RINGMAP 14
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
titel schrijver bron
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
14.1 Ricerche
Puniche
nel Mediterraneo Colloquium Roma 1969
Centrale Consiglio
nazionale delle
ricerche
1970
‑Ricerche puniche
in Sardegna F.Barreca
‑Ricerche puniche
in Sicilia V.Tusa
‑Recherches puniques
en Algérie M.Bouchenaki
‑Recherches puniques
en Tunesie M.H.Fantar
‑Ricerche puniche
a
Malta A.Ciasca [met aantekeningen en
kaarten
en afbeeldingen]
14.2 Der Alte
Libanon K‑H.Bernhardt Verlag Anton Schnoll/Wien
Wien & München 1976
fysisch geografische inbreng
[met aantekeningen en
kaarten en afbeeldingen]
14.3 Phönizier
und
Spanier J.B.Cirkin Klio 63 1981 2 411‑421
Zur Problem der i.e.v.v.E.Dressler
kulturellen Kontakten
14.4
Archeologie VIVA jaargang 1 no 2 1968‑1969.
Seine Entstehung und seine Grösse
‑Zeittafel
‑Tanitzeichen P.Cintas
‑Museographie M.Yacoub
‑Bevölkerung L.Balout
‑Politik&Wirtschaft J.Heurgon
‑Erforschung der Meere R.Carpenter
‑Archäologische
entdeckung M.Fantar
‑Architektur P.Cintas
‑Unveröffentliche
Funde M.Vézat
‑Magie J.Leclant
‑Religion J.G.Février
‑Symbolik A.M.Bisi
‑Kunst L.Foucher
‑Documente M.Sznycer
‑Institutionen G.Charles Picard
‑Glossarium VEEL AFBEELDINGEN
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
VNL.West‑Phoenicische en Carthaagse (DEEL)publicaties.
Hoofdstuk 14.
Stand
van zaken in het archeologisch onderzoek omstreeks 1970 na Chr.
In
Sardinië:
-
In en rond Sulcis
van 1964 – 1968 na Chr.
-
Bovendien werden
in de loop der tijd de volgende plaatsen door archeologen onderzocht:
Huidige
naam klassieke naam
=============================
Cagliari Karalis
Capo
di Pula Nora
Torr
di Chia Bithia
Malfatano
S.Isidoro
di Teulada Tegulae
Zaffarano
Porto Pino
S.Antioco Sulcis
Carloforte Inosim
Mazzacara
Bruncu ‘e Teula
Gutturu ‘e Flumini
Pistis
Capo Frasca
S.Maria di Nabui Neapolis
Capo S.Marco Tharros
Capo Mannu
S.Caterina Pittinuri Cornus
Bosa
Porto Conte Carbia?
Porto Torres Turris Libyssonis
Castel Sardo
Olbia
Calagonone
Lotzorai Sulsi
S.Giovanni di Saralà Saralapis
S.Maria di Villaputzu
S.Priamo
Monte
Nai
Capo
Carbonara
-
Op basis van de namen komen in aanmerking om verder onderzocht te worden:
Huidige
naam klassieke naam
=================================
Usellus Uselis
Macomer Macopsia
Magomadas Macomadas
Padria Gurulis
Lago
di Barazze Nura
Oristano Othoca
-
Nog niet genoemde plaatsen zijn:
Monte Sirai Monte
Crobu Corona Arrubia
Paniloriga di Santadi Villaperuccio
Pantaleo Piolanas Medau Piredda
Çorongiu Tani Santa Iaccu
S.Pietro di Siliqua Uta Paringianeddu
Sa Turritta di Serruci Grugua
Antas Corongiu
‘e Mari Matzanni
Santu Antine Monastir S.Sperate
Serramanna Settimo
S.Pietro Maracalagonis
S.Andrea Frius S.Nicolo
Gerrei Ballao
Senorbi Barumini Baressa
Allai Genoni Uras
Mogoro Neoneli Paulilatino
Fordongianus Narbolia S.Simeone di Bonorva
Modolo Sorso Tergu
Codaruina Viddalba
In
Sicilië:
-
De doorbraak kwam
al in 1921 na Chr.met de opgraving van J.Whitaker te Motya/Mozia. Nog steeds is
hier ook een groot van de aandacht aan gwijd door steeds weer nieuwe vondsten.
