vrijdag 6 februari 2015

Map4. Numidia

Ringmap 4.

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
      titel                naam                bron/plaats
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
4.1.Aanvraag Tunesische beurs

4.2.Un monument inconnue
    punique{hr Djaouf}    C.Poinssot/J.W.Salomonson
    d'après les papiers inédits               + "Chapiteaux" uit:
    du comte C.Borgia                  Thuburbo majus,Chaoud el batan,
                                       Villaricos,Carthago,Kerkouane,
                                       hr.Djaouf,Guelaat bou Aftan,
                                       Tipasa,Ain el Aria,Aquae
                                       Thibilitanae,Dj.Mlezza,Thugga,
                                       Agbia,hr.Brjeb,Musti,Ksar
                                       Chennan,Ksar Rouhaha,Bulla Regia,
                                       Thuburnica,Gigthi,Cirta,Motya]

4.3.Liste de pierres et                        Museum van Oudheden
     moulages a textes                         Leiden blz 89‑98
     phéniciens/puniques   J.Hoftijzer      +Oudheidkundige Mededelingen
                                               XLIV 1963 (Salomonson &
                                               Poinssot)
4.4.Lezingen
    ‑Het Romeinse en       J.Christern         Amsterdam
     vroeg‑Christelijke Carthago               EX ORIENTE LUX
    ‑De Phoenicische       E.Lipinski          aantekeningen
     wortels van de Punische godsdienst
    ‑New Light on Ancient  L.E.Stager
     Carthage

4.5.Les phéniciens de      A.di Vita           blz 77 ‑ 98
    l'occident d'après    
    les découvertes
    archéologiques de Tripolitaine

4.6.Potsherds from Mogador G.B.Johnson/J.P.Whittal Epigraphic Soc 1981
    VIIc BC ‑ IVc AD                           Vol 9. no.219

4.7.Semitic writing        G.R.Driver          London 1944
    From Pictograph to                         Oxford Univ.Press
    Alphabet                                Newly revised edition 1976
                                               aantekeningen+blz79‑193

4.8.Völker im Schatten     F‑K.Kienitz         blz 115‑145, blz 202/203
    Die Gegenspieler der                       aantekeningen
    Griechen und R£mer (1200‑200)

4.9.Carthage               B.H.Warmington      aantekeningen

 

4.10.Réconnaissances       G.Vuillemot         Autun, Musée Rolin, 1965
     aux échelles puniques                     Stelling in 1962
     d'Oranie                                  50% aantekeningen
                                               en 50% overname teksten
     {Rachgoun,Mersa Madakh,Andalouses,Mingeonnet,Le Tassa,Ténès,Arzew,
     Mersa Bou Zedjar,Habibas,Rio Salado,Camerata,Tafna,Msirda,Gunugu
     Emsa,e.a.} [registratie van zeer veel keramiek]

4.11.Melqart               R.Dussaud           Syria XXV, Paris 1946‑48

4.12.Die Numider           H.G.Horn/C.B.Rüger  aantekeningen
       1.Contribution à    M Bouchenaki        aantekeningen
       la connaissance de
       la Numidie
       2.Herkunft,Schrift  O Rössler           aantekeningen
       und Sprache                                 + enige overzichten
       3.Bemerkungen zur
       Stele Zaktut      S Dahmani           aantekeningen
       4.Die Punische                              Kaart+overzicht+
       Inschriften         H P Roschinski      aantekeningen
       5.Die Mikiwan                               Inscriptie +
       inschrift         H P Roschinski      aantekening
       6.Das Heiligtum                             Plattegrond +
       von el‑Hofra      E Künzl             aantekening
       7.Numidische Könings‑
       architectur       F Rakob
       8.Die Antike Stein‑
       brüche von Chemtou  H G Horn            aantekeningen
       9.Siga, die Haupt‑
       stadt von Syphax    C B Ruger           aantekeningen
       10.Siga,als König‑
       liche Münzstätte    H R Baldus          aantekeningen
       11.Bildnisse von
       Numidische Könige   K Fittschen         aantekeningen

{voorts aantal afbeeldingen van gedenkstenen, voorwerpen, kaarten, numismatiek, stambomen en overzichten}

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Die Numider(4.12.)bevat veel verschillende artikelen.
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
De volgorde(plaatsing) in de ringmap is precies andersom.



