maandag 9 februari 2015

Map 9. Fenicië

Ringmap 9

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
    titel                naam               plaats/bron
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
9.1.Sidon                N.Jidejian         Beiroet/Dar el Mackreq
                                                    Publishers
                                            [Belangrijkste blz.+
                                            aantekeningen, foto's]

9.2.The history of Tyre  H.J.Katzenstein    Jerusalem 1973 Schocken
    From the Beginning                      institute for Jewish
    of the second Millenium B.C.E.          Research.
    until the Fall of the Neo‑
    Babylonian Empire in 538 B.C.E.         [aantekeningen + enige
                                            teksten en afbeeldingen]

9.3.Autonomie en afhan‑
    kelijkheid v d Phoe‑                    Doctoraal scriptie
    nicische steden      C.J.Elsinga        Haarlem 1982
    vanaf de Assyrische                     [+ aantekeningen]
    overheersing t/m Antiochus III.

9.4.L'essor de la Phenicie et   J.Elayi     blz 25 ‑ 38
    la passage de la domination
    assyro‑babylonienne à la
    domination Perse

9.5.THE ROLE OF THE PHOENICIANS IN THE INTERACTION OF MEDITERRANEAN
    CIVILISATIONS        W.A.WARD               10 deelpublicaties
         1.Rélations entre       M.Chebab
         L'Egypte et la Phénicie des orgines à Oun Amon
         2.Rélations entre       J.Leclant
         l'Egypte et la Phénicie du voyage d'Ounamon à l'expedition d'Alex..
         3.The Alphabet in the   D.Diringer
         History of Civilisation
         4.La défense du         M.Dunand
         front mediterranéen de l'empire achémide
         5.Seleucus I and        H.Seyrig
         the Foundations of Hellenistic Syria
         6.New Light on          S.Moscati
         Punic Art
         7.Les Phéniciennes      A.di Vita
         de l'occident d'après les découvertes archéologiques de Tripolitanie
         8.New evidence on       J.B.Pritchard
         the role of the seapeoples in Canaan at the beginning of the IronAge
         9.A Century of Near     J.A.Wilson

         Eastern Archeology and the future

         10.The Phoenician       M.Dahood
         Contribution to Biblical Wisdom Literature

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Deze ringmap beslaat alleen Fenicische studies.



Hoofdstuk 9.


Sidon 2.
In Genesis X 15-18 lezen we:
Kanaän werd de vader van Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth en de Jebusieten, de Amorieten, de Girgashieten, de Hivieten, de Arkieten, de Sinieten, de Arvadieten, de Zemanieten en de Hamathieten. Daarna verspreiden zich de families van de Kanaänieten.
Voor het eerst komt Sidon echter tastbaar naar voren in de El-Amarna brieven, waarin de koning Zimrida van Sidon wordt genoemd. Via de bibliotheek weten we, dat er een legende was, waarin Keret, de koning van de Sidoniërs, een rol speelde. Een van de oudste Fenicische inscripties vinden we terug op een speerpunt: Speer van Gerbaäl, de Sidoniër.
 Sidon is samen met Tyrus vooral verantwoordelijk voor de gigantische expansie van de Feniciërs over de Middellandse zee en daarbuiten. Lange tijd kan de stad het op een akkoord gooien met de steeds terug komende Assyriërs, totdat het uiteindelijk een Assyrische provincie wordt. Abdi-Milkutti waagt het om in de 7e eeuw v.C. in opstand te komen en wordt verslagen door Esarhaddon, die Sidon hernoemd als Kar-Esarhaddon. In deze zelfde 7e eeuw v.C. heeft Sidonop een of andere manier contacten met Zuid-West Arabië. Vrouwen uit Sidon doen daar in een tempel dienst. In 1929 na Chr. zijn namelijk inscripties gepubliceerd door J.Halévy in Répertoire d’épigraphie sémitique (nr.2773), welke gevonden zijn in el-Mihyar te Yemen op korte afstand van de stad Ma‘în.
Na de Assyriërs kwamen de Nieuw-Babyloniërs en hen weer de Perzen. Aan de Perzen werd een groot eskader geleverd in hun strijd tegen de Grieken. Lange tijd schikt de stad zich in de aan de grotere rijken onderhorige positie, totdat koning Tennes de kracht van zijn stad en leger(tje) onderschat. Artaxerxes van de Perzen verwoest de stad met zijn 50.000 inwoners uitermate grondig. Toch herstelt de stad zich weer. Alexander de Grote wordt loyaal binnengehaald en ook in de Hellenistische tijd volgt nog een opbloei, totdat een aardeving 2/3 deel van Sidon wegvaagde. O.a.Poseidonius (ca.100 v.C) rept daarover.
De godenwereld van Sidon bestaat vooral uit Aštarte en Ešmoen. Ze hebben hun tempels liggen aan de monding van de Bostrenus.
Volgens Poseidonius zou de Sidoniër Mochus (geboren nog voor de tijd van Troje) een theorie over atomen hebben ontwikkeld. Overigens worden de Feniciërs veelal ook Sidoniërs genoemd, zodat een stricte scheiding van bewoner van Sidon en Sidoniër in het algemeen moeilijk te maken valt.





