Ringmap 5.
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
titel naam plaats/bron
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
5.1.L'épopée des
S.Moscati 1965, 1971
Librairie
Phéniciens i.e.v.v.Carlo
Sala Arthème Fayard
[Aantekeningen & veel
afbeeldingen vanaf blz 87]
5.2.Saga America B.Fell Times books, New York
ISBN 0‑8129‑0847‑3
[Aantekeningen & veel
afbeeldingen
5.3.America
B.C. B.Fell Times book, New York 1976
Wildwood House,ISBN 0‑7045‑
0237‑1,
[Aantekeningen &
afbeeldingen]
5.4.Diversen SYRIA XLVII,
1970, Bulletin
d'épigraphie sémitique
5.4.1.Resheph-Mikal
5.4.2.Demetrias
5.4.3.Arvadiërs
5.4.4.Demetrias
5.4.5.Antas
5.4.6.Malte
(o.a.Tas Silg)
5.4.7.Mozia
5.4.8.boekbespreking:Tartessos
y los origenes da la Colonizaciòn fenicia en occidente
5.4.9.Les
hommes d’Etat célèbres
5.4.10.Karatepe
5.4.11.Shiqmona
5.4.12.Harpocrates
5.4.13.Tas
Silg
5.4.14.Paleo
Castro
5.14.15.Kition
5.14.16.Idalion
5.5.Iets over
Ras Sjamra Referaat VU,
Zwolle, 1946
en het KRT verhaal [Aantekeningen]
5.6.Punic coins of Spain E.S.G.Robinson Essays in Roman coinage
and their
bearing on Oxford 1956
the Roman Republican series
[Aantekeningen]
5.7.Könige von
Karthago J.Beloch KLIO VII 1905, blz 19‑29
5.8.Phoenicians of the R.Carpenter AJA 1958 blz 35‑54
west
[ + Aantekeningen]
5.9.Phéniciens
et Grecs P.Bosch‑Gimpera La nouvelle clio blz 269‑296
dans l'extrême occident Paris
[ +
Aantekeningen]
5.10.Antike
Schlachtfelder J.Kromayer/G.Veith Berlin
1912
in Italien und Afrika Kaarten, overleveringen en
[Aantekeningen]
{Huurlingenopstand,Scipio Castra Cornelia,
slag op de grote
vlakten,Zama,Nepheris,Juba,
Ruspina,Uzita,Aggar,Heirkte,Eryx,Trebia,
Trasimeno,Plestia,Calicula,Cannae ,Metaurus,
Gerunium,Tifata,Beneventum,Grumentum}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Voornamelijk
west‑Fenicische publicaties
De werken van
Fell zijn niet of nauwelijks bewezen materiaal
Slagveld gegevens zijn belangrijk
Hoofdstuk 5.
Welke naam?
De
Grieken noemen ze Feniciërs. De Romeinen hebben het over de Puniërs. De
Egyptenaren praten over de Fenhu. Bij St.Augustinus noemen ze zichzelf gewoon
Kanaänieten en dat was hun feitelijke naam, zij het, dat de oorspronkelijke
Kanaänieten in de Libanon en omgeving heel veel vermenging met binnenvallende
volken te verwerken kregen, waardoor we eigenlijk beter van Zeekanaänieten kunnen spreken.
Hoe
komen de Grieken eigenlijk aan hun naamgeving? PO-NI-KI-JA betekent rood en
PO-NI-KI-JA is de naam van een kruid. Plinius noemt dat laatste dan ook de
Herba Phoenicia.
Maar
praten we eigenlijk niet over dezelfde naam, want in Akkadische teksten komt
het woord KINAKHOU tegen en dat betekent daar rood purper.
5.1.L'épopée
des S.Moscati 1965, 1971 Librairie
Phéniciens i.e.v.v.Carlo Sala Arthème Fayard
Ras Sjamra.
