vrijdag 6 februari 2015

Map5. slagvelden

Ringmap 5.

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
     titel              naam              plaats/bron
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
5.1.L'épopée des        S.Moscati         1965, 1971 Librairie
    Phéniciens          i.e.v.v.Carlo Sala Arthème Fayard
                                          [Aantekeningen & veel
                                          afbeeldingen vanaf blz 87]

5.2.Saga America        B.Fell            Times books, New York
                                          ISBN 0‑8129‑0847‑3
                                          [Aantekeningen & veel
                                          afbeeldingen

5.3.America B.C.        B.Fell            Times book, New York 1976
                                          Wildwood House,ISBN 0‑7045‑
                                          0237‑1, [Aantekeningen &
                                          afbeeldingen]

5.4.Diversen                              SYRIA XLVII, 1970, Bulletin
                                          d'épigraphie sémitique
5.4.1.Resheph-Mikal
5.4.2.Demetrias
5.4.3.Arvadiërs
5.4.4.Demetrias
5.4.5.Antas                               
5.4.6.Malte (o.a.Tas Silg)                
5.4.7.Mozia                                
5.4.8.boekbespreking:Tartessos y los origenes da la Colonizaciòn fenicia en occidente
5.4.9.Les hommes d’Etat célèbres
5.4.10.Karatepe
5.4.11.Shiqmona
5.4.12.Harpocrates
5.4.13.Tas Silg
5.4.14.Paleo Castro
5.14.15.Kition
5.14.16.Idalion

5.5.Iets over Ras Sjamra                  Referaat VU, Zwolle, 1946
    en het KRT verhaal                    [Aantekeningen]

5.6.Punic coins of Spain E.S.G.Robinson   Essays in Roman coinage
    and their bearing on                  Oxford 1956
    the Roman Republican series           [Aantekeningen]

5.7.Könige von Karthago  J.Beloch         KLIO VII 1905, blz 19‑29

5.8.Phoenicians of the   R.Carpenter      AJA 1958 blz 35‑54
    west                                  [ + Aantekeningen]


5.9.Phéniciens et Grecs  P.Bosch‑Gimpera  La nouvelle clio blz 269‑296
    dans l'extrême occident               Paris
                                          [ + Aantekeningen]


5.10.Antike Schlachtfelder J.Kromayer/G.Veith  Berlin 1912
    in Italien und Afrika                 Kaarten, overleveringen en
                                          [Aantekeningen]
                       {Huurlingenopstand,Scipio Castra Cornelia,
                       slag op de grote vlakten,Zama,Nepheris,Juba,
                       Ruspina,Uzita,Aggar,Heirkte,Eryx,Trebia,
                       Trasimeno,Plestia,Calicula,Cannae,Metaurus,
                       Gerunium,Tifata,Beneventum,Grumentum}


‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Voornamelijk west‑Fenicische publicaties
De werken van Fell zijn niet of nauwelijks bewezen materiaal
Slagveld gegevens zijn belangrijk


Hoofdstuk 5.


Welke naam?
De Grieken noemen ze Feniciërs. De Romeinen hebben het over de Puniërs. De Egyptenaren praten over de Fenhu. Bij St.Augustinus noemen ze zichzelf gewoon Kanaänieten en dat was hun feitelijke naam, zij het, dat de oorspronkelijke Kanaänieten in de Libanon en omgeving heel veel vermenging met binnenvallende volken te verwerken kregen, waardoor we eigenlijk beter van Zeekanaänieten kunnen spreken.
Hoe komen de Grieken eigenlijk aan hun naamgeving? PO-NI-KI-JA betekent rood en PO-NI-KI-JA is de naam van een kruid. Plinius noemt dat laatste dan ook de Herba Phoenicia.
Maar praten we eigenlijk niet over dezelfde naam, want in Akkadische teksten komt het woord KINAKHOU tegen en dat betekent daar rood purper.