De koningen van Sidon zijn:
Zimrida              ca.1370-1355 v.C.
Phaedimus?                10e-9e eeuw v.C?  > zie:Odysseus XV 118-119
Luli (Elulaeus)           ca.715-701 v.C.
Ethbaäl (Tuba‘lu)             ca.701 v.C.
Abdimilkutti         ca.678 v.C.
Eshmunazar I         ca.550 v.C.
Tabnit               ca.500 v.C.
Eshmunazar II             5e eeuw v.C.
Bodashtart                5e eeuw v.C.
Sedek-yathon/Yatanmilk        5e eeuw v.C.
Tetramnestus         5e eeuw v.C.
Baälshillem               ca.445 v.C.
‘Abdamon             ca.440 v.C.
Baäna                     ca.430 v.C.
Baälshillem II            ca.420 v.C.
Straton I                 374-362 v.C.
Tennes               362-351 v.C.
Straton II                344-322 v.C.
Abdalonymus          322-? v.C.
Philocles                 2e eeuw v.C?

In 1829 en 1852 na Chr. worden er duizenden gouden munten gevonden, die helaas voor een deel omgesmolten werden door de lokale bevolking.
In 1855 na Chr. wordt de sarcofaag van Eshmunazar gevonden. E.Renan houdt in 1864 na Chr. een grote verkenningstocht door o.a. de Libanon en vindt diverse anthropoïde sarcofagen. In 1887 komen er sarcofagen aan het daglicht te Ayaa, een buitenwijk van Sidon. Bijzonder groot is de teruggevonden necropool van Magharat Abloun (grot van Apollo), maar ook bijzonder groot zijn de activiteiten van schatrovers geweest.

9.1.Sidon                N.Jidejian         Beiroet/Dar el Mackreq
                                                         Publishers


Tyrus 1.
Volgens Plinius had de stad in zijn bloeiperiode een omtrek van 4 km (=22 stadia) en woonden er op elke hectare 520 mensen. Volgens Beloch moet de stad een oppervlakte van 75 hectaren gehad hebben, waarin 30.000 man een plaats vonden. Pietschmann komt tot een oppervlakte van 57.6 hectaren en kon de stad in oorlogstijd 40.000 mensen herbergen. De noordelijke zogeheten Sidonische haven was van natuurlijke oorsprong en was al in de 11e eeuw v.C. in gebruik. De zuidelijke Egyptische haven was kunstmatig aangelegd in de 9e eeuw v.C. Beide havens stonden oorspronkelijk door middel van een kanaal met elkaar in verbinding (Plinius).
De oostelijke muur was 150 voet (=45m) hoog.
A.Poidebard vindt in 1934 na Chr. een 750 meter lange pier, die tot 8 meter breed is tijdens lucht- en onderwateronderzoek.