Hoofdstuk 4.


God van de zee.
De god Melqart komt nog niet voor bij Ugarit of in de El Amarna brieven. Pas in de 8e eeuw v.C. wordt hij genoemd. Volgens René Dussaud is hij dan een vermenging geworden van Baäl (Hadad) en Yam (de god van de zee). De naam Melqart is in feite de samenvoeging van Melek-qart, ofwel de god van de stad. Melqart komt voor op de zuilen van de tempel in Tyrus tot op de zuilen van de tempel in Gadir aan het andere einde van de Middellandse zee en op vele kustplaatsen daar tussen in. Hij lijkt de gids over de zee te zijn van de Fenicische zeelieden. De Grieken gaan hem later Herakles noemen en de Romeinen Hercules.

4.11.Melqart               R.Dussaud           Syria XXV, Paris 1946‑48

Baäl Hamon & Tanit.
Dit is het godenpaar bij uitstek is Carthago. Veel van de grafinscripties zijn aan hen gewijd. Vaak gaat dat ook vergezeld met het z.g.’Tanit’- teken. Van boven naar beneden bestaat het uit een cirkeltje, een dwarsbalk en tenslotte een driehoek met de punt naar boven. Ok dit teken ook direct met Tanit in verband kan worden gebracht is echter hoogst onzeker. Een sluitende verklaring voor het teken is nog niet gegeven. Ook hier zijn de meningen nog zeer verdeeld. De geometrische afbeelding kent veel variaties. In de 19e eeuw na Chr. werden vele gedenkstenen uit o.a.Tunesië naar het westen gebracht. In Leiden is ook een serie terecht gekomen. Soms is ook alleen maar een tekening mee teruggebracht, zoals waarschijnlijk Humbert dat toen gedaan heeft. Deze tekening (H.It.1414)  toont een gedenksteen met een merkwaardig ‘Tanit’- teken. De geometrische vorm heeft hier de vorm van een poppetje gekregen. De overgeleverde inscriptie is maar deels leesbaar.

4.3.Liste de pierres et                             Museum van Oudheden
     moulages a textes                              Leiden blz 89‑98
     phéniciens/puniques   J.Hoftijzer      +Oudheidkundige Mededelingen
                                                               XLIV 1963 (Salomonson &  Poinssot)

Fenicische wortels van de Punische godsdienst.
Baäl Hadad schenkt Taniti aan de stormgod in Karkemisj (Til Barsip). In de 11e eeuw v.C. komt het werkwoord Tané reeds voor. Het betekent klaagliederen uitvoeren. Meestal gebeurt dat bij het plegen van offerandes en bij het doen van geloftes. De letters TNT komen in 1974 na Chr. aan het daglicht  bij opgravingen te Sarepta in Zuid-Libanon op een ivoren plaatje: voor de Tanit van Aštarte (ca.550 v.C). S.Moscati wijst op het ‘Tanit’- teken op vele Syro-Kanaänietische beeldjes, waarbij vrouwen hun borsten vasthouden. Dit zou een houding van klaagvrouwen zijn. Het ‘Tanit’- teken komt ook voor te Sidon, Athene, Malta, Akko, Delos, Ibiza en natuurlijk vooral in Noord-Afrika. Voor de kust van Zuid-Fenicië werd een complete lading van 250 stuks gevonden in 1971 na Chr. met een datering van ca.400 v.C. In Libanon komen plaatsen voor, waarin de naam Tanit voorkomt. In het oosten komt Tanit ca.100 jaar eerder voor dan in het westen.
Baäl Hamon kan betiteld worden als de god van de berg en van de vruchtbaarheid. Een relatie met de berg Amanus ligt voor de hand. Een relatie met de god Dagon (koren) ligt eveneens voor de hand. De Feniciërs hebben bij uitstek een religie, die afkomstig is van een landbouwsamenleving. Hiermee in verband staan ook de offers, met name van de eerstgeborenen.

