zondag 1 maart 2015

Map 16. Sicilia

RINGMAP 16

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
     titel                  schrijver        bron
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
16.1 History of Sicily      E.A.Freeman      Aantekeningen +
     Phoenician,Greek & Roman                inhoudsopgave van
     (The story of Nations)                  boek 34

16.2 De antieke wereldzee   K.Sprey          Den Haag 1946 Servire
                                             Relevante blz.uit boek 105

16.3 Punica fides           J.H.Thiel        blz 259‑280

16.4 De Romeinse strategie
     ter zee in de eerste   J.H.Thiel        blz 301‑317
     Punische oorlog

16.5 Der Erste Punische Krieg
     und das Problem des    A.Heuss          Darmstadt, Wissenschaft‑
     Römischen Imperialismus                 lichen Buchgesellschaft
                                             Aantekeningen

16.6 De Romeinen            H.D.Stöver       Baarn, Meulenhoff
     Meesters in het machtsspel              alleen de relevante
                                             blz 44‑98

16.7 Geschichte des         E.Meyer          Stuttgart + Berlin 1931
     Altertums II,2+III                      J.G.Cotta'sche Buchhandlung
                                             Nachfolger [veel aan‑
                                             tekeningen + inhoudsopgave]
                                             KONINGSLIJSTEN

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
VNL.publicaties rond Punische oorlogen
Boek van Meyer is gedateerd, maar wel grondig




Hoofdstuk 16.


Geschiedenis van de Oudheid.
Šošenq I (vanaf 965 v.C) van de Egypte behoort tot de 22e dynastie der Bubastiden. In 930 v.C onderneemt hij een veldtocht naar Israël en verstevigt zijn invloed op Fenicië. In Byblos (Gebal) wijdt men een gedenkteken aan šošenq I en later voor de farao Orsokon I. Tijdgenoten zijn:
Hiram van Tyrus (969-936 v.C)
Salomo van het Joodse rijk (960/955 – 935/930 v.C)
Nabumukinbal (992 – 957 v.C)
Tiglath-Pileser II (965-933 v.C)


16.7 Geschichte des         E.Meyer          Stuttgart + Berlin 1931
     Altertums II,2+III                      J.G.Cotta'sche Buchhandlung  Nachfolger


De zee in het midden.
De Middellandse zee vormt nu en vormde in de oudheid de weg bij uitstek naar andere landen. Toch gebeurde dat in de oudheid maar heel schoorvoetend. De eerste natie, die daarvoor in aanmerking kwam, was Egypte. Dit dominerende land beperkte zich tot de kusten van de Rode zee en de kusten van Palestina en Cyprus. Verder kwam men eigenlijk niet.
De doorbraak kwam uit een heel andere hoek:
1.De Minoërs uit de streek van de Egeïsche zee (vooral Kreta) in het 3e millennium onderzoeken al een aanzienlijk deel van de Middellandse zee.
2.De Achaeërs uit de streek van de Middellandse zee met vooral de Myceners zijn vanaf 2000 – 1400 v.C vooral bezig als veroveraars. Tussen 1200-1000 v.C komt de Myceense burchtcultuur ten val.
3.Hun erfgenamen waren de Feniciërs op de kust tussen de Yapho en Oegarit. Hun glorietijd beleefden zij omstreeks 1000 v.C en zij bereikten vrijwel alle uithoeken van de Middellandse zee en zelfs buiten deze zee. Hun drijfveren zijn het drijven van handel en het winnen van metalen.
4.Tezelfdertijd hebben de Doriërs, Ioniërs en Aeoliërs zich in het gebied van de Egeïsche zee gevestigd. Zij leren van de Feniciërs het alfabet, het verven van kleding, de glasfabricage en het maritieme bedrijf.
5.In de voetsporen van de Feniciërs gaan de Grieken op zoek naar nieuw land als voornaamste drijfveer.
6.Na het afweren van de Perzen ontstaat het Atheense zeerijk met een grootste oorlogsvloot. De zucht naar winst begint de overhand te krijgen. De ‘zee’ ondermijnt de zeden. De buitenlandse invloed leidt tot materialisme en verwildering in de Griekse samenleving.
7.Met Alexander de Grote verschuift het zwaartepunt naar het oosten. Het Hellenisme ontstaat. Azië wordt tot een coherent economisch gebied.
8.In het westelijke deel van de Middellandse zee is het Carthaagse zeerijk ontstaan met een vorm van wat we nu een modern kapitalisme zouden noemen, maar wel gericht op één enkele stad.
9.Tenslotte ontstaat het Romeinse rijk op basis van zijn legioenen, die echter wel door de schepen van de Etrusken en de Italische Grieken werden vervoerd. Het Mare nostrum is ontstaan. De Middellandse zee is één politiek en economisch geheel geworden.
10.De Islam zal deze eenheid 700 jaren later weer verbreken.

