vrijdag 6 februari 2015

Map1. afrika

RINGMAP 1 Afrika.

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
titel                   schrijver            overig
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
1.1.Die Bevölkerung     J.Beloch             Leipzig 1886
    der Griechisch‑                          Verlag von Duncker &
    Römischen Welt                           Humblot

1.2.Tipasa de Mavrétanie S.Lancel            Algiers 1971
                         M.Bouchenaki        Ministère de l'information
                                             et de la culture

1.3.Maison à péristyle  R.Rebuffat           Paris 1969
    d'Afrique du Nord                        Mélanges d'Archéologie
    Répertoire de plan                       et d'Histoire
    publiés [Banasa,Cotta,Thamusida,Volubilis,Caesarea,Cuicul,
             Hippo Regius,Lambaesis,Port‑Romain,Portus Magnus,Thamugadi,
             Thibilis,Tipasa,Althiburos,Carthago,Gigthis,Hadrumetum,
             Mactaris,Neapolis,Thuburbo Maius,Thugga,Thysdrus,Utica,
             Uthina,Sabratha,Taguira,Zliten]

1.4.Garamantian Exca‑   Ch.M.Daniels         Libya Antiqua 1968
    vations:Zinchecra                        Vol.V. Tripoli
                                             Dep.of Antiquities

1.5.Kerkouane           J.P.Morel            Paris 1969
    Ville punique du                         Rémarques Archéologiques
    Cap Bon                                  et historiques

1.6.Pyrrhus             P.Lévèque            Paris 1957

1.7.Nora                A.Dupont‑Sommer      CRAI 1948
    Nouvelle lecture
    d'un inscription
    phénicienne archaïque de Nora
    en Sardaigne (CIS I,144)

1.8.L'inscription punique A.Dupont‑Sommer    1964, CCLII‑3
    Récemment découverte                     Imprimerie nationale
    à Pyrgi (Italie)

1.9.Éres pompéiennes des villes de Phénicie  Syria XXXI, 1954, p.73‑80

1.10.Grand prêtre de Dionysos à Byblos       Syria XXXI, 1954, p.68‑73

1.11.Question héliopolitaines                Syria XXXI, 1954, p.80‑98

1.12.Statuettes trouvées H.Seyrig            Syria XXX, 1953, p.24‑50
     dans les montagnes du Liban

1.13.Der Weg der Phöniker K.Galling          Wiesbaden 1972
     nach Tarsis in                          Zeitschrift des Deutschen
     Literarischer und                       Palºstina Vereins, Band 88
     Archäologischer Sicht                   Heft 

1.14.Der Schiffsfund    W. Fuchs             Tóbingen 1963
     von Mahdia                              Verlag Ernst Wasmóth

1.15.Libyan studies     J.Reynolds           London 1976
     Select Papers of                        Paul Elek
     the late R.G.Goodchild

1.16.Dougga             A.Golfetto           Basel 1961
     Die Geschichte einer                    Raggi Verlag
     Stadt im Schatten Karthagos

1.17.Leptis Magna       M.F.Squarciapino     Basel 1966
                                             Raggi Verlag

1.18.La Popolazione     G.Beloch             Palermo
     antica della Sicilia                    Liberra internazionale
                                             L.Pedone‑Lamiel di Carlo
                                             Clausen

1.19.Mogador            A.Jodin              Tanger 1966
     Études et travaux                       Division des monuments
     du archéologie Marocaines               historiques et des
                                             antiquités du Maroc, Rabat

1.20.CIS inscriptiones Phoeniciae [Yehavmelek,Tabnit,4,Baal‑Samen,10,
                                  Pumyaton,85,86,88=Idalion,95=Lapethus]
         inscriptiones Phoeniciae in insulis Melita et Gaulo repertae


‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Deze ringmap 1 bevat veel verschillende artikelen uit verzamelwerken
of uit jaargangen. Daarnaast enkele grotere studies. De bevolkings‑
studies van Beloch zijn erg oud.