5.1.L'épopée des        S.Moscati         1965, 1971 Librairie
    Phéniciens          i.e.v.v.Carlo Sala Arthème Fayard

Ras Sjamra.
Deze grote ruïnenheuvel met een omvang van 25 hectaren ligt op de kust van Noord-Syrië. Het werd in de oudheid door de bewoners zelf Ugarit genoemd. Hun haven was de baai van Minet el Beida, die de Grieken Leukos limèn noemden. Omstreeks 1200 v.C. wordt de stad verwoest na ca.3000 jaren als nederzetting bestaan te hebben. Tussen 1929-1939 na Chr. werden de eerste grote opgravingen verricht door Schaeffer en Chenet.
In de tempel van Dagon wordt de naam van farao Senuset I aangetroffen (1970 v.C). In de tempel van Baäl verschijnt de naam van farao Amenenhat III (ca.1825 v.C). We zien hierna Kretenzische invloeden. Omstreeks 1350 v.C. wordt de stad getroffen door een aarddbeving en een springvloed. De stad leeft in bondgenootschap met de Hethieten. Tot ca.1200 v.C. volgt er nog een laatste opbloei met enige Myceense invloed. De Zeevolken maken tenslotte een eind aan de welvarende stad. Ugarit maakt gebruik van een sterk vereenvoudigd spijkerschrift van 30 lettertekens. Omstreeks 1350 v.C. schrijft El-Melek, een leerling van Aton-Perlen (hogepriester van koning Niqmad), het epos op van koning Keret, waarin o.a. de goden El, Mot, Baäl en Anat voorkomen. Daarnaast is er een hymne aan de god Nikal en de godinnen de Košarôt en een legende van Danel. Er zijn verbazingwekkende overeenkomsten met het Oude Testament. Ugarit was geen onbekend terrein voor de (proto)Feniciërs. Koning Keret wordt zelfs de koning van de Sidoniërs genoemd.

5.5.Iets over Ras Sjamra                  Referaat VU, Zwolle, 1946
       en het KRT verhaal                    


Ilias & Odysseus.
In de Ilias (8e eeuw v.C) zien we de Feniciërs optreden als handelaren, zeelieden, bewerkers van edele metalen. Hun vrouwen weven kostbare kledij. Er spreekt een zekere bewondering uit, die de toenmalige Grieken voor de Feniciërs hadden. In de Odysseus (7e eeuw v.C) komt een wat ander beeld naar voren. De Feniciërs handelen nog steeds met hun prachtige zilveren schalen, maar nu is er ook sprake van piraterij en ontvoeringen. De Feniciërs blijven kundige handwerkslieden, maar zijn ook sluw en trucvol.