-
Solunto in 1951 na Chr. + La Cannita.
-
Lilibeo in
1965-1966 v.C.
-
Pantelleria door
P.Orsi al in 1899 na Chr.
-
Erice 1967 na
Chr.
-
Palermo 1965 na
Chr. en voorts:
Selinunte,
Sciacca, Monte Polizzo, Segesta, Poggioreale, Rocca d’Entella, Torre
Gratanelli, Montelepre, Himera
Op
Malta:
Tas
Silg, Marsaxlokk, S.Paolo Milqi.
Op
Gozo:
Wardija.
In
Algerije:
- In Siga is keramiek aangetroffen vanuit de
2e helft van de 7e eeuw v.C. door M.F.Villard. In april
1969 na Chr.werden er bovendien gedenkstenen bloot gelegd.
- De necropool van Gouraya is
al langer bekend. Hij stamt uit de 3e-2e eeuw v.C. M.F.Villard
legt een verband tussen het gevonden Griekse aardewerk in het gebied van Oran,
te Marokko en speciaal te Lixus. In de 5e eeuw v.C. moeten deze
gebieden een economisch geheel gevormd hebben. De Griekse keramiek werd door de
Carthagers vervoerd.
- In Tipasa is M.Cintas
begonnen met de opgravingen. Hij werd in 1960-1962 opgevolgd door M.Baradez en
van 1964-1968 door M.Lancel. Cintas vindt een necropool vanuit de 6e
eeuw v.C. Er worden meer necropolen gevonden zowel ten oosten als ten westen
van de stad. De graven hebben een noord-zuid ligging met de hoofden naar het
noorden toegekeerd [en de uitgang dus veelal naar het zuiden?]. In juli 1968 na
Chr. werd er een schiereiland een opgraving verricht, waarbij het forum en een
baseliek werd gedecteerd. Het woonkwartier moet waarschijnlijk tussen de
westelijke en de oostelijke necropool in liggen.
- Tiddus ligt 20 km ten
zuiden van Constantine.
- Sigus ligt 30 km ten ZO van
Constantine. Hier bevindt zich een necropool vanuit de 1e eeuw na
Chr. Er zijn 29 munten gevonden, waarvan 5 uit Carthago, 10 uit Numidië en 11
munten uit de keizertijd.
- Constantine = Cirta. In
1950 vinden A.Berthier en A.Charlier er 600 gedenkstenen.
- Hippo Regius kent keramiek
uit de 2e eeuw v.C. M.Morel onderzoekt een grote muur, die in 90-80
v.C. werd gebouwd. De architectuur daarvan is Punisch.
In Tunesië:
Thabarca, Hippo Diarrhytus,
Carthago, Kerkouane, Taparura, Tacapas, Gigthi, Hadrumetum.
14.1
Ricerche Puniche
nel Mediterraneo Colloquium Roma 1969
Centrale
Consiglio nazionale delle
ricerche 1970
‑Ricerche
puniche
in
Sardegna F.Barreca
‑Ricerche
puniche
in
Sicilia V.Tusa
‑Recherches
puniques
en
Algérie M.Bouchenaki
‑Recherches
puniques
en
Tunesie M.H.Fantar
‑Ricerche
puniche
a Malta
A.Ciasca
Libanon.
In 138 v.C, 70 v.C en 551 na Chr. werd de
Libanon door zware aardbevingen getroffen. De bergtempel van Beiroet ligt op
732 meter hoogte bij Bet Meri. De tempel is gewijd aan Baäl Marqod (=god van de
dans). Mogelijk heeft het iets met de aardbevingen te maken.
Pas in de Hellenistische tijd breiden de
Fenicische steden hun vastelandsbezit uit naar de Bekaa. Deze vallei wordt
vooral door de noord-zuid ligging gebruikt voor de doortocht van ettelijke
legers.
Bij de Djebel Baruk en te Dahr el-Arz/Kodib
bevinden zich nog restanten van het grote cederwoud. Nevenproducten van het
cederhout zijn hars en pek. Door alle tijden heen geven veelal vreemde heersers
opdracht te zorgen voor massale houttransporten.
14.2 Der Alte Libanon K‑H.Bernhardt Verlag Anton Schnoll/Wien
Wien & München 1976
Feniciërs
en Spanjaarden.
Spanje
behoorde in het 2e millennium v.C. eigenlijk tot de West-Europese
cultuurkring. De schat van Bodonal de la Sierra (ca.1000 v.C) wijst daarop met
gouden voorwerpen, die van dezelfde soort ook op de Britse eilanden voorkwamen.
De Feniciërs kwamen primair voor de handel en het ging hen vooral om het
zilver. Pas later gaan zij ook op zoek naar de tinaanvoer. De Iberiërs hadden
lange tijd geen weet van de waarde van het zilver. De winning was dan ook in
het begin nog zeer primitief. Pas t.t.v. de Feniciërs gaat men over tot de
exploitatie via mijnen (8e eeuw v.C).
Met
het ontstaan van de Iberische adel ontstaat ook de vraag naar kunstzinnige
producten. De Iberische handwerkslieden nemen de technieken en methoden van de
Feniciërs over en zo ontstaat er in het zuidwesten van Spanje een
Fenicisch-Tartessische kunst, waarbij de traditionele inheemse kunst wordt
verdrongen. Vervolgens dringt de Fenicische invloed ook door in de inheemse
religie en taal.
Staatkundig
en militair komen er pas bij de Puniërs grote veranderingen. Het is Hamilcar
Barcas geweest, die voor het eerst een groot deel van Spanje in één staat
verenigd heeft.
De volgende fasen zijn te onderscheiden:
1200-800
eerste contacten
met ruilhandel + beginnende Fenicische kolonisatie
800-500
intensieve
Fenicisch-Iberische contacten + volwaardige kolonisatie
500-200
Punische
infiltratie landinwaarts
Vanaf 200 Romanisering van de
Iberiërs en Feniciërs en Puniërs
14.3 Phönizier und
Spanier
J.B.Cirkin Klio 63 1981 2
411‑421
Zur Problem der
i.e.v.v.E.Dressler
kulturellen Kontakten
Carthago.
Qart Hadašt is goed te vergelijken met het
latere Venetië. Het werd een enorm rijke stad. Jaarlijks zou de stad op het
hoogtepunt van haar macht wel eens 12.000 talenten uit haar kolonies en
protectoraten hebben ontvangen. Dat is vergelijkbaar met 45.000.000 US dollars
in 1968 na Chr! Geen wonder, dat het de afgunst en hebzucht van Grieken en
Romeinen opriep. Athene in haar bloeiperiode inde slechts 1/20e deel
van wat Carthago jaarlijks binnen kreeg.
Qart Hadašt heeft waarschijnlijk 668 jaar
bestaan. Het jaartal 480 v.C. markeert precies de helft (334 jaar) van die tijdspanne.
Merkwaardig genoeg gebeurt er in dat jaar ook iets zeer bijzonders. Het is het
jaar van de grote nederlaag bij Himera tegen de Grieken. Er verandert dan ook
iets wezenlijks bij de Carthagers. Van
814 – 480 v.C. bestaat het orientale nog primitieve Carthago. Van 480-146 v.C.
zien we een steeds meer gehelleniseerd steeds rijker en luxer wordend Carthago.
Het ‘Tanit’-teken ziet er meestal uit als een
driehoek en een cirkel gescheiden door een dwarsbalk. Het komt veelal voor in
combinatie met de godin Tanit, waardoor het al snel het etiket van het
Tanit-teken kreeg. De godin Tanit hoeft er echter niet per definitie wat mee te
maken te hebben. Pierre Cintas neemt een
aantal hypotheses eens goed door in zijn poging om het symbool te verklaren:
1.
Betekenis als
biddend figuur;
2.
Punische
drie-eenheid (E.Babelon);
3.
Astarte als
Isis-Hathor (Clermont-Ganneau);
4.
Heilige steen
(Lagrange);
5.
Egyptisch
levensteken ANKH (Ronzevalle);
6.
De driehoek is
het altaar en de cirkel is de godheid (S.Gsell).
Wat
weten we eigenlijk zeker. Het is een soort pentagram of diagram en het werd van
het begin af aan in deze grondvorm neergelegd. Cintas houdt het er op, dat het
een vrouwelijke metafoor voor de vruchtbaarheid moet zijn geweest.
Mohamed Yacoub geeft inzicht in de afdeling
van het Museum Bardo te Tunis, waar de Punische vondsten worden bewaard. We
vinden er vooral zaken vanuit de tofet te Carthago. In 1982 na Chr. was ik er.
Eerst stond ik voor een gesloten deur, want ik had natuurlijk weer net de dag
uitgekozen in de week, dat het gesloten was. De volgende dag was het open en
het was een openbaring. Ik kreeg toestemming om met mijn fototoestel in de weer
te gaan, nadat ik eerst een formulier moest invullen en ondertekenen, dat het
voor mijn hobby was en dat bij een zakelijke publicatie rechten aan het museum
moesten worden overgedragen. Ook moest een begeleider bekostigd worden, die
netjes vitrines voor mij opende. Desondanks zijn niet alle foto’s geslaagd,
maar toch wel de meerderheid.
Mongi Ennaifer geeft inzicht in de Punische
voorwerpen van het museum van Carthago op de Byrsa te Carthago. In 1982 na Chr.
was ik er. De wachter deed net zijn Islamietisch gebed en trok zich niets aan
van wat er om hem heen allemaal gebeurde. Hier had ik niet eens toestemming
voor een fototoestel nodig. Ik begon de inscriptie van een gedenkplaat over te
nemen en men was verbaasd, dat ik dat zo natuurlijk kon. Men beschouwde mij als
een kenner en ik kon gaan en staan waar ik wilde. De kathedraal van de witte
paters staat geplempt op de fundamenten van de Esmoen tempel. Vanaf de Byrsa
heuvel is goed een opgraving zichtbaar langs de helling van de Byrsa, waar
waarschijnlijk de zes-verdiepingen-huizen gestaan hebben.
De annalen van Tyrus heeft Timaeus tegen 300
v.C. gebruikt en een eeuw later vertaalt Menander van Ephesus die. Deze
vertaling wordt in de 1e eeuw na Chr. door Flavius Josephus gebruikt
en hij zegt, dat IN HET ZEVENDE JAAR VAN DE HEERSCHAPPIJ VAN PYGMALION ZIJN
ZUSTER ELISSA DE STAD TYRUS ONTVLUCHTTE EN IN LIBYA DE STAD CARTHAGO STICHTTE.
Dit komt overeen met het jaartal 819 v.C. De getuigenissen van Timaeus en
Justinus komen respectievelijk op 814 en 824 v.C.uit.
Strabo zegt over de straat van Gibraltar in
zijn GEOGRAPHIKA (III,I.7) het volgende: Zeilt
men van onze zee naar de Oceaan, dan bevindt zich rechts Calpe en dichtbij deze
stad op een afstand van 5 mijlen het zeer oude opmerkelijke Carteia, dat ooit
bij de Iberiërs als vlootbasis in gebruik was….
Timosthenes
zegt: dat deze plaats ooit Heraclea werd
genoemd en dat daar nog lange kaden en dokken te zien zijn alsmede onderdelen
voor schepen.
Nu
waren de Iberiërs van nature geen zeevaarders. Timosthenes heeft het dus eigen
over een Carthaagse vlootbasis.
Veel scrabeeën in Carthago dragen de naam van
Thutmosis III. De godin Hathor komt voor in de gestalte van een koe op diverse
scarabeeën. Andere Egyptische godheden
zijn Isis, Horus, Osiris en Bes en
zien we de ibis, sfinx en het oog optreden. Verder komt het ankh-teken voor.
Het toont de sterke Egyptische invloed in het veld van de magie te Carthago.
14.4 Archeologie VIVA jaargang 1 no 2 1968‑1969.
Seine Entstehung und seine Grösse
‑Zeittafel
‑Tanitzeichen P.Cintas
‑Museographie M.Yacoub
‑Bevölkerung L.Balout
‑Politik&Wirtschaft J.Heurgon
‑Erforschung der Meere
R.Carpenter
‑Archäologische entdeckung M.Fantar
‑Architektur P.Cintas
‑Unveröffentliche Funde M.Vézat
‑Magie J.Leclant
‑Religion J.G.Février
‑Symbolik A.M.Bisi
‑Kunst L.Foucher
‑Documente M.Sznycer
‑Institutionen G.Charles Picard
‑Glossarium VEEL AFBEELDINGEN
Geen opmerkingen:
Een reactie posten