Diverse plaatsen
 



Hoofdstuk 1.


De bevolkingslijn.
J.Beloch had het al berekend in de 19e eeuw na Chr. In de tijd voor onze jaartelling praten we over maar een fractie van de huidige bevolking op aarde.
Bij de dood van Augustus zouden er misschien 54.000.000 mensen geleefd kunnen hebben in het gehele Romeinse rijk. Op elke km2 zou dat gemiddeld betekent hebben, dat er 16 mensen aanwezig waren.  Tegenwoordig is er sprake van wel het tienvoudige op zijn minst. Alleen het land Italië heeft nu al het inwonertal, dat het gehele Romeinse rijk t.t.v. Augustus had.

Zo’n 400 jaar voor keizer Augustus had Griekenland alleen ca.3.000.000 inwoners met een bevolkingsdichtheid van 26,6. Voor die tijd was dat nog dichtbevolkt. Later zal dat in de tijd van Augustus terugvallen naar 11! Spanje in zijn geheel moet t.t.v. keizer Augustus ca.6.000.000 inwoners gehad hebben met een bevolkingsdichtheid van 10. Italië had hetzelfde aantal inwoners, maar daar was de bevolkingsdichtheid 24. Het dichtstbevolkt waren echter de oostelijke landen: Egypte (179), Syrië (55), en Cyprus (52).

In de tijd van het begin van Carthago (ca.800 v.C) moet de bevolking in het westelijke deel van de Middellandse zee nog veel minder in aantal zijn geweest. De Feniciërs, die in het westelijk deel van de Middellandse zee aankwamen vonden vrijwel lege landen, waarin het gemakkelijk was om steunpunten te ontwikkelen.

Kijken we speciaal naar de (ex-) ‘Carthaagse’ landen uit de tijd van Augustus:
Carthaagse Africa 3-4.000.000
Sardinië                 3-400.000
Baetica                     80.000
Lusitania                  130.000
Tarraconensis               80.000 (een klein deel)
Sicilia                     40.000 (zie 1.18)
==========================================
Totaal                    4-4.800.000, waarvan veel minder dan de helft Carthaags, Punisch, of een nazaat van de Feniciërs was.

Als we dit aantal vergelijken met de bevolking van Italië (6.000.000), Grieks-Sicilië (ca.400.000?) en Griekenland (3.000.000), dan is het alleen al op basis van de getallen te begrijpen, dat er een Romeins rijk ontstaan was en geen Carthaags.


1.1.Die Bevölkerung     J.Beloch             Leipzig 1886
      der Griechisch‑                                  Verlag von Duncker &
      Römischen Welt                                 Humblot

1.18.La Popolazione     G.Beloch             Palermo
        antica della Sicilia                            Liberra internazionale
                                                                  L.Pedone‑Lamiel di Carlo
                                                                 Clausen

‘De verstedelijking’.
Neem als voorbeeld een plaats als Tipasa op de noordkust van Afrika. Voor die tijd was het een belangrijke plaats, maar als je nu alle teruggevonden huizen en gebouwen bij elkaar optelt en omrekent naar het mogelijke aantal inwoners, dan kom je met de directe omgeving op nog geen 20.000 inwoners in de Romeinse bloeitijd. In de Punische tijd moet de stad nog geen 5.000 inwoners gehad hebben. De stad bestond overigens vanuit de 6e eeuw v.C. tot ver in onze jaartelling.

1.2.Tipasa de Mavrétanie S.Lancel            Algiers 1971
                                         M.Bouchenaki   Ministère de l'information
                                                                    et de la culture

Gebouwen.
Opmerkelijk is de zeer ‘bekrompen’ huizenbouw in die tijd.  R.Rebuffat toont ons een aantal plattegronden uit diverse Noord-Afrikaanse plaatsen. De kamers zijn meestal maar enige vierkante meters groot.  Uitzondering daarop vormen de openbare ruimten. Die waren in de Carthaagse tijd nog vrij bescheiden, maar in de Romeinse tijd worden ze alsmaar groter.

