RINGMAP 1 Afrika.
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
titel schrijver overig
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
1.1.Die
Bevölkerung J.Beloch Leipzig 1886
der Griechisch‑ Verlag von Duncker
&
Römischen Welt Humblot
1.2.Tipasa de
Mavrétanie S.Lancel Algiers
1971
M.Bouchenaki Ministère de l'information
et
de la culture
1.3.Maison à péristyle
R.Rebuffat Paris 1969
d'Afrique du Nord
Mélanges d'Archéologie
Répertoire de plan et d'Histoire
publiés [Banasa,Cotta,Thamusida,Volubilis,Caesarea ,Cuicul,
Hippo Regius,Lambaesis,Port‑Romain,Portus
Magnus,Thamugadi,
Thibilis,Tipasa,Althiburos,Carthago,Gigthis,Hadrumetum,
Mactaris,Neapolis,Thuburbo
Maius,Thugga,Thysdrus,Utica ,
Uthina,Sabratha,Taguira,Zliten]
1.4.Garamantian Exca‑
Ch.M.Daniels Libya
Antiqua 1968
vations:Zinchecra
Vol.V. Tripoli
Dep.of Antiquities
1.5.Kerkouane
J.P.Morel Paris 1969
Ville
punique du
Rémarques Archéologiques
Cap Bon et
historiques
1.6.Pyrrhus
P.Lévèque Paris 1957
1.7.Nora
A.Dupont‑Sommer CRAI 1948
Nouvelle
lecture
d'un
inscription
phénicienne
archaïque de Nora
en Sardaigne
(CIS I,144)
1.8.L'inscription punique A.Dupont‑Sommer 1964, CCLII‑3
Récemment découverte
Imprimerie nationale
à Pyrgi (Italie)
1.9.Éres
pompéiennes des villes de Phénicie Syria
XXXI, 1954, p.73‑80
1.10.Grand prêtre de Dionysos à Byblos Syria XXXI, 1954, p.68‑73
1.11.Question héliopolitaines Syria XXXI, 1954, p.80‑98
1.12.Statuettes trouvées H.Seyrig Syria XXX, 1953, p.24‑50
dans les montagnes du Liban
1.13.Der Weg
der Phöniker K.Galling Wiesbaden
1972
nach Tarsis in Zeitschrift des
Deutschen
Literarischer und Palºstina Vereins, Band 88
Archäologischer Sicht Heft
1.14.Der
Schiffsfund W. Fuchs Tóbingen 1963
von Mahdia Verlag Ernst Wasmóth
1.15.Libyan studies
J.Reynolds London 1976
Select
Papers of Paul
Elek
the late
R.G.Goodchild
1.16.Dougga A.Golfetto Basel 1961
Die Geschichte einer Raggi Verlag
Stadt im Schatten Karthagos
1.17.Leptis
Magna M.F.Squarciapino Basel 1966
Raggi Verlag
1.18.La Popolazione
G.Beloch Palermo
antica
della Sicilia Liberra
internazionale
L.Pedone‑Lamiel
di Carlo
Clausen
1.19.Mogador
A.Jodin Tanger 1966
Études et
travaux Division
des monuments
du
archéologie Marocaines
historiques et des
antiquités du Maroc, Rabat
1.20.CIS inscriptiones Phoeniciae
[Yehavmelek,Tabnit,4,Baal‑Samen,10,
Pumyaton,85,86,88=Idalion,95=Lapethus]
inscriptiones Phoeniciae in insulis
Melita et Gaulo repertae
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Deze ringmap 1
bevat veel verschillende artikelen uit verzamelwerken
of uit
jaargangen. Daarnaast enkele grotere studies. De bevolkings‑
studies van Beloch zijn erg oud.
![]() |
Hoofdstuk 1.
De
bevolkingslijn.
J.Beloch
had het al berekend in de 19e eeuw na Chr. In de tijd voor onze
jaartelling praten we over maar een fractie van de huidige bevolking op aarde.