Deze grote ruïnenheuvel met een omvang van 25
hectaren ligt op de kust van Noord-Syrië. Het werd in de oudheid door de
bewoners zelf Ugarit genoemd. Hun haven was de baai van Minet el Beida, die de
Grieken Leukos limèn noemden. Omstreeks 1200 v.C. wordt de stad verwoest na
ca.3000 jaren als nederzetting bestaan te hebben. Tussen 1929-1939 na Chr.
werden de eerste grote opgravingen verricht door Schaeffer en Chenet.
In de tempel van Dagon wordt de naam van farao
Senuset I aangetroffen (1970 v.C). In de tempel van Baäl verschijnt de naam van
farao Amenenhat III (ca.1825 v.C). We zien hierna Kretenzische invloeden.
Omstreeks 1350 v.C. wordt de stad getroffen door een aarddbeving en een
springvloed. De stad leeft in bondgenootschap met de Hethieten. Tot ca.1200
v.C. volgt er nog een laatste opbloei met enige Myceense invloed. De Zeevolken
maken tenslotte een eind aan de welvarende stad. Ugarit maakt gebruik van een
sterk vereenvoudigd spijkerschrift van 30 lettertekens. Omstreeks 1350 v.C.
schrijft El-Melek, een leerling van Aton-Perlen (hogepriester van koning
Niqmad), het epos op van koning Keret, waarin o.a. de goden El, Mot, Baäl en
Anat voorkomen. Daarnaast is er een hymne aan de god Nikal en de godinnen de
Košarôt en een legende van Danel. Er zijn verbazingwekkende overeenkomsten met
het Oude Testament. Ugarit was geen onbekend terrein voor de (proto)Feniciërs.
Koning Keret wordt zelfs de koning van de Sidoniërs genoemd.
5.5.Iets over Ras Sjamra Referaat VU, Zwolle, 1946
en het
KRT verhaal
Ilias & Odysseus.
In de Ilias (8e eeuw v.C) zien we de
Feniciërs optreden als handelaren, zeelieden, bewerkers van edele metalen. Hun
vrouwen weven kostbare kledij. Er spreekt een zekere bewondering uit, die de
toenmalige Grieken voor de Feniciërs hadden. In de Odysseus (7e eeuw
v.C) komt een wat ander beeld naar voren. De Feniciërs handelen nog steeds met
hun prachtige zilveren schalen, maar nu is er ook sprake van piraterij en
ontvoeringen. De Feniciërs blijven kundige handwerkslieden, maar zijn ook sluw
en trucvol.
5.8.Phoenicians
of the R.Carpenter AJA 1958 blz 35‑54
west
Grieken (overlevering) en de Feniciërs in het verre
westen.
Het is via de Feniciërs, dat
de Grieken kennis nemen van legendarische figuren, zoals in deze stamboom is
gepresenteerd. Afgezien van Héraclès (=Melqart) weten we niet of nauwelijks,
hoe de Feniciërs hen noemden. Wellicht heeft de stam GER in GÉRYON 'klant' te
betekenen en is Erythia afgeleid van Astarte.
CHRYSAOR X CALLIRHOÉ
‡
GÉRYON
‡strijd met HÉRAKLÈS
ERYTHIA
‡
NORAX
Melqart komt pas voor ca.800
v.C op gedane vondsten te Aleppo (KAI 201), maar Philo van Byblos noemt hem in
zijn 'Phoinikika' als zoon van Demarous met de naam Melkathros vrij hoog in het
Fenicische goden‑pantheon.
We moeten zo langzamerhand
echter de klassieke verhalen over Héraklès/Hercules gaan verlaten. Voor en bij
de stichting van Gadeira speelt deze mythische figuur een voorname rol. In het
kort: Hij richt zuilen op en wel op elk der continenten. Hij drijft er de
kudden voort van Geryonès in een dan nog onbewoonde wereld. Hij doodt de reus
Geryonès. Hij komt naar Erytheia. Hij hoort van de welvaart van Iberië en
verovert het land. De Gaditanen krijgen de opdracht het gebeente van Hercules
van Tyrus naar Gadès te brengen. Aldaar verschijnt een tempel ter zijner ere.
