RINGMAP 16
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
titel schrijver bron
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
16.1 History of
Sicily E.A.Freeman Aantekeningen +
Phoenician,Greek & Roman inhoudsopgave van
(The story of Nations) boek 34
16.2 De antieke
wereldzee K.Sprey Den Haag 1946 Servire
Relevante blz.uit boek 105
16.3 Punica
fides J.H.Thiel blz 259‑280
16.4 De
Romeinse strategie
ter zee in de eerste J.H.Thiel blz 301‑317
Punische oorlog
16.5 Der Erste
Punische Krieg
und das Problem des A.Heuss
Darmstadt, Wissenschaft‑
Römischen Imperialismus lichen Buchgesellschaft
Aantekeningen
16.6 De
Romeinen H.D.Stöver Baarn, Meulenhoff
Meesters in het machtsspel alleen de relevante
blz 44‑98
16.7 Geschichte
des E.Meyer Stuttgart + Berlin 1931
Altertums II,2+III J.G.Cotta'sche
Buchhandlung
Nachfolger [veel aan‑
tekeningen + inhoudsopgave]
KONINGSLIJSTEN
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
VNL.publicaties
rond Punische oorlogen
Boek van Meyer is gedateerd, maar wel grondig
Hoofdstuk 16.
Geschiedenis van de Oudheid.
Šošenq I (vanaf 965 v.C) van de Egypte behoort tot
de 22e dynastie der Bubastiden. In 930 v.C onderneemt hij een
veldtocht naar Israël en verstevigt zijn invloed op Fenicië. In Byblos (Gebal)
wijdt men een gedenkteken aan šošenq I en later voor de farao Orsokon I. Tijdgenoten
zijn:
Hiram van Tyrus (969-936 v.C)
Salomo van het Joodse rijk (960/955 – 935/930 v.C)
Nabumukinbal
(992 – 957 v.C)
Tiglath-Pileser
II (965-933 v.C)
16.7 Geschichte
des E.Meyer Stuttgart + Berlin 1931
Altertums II,2+III J.G.Cotta'sche
Buchhandlung Nachfolger
De zee in het midden.
De Middellandse zee vormt nu en vormde in de oudheid
de weg bij uitstek naar andere landen. Toch gebeurde dat in de oudheid maar
heel schoorvoetend. De eerste natie, die daarvoor in aanmerking kwam, was
Egypte. Dit dominerende land beperkte zich tot de kusten van de Rode zee en de
kusten van Palestina en Cyprus. Verder kwam men eigenlijk niet.
De doorbraak kwam uit een heel andere hoek:
1.De Minoërs uit de streek van de Egeïsche zee
(vooral Kreta) in het 3e millennium onderzoeken al een aanzienlijk
deel van de Middellandse zee.
2.De Achaeërs uit de streek van de Middellandse zee
met vooral de Myceners zijn vanaf 2000 – 1400 v.C vooral bezig als veroveraars.
Tussen 1200-1000 v.C komt de Myceense burchtcultuur ten val.
3.Hun erfgenamen waren de Feniciërs op de kust
tussen de Yapho en Oegarit. Hun glorietijd beleefden zij omstreeks 1000 v.C en
zij bereikten vrijwel alle uithoeken van de Middellandse zee en zelfs buiten
deze zee. Hun drijfveren zijn het drijven van handel en het winnen van metalen.
4.Tezelfdertijd hebben de Doriërs, Ioniërs en
Aeoliërs zich in het gebied van de Egeïsche zee gevestigd. Zij leren van de
Feniciërs het alfabet, het verven van kleding, de glasfabricage en het
maritieme bedrijf.
5.In de voetsporen van de Feniciërs gaan de Grieken
op zoek naar nieuw land als voornaamste drijfveer.
6.Na het afweren van de Perzen ontstaat het Atheense
zeerijk met een grootste oorlogsvloot. De zucht naar winst begint de overhand
te krijgen. De ‘zee’ ondermijnt de zeden. De buitenlandse invloed leidt tot
materialisme en verwildering in de Griekse samenleving.