Bij
de dood van Augustus zouden er misschien 54.000.000 mensen geleefd kunnen
hebben in het gehele Romeinse rijk. Op elke km2 zou dat gemiddeld betekent
hebben, dat er 16 mensen aanwezig waren.
Tegenwoordig is er sprake van wel het tienvoudige op zijn minst. Alleen
het land Italië heeft nu al het inwonertal, dat het gehele Romeinse rijk t.t.v.
Augustus had.
Zo’n
400 jaar voor keizer Augustus had Griekenland alleen ca.3.000.000 inwoners met
een bevolkingsdichtheid van 26,6. Voor die tijd was dat nog dichtbevolkt. Later
zal dat in de tijd van Augustus terugvallen naar 11! Spanje in zijn geheel moet
t.t.v. keizer Augustus ca.6.000.000 inwoners gehad hebben met een
bevolkingsdichtheid van 10. Italië had hetzelfde aantal inwoners, maar daar was
de bevolkingsdichtheid 24. Het dichtstbevolkt waren echter de oostelijke
landen: Egypte (179), Syrië (55), en Cyprus (52).
In
de tijd van het begin van Carthago (ca.800 v.C) moet de bevolking in het
westelijke deel van de Middellandse zee nog veel minder in aantal zijn geweest.
De Feniciërs, die in het westelijk deel van de Middellandse zee aankwamen
vonden vrijwel lege landen, waarin het gemakkelijk was om steunpunten te
ontwikkelen.
Kijken
we speciaal naar de (ex-) ‘Carthaagse’ landen uit de tijd van Augustus:
Carthaagse Africa 3-4.000.000
Sardinië 3-400.000
Baetica 80.000
Lusitania 130.000
Tarraconensis 80.000
(een klein deel)
Sicilia 40.000 (zie 1.18)
==========================================
Totaal 4-4.800.000, waarvan veel
minder dan de helft Carthaags, Punisch, of een nazaat van de Feniciërs was.
Als
we dit aantal vergelijken met de bevolking van Italië (6.000.000),
Grieks-Sicilië (ca.400.000?) en Griekenland (3.000.000), dan is het alleen al
op basis van de getallen te begrijpen, dat er een Romeins rijk ontstaan was en
geen Carthaags.
1.1.Die Bevölkerung J.Beloch Leipzig 1886
der
Griechisch‑
Verlag von Duncker &
Römischen Welt Humblot
1.18.La Popolazione G.Beloch Palermo
antica della Sicilia Liberra
internazionale
L.Pedone‑Lamiel di Carlo
Clausen
‘De
verstedelijking’.
Neem
als voorbeeld een plaats als Tipasa op de noordkust van Afrika. Voor die tijd
was het een belangrijke plaats, maar als je nu alle teruggevonden huizen en
gebouwen bij elkaar optelt en omrekent naar het mogelijke aantal inwoners, dan
kom je met de directe omgeving op nog geen 20.000 inwoners in de Romeinse
bloeitijd. In de Punische tijd moet de stad nog geen 5.000 inwoners gehad hebben.
De stad bestond overigens vanuit de 6e eeuw v.C. tot ver in onze
jaartelling.
1.2.Tipasa de Mavrétanie S.Lancel Algiers 1971
M.Bouchenaki Ministère de
l'information
et de la
culture
Gebouwen.
Opmerkelijk
is de zeer ‘bekrompen’ huizenbouw in die tijd.
R.Rebuffat toont ons een aantal plattegronden uit diverse
Noord-Afrikaanse plaatsen. De kamers zijn meestal maar enige vierkante meters
groot.
Uitzondering daarop vormen de openbare ruimten. Die waren in de
Carthaagse tijd nog vrij bescheiden, maar in de Romeinse tijd worden ze alsmaar
groter.