Justinius bericht in Epitomes (XVIII 3,5) over de vermeende stichting van Tyrus: Vele jaren later, dezen(de Feniciërs, die Sidon gesticht hadden), die door de koning van de Ashkaloniërs waren veroverd, scheepten in en stichten de stad Tyrus, één jaar voor de verwoesting van de stad Troje. Dat zou dan dus in het begin van de 12e eeuw v.C. geweest moeten zijn, waar we weten, dat Tyrus, of althans zijn vastelandkern Usju, al veel eerder bestond.
Wen Amon heeft het in zijn reisverslag omstreeks 1080 v.C. over o.a. Tyrus.
In die stijd staan de Filistijnen, Sidoniërs en Tyrus vijandig tegenover het rijk van Saul. Pas als de Filistijnen zijn verslagen, dan komt er toenadering tussen het rijk van David en Abibaäl van Tyrus.
Hiram I (10e eeuw v.C) helpt Salomo met de bouw van zijn paleis en tempel en bemant en bouwt samen een Rode Zee vloot.

Enige koningen in het begin van Tyrus:
Hk3 n Djw3wj         ca.1900 v.C.
Een usurpator?            voor ca.1350 v.C.
Abimilki             na ca.1350 v.C.
Baäl-t-r-m-g              ca.1230 v.C.
Abibaäl              ? – 970 v.C.
Hiram I              969-936 v.C.

Het is de tijd van de grote exploratie van de Middellanse zee. Menig steunpunt wordt in het verre westen opgezet. Tijdens de Assyrische periode boet de stad voortdurend aan macht en rijkdom is. Ondanks diverse blokkades weet de stad toch steeds enige zelfstandigheid te behouden. Pas in 671 v.C. moet Baäl van Tyrus een ‘qepu’(Assyrische gedeputeerde) naast zich dulden. In het verdrag met Esarhaddon worden de volgende goden genoemd: Baäl-Shamêm, Baäl-Malagê, Baäl-Zaphon, Melqart, Ešmoen en Ešmoen. Carthago is dan al vanuit Tyrus gesticht en ontwikkelt zich snel tot de metropool van de Fenicische beschaving. In het begin van de 5e eeuw v.C. moet Tyrus nog een beleg van 13 jaar ondergaan en moet zich schikken in een Nieuw-Babylonische overheersing.
Pas ten tijde van de Perzen kan de stad weer enigszins tot een verdere ontplooiing komen, maar bij de komst van Alexander de Grote gaat het helemaal mis.

9.2.The history of Tyre  H.J.Katzenstein    Jerusalem 1973 Schocken
       rom the Beginning                                institute for Jewish
       of the second Millenium B.C.E.           Research.
       until the Fall of the Neo‑
       Babylonian Empire in 538 B.C.E.     





Autonomie en afhankelijkheid.
De beproeving van Fenicië tijdens de Assyrische, Nieuw-Babylonische en Perzische overheersing komt goed tot uiting in onderstaande tabel, waarbij dus alleen de overleveringen zijn verwerkt. Wie weet wat er allemaal nog meer is gebeurd.

                             Ka’aspuna   Maiza
                              Arqa          Kaiza                         Akzib
             Usnun        Mahallata                     Mahalibba
    Unqi Arvad Sumur Gebal Sidon Sarepta Tyrus Usju Akko
========================================================
Tiglat-Pileser I 1076     T                    T        T
Assurnasirpal 875                T    TTT        T        T                   T
Salmanassar III 858                                              T                   T
                          853 veldslag Qarqar
841                                                        T
Adad-Nirari III 800              ?                               T                   T
Tiglat-Pileser III 738TDDD                      T         T                   T
                        734-732                              T         T                   T
Salmanassar V 725+  U                                         U                  B      U
Sargon II 720                                    V
Sanherib 701                         T                    T         T        T       TU    T       TTT 
Esarhaddon 677                                                      V                 T
671                                                                                                                                                                          TU
Assurbanipal 668                  T                                                   T
                   664/663                                                                              VD    VD
Hophra                            V
Nebukadnezar 585-572                                                               B
Evagoras                                   U
Artaxerxes III 366                                                    U
345                                                                                                                       V
Alexander 332                                                                              V

34T: tribuutbetaling, 5U: verbond/verdrag/herschikking in een Assyrische provincie, 7V: verwoesting, 5D: deportatie, 2B: belegering.
In totaal ‘regelt’ Assyrië ca.40 maal iets met de Fenicische steden. Nieuw-Babylonië, Egypte of de Grieken doen dat ook nog eens 10 maal. Nu is dat eigenlijk niet zo dramatisch, want we praten wel over een tijdsbestek van 7 ½ eeuw! Dat is dus gemiddeld elke 25 jaar een ingreep en dan nog niet eens bij elke Fenicische stad. In de 8e en 7e eeuw v.C. zien we echter wel een concentratie van met name de Assyrische bemoeienis.