1.3.Maison à péristyle  R.Rebuffat           Paris 1969
    d'Afrique du Nord                                Mélanges d'Archéologie
    Répertoire de plan                               et d'Histoire
     publiés [Banasa,Cotta,Thamusida,Volubilis,Caesarea,Cuicul,
                  Hippo Regius,Lambaesis,Port‑Romain,Portus Magnus,Thamugadi,
                  Thibilis,Tipasa,Althiburos,Carthago,Gigthis,Hadrumetum,
                  Mactaris,Neapolis,Thuburbo Maius,Thugga,Thysdrus,Utica,
                  Uthina,Sabratha,Taguira,Zliten]


De samenstelling van de bevolking.
Wie leefden er toen? Als iets zeker is, dan was er zeker geen sprake van een uniforme bevolking.  Nog veel meer dan nu was er sprake van een bonte verscheidenheid van stammen, volken en staten en staatjes. Een voorbeeld van een conglomeraat van stammen zijn de Garamanten. Ze leefden in Tripolitanië in het binnenland. Hun hoofdstad lag ca.600 km ver in een oase in de woestijn. Ze bleven tot zeker de Romeinse tijd onafhankelijk. In de Carthaagse tijd functioneerden hun oases als relaisstations voor de trans-Saharaanse handel. De Carthagers doorkruisten namelijk de Sahara tot aan Zwart-Afrika toe. Toendertijd had de streek meer waterbronnen en er was een veel uitgebreidere fauna en flora. De Romeinse bemoeienis begint met een veldtocht van L.Cornelius Balbus in 19 v.C, waarna een formele onderwerping volgde. Die werd in 17-24 na Chr. opgeheven tijdens de rebellie van Tacfarinas. Op een gegeven moment werd zelfs Lepcis aan de kust door de Garamanten bedreigd (69-70 na Chr). O.l.v.Valerius Festus keren de Romeinen terug en verwoesten de streek. Ze installeren diverse forten om verdere invallen te voorkomen. De geschiedenis van de Garamanten eindigt bij de aankomst van de eerste Arabieren in 643 na Chr. Net zoals de Garamanten zijn er talloze grensvolken en stammen geweest, die het Romeinse rijk omgaven in een soort schemerzone. Exacte grenzen met slagbomen en douanestations bestonden toen niet. Hoogstens markeerde een fort een punt van: tot hier en niet verder!

1.4.Garamantian Exca‑   Ch.M.Daniels         Libya Antiqua 1968
    vations:Zinchecra                                      Vol.V. Tripoli
     (1965-1967)                                               Dep.of Antiquities

De Punische stad.
De diversiteit is in menig opzicht zeer groot. Kijken we eens naar een Punische stad, zoals Kerkouane was. De Punische naam weten we niet, maar het is wel een echte Punische stad, want de Romeinen hebben deze stad nooit overgenomen, vervormd en misvormd, zoals in de meeste andere gevallen. Het is een soort Machu Pichu, dat in dit geval eeuwenland onder het zand heeft liggen wachten, totdat Pierre Cintas zijn schop in de grond stak. De Romeinen hebben de stad  verwoest en de bevolking (wellicht 20.000) in het midden van de 3e eeuw v.C. als slaaf weggevoerd. Dit hebben zij waarschijnlijk te danken aan een heer Regulus, die overigens later in Carthaagse gevangenschap aan een gruwelijk einde zou komen. Het kan ook zijn, dat Agathocles een halve eeuw eerder al de stad met een ongewenst bezoek vereerde. Kerkouane is pas laat ontdekt (ca.1950 na Chr) en de plattegrond van de stad is nog geheel bewaard gebleven. We vinden er de typische kleine woonruimten, maar met eigen ogen heb ik 1982 na Chr. kunnen zien, dat de Punische bevolking al wel waterleiding, badgelegenheid, betegelde vloeren, tempels, trappen, pleinen, muren en poorten bezat.  Men heeft er veel keramiek gevonden. De stad moet rijk zijn geweest. De begraafplaatsen liggen even buiten de stad in een natuurlijke richel, waarin o.a. de slachtoffers van Regulus en/of Agathocles een plaats kunnen hebben gekregen.