1.3.Maison
à péristyle R.Rebuffat Paris 1969
d'Afrique du Nord Mélanges d'Archéologie
Répertoire
de plan et
d'Histoire
publiés [Banasa,Cotta,Thamusida,Volubilis,Caesarea ,Cuicul,
Hippo Regius,Lambaesis,Port‑Romain,Portus Magnus,Thamugadi,
Thibilis,Tipasa,Althiburos,Carthago,Gigthis,Hadrumetum,
Mactaris,Neapolis,Thuburbo Maius,Thugga,Thysdrus,Utica ,
Uthina,Sabratha,Taguira,Zliten]
De samenstelling van de bevolking.
Wie
leefden er toen? Als iets zeker is, dan was er zeker geen sprake van een uniforme bevolking. Nog veel meer dan nu was er sprake van een
bonte verscheidenheid van stammen, volken en staten en staatjes. Een voorbeeld
van een conglomeraat van stammen zijn de Garamanten. Ze leefden in Tripolitanië
in het binnenland. Hun hoofdstad lag ca.600 km ver in een oase in de woestijn.
Ze bleven tot zeker de Romeinse tijd onafhankelijk. In de Carthaagse tijd
functioneerden hun oases als relaisstations voor de trans-Saharaanse handel. De
Carthagers doorkruisten namelijk de Sahara tot aan Zwart-Afrika toe.
Toendertijd had de streek meer waterbronnen en er was een veel uitgebreidere
fauna en flora. De Romeinse bemoeienis begint met een veldtocht van L.Cornelius
Balbus in 19 v.C, waarna een formele onderwerping volgde. Die werd in 17-24 na
Chr. opgeheven tijdens de rebellie van Tacfarinas. Op een gegeven moment werd
zelfs Lepcis aan de kust door de Garamanten bedreigd (69-70 na Chr).
O.l.v.Valerius Festus keren de Romeinen terug en verwoesten de streek. Ze
installeren diverse forten om verdere invallen te voorkomen. De geschiedenis
van de Garamanten eindigt bij de aankomst van de eerste Arabieren in 643 na
Chr. Net zoals de Garamanten zijn er talloze grensvolken en stammen geweest,
die het Romeinse rijk omgaven in een soort schemerzone. Exacte grenzen met
slagbomen en douanestations bestonden toen niet. Hoogstens markeerde een fort
een punt van: tot hier en niet verder!
1.4.Garamantian
Exca‑ Ch.M.Daniels Libya Antiqua 1968
vations:Zinchecra Vol.V. Tripoli
(1965-1967)
Dep.of Antiquities
De Punische stad.
De diversiteit is in menig opzicht zeer groot.
Kijken we eens naar een Punische stad, zoals Kerkouane was. De Punische naam
weten we niet, maar het is wel een echte Punische stad, want de Romeinen hebben
deze stad nooit overgenomen, vervormd en misvormd, zoals in de meeste andere
gevallen. Het is een soort Machu Pichu, dat in dit geval eeuwenland onder het
zand heeft liggen wachten, totdat Pierre Cintas zijn schop in de grond stak. De
Romeinen hebben de stad verwoest en de
bevolking (wellicht 20.000) in het midden van de 3e eeuw v.C. als
slaaf weggevoerd. Dit hebben zij waarschijnlijk te danken aan een heer Regulus,
die overigens later in Carthaagse gevangenschap aan een gruwelijk einde zou
komen. Het kan ook zijn, dat Agathocles een halve eeuw eerder al de stad met
een ongewenst bezoek vereerde. Kerkouane is pas laat ontdekt (ca.1950 na Chr)
en de plattegrond van de stad is nog geheel bewaard gebleven. We vinden er de
typische kleine woonruimten, maar met eigen ogen heb ik 1982 na Chr. kunnen
zien, dat de Punische bevolking al wel waterleiding, badgelegenheid, betegelde
vloeren, tempels, trappen, pleinen, muren en poorten bezat. Men heeft er veel keramiek gevonden. De stad
moet rijk zijn geweest. De begraafplaatsen liggen even buiten de stad in een
natuurlijke richel, waarin o.a. de slachtoffers van Regulus en/of Agathocles
een plaats kunnen hebben gekregen.