4.4.Lezingen
    ‑Het Romeinse en       J.Christern         Amsterdam
     vroeg‑Christelijke Carthago               EX ORIENTE LUX
    ‑De Phoenicische       E.Lipinski         
     wortels van de Punische godsdienst
    ‑New Light on Ancient  L.E.Stager
     Carthage


Tripolitanië.
De drie voornaamste Fenicische en/of Punische nederzettingen zijn Oea (Tripoli), Sabratha en Lepcis, die 7e-6e eeuw v.C. zijn gesticht vanuit Tyrus, Sidon en door Feniciërs vanuit Sicilië. Volgens Sallustius wordt er een taal gesproken, die identiek is aan die van Carthago. Te Gheran op 10 km afstand van Oea zijn gedenkstenen aan het licht gekomen met daarop het bekende ‘Tanit’- teken. Volgens Antonio di Vito hebben we hier zelfs te maken met een tofet. Te Sabratha is een driehoekig mausoleum opgegraven, dat een hoogte had van 23 meter.

4.5.Les phéniciens de      A.di Vita           blz 77 ‑ 98
       l'occident d'après les découvertes archéologiques de Tripolitaine

Van pictogram naar alfabet.
- Het was een lang traject om eindelijk bij een volwaardig alfabetisch schrift te komen. De volgende ijkingspunten kunnen worden genoemd:
3000                         hiëroglyphen + spijkerschrift
2500-2100    Moab: oudste Semietische inscripties (Teleiat-el Ghassul)
2000            tempel Sarâbît – al Hâdim in de Sinaï
          ostracon van Gezer
          plaquette van Shechem
1700 – 1555 bronzen dolk te Palestina (Lachish)
                     plaquette van Tell-es Sârem
                     het schrift van Ugarit (cuneiform alfabetisch)
15e-14e eeuw kleitabletten van El Amarna
nieuw Semietisch dialect te Beth-Shean & ‘Ain-Shems
1220-1100    speerpunten met ‘bdlb(’)t
10e eeuw Fenicische speerpunt in de Libanon
1000             graf Ahiram
- Men schreef op klei, leer, papyrus en hakte in steen. Men schreef of hakte van rechts naar links. Dat deden ook de Grieken in het begin, maar die veranderden dat spoedig. Waarom eigenlijk van rechts naar links? Het schijnt op kleitabletten zo het handigst geweest te zijn, maar er doet nog een andere theorie opgeld. En dat is, dat men bij het schrijven naar het noorden keek. De zon komt op in het oosten (rechts=leven) en gaat onder in het westen (links=dood). Het schrijven gebeurde in die tijd meestal door priesters, die hun handelingen door hun goden gewijd wilden zien!
- Over personen als uitvinders van het schrift doen diverse verhalen de ronde:
Herodotos houdt het op KADMOS, die het schrift naar Thebe bracht.
Plato denkt, dat de Egyptenaar Toth de uitvinder is en Philo van Byblos noemt Taautos. Suidas, een Griekse lexicograaf, denkt aan Agenoor en de Jood Eupolemus beweert, dat Mozes ons het schrift heeft gegeven.
- Oorspronkelijk behoren bij de letters de volgende woorden:
’alep       os          bêt         huis        gimel       werpstok
dalet       deur        he          zie,kijk?   waw         pin
zayin       wapen       hêt                     têt         ….
yod         hand        kap         handpalm
lamed       geit        mem         water       nûn/nahas   vis/slang
‘ayin       oog         pe’         mond        saw/sadê    krekel?
qaw/qop     aap         rêš         hoofd       šîn         tand
taw         merkteken