5.8.Phoenicians of the   R.Carpenter      AJA 1958 blz 35‑54
       west                              

Grieken (overlevering) en de Feniciërs in het verre westen.
Het is via de Feniciërs, dat de Grieken kennis nemen van legendarische figuren, zoals in deze stamboom is gepresenteerd. Afgezien van Héraclès (=Melqart) weten we niet of nauwelijks, hoe de Feniciërs hen noemden. Wellicht heeft de stam GER in GÉRYON 'klant' te betekenen en is Erythia afgeleid van Astarte.
CHRYSAOR X CALLIRHOÉ
         ‡
      GÉRYON
         ‡strijd met HÉRAKLÈS
      ERYTHIA
         ‡
       NORAX
Melqart komt pas voor ca.800 v.C op gedane vondsten te Aleppo (KAI 201), maar Philo van Byblos noemt hem in zijn 'Phoinikika' als zoon van Demarous met de naam Melkathros vrij hoog in het Fenicische goden‑pantheon.
We moeten zo langzamerhand echter de klassieke verhalen over Héraklès/Hercules gaan verlaten. Voor en bij de stichting van Gadeira speelt deze mythische figuur een voorname rol. In het kort: Hij richt zuilen op en wel op elk der continenten. Hij drijft er de kudden voort van Geryonès in een dan nog onbewoonde wereld. Hij doodt de reus Geryonès. Hij komt naar Erytheia. Hij hoort van de welvaart van Iberië en verovert het land. De Gaditanen krijgen de opdracht het gebeente van Hercules van Tyrus naar Gadès te brengen. Aldaar verschijnt een tempel ter zijner ere. De legende bedekt wellicht een historisch feit, zoals Macrobius (Saturn.I.20,12) meldt:
Nog zo'n bericht en wellicht gaat het over dezelfde gebeurtenis:
Theron, Géron of Hiéron, koning van het aan deze zijde liggende Spanje, komt met een vloot naar Gadir om de tempel van Hercules te overmeesteren. Voor Gadir vindt een zeeslag plaats, waarbij de schepen van 'Theron' in brand geraken op het uiterste einde van het eiland Léon (Macrobius/Justinius).
Daarnaast zijn er nog een aantal zaken het vermelden waard, die o.a. Diodorus heeft opgetekend.
Diodorus IV,18: In dit hoofdstuk vertelt Diodorus, dat Héraclès met zijn vloot in Iberië geraakte, drie aanvoerders van evenzovele legers versloeg en vriendschappelijke betrekkingen aanknoopt met een zekere rechtvaardige koning van de inheemse bevolking. Zijn naam wordt niet overgeleverd. Hij draagt het koningsschap over Iberië aan hem over en trekt verder naar het land van de Kelten. Het getal drie komt steeds weer terug: zo ook met de drie riviermondingen van de Baetis en met 3 pogingen ter stichting van Gadir!
Marcus Terentius Varro (116‑27 v.C) rapporteert, dat de Iberiërs, Perzen, Feniciërs en ook de Kelten en Puniërs in geheel Spanje zijn gekomen (over Plinius N.H.III,1). Het is merkwaardig, dat Feniciërs en Puniërs beiden genoemd worden, terwijl zij toch zeker in tijd duidelijk onderscheidbaar zijn. De inval van de Kelten in het land der Iberiërs is wel goed te plaatsen, maar dat er Perzen zijn gekomen, is niet erg waarschijnlijk. Mogelijk werd met de Perzen het volk der Pharusiërs genoemd, die in Noord‑Afrika woonachtig waren en dat is dan wel voorstelbaar.
Tot zover de vermoedelijke legendes. Wat we wel zeker weten is, dat in de 10e eeuw v.C in Tyrus Hiram I regeert. Tijdens zijn regering is er sprake van een expeditie tegen een kolonie, die de jaarlijkse afdracht weigerde of niet kon betalen. De naam in de overlevering is niet goed leesbaar. Velen denken, dat het Kition geweest moet zijn, maar er zijn ook redenen om aan te nemen, dat het Utica is geweest. Aangezien de stichting van Utica en Gadir in één adem genoemd wordt en aangezien Hiram I van 970‑936 v.C regeerde, zou dan Gadir al bestaan kunnen hebben. Wellicht valt dan al de overgang van semi‑ permanente steunpunt naar een permanente nederzetting. Na o.a. de reeds gememoreerde 'Astarte'‑dynastie regeert in de eerste helft van de 9e eeuw v.C in Tyrus opnieuw een krachtig figuur: Ithobaäl I. Hij zou o.a. Auza in Libya gesticht hebben. Na zijn regering krijgen de Tyriërs steeds meer te maken met het imperialistische Assyrië en zullen ze uiteindelijk onder Pumayyaton's regering een nieuwe hoofdstad gaan stichten (Carthago). Er komt een hele volksverhuizing op gang en niet alleen naar Carthago. Ook in Iberië zullen daar de effecten in de volgende eeuw van merkbaar worden.
De Grieken beginnen Spanje pas goed te kennen in de 2e helft van de 7e eeuw v.C. Kolaois van Samos weet een keer het rijk(je) van de koning Argonthonius te bereiken. Aan de oostkust komen Griekse steunpunten. Er is zelfs sprake van een zeeslag bij Kaap Artemision (kaap Nao), maar dat is hoogst onzeker. Voorbij de zuilen van Melqart komen ze echter maar hoogst zelden. Slechts bij de eilandjes Peregel en Paloma zouden ze mogen komen om er offers te brengen op altaren voor Héraklès, maar dan moet men zich wel eerst aanmelden op het ‘eiland van de maan’.  Waarschijnlijk ziet Pytheas van Masalia zijn kans schoon voor een grote Atlantische ontdekkingstocht op met moment, dat Carthago de handen vol heeft met de strijd tegen Agathoklès tegen het einde van de 4e eeuw v.C.