1.5.Kerkouane J.P.Morel Paris 1969
Ville punique du Rémarques
Archéologiques
Cap Bon et
historiques
De krijgsheer.
Het was dus ook een tijd van krijgsheren, althans
vooral in de Grieks-Romeinse wereld. De Griekse krijgsheer Pyrrhus is zo’n
prachtig voorbeeld. Hij was de eerste, die in Italië met krijgsolifanten ten
tonele verscheen. Hij werd te hulp geroepen door de stad Taras/Tarentum, dat door Rome in zijn
onafhankelijkheid werd bedreigd. Pyrrhus was koning van Epirus en hij bevocht
in 280-279 v.C. twee nipte overwinningen op de Romeinen. Hij leed echter zoveel
verliezen daarbij, dat hij van een aanval op Rome zelf moest afzien. Vervolgens
werd hij door de Grieken van Sicilië te hulp geroepen en daar verdreef hij de
Carthagers uit al hun steunpunten, behalve Lilybaion (Marsala). Dat betekent
overigens: van hier gaat het naar Libyë. Uiteindelijk verlaat de militaire
avonturier Sicilië weer. Hij schijnt toen iets gezegd te hebben in de trant
van: Wat laat ik hier een prachtig
strijdtoneel achter voor Rome en Carthago. Zijn vloot wordt op de
terugtocht door de Carthaagse vloot zwaar gehavend. Terug in Italië verliest
hij opnieuw terrein t.o.v. de Romeinen en keert terug naar Epirus. In 272 v.C.
komt hij aan zijn einde bij een straatgevecht in Argos, althans volgens o.a. de
overgeleverde boeken van met name Diodoros.
1.6.Pyrrhus P.Lévèque Paris 1957
Informatiebronnen.
Hoe weten we eigenlijk, wat er allemaal voor onze
jaartelling gebeurde? Je hebt de klassieke auteurs, de Assyrische annalen, de
Egyptische hieroglyphen e.d. Een belangrijke andere informatiebron ligt in de
talloze stenen met inscripties. De steen van Nora vertelt ons bijvoorbeeld over
de Fenicische expansie over de gehele Middellandse zee. Nora is in oorsprong
een Fenicische nederzetting op de zuidkust van Sardinië en werd al in de 9e
of 8e eeuw v.C. gesticht. Hij luidt volgens A.Dupont-Sommer:
“Tempel
van de kaap van Nogar, die in Sardinië is. Dat zij welvarend zal zijn! Dat
Tyrus welvarend zal zijn, de moeder van Kition (en) Narna (ka). Deze heeft
Nogar gebouwd ter ere van Pumaï.”
Ondanks het feit, dat er enig
verschil van mening is over de exacte vertaling van de inscriptie, is wel
duidelijk, dat het een heel oude inscriptie is, dat er een tempel wordt
opgericht en dat Tyrus hoogstwaarschijnlijk als initiator aan het begin van de
stad staat. Rondwalend in Nora viel mij de onbeduidendheid van de tempel van
Tanit op. Hoogstens een oppervlak van 7 x 7 meters. Het staat in schril
contrast met de majestueuze Griekse tempels.
1.7.Nora A.Dupont‑Sommer CRAI 1948
Nouvelle lecture
d'un
inscription
phénicienne archaïque de Nora
en
Sardaigne (CIS I,144)
Relaties.
Het
zijn niet alleen inscripties op steen, die ons wat wegwijs maken. Uit Pyrgi
stamt een inscriptie op een gouden plaquette, die bovendien inzicht geeft over
de plaatselijke godenwereld. Op 8 juli 1964 na Chr. werd de plaquette door
M.Pallottino te S.Severa aan de Toscaanse zuidkust veilig gesteld. Zij bestaat
uit drie gedeelten, waarvan één tekst in het Punisch en twee in het Etruskisch.
De plaatselijke koning Tebarie Velianas van Caere wijdt een heilige plaats aan
de Fenicische godin Astarte omstreeks het jaar 500 v.C. Deze Etrusk maakt zelfs
gebruik van de Fenicische kalender. Diverse geleerden hebben gewezen op de
treffende overeenkomsten van de inscriptie met die van Cyprus.