Samengevat lijkt de meest waarschijnlijke route van de totstandkoming van het alfabetisch schrift de volgende te zijn:
1.Soemeriërs vonden het schrijven op klei uit d.m.v.pictografische tekens.
2.Soemeriërs vinden ook een methode uit om die tekens tot syllabes te verwerken.
3.Soemeriërs benoemen vier van de vijf klinkers.
4.Babyloniërs gaan de tekens voor syllabes gebruiken met ideografen.
5.Perzen vereenvoudigen het syllabisch schrift in een cuneiform systeem.
6.Egyptenaren ontwikkelen een eigen systeem van hiëroglyphen met hiëratische en demotische fase in cursief schrijven. De tekens geven soms ook syllabes weer en in een korte periode zelfs als medeklinkers.
7.Een van de West-Semietische volken komt in aanraking met de Egyptenaren tussen 2500-1500 v.C. en ontwikkelen daardoor het systeem van één geluid bij één teken uit.
8.De uitvinding wordt ontwikkeld in Palestina en daarna geperfectioneerd in Fenicië.
9.De Feniciërs verspreiden het alfabet over de wereld.

4.7.Semitic writing        G.R.Driver          London 1944
      From Pictograph to                              Oxford Univ.Press
      Alphabet                                 Newly revised edition 1976 blz79‑193

De tegenspelers van de Grieken en Romeinen.
De Fenicische zeevaarders hadden niet als drijfveer het veroveren en het koloniseren. Ze hadden ook niet de ‘push’faktor van overbevolking. Het waren wel avontuurlijke handelslieden. De ‘nuchtere’ kooplieden vonden het alfabet een praktisch hulpmiddel. Ze pasten het overal toe en droegen zo bij tot de verbreiding van het alfabet over de gehele Middellandse zee. Op Malta is nog steeds de Semietische grondopbouw van de taal aanwezig. Het Samaritaanse schrift van Nabloes gelijkt nog zeer op het Fenicisch. Het Cyprische schrift in de oudheid heeft een duidelijke verbinding met Fenicische schrift.

4.8.Völker im Schatten     F‑K.Kienitz         blz 115‑145, blz 202/203
    Die Gegenspieler der                       aantekeningen
    Griechen und R£mer (1200‑200)

Van Feniciërs tot ‘Afrikanen’ of Puniërs.
Conservatieve Feniciërs emigreren naar Carthago, omdat die stad nog niet zo vergriekst was. In Noord-Afrika kon men zich afschermen van de Griekse wereld. De eigen Fenicische steden waren al wel duidelijk gehelleniseerd.
Volgens Dio Chrystostom verandert ene Hanno in de 4e eeuw v.C. in ‘Afrikaanders’.  Het is wat te stellig geformuleerd, maar wel is zeker, dat het achterland van Carthago voor een belangrijk deel onder beheer van de stad wordt gebracht. Het blijft niet bij dat achterland, want de Carthagers doorkruisen een groot deel van Noord-Afrika.

Pseudo-Skylax 338 over een plaats op de westkust van Afrika: Men kan niet rond Cerne zeilen vanwege de ondiepten, modder en zeewier, dat zo dik is als een hand, maar scherp genoeg om zich er in te snijden. Te Cerne handelen de Feniciërs; als zij aankomen, ankeren zij hun Gauloi, zoals hun handelsschepen worden genoemd en zij verplaatsen de waren in kleine boten. Daar leven de Ethiopiërs met wie zij handelen. In ruil voor hun waren krijgen de Feniciërs dierenhuiden, leeuwen, luipaarden, olifantenhuiden en ….; De Ethiopiërs dragen huiden en drinken uit ivoren koppen, hun vrouwen dragen ivoren sieraden en zelfs hun paarden hebben ivoren decoraties. De Feniciërs brengen parfum, Egyptische stenen en Atheense vazen en kruiken.