1.5.Kerkouane           J.P.Morel            Paris 1969
    Ville punique du                               Rémarques Archéologiques
    Cap Bon                                            et historiques

De krijgsheer.
Het was dus ook een tijd van krijgsheren, althans vooral in de Grieks-Romeinse wereld. De Griekse krijgsheer Pyrrhus is zo’n prachtig voorbeeld. Hij was de eerste, die in Italië met krijgsolifanten ten tonele verscheen. Hij werd te hulp geroepen door de stad  Taras/Tarentum, dat door Rome in zijn onafhankelijkheid werd bedreigd. Pyrrhus was koning van Epirus en hij bevocht in 280-279 v.C. twee nipte overwinningen op de Romeinen. Hij leed echter zoveel verliezen daarbij, dat hij van een aanval op Rome zelf moest afzien. Vervolgens werd hij door de Grieken van Sicilië te hulp geroepen en daar verdreef hij de Carthagers uit al hun steunpunten, behalve Lilybaion (Marsala). Dat betekent overigens: van hier gaat het naar Libyë. Uiteindelijk verlaat de militaire avonturier Sicilië weer. Hij schijnt toen iets gezegd te hebben in de trant van: Wat laat ik hier een prachtig strijdtoneel achter voor Rome en Carthago. Zijn vloot wordt op de terugtocht door de Carthaagse vloot zwaar gehavend. Terug in Italië verliest hij opnieuw terrein t.o.v. de Romeinen en keert terug naar Epirus. In 272 v.C. komt hij aan zijn einde bij een straatgevecht in Argos, althans volgens o.a. de overgeleverde boeken van met name Diodoros.

1.6.Pyrrhus             P.Lévèque            Paris 1957

Informatiebronnen.
Hoe weten we eigenlijk, wat er allemaal voor onze jaartelling gebeurde? Je hebt de klassieke auteurs, de Assyrische annalen, de Egyptische hieroglyphen e.d. Een belangrijke andere informatiebron ligt in de talloze stenen met inscripties. De steen van Nora vertelt ons bijvoorbeeld over de Fenicische expansie over de gehele Middellandse zee. Nora is in oorsprong een Fenicische nederzetting op de zuidkust van Sardinië en werd al in de 9e of 8e eeuw v.C. gesticht. Hij luidt volgens A.Dupont-Sommer:
“Tempel van de kaap van Nogar, die in Sardinië is. Dat zij welvarend zal zijn! Dat Tyrus welvarend zal zijn, de moeder van Kition (en) Narna (ka). Deze heeft Nogar gebouwd ter ere van Pumaï.”
Ondanks het feit, dat er enig verschil van mening is over de exacte vertaling van de inscriptie, is wel duidelijk, dat het een heel oude inscriptie is, dat er een tempel wordt opgericht en dat Tyrus hoogstwaarschijnlijk als initiator aan het begin van de stad staat. Rondwalend in Nora viel mij de onbeduidendheid van de tempel van Tanit op. Hoogstens een oppervlak van 7 x 7 meters. Het staat in schril contrast met de majestueuze Griekse tempels.

1.7.Nora                A.Dupont‑Sommer      CRAI 1948
    Nouvelle lecture
    d'un inscription
    phénicienne archaïque de Nora
    en Sardaigne (CIS I,144)

Relaties.
Het zijn niet alleen inscripties op steen, die ons wat wegwijs maken. Uit Pyrgi stamt een inscriptie op een gouden plaquette, die bovendien inzicht geeft over de plaatselijke godenwereld. Op 8 juli 1964 na Chr. werd de plaquette door M.Pallottino te S.Severa aan de Toscaanse zuidkust veilig gesteld. Zij bestaat uit drie gedeelten, waarvan één tekst in het Punisch en twee in het Etruskisch. De plaatselijke koning Tebarie Velianas van Caere wijdt een heilige plaats aan de Fenicische godin Astarte omstreeks het jaar 500 v.C. Deze Etrusk maakt zelfs gebruik van de Fenicische kalender. Diverse geleerden hebben gewezen op de treffende overeenkomsten van de inscriptie met die van Cyprus.