1.8.L'inscription
punique A.Dupont‑Sommer 1964, CCLII‑3
Récemment découverte Imprimerie
nationale
à Pyrgi
(Italie)
De
diversiteit.
Het
is een immens verschillende wereld van culturen, die zelfs nog veel bonter is
dan de onze. Zelfs in de Hellenistische en Romeinse tijd zien we, dat er geen
sprake is van eenvormigheid op dit gebied, al zou de uiterlijke
verschijningsvorm van vele steden dat wel doen vermoeden. Wanneer het
Fenicische Fenicië op zijn eind loopt onder de Seleuciden en al helemaal onder
de eerste keizers, dan zien we dat men overgaat tot nieuwe tijdrekeningen. Dit
komt tot uiting in de uitgifte van de diverse series van nieuwe munten.
Kition 311-305 v.C. Arados 259 v.C. Tyrus 126
v.C. Sidon 111
v.C.
Tripolis 105-95 v.C. Berytus 81 v.C.
Symbolischer
kan het haast niet anders. De oude tijd wordt afgeschaft bij de
voortschrijdende hellenisering van het Oosten.
1.9.Éres pompéiennes des villes de Phénicie Syria XXXI, 1954, p.73‑80
De vermenging.
In de Hellenistische tijd
beleeft Fenicië dus een in-een-vloeiing van de nieuwe Hellenistische wereld met
die van de oude Fenicische wereld. Een mooi voorbeeld hiervan is de agoranomie
van: Aspasios, zoon van Apollodorôs, zoon van Aspasios, grootvader van
Dionysos.
1.10.Grand prêtre de Dionysos à Byblos Syria XXXI, 1954, p.68‑73
Heilige
drie-eenheden.
Er
ontstaat een vergriekst Pantheon in de Hellenistische tijd. De volgende steden
krijgen een soort heilige drie-eenheid, waarbij de Fenicische namen al dan met
hun Griekse versie worden weergegeven:
Byblos:
El + dame van Byblos + Adonis
Berytus:
Poseidon + stadsgodin + Esjmoen
Sidon:
de grote god + Astarte (Europa) + Esjmoen
Tyrus: Zeus + Asteria + Heracles
1.11.Question
héliopolitaines Syria
XXXI, 1954, p.80‑98
De geografie van Fenicië.
Geografisch gezien is het
Hellenistische Fenicië overigens iets geheel anders, dan het 1000 jaar eerder
beginnende Fenicië, dat zich beperkte tot een uiterst smalle kuststrook. Na de
kuststrook verrijst het Libanongebergte, vervolgens de paralel daaraan gelegen
Bekaa vallei en dan weer het wat lagere gebergte van de Anti-Libanon. In het
noorden van Fenicië breekt een wat grotere rivier van oost naar west door naar
de zee via de Eleutherusvlakte. De Feniciërs moeten zich bij hun occupatie
vooral beperkt hebben tot de smalle kustvlaktes. In 1752, 1884 en 1929 na Chr.
werden bijvoorbeeld beelden teruggevonden, die gemaakt werden in de periode
1500-1300 v.C. en die stammen uit het binnenland van de Libanon. Het is maar
zeer de vraag, of deze beelden door de Feniciërs werden gemaakt. Men denkt
veeleer aan een andere nog niet exact benoemde bevolking in de bergen.
1.12.Statuettes
trouvées H.Seyrig Syria XXX,
1953, p.24‑50
dans les montagnes du Liban
Discrepantie
in tijd.
