Ringmap 4.
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
titel naam bron/plaats
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
4.1.Aanvraag
Tunesische beurs
4.2.Un monument
inconnue
punique{hr Djaouf} C.Poinssot/J.W.Salomonson
d'après les papiers inédits + "Chapiteaux" uit:
du comte
C.Borgia Thuburbo
majus,Chaoud el batan,
Villaricos,Carthago,Kerkouane,
hr.Djaouf,Guelaat bou Aftan,
Tipasa,Ain el Aria,Aquae
Thibilitanae,Dj.Mlezza,Thugga,
Agbia,hr.Brjeb,Musti,Ksar
Chennan,Ksar Rouhaha,Bulla Regia,
Thuburnica,Gigthi,Cirta,Motya]
4.3.Liste de
pierres et Museum
van Oudheden
moulages a textes Leiden blz 89‑98
phéniciens/puniques
J.Hoftijzer +Oudheidkundige
Mededelingen
XLIV 1963 (Salomonson &
Poinssot)
4.4.Lezingen
‑Het Romeinse en J.Christern Amsterdam
vroeg‑Christelijke Carthago EX ORIENTE LUX
‑De Phoenicische E.Lipinski aantekeningen
wortels van de Punische godsdienst
‑New Light on Ancient
L.E.Stager
4.5.Les phéniciens de A.di Vita blz 77 ‑ 98
l'occident
d'après
les
découvertes
archéologiques de Tripolitaine
4.6.Potsherds from Mogador G.B.Johnson/J.P.Whittal
Epigraphic Soc 1981
4.7.Semitic writing G.R.Driver London
1944
From
Pictograph to Oxford Univ.Press
Alphabet
Newly revised edition 1976
aantekeningen+blz79‑193
4.8.Völker im
Schatten F‑K.Kienitz blz 115‑145, blz 202/203
Die Gegenspieler der aantekeningen
Griechen und R£mer (1200‑200)
4.9.Carthage B.H.Warmington aantekeningen
4.10.Réconnaissances G.Vuillemot Autun, Musée Rolin, 1965
aux échelles puniques Stelling in 1962
d'Oranie 50%
aantekeningen
en
50% overname teksten
{Rachgoun,Mersa Madakh,Andalouses,Mingeonnet,Le
Tassa,Ténès,Arzew,
Mersa Bou
Zedjar,Habibas,Rio Salado ,Camerata,Tafna,Msirda,Gunugu
Emsa,e.a.} [registratie van zeer veel keramiek]
4.11.Melqart R.Dussaud Syria XXV, Paris 1946‑48
4.12.Die Numider
H.G.Horn/C.B.Rüger aantekeningen
1.Contribution à M Bouchenaki aantekeningen
la connaissance de
la Numidie
2.Herkunft,Schrift O Rössler aantekeningen
und Sprache + enige
overzichten
3.Bemerkungen zur
Stele Zaktut S Dahmani aantekeningen
4.Die Punische Kaart+overzicht+
Inschriften H P Roschinski aantekeningen
5.Die Mikiwan Inscriptie +
inschrift H P Roschinski aantekening
6.Das Heiligtum Plattegrond +
von el‑Hofra E Künzl aantekening
7.Numidische Könings‑
architectur F Rakob
8.Die Antike Stein‑
brüche von Chemtou H G Horn aantekeningen
9.Siga, die Haupt‑
stadt von Syphax C B Ruger aantekeningen
10.Siga,als König‑
liche Münzstätte H R Baldus aantekeningen
11.Bildnisse von
Numidische Könige K Fittschen aantekeningen
{voorts aantal afbeeldingen van gedenkstenen, voorwerpen, kaarten,
numismatiek, stambomen en overzichten}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Die Numider(4.12.)bevat veel verschillende artikelen.
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
De volgorde(plaatsing) in de ringmap is precies andersom.
Hoofdstuk 4.
God van de zee.
De god Melqart komt nog niet voor bij Ugarit of in
de El Amarna brieven. Pas in de 8e eeuw v.C. wordt hij genoemd.
Volgens René Dussaud is hij dan een vermenging geworden van Baäl (Hadad) en Yam
(de god van de zee). De naam Melqart is in feite de samenvoeging van
Melek-qart, ofwel de god van de stad. Melqart komt voor op de zuilen van de
tempel in Tyrus tot op de zuilen van de tempel in Gadir aan het andere einde
van de Middellandse zee en op vele kustplaatsen daar tussen in. Hij lijkt de
gids over de zee te zijn van de Fenicische zeelieden. De Grieken gaan hem later
Herakles noemen en de Romeinen Hercules.