1.8.L'inscription punique A.Dupont‑Sommer    1964, CCLII‑3
    Récemment découverte                                   Imprimerie nationale
    à Pyrgi (Italie)

De diversiteit.
Het is een immens verschillende wereld van culturen, die zelfs nog veel bonter is dan de onze. Zelfs in de Hellenistische en Romeinse tijd zien we, dat er geen sprake is van eenvormigheid op dit gebied, al zou de uiterlijke verschijningsvorm van vele steden dat wel doen vermoeden. Wanneer het Fenicische Fenicië op zijn eind loopt onder de Seleuciden en al helemaal onder de eerste keizers, dan zien we dat men overgaat tot nieuwe tijdrekeningen. Dit komt tot uiting in de uitgifte van de diverse series van nieuwe munten.
Kition 311-305 v.C. Arados 259 v.C. Tyrus 126 v.C. Sidon 111 v.C.
Tripolis 105-95 v.C. Berytus 81 v.C.
Symbolischer kan het haast niet anders. De oude tijd wordt afgeschaft bij de voortschrijdende hellenisering van het Oosten.

1.9.Éres pompéiennes des villes de Phénicie  Syria XXXI, 1954, p.73‑80

De vermenging.
In de Hellenistische tijd beleeft Fenicië dus een in-een-vloeiing van de nieuwe Hellenistische wereld met die van de oude Fenicische wereld. Een mooi voorbeeld hiervan is de agoranomie van: Aspasios, zoon van Apollodorôs, zoon van Aspasios, grootvader van Dionysos.

1.10.Grand prêtre de Dionysos à Byblos       Syria XXXI, 1954, p.68‑73


Heilige drie-eenheden.
Er ontstaat een vergriekst Pantheon in de Hellenistische tijd. De volgende steden krijgen een soort heilige drie-eenheid, waarbij de Fenicische namen al dan met hun Griekse versie worden weergegeven:
Byblos: El + dame van Byblos + Adonis
Berytus: Poseidon + stadsgodin + Esjmoen
Sidon: de grote god + Astarte (Europa) + Esjmoen
Tyrus: Zeus + Asteria + Heracles

1.11.Question héliopolitaines                Syria XXXI, 1954, p.80‑98

De geografie van Fenicië.
Geografisch gezien is het Hellenistische Fenicië overigens iets geheel anders, dan het 1000 jaar eerder beginnende Fenicië, dat zich beperkte tot een uiterst smalle kuststrook. Na de kuststrook verrijst het Libanongebergte, vervolgens de paralel daaraan gelegen Bekaa vallei en dan weer het wat lagere gebergte van de Anti-Libanon. In het noorden van Fenicië breekt een wat grotere rivier van oost naar west door naar de zee via de Eleutherusvlakte. De Feniciërs moeten zich bij hun occupatie vooral beperkt hebben tot de smalle kustvlaktes. In 1752, 1884 en 1929 na Chr. werden bijvoorbeeld beelden teruggevonden, die gemaakt werden in de periode 1500-1300 v.C. en die stammen uit het binnenland van de Libanon. Het is maar zeer de vraag, of deze beelden door de Feniciërs werden gemaakt. Men denkt veeleer aan een andere nog niet exact benoemde bevolking in de bergen.