Toch is de stelling van Dio Chrystostom te stellig, want de Carthagers vestigen hun aandacht net zo intensief naar het noorden. Plato vreest op een gegeven moment, dat de taal op Sicilië het Punisch zal worden! Strabo heeft het over de tineilanden in West_Europa: één van de eilanden is verlaten. De andere eilanden worden bevolkt door mensen in zwarte mantels en tunieken tot hun voeten met een gordel en ze lopen in een stof, zoals de ‘Furieën’ in de Griekse tragedies. Ze leven van hun kudden en zijn meest nomaden. Ze hebben zilver- en loodmijnen en zij ruilen het metaal en de baren voor vazen, zout en koperen voorwerpen met de bezoekende handelaren. Vroeger waren dat de Feniciërs, die een handelsmonopolie hadden en die de route geheim hielden.



Atlantisch Purper.
Tyrus en Sidon en vele andere Fenicische nederzettingen waren bekend om de fabricage van de verfstof purper. De meest verre lokatie is wel ‘het purper eiland’ Mogador. De ‘murex’ slak wordt er in grote heoveelheden gevonden. De ‘purpura haemastoma’ werd gebruikt om de befaamde verfstof te maken. De Feniciërs gebruikten de lokatie in de 7e en 6e eeuw v.C. De Romeinen kwamen er terug van de 1e eeuw v.C tot in de 4e eeuw na Chr.

4.6.Potsherds from Mogador G.B.Johnson/J.P.Whittal    Epigraphic Soc 1981
    VIIc BC ‑ IVc AD                                                         Vol 9. no.219
4.9.Carthage               B.H.Warmington      aantekeningen

Punische monumenten.
In het achterland van Carthago zijn ooit grootse monumenten opgericht. Ze zijn vrijwel alle verwoest, maar uit de fundamenten en de erom heen liggende brokstukken kon toch in grote lijnen het uiterlijk van deze monumenten worden gerconstrueerd. De lokaties zijn Thugga, Ksar Chenann, Ksar Rouhaha, Mactaris, Hr.Djaouf, ‘Souma’van Kroub. Bovendien zijn in de necropool van Kerkouane te Djebel Mlezza schilderingen teruggevonden, waarop diverse mausolea zijn afgebeeld. Ook te Sidi Ali Djebali en aan de Oued Séjenane vinden we dergelijke tekeningen.

4.2.Un monument inconnue punique{hr Djaouf}    C.Poinssot/J.W.Salomonson
    d'après les papiers inédits + "Chapiteaux" uit:du comte C.Borgia                                 Thuburbo majus,Chaoud el batan, Villaricos,Carthago,Kerkouane, hr.Djaouf,Guelaat bou Aftan, Tipasa,Ain el Aria,Aquae,Thibilitanae,Dj.Mlezza,Thugga, Agbia,hr.Brjeb,Musti,Ksar Chennan,Ksar Rouhaha,Bulla Regia, Thuburnica,Gigthi,Cirta,Motya]


De Metagonieten.
Zo worden de Fenicische en Punische plaatsen genoemd op de kust van Noord-Afrika. G.Vuillemot heeft een deel van deze kust uitgebreid verkend en publiceerd daarover in 1962 na Chr. Speciaal de lokatie Les Andalouses werd minutieus uitgekamd. Hierbij een overzicht. De plus staat voor gedane vondsten en daarnaast wordt enige tijdsindicatie gegeven.

