Ringmap 10
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
titel naam plaats/bron
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
10.1.Dionysius
I K.F.Stroheker Wiesbaden/Franz Steiner
Verlag [Alleen aantekeningen]
10.2.The seasonal pattern Academisch proefschrift
in the Ugaritic Myth Amsterdam , 1971
of Ba'lu J.C.de Moor Kevelaer 1971
according to the Verlag Butzon &
Becker
version of Ilimilku 50%
10.3.Lebanon in history K.Hitti New York 1957 Princeton Univ
[aantekeningen + enige
teksten met afbeeldingen]
10.4.Sidon
F.C.Eiselen [selectie]
A Study in Oriental
History
10.5.Geschiedenis van het [alleen aantekeningen]
joodse volk H.H.Ben Sasson Verlag C.H.Beck
10.6.Byblos through
the ages N.Jidejian Beiroet/Dar el Mackreq Publ.
Een grote selectie, veel
afbeeldingen, foto's,
citaten]
KONINGSLIJST
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Voornamelijk Fenicische studies.
Hoofdstuk 10.
De mythe van Ba’lu.
In Ugarit schrijft Ilimilku
op een groot aantal tabletten o.a. deze mythe van Ba’lu op Dit moet tussen 1367
en 1361 v.C. zijn gebeurd t.t.v. Niqmaddu II van Ugarit. Deze was een
tijdgenoot van Amenophis IV van Egypte en Šuppiluliuma I van de Hettieten. De
mythe is veel ouder dan de tabletten. Waarschijnlijk heeft de mythe in de 17e
eeuw v.C. zijn basisvorm gekregen.
De hoofdpersonen en veelal
goden en godinnen van de mythe:
Ba’lu: de held, berijder van
de wolken
‘Anatu: zijn zuster
Atiratu: vrouwe van de zee
Ilu: de vader, de stier en
hoofdgod
Pidrayu: meisje van de
honingachtige dauw
Tallayu: meisje van de
regenachtige dauw
Arsayu: meisje van de ……..
Yammu: god van de zee
Tumuqu: de schaduw van Ba’lu
Nahuru: de rechter
Ilu/Daganu: vader van Ba’lu
Haddu: de vervuller
Kôtaru-wa-Hasisu: de smid
van de goden
Môtu: god van de dood en
onderwereld
Šapšu: het licht van de
goden
Aršu: leeft in de zee
Tunnanu: leeft in de zee
Bergen spelen een voorname
rol:
Lêlu
Sapanu
Het is een seizoensverhaal.
Ba’lu moet vechten tegen Yammu (de zee)
en Môt (de woestijn). Ba’lu sterft in de hete zomer, wanneer het gewas op de
velden verdord, maar komt weer tot leven bij de leven gevende regens in de
winter. Hij wordt terzijde gestaan door zijn krijgszuchtige zuster Anat. De
hoofdgod El zit erbij en kijkt ernaar. De goden blijken gewoon te drinken, te
eten en te vechten.
10.2.The seasonal pattern Academisch proefschrift
in the Ugaritic Myth Amsterdam, 1971
of Ba'lu J.C.de
Moor Kevelaer 1971
according to the Verlag Butzon &
Becker
version of Ilimilku
Het Fenicische Libanon in
namen.
Enige fysisch-geografische
namen:
Nahr Ibrahim Adonis rivier
Nahr al Kalb Hondsrivier
Nahr Beiroet Magoras
Ahl al-Jabal mensen van de bergen
Wadi Qadisha de heilige vallei
Kanaän wordt als volgt
genoemd door de:
Hurrieten KNAGGI
Akkadiërs KINAKHI
Feniciërs KENA
Hebreeuwers KENA‘AN
Enige plaatsen:
Amrit MRT (fen) Marathus (lat)
Gubla (kan ) Gebal (fen) Jubayl
(arab) Byblos
(gr) Byblus (lat) Kupna (eg)
Beiroet BE-RU-TH (fen) = bronnen Berytus (lat)
10.3.Lebanon in
history K.Hitti New York 1957 Princeton Univ
Sidon 3.
De stad ligt in een nauwe
kustvlakte van enige kilometers in breedte. In het noorden stroomt de
Nahr-al-Auwaly in zee en ten zuiden van Sidon ligt de Nahr Senik. De
waterbronnen in de omgeving zijn de Ain-al-Kanterah en de Ain-al-Zaherany. Met
zoveel zoet water beschikbaar is het geen wonder, dat Sidon en omgeving een
soort tuinstad werd. Idrisi in 1154 na Chr. spreekt nog steeds over tuinen en
bomen in de omgeving van Sidon en Ibn Batûta heeft het in 1355 na Chr. over een
stad vol met fruitbomen.
In de Assyrische inscripties
en in de El-Amarna brieven komt Sidon naar voren als:
- S.i-du-un-nu
- S.i-du-nu
- Zi-du-na
- Zi-tu-na
De naam komt van Sidos of
Side. Eustathius zegt, dat Sidon gebouwd werd door Belus en de stad naar zijn
dochter Side noemde. Diverse Griekse schrijvers verklaren, dat de zoon van
Aegyptos de stad bouwde en het naar Sidos vernoemde. Dit sluit enigszins aan
bij de Bijbel, waarin staat, dat Canaan Sidon als eerstgeborene kreeg.