De legende bedekt wellicht een historisch feit, zoals Macrobius
(Saturn.I.20,12) meldt:
Nog zo'n bericht en wellicht gaat het over dezelfde gebeurtenis:
Theron, Géron of Hiéron, koning van het aan deze zijde liggende Spanje,
komt met een vloot naar Gadir om de tempel van Hercules te overmeesteren. Voor
Gadir vindt een zeeslag plaats, waarbij de schepen van 'Theron' in brand
geraken op het uiterste einde van het eiland Léon (Macrobius/Justinius).
Daarnaast zijn er nog een
aantal zaken het vermelden waard, die o.a. Diodorus heeft opgetekend.
Diodorus IV,18: In dit
hoofdstuk vertelt Diodorus, dat Héraclès met zijn vloot in Iberië geraakte,
drie aanvoerders van evenzovele legers versloeg en vriendschappelijke
betrekkingen aanknoopt met een zekere rechtvaardige koning van de inheemse
bevolking. Zijn naam wordt niet overgeleverd. Hij draagt het koningsschap over
Iberië aan hem over en trekt verder naar het land van de Kelten. Het getal drie
komt steeds weer terug: zo ook met de drie riviermondingen van de Baetis en met
3 pogingen ter stichting van Gadir!
Marcus Terentius Varro (116‑27
v.C) rapporteert, dat de Iberiërs, Perzen, Feniciërs en ook de Kelten en
Puniërs in geheel Spanje zijn gekomen (over Plinius N.H.III,1). Het is
merkwaardig, dat Feniciërs en Puniërs beiden genoemd worden, terwijl zij toch
zeker in tijd duidelijk onderscheidbaar zijn. De inval van de Kelten in het
land der Iberiërs is wel goed te plaatsen, maar dat er Perzen zijn gekomen, is
niet erg waarschijnlijk. Mogelijk werd met de Perzen het volk der Pharusiërs
genoemd, die in Noord‑Afrika woonachtig waren en dat is dan wel voorstelbaar.
Tot zover de vermoedelijke
legendes. Wat we wel zeker weten is, dat in de 10e eeuw v.C in Tyrus Hiram I
regeert. Tijdens zijn regering is er sprake van een expeditie tegen een
kolonie, die de jaarlijkse afdracht weigerde of niet kon betalen. De naam in de
overlevering is niet goed leesbaar. Velen denken, dat het Kition geweest moet
zijn, maar er zijn ook redenen om aan te nemen, dat het Utica is geweest.
Aangezien de stichting van Utica en Gadir in één adem genoemd wordt en
aangezien Hiram I van 970‑936 v.C regeerde, zou dan Gadir al bestaan kunnen
hebben. Wellicht valt dan al de overgang van semi‑ permanente steunpunt naar
een permanente nederzetting. Na o.a. de reeds gememoreerde 'Astarte'‑dynastie
regeert in de eerste helft van de 9e eeuw v.C in Tyrus opnieuw een krachtig
figuur: Ithobaäl I. Hij zou o.a. Auza in Libya gesticht hebben. Na zijn
regering krijgen de Tyriërs steeds meer te maken met het imperialistische
Assyrië en zullen ze uiteindelijk onder Pumayyaton's regering een nieuwe
hoofdstad gaan stichten (Carthago). Er komt een hele volksverhuizing op gang en
niet alleen naar Carthago. Ook in Iberië zullen daar de effecten in de volgende
eeuw van merkbaar worden.
De Grieken beginnen Spanje
pas goed te kennen in de 2e helft van de 7e eeuw v.C.
Kolaois van Samos weet een keer het rijk(je) van de koning Argonthonius te
bereiken. Aan de oostkust komen Griekse steunpunten. Er is zelfs sprake van een
zeeslag bij Kaap Artemision (kaap Nao), maar dat is hoogst onzeker. Voorbij de
zuilen van Melqart komen ze echter maar hoogst zelden. Slechts bij de eilandjes
Peregel en Paloma zouden ze mogen komen om er offers te brengen op altaren voor
Héraklès, maar dan moet men zich wel eerst aanmelden op het ‘eiland van de
maan’. Waarschijnlijk ziet Pytheas van
Masalia zijn kans schoon voor een grote Atlantische ontdekkingstocht op met
moment, dat Carthago de handen vol heeft met de strijd tegen Agathoklès tegen
het einde van de 4e eeuw v.C.