4.11.Melqart R.Dussaud Syria XXV, Paris 1946‑48
Baäl Hamon & Tanit.
Dit is het godenpaar bij uitstek is Carthago. Veel
van de grafinscripties zijn aan hen gewijd. Vaak gaat dat ook vergezeld met het
z.g.’Tanit’- teken. Van boven naar beneden bestaat het uit een cirkeltje, een
dwarsbalk en tenslotte een driehoek met de punt naar boven. Ok dit teken ook
direct met Tanit in verband kan worden gebracht is echter hoogst onzeker. Een
sluitende verklaring voor het teken is nog niet gegeven. Ook hier zijn de
meningen nog zeer verdeeld. De geometrische afbeelding kent veel variaties. In
de 19e eeuw na Chr. werden vele gedenkstenen uit o.a.Tunesië naar
het westen gebracht. In Leiden is ook een serie terecht gekomen. Soms is ook
alleen maar een tekening mee teruggebracht, zoals waarschijnlijk Humbert dat
toen gedaan heeft. Deze tekening (H.It.1414)
toont een gedenksteen met een merkwaardig ‘Tanit’- teken. De
geometrische vorm heeft hier de vorm van een poppetje gekregen. De
overgeleverde inscriptie is maar deels leesbaar.
4.3.Liste de pierres et Museum van
Oudheden
moulages a textes Leiden blz 89‑98
phéniciens/puniques
J.Hoftijzer +Oudheidkundige
Mededelingen
XLIV 1963 (Salomonson &
Poinssot)
Fenicische wortels van de Punische godsdienst.
Baäl Hadad schenkt Taniti aan de stormgod in
Karkemisj (Til Barsip). In de 11e eeuw v.C. komt het werkwoord Tané
reeds voor. Het betekent klaagliederen uitvoeren. Meestal gebeurt dat bij het
plegen van offerandes en bij het doen van geloftes. De letters TNT komen in
1974 na Chr. aan het daglicht bij
opgravingen te Sarepta in Zuid-Libanon op een ivoren plaatje: voor de Tanit van
Aštarte (ca.550 v.C). S.Moscati wijst op het ‘Tanit’- teken op vele
Syro-Kanaänietische beeldjes, waarbij vrouwen hun borsten vasthouden. Dit zou
een houding van klaagvrouwen zijn. Het ‘Tanit’- teken komt ook voor te Sidon,
Athene, Malta, Akko, Delos, Ibiza en natuurlijk vooral in Noord-Afrika. Voor de
kust van Zuid-Fenicië werd een complete lading van 250 stuks gevonden in 1971
na Chr. met een datering van ca.400 v.C. In Libanon komen plaatsen voor, waarin
de naam Tanit voorkomt. In het oosten komt Tanit ca.100 jaar eerder voor dan in
het westen.
Baäl Hamon kan betiteld worden als de god van de
berg en van de vruchtbaarheid. Een relatie met de berg Amanus ligt voor de
hand. Een relatie met de god Dagon (koren) ligt eveneens voor de hand. De
Feniciërs hebben bij uitstek een religie, die afkomstig is van een
landbouwsamenleving. Hiermee in verband staan ook de offers, met name van de
eerstgeborenen.
4.4.Lezingen
‑Het
Romeinse en J.Christern Amsterdam
vroeg‑Christelijke
Carthago EX ORIENTE LUX
‑De
Phoenicische E.Lipinski
wortels
van de Punische godsdienst
‑New Light on Ancient L.E.Stager
Carthage
Tripolitanië.
De drie voornaamste Fenicische en/of Punische
nederzettingen zijn Oea (Tripoli), Sabratha en Lepcis, die 7e-6e
eeuw v.C. zijn gesticht vanuit Tyrus, Sidon en door Feniciërs vanuit Sicilië.
Volgens Sallustius wordt er een taal gesproken, die identiek is aan die van Carthago.
Te Gheran op 10 km afstand van Oea zijn gedenkstenen aan het licht gekomen met
daarop het bekende ‘Tanit’- teken. Volgens Antonio di Vito hebben we hier zelfs
te maken met een tofet. Te Sabratha is een driehoekig mausoleum opgegraven, dat
een hoogte had van 23 meter.
4.5.Les
phéniciens de A.di Vita blz 77 ‑ 98
l'occident d'après les découvertes archéologiques
de Tripolitaine
Van pictogram naar alfabet.