Van
het beginnende Fenicië aan de kust van de Libanon naar de beginnende exploratie
van de Atlantische oceaan is een hele stap en toch is dit in de Oudheid door
het Fenicische volk (of conglomeraat van stammen, steden) gedaan. Literaire
bronnen en archeologische vondsten getuigen daarvan. Hierbij valt op, dat de
literaire bronnen veelal oudere dateringen aangeven, dan de archeologie kan
bewijzen. Hoe meer onderzoek echter wordt gedaan, des te dichter komen beide
dateringen bij elkaar. De overgeleverde literatuur laat de Feniciërs reeds
tussen 1200-900 v.C. verschijnen bij de zuilen van Melqart. De archeologie komt
nog niet veel verder dan de 9e-8e eeuw v.C. In deze
discrepantie speelt het begrip TARSIS nog een speciale rol. Echt overtuigend is
nog nooit het Tarsis-land en het Tarsis-schip aangetoond, alhoewel de meeste
geleerden Zuid-Spanje toch wel zien als het Tarsis-land. Er is tot op heden
geen enkel authentiek Tarsis-schip teruggevonden, laat staan, dat men weet hoe
die er precies hebben uitgezien.
1.13.Der Weg der Phöniker K.Galling Wiesbaden 1972
nach
Tarsis in
Zeitschrift des Deutschen
Literarischer und Palästina
Vereins, Band 88
Archäologischer Sicht Heft 1
Scheepswrakken.
Erg
veel Fenicische schepen zijn er ook niet teruggevonden. De schepen van Marsala,
Kaap Gelidoniya, voor de kust van Ashkalon en te Mazarron zijn de hoopgevende
voorbeelden. Meestal werden echter in de Middellandse zee schepen teruggevonden
vanuit de Romeinse tijd. Zo’n schip is dat wat bij Mahdia voor de Tunesische
kust in de kleine Syrte werd aangetroffen. Het schip uit de 2e helft
van de 2e eeuw v.C. bevatte een (schat)rijke lading aan beelden en
voorwerpen, waarbij de afbeeldingen van goden en godinnen rijkelijk aanwezig
waren, zoals Eros, Ariadne, Dionysos, Atena, Heracles, Cybele, Hermes, Nike en
Artemis. De meeste voorwerpen worden in het BARDO museum te Tunis ten toon
gesteld.
1.14.Der Schiffsfund W. Fuchs Tübingen 1963
von
Mahdia
Verlag Ernst Wasmüth
De Syrten.
De kusten van de Kleine en Grote Syrte waren belangrijke
gebieden in het Romeinse rijk. De oude Fenicische nederzettingen Oea, Sabratha
en Lepcis waren uitgegroeid tot forse steden en ook de andere plaatsen langs de
Grote Syrte werden intensief benut, zoals Tubactis (Misurata), Macomades
(Sirte) tot aan de Arae Philenorum toe. Dank zij o.a. het onderzoek van
R.G.Goodchild weten we, dat niet alleen de kuststrook benut werd, maar dat diep
in het binnenland langs de Wadi Sofeggin en de Wadi Zemzem de grond nog bewerkt
kon worden. In de Romeinse tijd leefden de nazaten van de eerste Fenicische
kolonisten hier nog steeds onder een Romeins vernis. Inscripties in Lepcis zijn
bijvoorbeeld ook vaak tweetalig in hun uitvoering. Het Neopunische schrift
vinden we vooral ook in deze streken terug. Een prachtig voorbeeld daarvan is
de inscriptie van het Ammonium te Ras el-Haddagia t.t.v. de proconsul Lucius
Aelius Lamia, maar de inscriptie werd gemaakt door een zoon van Shasidwasa en
dat is bepaald geen Romeinse naam.
1.15.Libyan
studies J.Reynolds London 1976
Select Papers of Paul Elek
the late R.G.Goodchild
De symbiose.