van west naar oost:                700 600 500 400 300 200 100  0  100 200 300
---------------------------------------------------------------------------------------
Tanger (Tingi)             +
Sidi Abdeslam             +
Tamuda                        +
Emsa                             +
Melilla (Rusaddir)        +
I.Chaffarinas           alleen logisch als aanlegplaats
Port Say                        +
Nemours                       +
Honein                  alleen naamsindicatie
Rachgoun (Ruššigan)  + >>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>
Siga                                        hoofdstad van de inheemse bevolking
Camerata                       + keramiek
Rio Salado                     + keramiek
Mersa bou Zedjar          +
Archipel Habibas     alleen logisch als aanlegplaats
Mersa Madakh               + ruines/keramiek
I.Plane                    alleen logisch als toevluchtsoord
Les Andalouses             +                  >>>>>>>>>>>>>>>
    Woonplaats/keramiek/geld/steles
& het terrein Mingeonnet =necropool
& Tassa                               +                 >>>>>>>>>>>>>>
Arzew (Portus Magnus)    +
(Portus Divini) ?
Saint Leu                           + inscriptie
Port aux Poules                 +
Fornaka                             +
Sbara                                 +
Mostaganem                      +
Qviza                                 +
Cap Ivi                               +
Bosquet plage                    +
Petit port                                   +
Ain Brahim                                               +
Port Romain                             +
Oued Tarzout                           +
Paul Robert                                              +
Arsenaria                                                 + geld
La Guelta                                                 +
El Marsa                                   +
Pointe Rouge                           +
Ténès (Cartennae)            +

4.10.Réconnaissances       G.Vuillemot         Autun, Musée Rolin, 1965
     aux échelles puniques                               Stelling in 1962
     d'Oranie                               
     {Rachgoun,Mersa Madakh,Andalouses,Mingeonnet,Le Tassa,Ténès,Arzew,
     Mersa Bou Zedjar,Habibas,Rio Salado,Camerata,Tafna,Msirda,Gunugu,Emsa,e.a.}


De Numidiërs.
In het achterland van Carthago leefden allereerst de Libyërs. Nog verder landinwaarts en naar westen leefden de Numidiërs. Er waren twee hoofdgroepen: de Massyliërs (Oost-Numidiërs) en de Masaesyliërs (West-Numidiërs). Deze Numidiërs hebben zeker in de laatste eeuwen van Carthago veelvuldig dienst gedaan als ruiters in de Carthaagse legers. Tijdens de 2e Punische oorlog vormen zij elkaar beconcurrerende koninkrijkjes. Onder Massinissa komt er één Numidisch rijk tot stand. Dat zal stukje voor stukje na zijn de dood van zijn opvolger Micipsa door de Romeinen worden ingelijfd. Juist na de verwoesting van Carthago ondergaan de Numidische koninkrijken een verregaande punisering op het gebied van de taal, de religie en de architectuur. Juba II is de laatste grote koning van Mauretanië, dat tevens een deel van Numidië beslaat. Hij schrijft boeken over Afrika (Libyca), Assyrië en Arabië. Men vermoedt, dat hij nog inzage gehad heeft in de Carthaagse archieven, voor zover die uit de stad waren gered. Juba II (25 v.C – 23 na Chr) bezoekt Mogador en noemt dat de purpereilanden. In feite is Mauretanië dan al een vazalstaat van Rome. Onder Aedemon komt het in 42 na Chr. tot een opstand tegen de Romeinse overheersing, maar die wordt neergeslagen.

4.12.Die Numider                           H.G.Horn/C.B.Rüger 
         1.Contribution à                      M Bouchenaki 
         la connaissance de
         la Numidie
         2.Herkunft,Schrift                    O Rössler          
         und Sprache                                
         3.Bemerkungen zur
         Stele Zaktut                          S Dahmani         
         4.Die Punische                             
         Inschriften                           H P Roschinski
         5.Die Mikiwan                            
         inschrift                    H P Roschinski  
         6.Das Heiligtum                          
         von el‑Hofra                          E Künzl 
         7.Numidische Könings‑
         architectur                           F Rakob
         8.Die Antike Stein‑
         brüche von Chemtou                    H G Horn         
         9.Siga, die Haupt‑
         stadt von Syphax                      C B Ruger          
         10.Siga,als König‑
         liche Münzstätte            H R Baldus         
         11.Bildnisse von
         Numidische Könige                     K Fittschen    





ncfps

Geen opmerkingen:

Een reactie posten