- Het was een lang traject om eindelijk bij een
volwaardig alfabetisch schrift te komen. De volgende ijkingspunten kunnen
worden genoemd:
3000
hiëroglyphen + spijkerschrift
2500-2100 Moab:
oudste Semietische inscripties (Teleiat-el Ghassul)
2000 tempel Sarâbît – al Hâdim in de Sinaï
ostracon van Gezer
plaquette van Shechem
1700 – 1555 bronzen dolk te Palestina (Lachish)
plaquette van Tell-es Sârem
het schrift van Ugarit (cuneiform alfabetisch)
15e-14e eeuw kleitabletten van
El Amarna
nieuw Semietisch dialect te Beth-Shean &
‘Ain-Shems
1220-1100
speerpunten met ‘bdlb(’)t
10e eeuw Fenicische speerpunt in de
Libanon
1000
graf Ahiram
- Men schreef op klei, leer, papyrus en hakte in
steen. Men schreef of hakte van rechts naar links. Dat deden ook de Grieken in
het begin, maar die veranderden dat spoedig. Waarom eigenlijk van rechts naar
links? Het schijnt op kleitabletten zo het handigst geweest te zijn, maar er
doet nog een andere theorie opgeld. En dat is, dat men bij het schrijven naar
het noorden keek. De zon komt op in het oosten (rechts=leven) en gaat onder in
het westen (links=dood). Het schrijven gebeurde in die tijd meestal door
priesters, die hun handelingen door hun goden gewijd wilden zien!
- Over personen als uitvinders van het schrift doen
diverse verhalen de ronde:
Herodotos houdt het op KADMOS, die het schrift naar
Thebe bracht.
Plato denkt, dat de Egyptenaar Toth de uitvinder is
en Philo van Byblos noemt Taautos. Suidas, een Griekse lexicograaf, denkt aan
Agenoor en de Jood Eupolemus beweert, dat Mozes ons het schrift heeft gegeven.
- Oorspronkelijk behoren bij de letters de volgende
woorden:
’alep os bêt huis gimel werpstok
dalet deur he zie,kijk? waw pin
zayin wapen hêt têt ….
yod hand kap handpalm
lamed geit mem water nûn/nahas vis/slang
‘ayin oog pe’ mond saw/sadê krekel?
qaw/qop aap rêš hoofd šîn tand
taw merkteken
Samengevat lijkt de meest waarschijnlijke route van
de totstandkoming van het alfabetisch schrift de volgende te zijn:
1.Soemeriërs vonden het schrijven op klei uit
d.m.v.pictografische tekens.
2.Soemeriërs vinden ook een methode uit om die
tekens tot syllabes te verwerken.
3.Soemeriërs benoemen vier van de vijf klinkers.
4.Babyloniërs gaan de tekens voor syllabes gebruiken
met ideografen.
5.Perzen vereenvoudigen het syllabisch schrift in
een cuneiform systeem.
6.Egyptenaren ontwikkelen een eigen systeem van
hiëroglyphen met hiëratische en demotische fase in cursief schrijven. De tekens
geven soms ook syllabes weer en in een korte periode zelfs als medeklinkers.
7.Een van de West-Semietische volken komt in
aanraking met de Egyptenaren tussen 2500-1500 v.C. en ontwikkelen daardoor het
systeem van één geluid bij één teken uit.
8.De uitvinding wordt ontwikkeld in Palestina en
daarna geperfectioneerd in Fenicië.
9.De Feniciërs verspreiden het alfabet over de
wereld.
4.7.Semitic
writing G.R.Driver London 1944
From Pictograph to Oxford Univ.Press
Alphabet Newly revised
edition 1976 blz79‑193
De tegenspelers van de Grieken en Romeinen.
De Fenicische zeevaarders hadden niet als drijfveer
het veroveren en het koloniseren. Ze hadden ook niet de ‘push’faktor van
overbevolking. Het waren wel avontuurlijke handelslieden. De ‘nuchtere’
kooplieden vonden het alfabet een praktisch hulpmiddel. Ze pasten het overal
toe en droegen zo bij tot de verbreiding van het alfabet over de gehele
Middellandse zee. Op Malta is nog steeds de Semietische grondopbouw van de taal
aanwezig. Het Samaritaanse schrift van Nabloes gelijkt nog zeer op het
Fenicisch. Het Cyprische schrift in de oudheid heeft een duidelijke verbinding
met Fenicische schrift.
4.8.Völker im Schatten F‑K.Kienitz blz 115‑145, blz 202/203
Die
Gegenspieler der aantekeningen
Griechen
und R£mer (1200‑200)
Van Feniciërs tot ‘Afrikanen’ of Puniërs.