Alleen de Assyrische bemoeienis:

Usnun    738 D,
Siannu   738 U,
Arvad        1076 T, 875 T, 859 B, 734 B, 701 T, 668 U,
Ka’aspuna    738 D,
Sumur    738 D, 722/720 V,
Arqa     738 U, 725 U,
Mahallata?   875 T,
Maiza?   875 T,
Kaiza?   875 T,
Gebal        1076 T, 875 T, 738 T, 734 T, 701 T, 
Sissu?   677 V,
Kundu?   677 V,
Bit-Zitti    701 T,
Sidon        1076 T, 875 T, 858 T, 805 T, 738 T, 734 T, 725 U, 705 B, 701 T,
                    677 V,
Zaribtu  701 T, 677 U,
Mar’ubba?    677 U,
Mahalliba    701 T,
Tyrus        875 T, 858 T, 805 T, 738 T, 734 T, 725 B, 705 B, 677 T,  671 BT, 
668 T,
Usju     725 U, 701 T, 643 DV,
Akzib        701 T,
Akko     701 T, 643 DV,

De jaartallen zijn altijd omstreeks, omdat de bronnen niet eenduidig zijn.
Wel is duidelijk, dat de meeste Assyrische acties op Tyrus, Sidon en Arvad zijn gericht.

9.3.Autonomie en afhan‑
    kelijkheid v d Phoe‑                    Doctoraal scriptie
    nicische steden      C.J.Elsinga        Haarlem 1982
    vanaf de Assyrische                     [+ aantekeningen]
    overheersing t/m Antiochus III.


Welvaart onder de Perzische parapluie.
Met de komst van het Perzisch bestuur over Fenicië gaan de Fenicische steden een periode van grote welvaart tegemoet en dat is eigenlijk aan het eind van de Fenicische beschaving. De steden gaan geld uitgeven. Sidon functioneert zo’n beetje als de hoofdstad van de 5e satrapie. Vele voorwerpen uit die tijd getuigen van het hoge culturele niveau. De Fenicische steden participeren met hun vloten volop in de Grieks-Perzische oorlogen. Wanneer Cambyses Carthago wil gaan aanvallen, weigeren de Feniciërs dit. Na Salamis moet Xerxes de Fenicische vloten laten vertrekken. Kennelijk hadden de Feniciërs een behoorlijk zelfstandige positie opgebouwd. Pas tegen het eind van de Perzische tijd gaat dit weer veranderen en overschatten de Feniciërs hun eigen kracht. Ze doen mee met een opstand van Evagoras te Salamis op Cyprus, met een mislukte satrapenopstand en uiteindelijk verraadt Tennes zijn eigen stad Sidon, die verwoest wordt met zijn 50.000 inwoners erin.

9.4.L'essor de la Phenicie et   J.Elayi     blz 25 ‑ 38
    la passage de la domination
    assyro‑babylonienne à la
    domination Perse