1.12.Statuettes trouvées H.Seyrig            Syria XXX, 1953, p.24‑50
        dans les montagnes du Liban

Discrepantie in tijd.
Van het beginnende Fenicië aan de kust van de Libanon naar de beginnende exploratie van de Atlantische oceaan is een hele stap en toch is dit in de Oudheid door het Fenicische volk (of conglomeraat van stammen, steden) gedaan. Literaire bronnen en archeologische vondsten getuigen daarvan. Hierbij valt op, dat de literaire bronnen veelal oudere dateringen aangeven, dan de archeologie kan bewijzen. Hoe meer onderzoek echter wordt gedaan, des te dichter komen beide dateringen bij elkaar. De overgeleverde literatuur laat de Feniciërs reeds tussen 1200-900 v.C. verschijnen bij de zuilen van Melqart. De archeologie komt nog niet veel verder dan de 9e-8e eeuw v.C. In deze discrepantie speelt het begrip TARSIS nog een speciale rol. Echt overtuigend is nog nooit het Tarsis-land en het Tarsis-schip aangetoond, alhoewel de meeste geleerden Zuid-Spanje toch wel zien als het Tarsis-land. Er is tot op heden geen enkel authentiek Tarsis-schip teruggevonden, laat staan, dat men weet hoe die er precies hebben uitgezien.

1.13.Der Weg der Phöniker K.Galling          Wiesbaden 1972
        nach Tarsis in                                        Zeitschrift des Deutschen
        Literarischer und                                   Palästina Vereins, Band 88
        Archäologischer Sicht                           Heft 1

Scheepswrakken.
Erg veel Fenicische schepen zijn er ook niet teruggevonden. De schepen van Marsala, Kaap Gelidoniya, voor de kust van Ashkalon en te Mazarron zijn de hoopgevende voorbeelden. Meestal werden echter in de Middellandse zee schepen teruggevonden vanuit de Romeinse tijd. Zo’n schip is dat wat bij Mahdia voor de Tunesische kust in de kleine Syrte werd aangetroffen. Het schip uit de 2e helft van de 2e eeuw v.C. bevatte een (schat)rijke lading aan beelden en voorwerpen, waarbij de afbeeldingen van goden en godinnen rijkelijk aanwezig waren, zoals Eros, Ariadne, Dionysos, Atena, Heracles, Cybele, Hermes, Nike en Artemis. De meeste voorwerpen worden in het BARDO museum te Tunis ten toon gesteld.

1.14.Der Schiffsfund    W. Fuchs             Tübingen 1963
        von Mahdia                                      Verlag Ernst Wasmüth

De Syrten.
De kusten van de Kleine en Grote Syrte waren belangrijke gebieden in het Romeinse rijk. De oude Fenicische nederzettingen Oea, Sabratha en Lepcis waren uitgegroeid tot forse steden en ook de andere plaatsen langs de Grote Syrte werden intensief benut, zoals Tubactis (Misurata), Macomades (Sirte) tot aan de Arae Philenorum toe. Dank zij o.a. het onderzoek van R.G.Goodchild weten we, dat niet alleen de kuststrook benut werd, maar dat diep in het binnenland langs de Wadi Sofeggin en de Wadi Zemzem de grond nog bewerkt kon worden. In de Romeinse tijd leefden de nazaten van de eerste Fenicische kolonisten hier nog steeds onder een Romeins vernis. Inscripties in Lepcis zijn bijvoorbeeld ook vaak tweetalig in hun uitvoering. Het Neopunische schrift vinden we vooral ook in deze streken terug. Een prachtig voorbeeld daarvan is de inscriptie van het Ammonium te Ras el-Haddagia t.t.v. de proconsul Lucius Aelius Lamia, maar de inscriptie werd gemaakt door een zoon van Shasidwasa en dat is bepaald geen Romeinse naam.

1.15.Libyan studies     J.Reynolds           London 1976
        Select Papers of                        Paul Elek
        the late R.G.Goodchild


De symbiose.
De vermenging van de Romeinse, Punische, Numidische en Libysche wereld zien we vooral terug in het binnenland van Tunesië. Zo bevat de stad Thugga (Dougga) een Caelestis tempel. Juno-Caelestis werd vooral vereenzelvigd met de Carthaagse godin Tanit. Daarnaast is er een Libysch-Punisch mausoleum, dat tegen het einde van de 3e of het begin van de 2e eeuw v.C. ontstaan is. Het is graf van Ateban, zoon van Yepmatah, zoon van Palu. De enorme tempel van de Romeinse Saturnus werd in feite ook gebruikt voor de Baal-Hammon van de Puniërs. Van voor de Romeinse tijd is niet veel meer over, afgezien van een 130 meter lange stadsmuur en ook toen al een Baal tempel. Op inscripties zien we diverse talen bij elkaar komen: het Libysch, het (neo)Punisch en het Latijn.