5.9.Phéniciens et Grecs          P.Bosch‑Gimpera  La nouvelle clio blz 269‑296
       dans l'extrême occident                                  Paris
                                       
De koningen van Carthago.
Zeker in de begintijd heeft Carthago ook zijn koningen gehad. Pas in de 4e eeuw v.C. schakelt men over op het systeem van de twee suffeten. In het prille begin is er misschien zelfs sprake van een prinses/koningen? Men wordt overigens nauwelijks als koning betiteld. Alleen Hamilcar I wordt als zodanig uitdrukkelijk genoemd.

9e eeuw v.C. Elisja?  814?-???
8e eeuw v.C. ???
7e eeuw v.C. ???
6e eeuw v.C. Malchos  voor 550 v.C.
             Magon I  ca.540 v.C.
             Hasdrubal I  ca.520 v.C.
5e eeuw v.C. Hamilcar I   tot 480 v.C.
             Hanno I  ca.480-450 v.C.
             ???
             Hannibal I   tot 406 v.C.
             Himilco I    406-396 v.C.
4e eeuw v.C. Mago II  396-ca.380 v.C.
             Hanno II ca.380-350 (bijgenaamd ‘de grote’)
             Mago III tot 344
             Hasdrubal II tot ca.340
             Gersacon I   ca.340-320
             Hamilcar II  tot 312 v.C.
             Hamilcar III 312-309
             Bomilcar I   309
             ???
De families Hanno en Mago nemen een belangrijke plaats in. Het huis Mago overheerst met zijn vertegenwoordigers vooral in de 5e eeuw v.C. en het huis Hanno doet dat vooral in de 4e eeuw v.C. In de 3e eeuw v.C. is het vrijwel zeker, dat er geen koningen meer optreden. Waar ergens de omslag tussen koning en suffeten plaats vindt, is tot op heden niet exact aan te geven.

5.7.Könige von Karthago  J.Beloch         KLIO VII 1905, blz 19‑29

Thessalia.
Fenicische inscripties vinden we in heel het gebied van de Middellandse zee en niet strict in die landen, waar zij aantoonbaar ook langere tijd aanwezig waren. Uit Démetrias in Thessalia stammen onder meer de volgende inscripties:
Démetrias: Gedenksteen uit de 3e eeuw v.C. met een Grieks/Fenicische inscriptie (waarschijnlijk Ešmunazar, zoon van …).
Démetrias: Gedenksteen uit ca.200 v.C. met de Fenicische inscriptie:
Gedenksteen van mijn graf, ‘Abdai, zoon van ‘Abdalonim, Aradiër.
Démetrias: Gedenksteen uit ca.225 v.C. met een Fenicische inscriptie.
                                      
5.4.Diversen                              SYRIA XLVII, 1970, Bulletin
    ‑Démétrias                            d'épigraphie sémitique


Amerika??? 1
Diverse auteurs hebben geprobeerd aan te tonen, dat de Feniciërs en/of Carthagers in Amerika zijn aanbeland. In Connecticut zou een Carthaagse munt in Syracusische stijl zijn aangetroffen. In de Indiaanse Mic-Mac taal (Nova Scotia) zouden 50 voorbeelden aantoonbaar zijn van een Griekse invloed en wel uit de regio Cyrene. Op een gouden plaquette uit Ecuador zou de naam Mekusen staan van de Numidische koning Micipsa (Mikiwan). Hele theorieën zijn ontwikkeld over de routes, die naar Amerika en terug werden gevolgd. Niets daarvan is echter bewezen. Hoogstens is het voorstelbaar, dat een uit de koers geraakt schip mogelijk in Amerika ergens gestrand is. 
                 