Interactie 1.
De geografische ligging van het land Kanaän en de verspreiding van de Feniciërs over de (ei)landen van de Middellandse zee heeft ertoe bijgedragen, dat land en volk van deze streek de intermediairs bij uitstek zijn geworden in de Oudheid. Kanaän vormt al ver voor de Feniciërs het ‘trait d’union’ tussen de grote landen van het Nabije Oosten. Op een cylinder uit het 3e millennium, dat gevonden werd in Byblos, staat te lezen: ‘De … van de godin, zoon van de leeuw, zoon van Râ van de vreemde landen, god van de vreemde landen en van de god Routi, in Byblos. De geliefde van de god Khay-Taou in (Néga), aan wie het eeuwige leven is geschonken.’ Volgens de mythe van Osiris spoelt zijn lichaam in Byblos aan. In Byblos werd een tempel gewijd aan Baalat Gebal en die noemen de Egyptenaren Hathor. Snefrou is de eerste farao van de 4e dynastie (2723-2563 v.C) en hij ontvangt 40 scheepsladingen met het hout van de Libanon. Onder de farao’s van de 6e dynastie culmineren de relaties tussen Byblos en Egypte tot een hoogtepunt. Waarschijnlijk worden de schepen van Byblos voor de hoge zee dan door de Egyptenaren KBNT genoemd en noemden zij de mensen van Byblos: ‘Amou de Kepeni’. Daarna vervalt de macht van de farao’s en wordt in Kanaän speciaal Byblos het kind van de rekening. Waarschijnlijk zijn het de Amorieten, die de stad verwoesten. Vanaf 2100 v.C. proberen de farao’s de relatie met Byblos weer te herstellen. Onder de farao Amenemhat I brengt de Egyptische prins Sinouhit een bezoek aan waarschijnlijk de Békaa-vallei. In de 19e en 18e eeuw v.C. zijn er twee koningen in Byblos: Abi-Chemou en zijn zoon Ip-Chemou-Abi t.t.v. de Egyptische farao’s Amenemhat III + IV. Vervolgens komen er twee eeuwen van rivaliteit tussen Egypte en de Mitanni, waartussen Byblos ingeklemd zit. Aan het begin van de 14e eeuw v.C. bevindt zich het gehele Syro-Libaneze gebied weer in handen van Egypte. Onder de farao Aménophis IV kwijnt de Egyptische invloed echter weer weg, hetgeen goed uit de teruggevonden El Amarna brieven blijkt. De Hettietische koning Shubiluliuma ziet zijn kans schoon om zijn invloed naar het zuiden uit te breiden en zet zijn vazal Abd-Ashirta (en zijn zoon Aziru) aan tot een aanval op Byblos en Tyrus. Ribaddi van Byblos moet tenslotte het hoofd buigen voor deze aanval. Ramses II weet daarna weer enigszins de Egyptische invloed te herstellen. Het is een voortdurende golfbeweging, waarbij Byblos en menige andere (proto)Fenicische stad van het ene kamp in het andere kamp verzeild raakt. Die spiraal wordt doorbroken t.t.v. de reis van Wen-Amon, waarbij Zakar-Baäl zich compleet onafhankelijk kan opstellen.

9.5.THE ROLE OF THE PHOENICIANS IN THE INTERACTION OF MEDITERRANEAN
    CIVILISATIONS        W.A.WARD               10 deelpublicaties
         1.Rélations entre       M.Chebab
         L'Egypte et la Phénicie des orgines à Oun Amon

Zeevolken.
Te noemen zijn o.a. de Filistijnen, Tjekker, Shekelesh, Denen en Weshesh. Ze zijn vooral door de Egyptenaren afgebeeld als binnenvallende horden (de reliefs van Medinet Habu), die de kusten van de levant afstroopten. Het beeld is veel gecompliceerder. Het was niet allemaal krijg en roof. De Filistijnen schijnen bijvoorbeeld uitmuntende metaalbewerkers geweest te zijn (Samuel 13:19-22). De invasie beperkte zich ook niet tot de kuststrook. Ook het binnenland tot in de Jordaanvallei werd bezocht. Het na de 13e en 12e eeuw v.C. voorkomen van graven met aardpek te Tell es-Sa’idiyeh doet vermoeden, dat de nieuwkomers in Kanaän wel eens met de Feniciërs in verbinding gebracht kunnen worden.

9.5.THE ROLE OF THE PHOENICIANS IN THE INTERACTION OF MEDITERRANEAN
    CIVILISATIONS        W.A.WARD               10 deelpublicaties
         8.New evidence on       J.B.Pritchard
         the role of the seapeoples in Canaan at the beginning of the IronAge