5.9.Phéniciens et Grecs P.Bosch‑Gimpera La nouvelle clio blz 269‑296
dans
l'extrême occident
Paris
De koningen van Carthago.
Zeker in de begintijd heeft Carthago ook zijn
koningen gehad. Pas in de 4e eeuw v.C. schakelt men over op het
systeem van de twee suffeten. In het prille begin is er misschien zelfs sprake
van een prinses/koningen? Men wordt overigens nauwelijks als koning betiteld.
Alleen Hamilcar I wordt als zodanig uitdrukkelijk genoemd.
9e eeuw v.C. Elisja? 814?-???
8e eeuw v.C. ???
7e eeuw v.C. ???
6e eeuw v.C. Malchos voor
550 v.C.
Magon I ca.540 v.C.
Hasdrubal I ca.520 v.C.
5e eeuw v.C. Hamilcar I tot
480 v.C.
Hanno I ca.480-450 v.C.
???
Himilco I 406-396 v.C.
4e eeuw v.C. Mago II 396-ca.380
v.C.
Hanno
II ca.380-350 (bijgenaamd ‘de grote’)
Mago
III tot 344
Hasdrubal II tot ca.340
Gersacon I ca.340-320
Hamilcar II tot
312 v.C.
Hamilcar
III 312-309
Bomilcar
I 309
???
De families Hanno en Mago nemen een belangrijke
plaats in. Het huis Mago overheerst met zijn vertegenwoordigers vooral in de 5e
eeuw v.C. en het huis Hanno doet dat vooral in de 4e eeuw v.C. In de
3e eeuw v.C. is het vrijwel zeker, dat er geen koningen meer
optreden. Waar ergens de omslag tussen koning en suffeten plaats vindt, is tot
op heden niet exact aan te geven.
5.7.Könige von Karthago J.Beloch KLIO VII 1905, blz 19‑29
Thessalia.
Fenicische inscripties vinden we in heel het gebied
van de Middellandse zee en niet strict in die landen, waar zij aantoonbaar ook
langere tijd aanwezig waren. Uit Démetrias in Thessalia stammen onder meer de
volgende inscripties:
Démetrias: Gedenksteen uit de 3e eeuw
v.C. met een Grieks/Fenicische inscriptie (waarschijnlijk Ešmunazar, zoon van
…).
Démetrias: Gedenksteen uit ca.200 v.C. met de
Fenicische inscriptie:
Gedenksteen van mijn graf, ‘Abdai, zoon van
‘Abdalonim, Aradiër.
Démetrias: Gedenksteen uit ca.225 v.C. met een
Fenicische inscriptie.
5.4.Diversen SYRIA XLVII,
1970, Bulletin
‑Démétrias
d'épigraphie
sémitique
Amerika??? 1
Diverse auteurs hebben geprobeerd aan te tonen, dat de
Feniciërs en/of Carthagers in Amerika zijn aanbeland. In Connecticut zou een
Carthaagse munt in Syracusische stijl zijn aangetroffen. In de Indiaanse
Mic-Mac taal (Nova Scotia) zouden 50 voorbeelden aantoonbaar zijn van een
Griekse invloed en wel uit de regio Cyrene. Op een gouden plaquette uit Ecuador
zou de naam Mekusen staan van de Numidische koning Micipsa (Mikiwan). Hele
theorieën zijn ontwikkeld over de routes, die naar Amerika en terug werden
gevolgd. Niets daarvan is echter bewezen. Hoogstens is het voorstelbaar, dat
een uit de koers geraakt schip mogelijk in Amerika ergens gestrand is.