Conservatieve Feniciërs emigreren naar Carthago,
omdat die stad nog niet zo vergriekst was. In Noord-Afrika kon men zich
afschermen van de Griekse wereld. De eigen Fenicische steden waren al wel
duidelijk gehelleniseerd.
Volgens Dio Chrystostom verandert ene Hanno in de 4e
eeuw v.C. in ‘Afrikaanders’. Het is wat
te stellig geformuleerd, maar wel is zeker, dat het achterland van Carthago
voor een belangrijk deel onder beheer van de stad wordt gebracht. Het blijft
niet bij dat achterland, want de Carthagers doorkruisen een groot deel van
Noord-Afrika.
Pseudo-Skylax 338 over een plaats op de westkust van
Afrika: Men kan niet rond Cerne zeilen
vanwege de ondiepten, modder en zeewier, dat zo dik is als een hand, maar
scherp genoeg om zich er in te snijden. Te Cerne handelen de Feniciërs; als zij
aankomen, ankeren zij hun Gauloi, zoals hun handelsschepen worden genoemd en
zij verplaatsen de waren in kleine boten. Daar leven de Ethiopiërs met wie zij
handelen. In ruil voor hun waren krijgen de Feniciërs dierenhuiden, leeuwen,
luipaarden, olifantenhuiden en ….; De Ethiopiërs dragen huiden en drinken uit
ivoren koppen, hun vrouwen dragen ivoren sieraden en zelfs hun paarden hebben
ivoren decoraties. De Feniciërs brengen parfum, Egyptische stenen en Atheense
vazen en kruiken.
Toch is de stelling van Dio Chrystostom te stellig, want de Carthagers
vestigen hun aandacht net zo intensief naar het noorden. Plato vreest op een
gegeven moment, dat de taal op Sicilië het Punisch zal worden! Strabo heeft het
over de tineilanden in West_Europa: één
van de eilanden is verlaten. De andere eilanden worden bevolkt door mensen in
zwarte mantels en tunieken tot hun voeten met een gordel en ze lopen in een
stof, zoals de ‘Furieën’ in de Griekse tragedies. Ze leven van hun kudden en
zijn meest nomaden. Ze hebben zilver- en loodmijnen en zij ruilen het metaal en
de baren voor vazen, zout en koperen voorwerpen met de bezoekende handelaren.
Vroeger waren dat de Feniciërs, die een handelsmonopolie hadden en die de route
geheim hielden.
Atlantisch Purper.
Tyrus en Sidon en vele andere Fenicische
nederzettingen waren bekend om de fabricage van de verfstof purper. De meest
verre lokatie is wel ‘het purper eiland’ Mogador. De ‘murex’ slak wordt er in
grote heoveelheden gevonden. De ‘purpura haemastoma’ werd gebruikt om de
befaamde verfstof te maken. De Feniciërs gebruikten de lokatie in de 7e
en 6e eeuw v.C. De Romeinen kwamen er terug van de 1e
eeuw v.C tot in de 4e eeuw na Chr.
4.6.Potsherds
from Mogador G.B.Johnson/J.P.Whittal
Epigraphic Soc 1981
4.9.Carthage B.H.Warmington aantekeningen
Punische
monumenten.
In
het achterland van Carthago zijn ooit grootse monumenten opgericht. Ze zijn
vrijwel alle verwoest, maar uit de fundamenten en de erom heen liggende
brokstukken kon toch in grote lijnen het uiterlijk van deze monumenten worden
gerconstrueerd. De lokaties zijn Thugga, Ksar Chenann, Ksar Rouhaha, Mactaris,
Hr.Djaouf, ‘Souma’van Kroub. Bovendien zijn in de necropool van Kerkouane te
Djebel Mlezza schilderingen teruggevonden, waarop diverse mausolea zijn
afgebeeld. Ook te Sidi Ali Djebali en aan de Oued Séjenane vinden we dergelijke
tekeningen.
4.2.Un
monument inconnue punique{hr Djaouf}
C.Poinssot/J.W.Salomonson
d'après les papiers inédits +
"Chapiteaux" uit:du comte C.Borgia Thuburbo majus,Chaoud
el batan, Villaricos,Carthago,Kerkouane, hr.Djaouf,Guelaat bou Aftan,
Tipasa,Ain el Aria,Aquae,Thibilitanae,Dj.Mlezza,Thugga,
Agbia,hr.Brjeb,Musti,Ksar Chennan,Ksar Rouhaha,Bulla Regia,
Thuburnica,Gigthi,Cirta,Motya]
De Metagonieten.