7.Met Alexander de Grote verschuift het zwaartepunt
naar het oosten. Het Hellenisme ontstaat. Azië wordt tot een coherent
economisch gebied.
8.In het westelijke deel van de Middellandse zee is
het Carthaagse zeerijk ontstaan met een vorm van wat we nu een modern
kapitalisme zouden noemen, maar wel gericht op één enkele stad.
9.Tenslotte ontstaat het Romeinse rijk op basis van
zijn legioenen, die echter wel door de schepen van de Etrusken en de Italische
Grieken werden vervoerd. Het Mare nostrum is ontstaan. De Middellandse zee is
één politiek en economisch geheel geworden.
10.De Islam zal deze eenheid 700 jaren later weer
verbreken.
16.2 De antieke
wereldzee K.Sprey Den Haag 1946 Servire
Trinakria.
De
legendaire figuur Kokalos van Kamikos is mogelijk de eerste naam, die opduikt.
Het zou een Sicaniër zijn, die reeds leefde voor de inval van de Siculiërs. De
plaats Kamikos ligt waarschijnlijk dicht bij Ahragas. De Sicaniërs achten zich
autonoom en er ligt mogelijk een raciale verbinding met de Basken.
Dan
is er de Griekse legende van Daidalos, die vanaf Kreta naar Sicilië vlucht. Hij
wordt achtervolg door Minos, die zich wil wreken op Daidalos vanwege een door
hem begane moord. Er volgt een zevenjarig beleg van Kamikos, waarna de
Kretenzers zich terugtrekken op Italië, waar zij verder leven als Japygiërs?
Een
derde invalshoek ligt bij het verhaal, dat de Kretenzers, die bij Troje vochten
op hun terugreis terechtkwamen bij Engyum op Sicilië. Zij stonden onder de
leiding van Meriones. Bij Minoa vinden we overigens het graf van een
belangrijke onbekende Kretenzische koning.
De
stichter van Gela is Antiphemos en verovert de Sicanische stad Omphake.
De
Siculiërs vestigen zich in het begin aan de oostkust. Zij worden dan vooral
beïnvloed door de Feniciërs.
Tenslotte
zijn er dan de Elymiërs, die zich in de streek van Segesta hebben neergezet.
Zij beroepen zich op hun Trojaanse oorsprong. Pausanias noemt hen echter als
Phrygiërs.
De
Fenicische handelaren hebben zich waarschijnlijk (cursief) en zeker in de volgende plaatsen gevestigd:
THAPSOS zie Tpihsach >>> Thapsakos
PACHYNOS = uitkijkpunt
MAKARA = naam Semietische godheid
SELINUS zie
Sela = de rots van de Acropolis
HIMERA
PANORMUS zie
Ziz of Machanat >> Machoshbim = kamp van de
kleurwerkers, of Machanaim
in het OT.
SOLUS zie
Sela >> Soluntum
XIPHONIA
ORTYGIA betekent Syracuse: oosten?
MYLAE
KEPHALOEDION
AGATHYRIUM
ZANCLE zie: Danklon
MINOA Ras
Melqart
INYKON
CHARYBDIS
ERYX
HEIRCTE
THERMAI
NAXOS
MONDELLO
MOTYA
LILYBAION van
hier gaat het naar Libyë
Nadat
Philokles bij toeval ontdekt, dat Sicilië geen schrikbarend land is, zoals de
Feniciërs het altijd hadden afgeschilderd, komt de Griekse exploratie op gang.
16.1 History of Sicily E.A.Freeman Oxford
Phoenician,Greek
& Roman Clarendon Press
(The story
of Nations)
De Carthaagse strategie ter zee in de 1e
Punische oorlog.