Interactie 2.
Ondanks de grote (afgeslagen) invallen van de Zeevolken, blijft de invloed van Egypte in Kanaän nog duidelijk aanwezig, zij het niet zozeer militair als wel cultureel. Tijdens de regering van Salomo en Hiram I van Tyrus laten beide vorsten een Rode Zee vloot uitvaren vanuit Elat. Waarom deden ze zoveel moeite? Was er nog geen kanaal tussen de Rode Zee, of blokkeerden de farao’s van Egypte een dergelijke concurrerende handel? Salomo schijnt een Egyptische prinses in zijn harem gehad te hebbem. Hij moet dus op goede voet met de farao van Egypte gestaan te hebben. Na de dood van Salomo is dat over. Seshonq I (950-929 v.C) rukt op tegen het Jeruzalem van Roboam.  Op een fragment van een beeld van Seshonq I staat een Fenicische inscriptie van Abibaäl, de koning van Byblos. Hierna komt er een beeld van Osorkon I (929-893 v.C), waarbij de naam Elibaäl van Byblos naar voren komt. Onder Takelot I zijn er geen aantoonbare relaties met Byblos, maar onder Orsokon II (870-847 v.C) valt er weer een beeld te melden met zijn naam er op in Byblos.  Zelfs helemaal in Almunecar te Spanje komt zijn naam en die van Takelot II (847-823 v.C) voor, maar dat kan er pas veel later gebracht zijn. Hierna komt Fenicië steeds meer onder Assyrische invloed. Desondanks zien we nog in Arvad een wijdingstafel verschijnen met M A , de commandant van PENAMON.

9.5.THE ROLE OF THE PHOENICIANS IN THE INTERACTION OF MEDITERRANEAN
    CIVILISATIONS        W.A.WARD               10 deelpublicaties
         2.Rélations entre       J.Leclant
         l'Egypte et la Phénicie du voyage d'Ounamon à l'expedition d'Alex..


Het schrift.
De rol van de Feniciërs als intermediairs in de Oudheid in het Middellandse zeegebied komt vooral tot uiting in de verbreiding van het alfabetische schrift.
Het is een van de uitvindingen van de mensheid, die ongemeen belangrijk is geworden. Waar waren we zonder opgetekende verslagen van welke aard dan ook. Met name het alfabetische schrift heeft dit allemaal, zeker in economisch opzicht, gemakkelijk gemaakt. De voornaamste systemen van schrijven ,globaal in volgorde van tijd, zijn:
1.Spijkerschrift van Mesopotamië en omgeving.
2.Egyptisch hieroglyphen, hieratisch, demotisch schrift.
3.Schrift van Kreta.
4.Schrift van de Indus vallei.
5.Hettietisch hieroglyphisch schrift.
6.Diverse Chinese schriften.
7.Pseudo-hieroglyphisch schrift van Byblos.
8.Spijkerschrift van Ugarit.
9.Paleo-Sinaïtisch schrift.
10.Noord-Semietisch alfabet.
11.Cyprus syllabisch schrift.
12.Perzisch half-alfabetisch-spijkerschrift.
13.Kanaänietisch alfabetisch schrift.
14.Zuid-Semietisch alfabetisch schrift.
15.Aramees alfabetisch schrift.
16.Grieks alfabet.
17.Etruskisch alfabet.
18.Latijns alfabet.
19.Indisch schrift.

9.5.THE ROLE OF THE PHOENICIANS IN THE INTERACTION OF MEDITERRANEAN
    CIVILISATIONS        W.A.WARD               10 deelpublicaties
         3.The Alphabet in the   D.Diringer
         History of Civilisation

Het Perzische front.
De Perzen benutten de Fenicische vlooteskaders in offensief en defensief opzicht. Daarnaast lieten ze de zeekust niet onbeschermd. In Byblos verrees een stevig fort. Hetzelfde gebeurde aan de monding van de Markab te Banyas. In de passen van de Amanus tussen Cilicië en Syrië verschenen verdedigingsmuren. In Tell Zakariyeh in Zuid-Palestina verscheen een Perzisch fort tegen mogelijk Arabische invallen. Op de weg naar Egypte zien we in de Negev-woestijn een fort verrijzen te Tell Hezy. Net zoals de Maginot linie of de Hollandse waterlinie hebben ze nauwelijks enige militaire betekenis gehad. De smalle reep van forten en muren vormde slechts een smalle overgangszone tussen twee werelden.