5..2.Saga America        B.Fell            Times books, New York
                                                            ISBN 0‑8129‑0847‑3

Amerika??? 2
Zelfs de Kelten zouden via de Canarische eilanden Amerika hebben bereikt. De Feniciërs zouden zich vermengd hebben met de Wabanaki stam in New England. De Basken zouden we aan moeten treffen in Pennsylvania en de Egyptenaren zouden aan de golf van Mexico gekomen zijn.Via de Ogam inscripties op diverse plaatsen worden deze theorieën enigszins onderbouwd. Overtuigend bewijs is er niet, maar wat te denken van Mystery Hill  in New Hampshire met een tafel voor offerandes en een tekst “gewijd aan Bel”?

5.3.America B.C.        B.Fell            Times book, New York 1976
                                                          Wildwood House,ISBN 0‑7045‑0237‑1,
 
Spaanse munten.
De muntuitgifte van de Barciden in Spanje is in tijd gezien zeer kort geweest. Met de Barciden worden verstaan: Hamilcar, Hasdrubal1, Hannibal, Hasdrubal2, Mago. De series 4 + 5 hebben een sterk Hellenistische invloed. De laatste twee series hebben een Romeinse invloed. De volgende series, voornamelijk zilveren munten zijn onderscheidbaar:
Serie plaats     ca.datering afbeeldingen
1.Gades                 238   Athene, paard/palmboom
2.Gades                 235   Tanit, palmboom, paard
3.Nieuw-Carthago        231   Apollo, paard met ster
4.Nieuw-Carthago        228   Hasdrubal, boeg galei
5.Nieuw-Carthago        227   Ešmoen/Melqart, paard
6.Nieuw-Carthago        221   Melqart (Hamilcar?), olifant
7.Nieuw-Carthago        218   paard, olifant, palmboom
8.Gades                 208   Mago?, aleph, olifant, gdr
Tot ca.221 worden de personen op de munten veelal bebaard weergeven. De serie 6 zou wellicht ook een afbeelding van Hannibal kunnen bevatten. Het model van de serie 4 gaat later ook gebruikt worden door de Numidische vorsten Syphax en Vermina.

5.6.Punic coins of Spain           E.S.G.Robinson   Essays in Roman coinage
      and their bearing on                                         Oxford 1956
       the Roman Republican series          


Slagvelden.
Vanuit voornamelijk de 3e en de 2e eeuw v.C. zijn door de klassieke auteurs beschrijvingen gegeven van de vele veldslagen, die hebben plaats gevonden. J.Kromayer en G.Veith zijn in het begin van onze 20e eeuw meesters geweest in het lokaliseren van die met bloed doordrenkte plaatsen. Ze hadden het soms wat gemakkelijker dan nu, want soms zijn de plaatsen overwoekerd door moderne bebouwingen, zoals bij Tunes, de Metaurus, Marsala, Bailen, Trasimeno e.d.
Zelf heb ik de slagvelden van Trebia, Metaurus, Cannae, Trasimeno, Neferis, Utica, Beneventum, Capua, Telamon, Sagunto, S.Djedidi e.d. bezocht.
Kaap Lilibeo, ofwel het antieke Lilybaion op de westpunt van Sicilië, dat een van de langste belegeringen vanuit de Oudheid moest doorstaan. Op deze kaap is nu zeer toepasselijk o.a. een historisch museum gevestigd met daarin een onder water aangetroffen Carthaags oorlogsschip.

5.10.Antike Schlachtfelder               J.Kromayer/G.Veith  Berlin 1912
         in Italien und Afrika                 Kaarten, overleveringen]
                       {Huurlingenopstand,Scipio Castra Cornelia,
                       slag op de grote vlakten,Zama,Nepheris,Juba,
                       Ruspina,Uzita,Aggar,Heirkte,Eryx,Trebia,
                       Trasimeno,Plestia,Calicula,Cannae,Metaurus,
                       Gerunium,Tifata,Beneventum,Grumentum}




ncfps

Geen opmerkingen:

Een reactie posten