Rome miste in 260 en 253 v.C op een snelle
beslissing in deze oorlog, die bijna een kwart eeuw duurde. Carthago miste die
kans evenzeer in het jaar 248 v.C. De Punische hoofdstad heeft altijd een
defensieve strategie gevolgd op zee, maar in het jaar 249 v.C had Rome
desastreuze verliezen geleden op zee. In 248 v.C had Carthago de kans om met
zijn dan superieure zeestrijdkrachten een groot offensief te lanceren. Men
bleef echter vertrouwen op de vestingen Lilybaion en Drepana en rekende erop,
dat Rome uitgeput zou geraken en de vrede zou gaan zoeken. Een rampzalige
misrekening.
16.4 De
Romeinse strategie
ter zee in de eerste J.H.Thiel
Punische oorlog
Romana fides.
Punica fides had bij de
Romeinen de betekenis van valsheid, onbetrouwbaarheid, woordbreuk,
verdragsbreuk en dergelijke. Het was dus het tegenovergestelde van ‘fides’. Het
betekende, dat in Romeinse ogen de Carthagers uitzonderlijk vals en
onbetrouwbaar waren. Het impliceerde tevens, dat de Romeinen niet alleen goede
trouw, eerbied voor eden en verdragen en alle zedelijke bindingen, die in het
begrip ‘fides’ opgesloten zitten, als zeer belangrijk ervoeren. De Romeinen
vonden dan ook ‘Punica fides’het omgekeerde van ‘fides Romana’. Dat dit een
vertekend beeld was moge blijken uit de verdragsbreuken van Rome zelf bij
Messana, Sardinië en Sagunto.
We
kunnen zelfs spreken van ‘perfidia Romana’ bij het optreden van de Romeinen aan
het begin van de 3e Punische oorlog!
16.3 Punica fides J.H.Thiel blz 259‑280
Romeins imperialisme.
In het overigens omstreden ‘Philinos’ verdrag staat,
dat er een afspraak zou zijn geweest tussen Rome en Carthago, dat Sicilië
buiten de invloedssfeer van Rome bleef en dat Italië buiten de invloedssfeer
van Carthago bleef.
Rome heeft die afspraak, als hij al bestaan heeft,
geschonden omdat:
- Rome de vruchtbare eilanden
Corsica, Sardinië en Sicilië wilde hebben;
- Rome voelde zich zeer sterk
en had een grote begeerte naar meer buit in een overwinningsroes;
- Carthago had Tarentum
geholpen en Rome had vriendschap gesloten met Hiëron van Syracuse (vlg.Cassius
Dio);
- Er ontstond wantrouwen
tussen het machtige Carthago en het steeds machtiger wordende Rome;
- De smalle zeestraat als
grens tussen beide rijken was te smal. Men zat te dicht op elkaar en men was
ervan overtuigd, dat de eigen welvaart afhing van de bezittingen van anderen;
- Volgens Polybios lag
expansie in de aard en structuur van de Romeinen. Er was een bewust plan tot
verovering van de bekende wereld.
16.5 Der Erste
Punische Krieg
und das Problem des A.Heuss Darmstadt, Wissenschaft‑
Römischen Imperialismus lichen Buchgesellschaft
Meesters in het machtspel.
B.H.Warminton stelt: Men moet goed begrijpen, dat de Romeinen steeds weer probeerden aan te
tonen, dat al hun oorlogen in voverre rechtvaardige oorlogen waren, dat zij
slechts gediend hebben voor zelfverdediging of ter bescherming van de bondgenoten
tegen aanvallen van buiten. Ik voeg er aan toe, dat het de tactiek van de
Romeinen was, dat zij bij het bestrijden van een vijand een aangrenzende
bondgenoot zochten en meestal vonden. Na de uitschakeling van de vijand, werd
de bondgenoot de volgende vijand en begon het spel weer opnieuw. Dit proces
heeft zich talloze malen herhaald.
16.6 De
Romeinen H.D.Stöver Baarn, Meulenhoff
Meesters in het machtsspel alleen de relevante
blz 44‑98
Geen opmerkingen:
Een reactie posten