5..2.Saga
America B.Fell Times books, New York
ISBN 0‑8129‑0847‑3
Amerika??? 2
Zelfs de Kelten zouden via de Canarische eilanden
Amerika hebben bereikt. De Feniciërs zouden zich vermengd hebben met de Wabanaki
stam in New England. De Basken zouden we aan moeten treffen in Pennsylvania en
de Egyptenaren zouden aan de golf van Mexico gekomen zijn.Via de Ogam
inscripties op diverse plaatsen worden deze theorieën enigszins onderbouwd.
Overtuigend bewijs is er niet, maar wat te denken van Mystery Hill in New Hampshire met een tafel voor
offerandes en een tekst “gewijd aan Bel”?
5.3.America
B.C. B.Fell Times book, New York 1976
Wildwood
House,ISBN 0‑7045‑0237‑1,
Spaanse munten.
De muntuitgifte van de Barciden in Spanje is in tijd
gezien zeer kort geweest. Met de Barciden worden verstaan: Hamilcar,
Hasdrubal1, Hannibal, Hasdrubal2, Mago. De series 4 + 5 hebben een sterk
Hellenistische invloed. De laatste twee series hebben een Romeinse invloed. De
volgende series, voornamelijk zilveren munten zijn onderscheidbaar:
Serie plaats ca.datering afbeeldingen
1.Gades 238 Athene, paard/palmboom
2.Gades 235 Tanit, palmboom, paard
3.Nieuw-Carthago 231 Apollo,
paard met ster
4.Nieuw-Carthago 228 Hasdrubal,
boeg galei
5.Nieuw-Carthago 227 Ešmoen/Melqart,
paard
6.Nieuw-Carthago 221 Melqart
(Hamilcar?), olifant
7.Nieuw-Carthago 218 paard,
olifant, palmboom
8.Gades 208 Mago?, aleph, olifant, gdr
Tot ca.221 worden de personen op de munten veelal
bebaard weergeven. De serie 6 zou wellicht ook een afbeelding van Hannibal
kunnen bevatten. Het model van de serie 4 gaat later ook gebruikt worden door
de Numidische vorsten Syphax en Vermina.
5.6.Punic
coins of Spain
E.S.G.Robinson Essays in Roman
coinage
and their bearing on Oxford 1956
the Roman Republican series
Slagvelden.
Vanuit voornamelijk de 3e en de 2e
eeuw v.C. zijn door de klassieke auteurs beschrijvingen gegeven van de vele
veldslagen, die hebben plaats gevonden. J.Kromayer en G.Veith zijn in het begin
van onze 20e eeuw meesters geweest in het lokaliseren van die met
bloed doordrenkte plaatsen. Ze hadden het soms wat gemakkelijker dan nu, want
soms zijn de plaatsen overwoekerd door moderne bebouwingen, zoals bij Tunes, de
Metaurus, Marsala, Bailen, Trasimeno e.d.
Zelf heb ik de slagvelden van Trebia, Metaurus,
Cannae, Trasimeno, Neferis, Utica, Beneventum, Capua, Telamon, Sagunto,
S.Djedidi e.d. bezocht.
Kaap Lilibeo, ofwel het antieke Lilybaion op de
westpunt van Sicilië, dat een van de langste belegeringen vanuit de Oudheid
moest doorstaan. Op deze kaap is nu zeer toepasselijk o.a. een historisch
museum gevestigd met daarin een onder water aangetroffen Carthaags
oorlogsschip.
5.10.Antike Schlachtfelder J.Kromayer/G.Veith Berlin 1912
in
Italien und Afrika
Kaarten, overleveringen]
{Huurlingenopstand,Scipio Castra Cornelia,
slag op de grote
vlakten,Zama,Nepheris,Juba,
Ruspina,Uzita,Aggar,Heirkte,Eryx,Trebia,
Trasimeno,Plestia,Calicula,Cannae ,Metaurus,
Gerunium,Tifata,Beneventum,Grumentum}
ncfps
Geen opmerkingen:
Een reactie posten