De vermenging van de Romeinse, Punische, Numidische
en Libysche wereld zien we vooral terug in het binnenland van Tunesië. Zo bevat
de stad Thugga (Dougga) een Caelestis tempel. Juno-Caelestis werd vooral
vereenzelvigd met de Carthaagse godin Tanit. Daarnaast is er een
Libysch-Punisch mausoleum, dat tegen het einde van de 3e of het
begin van de 2e eeuw v.C. ontstaan is. Het is graf van Ateban, zoon
van Yepmatah, zoon van Palu. De enorme tempel van de Romeinse Saturnus werd in
feite ook gebruikt voor de Baal-Hammon van de Puniërs. Van voor de Romeinse
tijd is niet veel meer over, afgezien van een 130 meter lange stadsmuur en ook
toen al een Baal tempel. Op inscripties zien we diverse talen bij elkaar komen:
het Libysch, het (neo)Punisch en het Latijn.
1.16.Dougga A.Golfetto Basel 1961
Die
Geschichte einer Raggi
Verlag
Stadt
im Schatten Karthagos
Lepcis.
Aan de Wadi Lebdah komen we in Lepcis zelfs een
Griekse kolonie tegen in de Romeinse tijd, maar de meerderheid van de bevolking
zijn de nazaten van de Fenicische kolonisten, die hier de stad stichten, omdat
van daaruit de weg naar Centraal Afrika het kortste was (Herodoros IV 183). Dat
moet volgens Plinius (Nat.Hist.V 19,76) al omstreeks het jaar 1000 v.C. zijn
gebeurd. Dat heeft de archeologie nog niet kunnen aantonen. Het wordt op den
duur een prachtige stad met een grote haven. In de Romeinse tijd verrijzen
schitterende bouwwerken, waarbij o.a.de volgende voornamelijk Neo-Punische
namen vallen: Himilchon, Annobal Rufus, Iddibal Caphada Aemilius, Himilkis,
Suphunibal, Annobal Ruso, Iddibal Tapapius, Mago, Arisuth, Sadith, Barichio,
Hanno, Bodmelqart, Aderbal en Ithymbal Salinus Tapapius. Met gemak zijn de oude
Punische namen afleesbaar. Uit Lepcis komt zelfs een Romeins keizer. Op 11
april 146 na Chr. wordt hier Lucius Septimus Severus geboren. Dat is dus 2 x
146 jaar nadat de stad Carthago werd verwoest! Als keizer in Rome lukt het hem
niet om zijn Afrikaanse accent af te leren. Zijn zuster gaat maar terug naar
Lepcis, omdat zij geen Latijn kent en alleen in dialect kan praten. De plaats
is overigens lange tijd aangeduid als Leptis maior, maar de werkelijke naam is
Lepcis.
1.17.Leptis Magna
M.F.Squarciapino Basel 1966
Raggi Verlag
De Atlantische exploratie.
De meeste kolonies van de Feniciërs en Puniërs zijn
uiteindelijk overgegaan in Romeinse handen, waarna een metamorfose plaatsvond.
Kerkouane is daarvan verschoond gebleven, maar er zijn andere voorbeelden,
zoals Mogador.
Het is de verste plaats waarvan aantoonbaar
vaststaat, dat de Feniciërs (en wellicht Puniërs) zich daar gevestigd hebben.
Het ligt op de Atlantische kust van Marokko. Zo is de plaats genoemd door de
Spanjaarden. De Portugezen hadden het over Mogadoura, maar de Arabieren noemden
het Mougdoul en Amogdoul en dan komen we al dicht bij de waarschijnlijke
Fenicische naam: MGDL. Dat betekent vesting of wachttoren. Dezelfde naam komen
we tegen op de Syro-Libanese kust en dat behoeft geen toeval te zijn. In
Mogador is keramiek gevonden, dat afkomstig is uit alle delen van de
Middellandse zee, zowel Grieks als Fenicisch. Bovendien zijn er Fenicische
inscripties aangetroffen met onder andere de naam MAGO. In tijd moeten we
teruggaan tot in de 7e eeuw v.C. De pleisterplaats wordt op een
gegeven moment opgegeven, maar een aantal eeuwen later schijnt men toch nog
teruggekeerd te zijn, maar is dat niet geheel zeker.
1.19.Mogador A.Jodin Tanger 1966
Études et travaux Division des
monuments
du archéologie
Marocaines historiques et
des
antiquités du Maroc, Rabat.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten