Ringmap 11
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
titel naam bron/plaats
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
11.1.Grammaire phénicienne A.van den Branden Beiroet 1969
Librairie du Liban
Bibliothèque
de
l'Université Sante Esprit
Kaslik ‑ Liban
11.2.A Grammar of Phoenician
and Punic S.Segert incl.Aantekeningen]
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Grammatika‑boeken.
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Hoofdstuk 11.
Van
Phonologie en Morphology.
In
het neopunisch neemt de ALEPH veelal de plaats in van de HE.
De
AJIN en de ALEPH worden in later tijd steeds minder gebruikt.
In
oude inscripties komt er tussen de woorden een scheidingsstreepje of een punt
voor. In enkele gevallen volstaat men met een interval, maar de meeste
Fenicische inscripties hebben geen accentuering tussen de woorden. Pas later
bij Carthago komt dit weer wel in zwang.
De
uitspraak van de meeste woorden is vrijwel niet bekend.
In
het Punisch verdwijnt de LAMED veelal op het eind.
De
WAW wil nog al eens veranderen in een YOD.
De
MEM wordt veelal gebruikt als voorzetsel.
Als
lidwoord wordt de HE gebruikt. In het meervoud komt er een YOD als
achtervoegsel bij. Voorbeeld: de Tyriërs = hs.ry
|
Uitgangen
|
enkelvoud
|
Meervoud
|
tweevoud
|
|
Mannelijk
|
-
|
Îm
|
êm
|
|
Vrouwelijk
|
t,
ot
|
ôt,
ût
|
atêm
|
Voorbeeld:
zoon van de goden = ben elim.
Getallen.
1.
Ah.ad
2.
Šenem
3.
Šaluš
4.
Arba
5.
H.amêš
6.
Šeš
7.
Šib
8.
šemon
9.
tiš
10.asr
Voorbeeld:
In
de maand BUL van het 2e jaar van zijn regering = yklml // tnšb lb
hryb
Een
fictief bericht, maar wel met de juiste bewoordingen:
Ik heb gegeven, ytnt
koning
van de stad Citium, mlk qrt
kty
zoon
van Kalbay, bn
klby
dieren
en een heiligdom h.yt w
qdš
aan
Baäl-Hammon lb‘lh.mn
voor
de ogen van de goden l‘n
’lnm
in
het derde jaar van de heer van de goden bšnt
/// l’dn mlkm
toen
Abdaštarte priester was van de heer van de goden
wkhn l’dn mlkm ‘bd’štrt
Op
de leeftijd van 27 jaar bt
š‘nt hsdm wšb‘
heb
ik mijn belofte ingelost šlmty
’t ndry ’nk h
want
de godin heeft een verbond met ons gesloten.
kkrt ln
’lt
Ik
heb er Baäl geinstalleerd. yšb
’nk bn b’l
Ik
heb gewijd yqkdm’
de
tempels van de goden. bt
’lnm
Wij
hebben de tempels van de goden gebouwd.
bkk ’yt
bt ’lnm
Tinit,
gezicht van Baäl, zal over het lot van die man daar oordelen.
Špt.
Tnt pn b’l brh. ’dm h’
Baäl
šamêm en El zullen die koning daar vernietigen,
B‘l šmm
w’l.hmmlkt h’
Een
machtige koning, die over hen regeert om ze te vernietigen.
mmlkt ’dr
’š mšl bnm lqs.tnm
Ik
ben Yehawmilk ’nk
yh.wmlk
11.1.Grammaire phénicienne A.van den Branden Beiroet 1969
Librairie du Liban
Bibliothèque
de
l'Université
Sante Esprit
Kaslik ‑ Liban
Dialecten.
Het
Fenicisch is geen uniforme taal of schrift. Er zijn vele dialecten
onderscheidbaar:
Ø Oud-Byblos
Ø Byblos
Ø Noord-Fenicisch (Arvad+Cilicië+Ur)
Ø Binnenlands-Kanaänietisch (Arslan-Tash)
Ø Midden-Fenicisch (Sidon+Tyrus)
Ø Laat-Fenicisch
Ø Cypriotisch
Ø Dialecten van de westelijke Middellandse zee
Ø Punisch
Ø Laat-Punisch
Het
Fenicisch maakt gebruik van het principe van de ACROPHONY = de waarde van een
letter, die identiek is met de eerste consonant van het woord, dat door het
teken wordt uitgebeeld.
Een
punische conversatie in Romeinse letters in de POENULUS van Plautus:
930
yth-alonim ualon-uth si-corathi-sy ma-com-syth
931
chy-m-lachchun-ythmum-ys-thyal-m yc(t)h ibarui (ibarcu!)-my-shi
932 li-pho-caneth-yth-by-nuthi
iad-edyn byn-ui
933 by-marob syl-lohom-aloni-m
uby-my-sortholo(m)
934 b-yth
l-ym-moth-yn-nocto(cho!)-thu-ulech anti-clamas (antidamas!) chon
935 ys-sid dobrim thyfel yth
chil ys chon chem liful
936 yth binim
ys-dybur-th-innocho-t-nu agorastocles
937
yth-emaneth-i-hy-chir-s-aelichot sith naso(t)
938 bynny id-chil
lii-chi-(i)ly-gubulim labisit-thim
939
bodi-aly-thera-yn-nynnu-ys-lym-mon (min!) cho-th lusim (iusim!)
995 anno-byn-mytthymbal
leudradait (carthadati!)-anech
998 auo…donni
1006 rufe-ynny-cho-is-tam
1010 mi-uule-ch i-an-na
Tussen
haakjes staan de mogelijke suggesties ter verbetering of de relaties, die
gelegd kunnen worden met wel bestaande woorden van S.Segert.
Het
is nog geen uitgemaakte zaak, of Plautus zomaar wat opgeschreven heeft, of dat
hij wel degelijk wat Punisch opschreef.
11.2.A Grammar of Phoenician
and Punic S.Segert
Geen opmerkingen:
Een reactie posten