Zo worden de Fenicische en Punische plaatsen genoemd op
de kust van Noord-Afrika. G.Vuillemot heeft een deel van deze kust uitgebreid
verkend en publiceerd daarover in 1962 na Chr. Speciaal de lokatie Les
Andalouses werd minutieus uitgekamd. Hierbij een overzicht. De plus staat voor
gedane vondsten en daarnaast wordt enige tijdsindicatie gegeven.
van west naar oost: 700
600 500 400 300 200 100 0 100 200 300
---------------------------------------------------------------------------------------
Tanger (Tingi)
+
Sidi
Abdeslam +
Tamuda +
Emsa +
I.Chaffarinas alleen
logisch als aanlegplaats
Port Say +
Nemours +
Honein alleen naamsindicatie
Rachgoun (Ruššigan)
+
>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>
Siga hoofdstad
van de inheemse bevolking
Camerata + keramiek
Rio
Salado + keramiek
Mersa
bou Zedjar +
Archipel Habibas alleen
logisch als aanlegplaats
Mersa Madakh + ruines/keramiek
I.Plane alleen
logisch als toevluchtsoord
Les Andalouses +
>>>>>>>>>>>>>>>
Woonplaats/keramiek/geld/steles
& het terrein Mingeonnet =necropool
& Tassa +
>>>>>>>>>>>>>>
Arzew
(Portus Magnus) +
(Portus
Divini) ?
Saint Leu + inscriptie
Port aux Poules +
Fornaka +
Sbara +
Mostaganem +
Qviza +
Cap
Ivi +
Bosquet
plage +
Petit
port +
Ain
Brahim +
Port
Romain +
Oued
Tarzout +
Paul
Robert +
Arsenaria + geld
La Guelta +
El Marsa +
Pointe
Rouge +
Ténès (Cartennae) +
4.10.Réconnaissances G.Vuillemot Autun, Musée Rolin, 1965
aux échelles puniques Stelling in 1962
d'Oranie
{Rachgoun,Mersa
Madakh,Andalouses,Mingeonnet,Le Tassa,Ténès,Arzew,
Mersa Bou Zedjar,Habibas,Rio
Salado,Camerata,Tafna,Msirda,Gunugu,Emsa,e.a.}
De Numidiërs.
In het achterland van Carthago leefden allereerst de
Libyërs. Nog verder landinwaarts en naar westen leefden de Numidiërs. Er waren
twee hoofdgroepen: de Massyliërs (Oost-Numidiërs) en de Masaesyliërs
(West-Numidiërs). Deze Numidiërs hebben zeker in de laatste eeuwen van Carthago
veelvuldig dienst gedaan als ruiters in de Carthaagse legers. Tijdens de 2e
Punische oorlog vormen zij elkaar beconcurrerende koninkrijkjes. Onder
Massinissa komt er één Numidisch rijk tot stand. Dat zal stukje voor stukje na
zijn de dood van zijn opvolger Micipsa door de Romeinen worden ingelijfd. Juist
na de verwoesting van Carthago ondergaan de Numidische koninkrijken een
verregaande punisering op het gebied van de taal, de religie en de
architectuur. Juba II is de laatste grote koning van Mauretanië, dat tevens een
deel van Numidië beslaat. Hij schrijft boeken over Afrika (Libyca), Assyrië en
Arabië. Men vermoedt, dat hij nog inzage gehad heeft in de Carthaagse
archieven, voor zover die uit de stad waren gered. Juba II (25 v.C – 23 na Chr)
bezoekt Mogador en noemt dat de purpereilanden. In feite is Mauretanië dan al
een vazalstaat van Rome. Onder Aedemon komt het in 42 na Chr. tot een opstand
tegen de Romeinse overheersing, maar die wordt neergeslagen.
4.12.Die Numider
H.G.Horn/C.B.Rüger
1.Contribution à
M Bouchenaki
la connaissance de
la Numidie
2.Herkunft,Schrift
O Rössler
und Sprache
3.Bemerkungen zur
Stele Zaktut S Dahmani
4.Die Punische
Inschriften
H P Roschinski
5.Die Mikiwan
inschrift H P Roschinski
6.Das Heiligtum
von el‑Hofra
E Künzl
7.Numidische Könings‑
architectur F
Rakob
8.Die Antike Stein‑
brüche von Chemtou H G Horn
9.Siga, die Haupt‑
stadt von Syphax
C B Ruger
10.Siga,als König‑
liche Münzstätte
H R Baldus
11.Bildnisse von
Numidische Könige K Fittschen
ncfps

Geen opmerkingen:
Een reactie posten