Justinius ziet in de 1e eeuw na Chr. in Sidon het woord VIS zitten
en Sidon zou dus de vis-stad zijn.
Sidon zou wel eens de oudste
stad kunnen zijn van Zuidelijk Fenicië. De eerstgeborene van Canaan is namelijk
Sidon. In het Oude Testament worden de Sidoniërs veelal gelijkgesteld met de
Feniciërs. Op munten van Sidon wordt de stad als de hoofdstad aangeduid. Het
begin van Sidon zou wel eens rond 2800 v.C. gesteld kunnen worden. De stad
schijnt echter pas laat belangrijk gewoden te zijn. In de Egyptische tijd zijn
Byblos (Gebal) en Arvad eigenlijk belangrijker dan Sidon en Tyrus.
De kolonies van Sidon worden
maar spaarzaam in de overlevering genoemd. Meestal wordt gerefereerd aan Tyrus.
Een enkele overlevering rept echter over het feit, dat Sidon de moeder zou zijn
van Kambe, Hippo, Citium en Tyrus. Kambe zou misschien Carthago kunnen zijn.
Leptis zou gesticht zijn door vluchtelingen uit Sidon, maar er zijn andere
verklaring, dat Tyrus of Carthago zelf de aanstichters zouden zijn. Vaak kan er
ook sprake zijn van een herkolonisatie. Dor Joppa zijn geen echte kolonies van
Sidon, maar kreeg de stad in de Perzisch tijd gewoon overgdragen.
Egyptische vazalkoning: ca.1375 v.C. Zimrida
Tyrische koningen in Sidon: ca. 738 v.C. Hiram I
ca. 734 v.C Metana
ca. 730-701 v.C Luli
Assyrische vazalkoningen ca. 701-? V.C Tubalu
?
– 678 v.C Abdimilkutti
Perzische vazalkoningen ca. 445 v.C ‘m
Ca. 435 v.C bm
Ca. 425 v.C ‘b
Ca. 410 v.C m
Ca. 400 v.C b
Ca. 380 v.C b
374-362 v.C Strato I
362-351 v.C Tennes
350-346 v.C Euagoras van Salamis
Vazalkoningen van Alexander/Ptolemeën
332 - ? v.C. Abdaloniums
ca. 325 v.C Ešmunazar I
ca. 320 v.C Tabnit
ca.314-300 v.C Ešmunazar II (Em-Aštart)
ca.300-280 v.C Bod-Aštart
ca.280-275 v.C Philocles
10.4.Sidon F.C.Eiselen [selectie]
A Study in Oriental
History
Over infiltratie, invallen,
assimilatie en symbiose.
In de 18e en 19e
eeuw v.C. dringen Hoerrieten en Mittanni door in de kuststreekstaten van de
Levant. In de 17e en 16e eeuw v.C volgt de heerschappij
van de Hyksos, waarna de Egyptenaren weer het heft in handen nemen. Volken en
stammen versmelten met elkaar. Dat gaat niet altijd even gemakkelijk. Zo valt Thutmosis
II en stam in Zuid-Kanaän aan: Schasu of Schosu of Schosim. Het zijn bedoeïnen
uit de Negev woestijn. Onder de regering van Amenophis III vallen Sutu-nomaden
karavanen aan. Dan ook treden Chabiru op, die als soldeniers dienst doen. De
koning van Babylon beklaagt zich bij Amenophis IV in een brief, dat zijn
karavanen beroofd werden bij Netofa (Sebulon). Onder Sethos I (1308-1290 v.C)
wordt er melding gemaakt van de infiltratie van nomadische groepen in Galilea.
De Hebreeën komen onder Joshua aan bij Jericho. In 1219 v.C. vindt er een
algehele opstand plaats in Kanaän tegen het Egyptische gezag. Dan ook is er
voor het eerst sprake van Israël. Omstreeks 1200 v.C. nemen de Hebreeërs bezit
van Jeruzalem. Ramses III vecht tegen de zeevolken en herstelt de macht van
Egypte over de Kanaänieten en de Hebreeërs in een deel van Kanaän. De
Fenicische steden blijven daarvan gevrijwaard en worden onafhankelijk. Ondanks
de formele onderwerping aan Egypte staan de Kanaänieten en de Hebreeërs
vijandig tegenover elkaar. Rechters I, 19: Ze (de Hebreeërs) kunnen de Kanaänieten van de vlakte niet verdrijven, omdat ze de
ijzeren wagen niet hebben. Sommige Joodse stammen in de vlakte zijn zelfs
tribuutplichtig en moeten dwangarbeid verrichten.
Ondertussen hebben de Tjeker
zich in Dor genesteld en vinden we de Filistijnen bij Ašdod, Aškalon, Gath,
Gaza en Ekron. Een laatste grote vloedgolf van infiltratie wordt gevormd door
de stammen van de Arameeën omstreeks 1100 v.C. Tiglat-Pileser heeft 28
veldtochten nodig tegen hen.
Een eeuw later is het
koninkrijk van David ontstaan. De Filistijnen zijn uit de bergen bij Jeruzalem
verdreven en de laatste Kanaänietische enclaves (Megiddo, Taanach en Bet-Shean)
worden geannexeerd.
10.5.Geschiedenis van
het joodse volk H.H.Ben Sasson Verlag C.H.Beck
Byblos 1.
De naam betekent: papyrus
rol.
Opgravingen:
1860 na Chr. Ernest Renan
1919 na Chr. Pierre Montet
1925 na
Chr. Maurice Dunand
Enige historische gegevens:
# Farao Snefroe (2650-2600
v.C) laat 40 schepen cederhout halen in Byblos.
# Invasies van de Amorieten
tussen 2300-2100 v.C.
# Bouw van de tempel van de
obelisken.
# Graf 2 van de koninklijke
begraafplaats heeft de volgende inscriptie:
De graaf van Byblos, Ibshemuabi, die het leven herhaalt, zoon van de
graaf Abishemu, de triomferende.
# Voorts prinsen van Byblos:
Akäy + Akery (zoon van Abishemu).
# Een Egyptenaar Si-nuhe
zoekt zijn heil in Byblos en staat onderde protectie van Ammi-enshi (heerser
van boven-Retenu).
# Rib-addi van Byblos biedt
samen met Ammunira van Beruta weerstand aan Abdi-Ashirta, Aziru en Pubahla. Het
Milim volk uit Arvad doet ook een aanval.
# De naam van het eiland
Melos (=Mimblis=Mimalles) is terug te voeren op Byblos en is misschien een
kolonie van Byblos geweest.
# De Egyptenaar Wen-Amon bezoekt
Zakar-Baäl van Byblos om hout voor de farao te halen.
# Tiglat-Pileser I van
Assyrië haalt cederhout weg uit de Libanon en ontvangt o.a. van Byblos (Gub-la)
een tribuut (ca.1175 v.C).
# Tiglat-Pileser III van
Assyrië ontvangt tribuut van Sibitti-Be‘l van Byblos. Dit is de Shipit-Baäl,
die in 740 v.C. over Byblos regeerde.
# Sennacherib van Assyrië
ontvangt tribuut van Urumilki van Byblos in 701 v.C.
# Esarhaddon van Assyrië
ontvangt tribuut van Matanbaäl van Byblos.
In de Nieuw-Babylonische en
Perzische tijd komt Byblos nauwelijks nog in het nieuws. In religieus opzicht
blijft de stad echter het middelpunt van de Fenicische wereld.
10.6.Byblos
through the ages N.Jidejian Beiroet/Dar el Mackreq Publ.
Dictators.
De Grieken hebben in de Oudheid vele alleenheersers gehad.
Dit tot hun eigen leed, maar ook tot het leed van Carthagers. Dionysios I
regeert maar liefst 38 jaren en vrijwel geheel deze periode ligt hij ook met
Carthago overhoop. Dionysios I komt aan de macht door te steunen op de ‘demos’
(=het volk). Eerlijk is eerlijk, Dionysios I opende niet de vijandelijkheden in
406 v.C. Carthago was reeds in 410 v.C. begonnen om orde op zaken te stellen in
haar overzeesche provincie op Sicilië. Selinous en Himera worden verwoest.
Daarna komt er vrede, maar er is een onruststoker Hermokrates, die zich o.a. in
het gehavende Selinous vestigt. Opnieuw wil Carthago de Grieken tot de orde
roepen en neemt na veel strijd in 406 v.C. Akragas in. Na een jaar wordt
Dionysios I bij Gela verslagen, waarna Carthago een voordelige vrede met de
tiran kan afsluiten. Carthago denkt alles geregeld te hebben, maar Dionysios I
komt verschillende malen op het oorlogspad terug en evenzovele malen moeten de
Carthagers met wisselend succes ingrijpen. In 398, 394, 382, 379 en 368 v.C.
neemt hij telkens de wapens weer op, maar wordt uiteindelijk ook weer
teruggeslagen. Motya, Eryx en diverse Sicanische en Elymische steden moeten het
ontgelden. Aan de andere kant staan de Carthagers ook voor de poorten van
Syracuse. Tot een echte beslissing komt het nooit. Tussen door weet Dionysios I
ook nog de Etrusken en de Bruttiërs in Italië te bestrijden. Op Sicilië zelf
zuchten een groot aantal Griekse en Siculische steden vaak onder zijn juk.
Bij zijn laatste aanval met 300 triremen en 30.000 man op
Lilybaion lijdt de tiran tenslotte een rampzalige nederlaag. Bij Drepana
vernietigen de Carthagers 130 Grikese triremen. In 367 v.C. sterft Dionysius I.
10.1.Dionysius I K.F.Stroheker Wiesbaden/Franz Steiner Verlag
Geen opmerkingen:
Een reactie posten