9.5.THE ROLE OF THE PHOENICIANS IN THE INTERACTION OF MEDITERRANEAN
    CIVILISATIONS        W.A.WARD               10 deelpublicaties
         4.La défense du         M.Dunand
         front mediterranéen de l'empire achémide

Hellenistisch Syrië.
Op de grens tussen de Oosterse en de Westerse wereld vond in Syrië in de Hellenistische periode een opmerkelijke transformatie plaats. Het tot dan toe hoofdzakelijke agrarische gebied veranderde vrij snel in een stedelijke samenleving met Antiochia, Laodicea en Seleucia als opmerkelijke brandpunten. Daarnaast kregen de bestaande steden als Aleppo, Zeugma, Palmyra, Damascus, Edessa en de Fenicische steden een geweldige stedelijke ‘Schwung’ naar boven.
Het kruispunt van beschavingen werd nu eens vooral bezocht door een culturele vernieuwing en deze keer niet primair door een militaire. De Fenicische steden staan hierbij letterlijk aan de zijlijn. Ze bevinden zich deels in het Seleucidische rijk en deels in het Ptolemeïsche rijk. Ondanks deverse militaire episodes en zelfs weer een belegering van Tyrus, pikken de Fenicische steden toch een graantje mee van de Hellenistische stedelijke ‘Schwung’ naar boven.

9.5.THE ROLE OF THE PHOENICIANS IN THE INTERACTION OF MEDITERRANEAN
    CIVILISATIONS        W.A.WARD               10 deelpublicaties
         5.Seleucus I and        H.Seyrig
         the Foundations of Hellenistic Syria

De geschiedenis van archeologie in het Midden Oosten.
Die begin in Egypte met Napoleon in 1798 na Chr, in Palestina met Robinson in 1838 na Chr en in Mesopotamië met Botta in 1842 na Chr. In Fenicië was de voortrekker Ernest Renan, die in 1860 na Chr in Beiroet begon met zijn ‘Mission de Phénicie’. In het begin ging het vooral om kunstzinnige voorwerpen, die tevoorschijn werden getoverd en vervolgens in Europese musea en zelfs op pleinen hun laatste rustplaats vonden. In het begin verwoestte men bij de opgraving vaak ook weer veel. Later ging de aandacht steeds meer uit naar welhaast onbeduidende keramiekscherven bijvoorbeeld, die echter veelal meer kunnen vertellen over de omstandigheden, waarin de mensen, die het vervaardigden, toen leefden. De twee wereldoorlogen en de grote economische depressie van 1929/1930 na Chr. bracht een stilstand in de ontwikkeling en diepgang van de archeologische werkzaamheden teweeg. Na de tweede wereldoorlog zien we steeds betere en verfijnde archeologische methoden, maar anderszijds wordt het werkveld in het Midden Oosten nogal ingeperkt door nationalistische motieven. Mesopotamië heeft tot dusver de beste resultaten opgeleverd t.a.v. de schriftvondsten, omdat het spijkerschrift op kleitabletten uitstekend houdbaar is. Daarentegen zijn maar weinig papyrusteksten terugegevonden, die nog leesbaar zijn. Zeker voor wat betreft Fenicië blijven er nog vele vragen te beantwoorden:
-       Hoe werd de regering van een Fenicische prins geaccepteerd en hoe moest hij verantwoording afleggen aan een volksvergadering?
-       Was zo’n volksvergadering democratisch?
-       Wie hadden de ceders van Fenicië in eigendom?
-       Wanneer veranderde de Fenicische gelegenheidszeevaart in een grootschalige exploratie?
-       Wat deed de Fenicische zeeman in de winter?
-       Hoe hield de Fenicische handelaar zijn rekeningen en handelstransacties bij?
-       Waar bestond het voedsel uit van een gemiddeld Fenicische gezin?
In een volgende eeuw van de Midden-Oosten archeologie zullen dit soort vragen beter beantwoord gaan worden.

9.5.THE ROLE OF THE PHOENICIANS IN THE INTERACTION OF MEDITERRANEAN
    CIVILISATIONS        W.A.WARD               10 deelpublicaties
         9.A Century of Near     J.A.Wilson

       Eastern Archeology and the future





Geen opmerkingen:

Een reactie posten