1.16.Dougga             A.Golfetto           Basel 1961
        Die Geschichte einer                    Raggi Verlag
        Stadt im Schatten Karthagos

Lepcis.
Aan de Wadi Lebdah komen we in Lepcis zelfs een Griekse kolonie tegen in de Romeinse tijd, maar de meerderheid van de bevolking zijn de nazaten van de Fenicische kolonisten, die hier de stad stichten, omdat van daaruit de weg naar Centraal Afrika het kortste was (Herodoros IV 183). Dat moet volgens Plinius (Nat.Hist.V 19,76) al omstreeks het jaar 1000 v.C. zijn gebeurd. Dat heeft de archeologie nog niet kunnen aantonen. Het wordt op den duur een prachtige stad met een grote haven. In de Romeinse tijd verrijzen schitterende bouwwerken, waarbij o.a.de volgende voornamelijk Neo-Punische namen vallen: Himilchon, Annobal Rufus, Iddibal Caphada Aemilius, Himilkis, Suphunibal, Annobal Ruso, Iddibal Tapapius, Mago, Arisuth, Sadith, Barichio, Hanno, Bodmelqart, Aderbal en Ithymbal Salinus Tapapius. Met gemak zijn de oude Punische namen afleesbaar. Uit Lepcis komt zelfs een Romeins keizer. Op 11 april 146 na Chr. wordt hier Lucius Septimus Severus geboren. Dat is dus 2 x 146 jaar nadat de stad Carthago werd verwoest! Als keizer in Rome lukt het hem niet om zijn Afrikaanse accent af te leren. Zijn zuster gaat maar terug naar Lepcis, omdat zij geen Latijn kent en alleen in dialect kan praten. De plaats is overigens lange tijd aangeduid als Leptis maior, maar de werkelijke naam is Lepcis.

1.17.Leptis Magna       M.F.Squarciapino     Basel 1966
                                             Raggi Verlag

De Atlantische exploratie.
De meeste kolonies van de Feniciërs en Puniërs zijn uiteindelijk overgegaan in Romeinse handen, waarna een metamorfose plaatsvond. Kerkouane is daarvan verschoond gebleven, maar er zijn andere voorbeelden, zoals Mogador.
Het is de verste plaats waarvan aantoonbaar vaststaat, dat de Feniciërs (en wellicht Puniërs) zich daar gevestigd hebben. Het ligt op de Atlantische kust van Marokko. Zo is de plaats genoemd door de Spanjaarden. De Portugezen hadden het over Mogadoura, maar de Arabieren noemden het Mougdoul en Amogdoul en dan komen we al dicht bij de waarschijnlijke Fenicische naam: MGDL. Dat betekent vesting of wachttoren. Dezelfde naam komen we tegen op de Syro-Libanese kust en dat behoeft geen toeval te zijn. In Mogador is keramiek gevonden, dat afkomstig is uit alle delen van de Middellandse zee, zowel Grieks als Fenicisch. Bovendien zijn er Fenicische inscripties aangetroffen met onder andere de naam MAGO. In tijd moeten we teruggaan tot in de 7e eeuw v.C. De pleisterplaats wordt op een gegeven moment opgegeven, maar een aantal eeuwen later schijnt men toch nog teruggekeerd te zijn, maar is dat niet geheel zeker.

1.19.Mogador            A.Jodin              Tanger 1966
     Études et travaux                             Division des monuments
     du archéologie Marocaines              historiques et des
                                                             antiquités du Maroc, Rabat.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten