vermoord. In 137 v.C.moet Mancinus zijn gehele
leger bij de Keltiberiërs inleveren, maar toch brokkelt de weerstand tegen de
opeenvolgende Romeinse invallen langzaam af. In het noorden van Spanje valt
Numantia na een lang beleg in handen van de Romeinen en wordt uitgemoord. De
val van deze Iberische stad vormt eigenlijk het keerpunt in de oorlog, want
vanaf die tijd is er van grote georganiseerde tegenstand niet veel meer te
bespeuren.
Gadir, ofwel Gades behoudt nog lang zijn Fenicische
trekken. Hier blijft de kennis van de Atlantische reizen nog lang bewaard.
Ebusos blijft ook nog lang Punisch van aard. Nog t.t.v.Tiberius gebruikt Gades
het Neo-Punisch op zijn munten. De stad gaat ook pas formeel in 122 v.C. tot de
Romeinse staat behoren.
Carthago-nova behoudt zijn naam. Malaca, Carteia,
Cartama en Abdera zijn de andere plaatsen, waar we nog tijdens de Romeinse
bezetting Fenicische en/of Punische elementen kunnen terugvinden.
3.12.The
Romanan prov. C.R.Knapp Univ.Microfilms International
of Iberia to 100 B C London/Ann Arbor‑Michigan
Cato de Oudere.
In het jaar 44 na Chr. schrijft Cicero over de
ouderdom t.a.v. Cato de oudere in een brief aan T.Pomponius Atticus het
volgende, waarbij hij Cato zelf aan het woord laat:
Denkt U zich
eens in bij toeval, dat ik ,na deelgenomen te hebben als soldaat, tribuun,
legaat en consul bij elk soort oorlog, inactief blijf op dit moment, dat ik
geen oorlog meer voer? Maar ik geef aan de Senaat aan welk beleid men moet
voeren en hoe: de slechte plannen overziende, die Carthago reeds lang koestert,
verklaar ik haar al ver van tevoren de oorlog, aan haar, die ik niet zal
ophouden te vrezen, voordat ik van haar verwoesting zal hebben gehoord.
Hij zou het misschien zo wel eens gezegd kunnen
hebben zo’n twee eeuwen eerder.
3.14.Cicéron P.Wuilleumier Paris 1961,les belles lettres
[Cato l'Ancien]
Na de dood van Carthago.
Niet alleen Carthago werd verwoest, maar volgens
Strabo (XVII 3,16) ook de steden Neferis, Tunis, Neapolis en Clupea.
Daarentegen krijgen de steden Utica, Theudalis, Uzalis, Thapsus, Acholla,
Leptimus en Hadrumetum de status van CIVITATES LIBERAE ET IMMUNES, omdat zij
zich vanaf het begin met Rome hebben verbonden. De meeste bewoners van Carthago
zijn als slaaf verkocht. De bevolking van de 300 dorpen, die Carthago nog had,
is op de vlucht geslagen dieper het binnenland in. Het gevolg is, dat het
platteland direct rond het voormalige Carthago er verlaten bij ligt. De tuinen
worden niet meer onderhouden en het land wordt niet meer verbouwd. Er treedt in
124 v.C. zelfs een sprinkhanenplaag op en een pestepidemie (Orosius V). Het voormalige Carthaagse land van granen,
olijven, vruchten en vee werd dus na 146 v.C. goeddeels braakliggend en
tenslotte gaan de Romeinen het gebruiken als grootschalig graanbouwland. Alleen
de 7 ‘vrije’steden behouden nog hun tuinbouwcultuur.
Pomponius Mela schrijft in boek I, 41:
Dus de
kustregio’s worden bewoond door landbouwers, wier gewoonten niet erg
verschillen van de onze, behalve, dat een aantal van hen van ons verschillen in
taal en cultus. Want zij houden hun oude goden en aanbidden hen op de oude
manier. De mensen achter in het
binnenland hebben geen steden, maar hebben behuizingen, die zij
‘mapalia’noemen. Hun leven is hard en zij hebben geen comfort…………. De mensen
verder in het binnenland zijn nog minder beschaafd en zij trekken rond met hun
kudden ………..
Pomponius Mela beschrijft in feite achtereenvolgens de
Punische steden, de Libyërs en de Numidiërs.
Na de ondergang van Carthago gaat er veel veranderen
in dit eenvoudige beeld. In de Bagrada vallei vestigen zich Italische
kolonisten. De plattelandsbevolking, die in heuveldorpen leeft, geraakt steeds
meer gepuniseerd. De civitates in het binnenland. Zoals Thignica, Numluli, Avensis,
Thibans, Thugga, Agbia, Uchi Maius, Thimide Bure, Tigibba Bure en Thubursicum
Bure bezitten een Punische en Libysche vorm van spraak, organisatie en
aanbidding der oude goden. De gevluchte Carthagers brengen actieve Punische
instituties naar de bergen in het centraal massief bij Mactar. In feite
ontstaan er 2 soorten dubbele gemeenschappen: die van de Romeinen/Latijnen en
die van de Puniërs/Libyërs.
Deze gemeenschappen hebben geen plichten tegenover
elkaar en pas na eeuwen zullen die meer in elkaar opgaan. De Romeinse
landgoederen hadden slechts een beperkte romanisatie tot gevolg. De manieren en
gewoonten van de massa verandert niet of nauwelijks. Juist nu spreidt de
Punische taal zich uit over het platteland en blijft de taal van het gewone
volk. Het gewone volk aanbidt nog steeds, zij het onder andere Romeinse namen,
dezelfde oude goden en ook op de oude manier, totdat pas na eeuwen het
Christendom kwam, een andere godsdienst, maar wel een Semietische! De op den
duur uitbrekende strijd tussen Katholieken en Donatisten markeert een inheemse
‘revival’. De Romeinen pasten zich aan Afrika aan. Zij gaven het vrede en
welvaart, maar Afrika werd nooit echt Romeins, afgezien van de verstedelijking
en de architectuur.
3.13.The
Romanization T.R.S.Broughton
of Africa Proconsularis Greenwood Press Publ./NY 1968
Thuburbo maius.
Na 146 v.C. namen de Romeinen niet alleen de vele
Punische steden over in wat we nu Tunesië noemen, maar ze maakten ook nieuwe
steden en meestal waren dat kolonies voor hun veteranen. Waarschijnlijk is
Thuburbo maius zo’n stad, maar toch is het opmerkelijk, dat we er toch tempels
van Saturnus (Baäl Hammon), Caelestis (Tanit), Esculapius (Ešmoen) en Baalit
vinden. Speciaal met de tempel van Ešmoen is iets bijzonders, want hier moeten
gebruiken in acht genomen, die duidelijk zijn terug te voeren op de
Punisch-Libysche cultuur.
3.11.Thuburbo Majus E.M.Ruprechtsberger Antike Welt 13e
jahr,Heft 4.
Eine
Römerstadt in
Zeitschrift für Archäologie
Tunesien
und Kulturgeschichte
Noord-Afrika in de laat-Romeinse tijd.
De streek is de graanschuur van Rome. Wanneer
bijvoorbeeld in 68 na Chr.Clodius Macer in opstand komt, dan heerst er honger
in Rome. In de laat-Romeinse tijd blijft het onrustig in Noord-Afrika. Tegen de
fiscale vorderingen van Maximus Thrax breekt in 238 na Chr. een revolte uit te
Thysdrus. Diocletianus ziet zich genoodzaakt om de Romeinse grens terug te
leggen naar de Oud Loukkos in Mauretanië. In 288 na Chr. breekt er een opstand
uit o.l.v.Bavares in het Kabylisch gebergte. In Numidia en Africa Proconsularis
krijgen de Donatisten vaste voet aan de grond. De Donatisten verheerlijken het
martelaarschap. Zij bedienen zich overigens van het Latijn en het Punisch. In
363-365 na Chr. vallen de Asturiani het gebied Tripolitania binnen. In 340 na
Chr. zien we de opkomst van de Circumcelliones, die geleid worden door Axido en
Fasir. In feite zijn dit de arme ontevredenen, die op grote schaal aan het
plunderen slaan. Ten tijde van St.Augustinus treffen we bij Hippo Regius een
machtige familie van Afrikaanse oorsprong. Zij noemen zich de ARADII. Er is
niets bewezen, maar ligt er een verbinding met de plaats Bou Arada of zelfs met
het Aradus in Fenicië?
3.15.The
North African B.H.Warmington Univ.of Bristol, USA
Provincies from
Diocletian to the Greenwood Press
Publishers
Vandal Conquest
Punisch Mauretanië.
We komen inscripties o.a. tegen in de plaatsen
Lixus, Thamusida, Volubilis, Banasa, Mogador, Rabat en Melilla. Het zijn
meestal wij-inscripties. We komen de namen tegen van Sagash, Akbar, Šaphot,
Ariš, Baälshillek, Mago, Adoni(baäl), Ben-Hodes, Achab, Himilkat? en een enkele
Egyptische naam. Libysche namen in Punische inscripties zijn o.a. Bariko, Peres
en Tsabahtam. Vele inscripties zijn overigens erg fragmentarisch.
3.18.Inscriptions antiques
du
Maroc L.Galand/J.Fevrier Paris 1966
Justinianus.
Het Oost-Romeinse keizerrijk van Justinianus moeten
we plaatsen in de 6e eeuw na Chr. Het is Procopius, die de geografie
van die tijd beschrijft. De naam van Fenicië komt nog steeds voor. In de Levant
zijn er twee provincies met die naam: Phoenicia aan de zeekust en Phoenicia
Libanon meer in het binnenland. Ten zuiden van de Sinaï wordt de kust van
Arabië aangeduid met Phoeniconte, hetgeen betekent: land van de palmen. We
vinden hier ook de havenplaats Phoenicon. Op de punt van de Sinaï blijkt een
tempel bestaan te hebben, die gewijd was aan de moeder van de goden. Zo’n
zelfde tempel werd door Justinianus gesticht in Carthago.
3.3.ANEKDOTA M.Isambert Paris 1856, Fimin Didot
Histoire
secrète de
Fr.Klincksieck
de
Justinien, traduite de Procope
ncfps

Geen opmerkingen:
Een reactie posten