16.2 De antieke wereldzee   K.Sprey          Den Haag 1946 Servire

Trinakria.
De legendaire figuur Kokalos van Kamikos is mogelijk de eerste naam, die opduikt. Het zou een Sicaniër zijn, die reeds leefde voor de inval van de Siculiërs. De plaats Kamikos ligt waarschijnlijk dicht bij Ahragas. De Sicaniërs achten zich autonoom en er ligt mogelijk een raciale verbinding met de Basken.
Dan is er de Griekse legende van Daidalos, die vanaf Kreta naar Sicilië vlucht. Hij wordt achtervolg door Minos, die zich wil wreken op Daidalos vanwege een door hem begane moord. Er volgt een zevenjarig beleg van Kamikos, waarna de Kretenzers zich terugtrekken op Italië, waar zij verder leven als Japygiërs?
Een derde invalshoek ligt bij het verhaal, dat de Kretenzers, die bij Troje vochten op hun terugreis terechtkwamen bij Engyum op Sicilië. Zij stonden onder de leiding van Meriones. Bij Minoa vinden we overigens het graf van een belangrijke onbekende Kretenzische koning.
De stichter van Gela is Antiphemos en verovert de Sicanische stad Omphake.
De Siculiërs vestigen zich in het begin aan de oostkust. Zij worden dan vooral beïnvloed door de Feniciërs.
Tenslotte zijn er dan de Elymiërs, die zich in de streek van Segesta hebben neergezet. Zij beroepen zich op hun Trojaanse oorsprong. Pausanias noemt hen echter als Phrygiërs.
De Fenicische handelaren hebben zich waarschijnlijk (cursief) en zeker in de volgende plaatsen gevestigd:
THAPSOS      zie Tpihsach >>> Thapsakos
PACHYNOS = uitkijkpunt
MAKARA       = naam Semietische godheid
SELINUS      zie Sela = de rots van de Acropolis
HIMERA      
PANORMUS zie Ziz of Machanat >> Machoshbim = kamp van de
kleurwerkers, of Machanaim in het OT.
SOLUS        zie Sela >> Soluntum
XIPHONIA
ORTYGIA      betekent Syracuse: oosten?
MYLAE
KEPHALOEDION
AGATHYRIUM
ZANCLE       zie: Danklon
MINOA        Ras Melqart
INYKON
CHARYBDIS

ERYX

HEIRCTE
THERMAI
NAXOS
MONDELLO
MOTYA
LILYBAION        van hier gaat het naar Libyë
Nadat Philokles bij toeval ontdekt, dat Sicilië geen schrikbarend land is, zoals de Feniciërs het altijd hadden afgeschilderd, komt de Griekse exploratie op gang.

16.1 History of Sicily      E.A.Freeman      Oxford
     Phoenician,Greek & Roman                  Clarendon Press
     (The story of Nations)                 

De Carthaagse strategie ter zee in de 1e Punische oorlog.
Rome miste in 260 en 253 v.C op een snelle beslissing in deze oorlog, die bijna een kwart eeuw duurde. Carthago miste die kans evenzeer in het jaar 248 v.C. De Punische hoofdstad heeft altijd een defensieve strategie gevolgd op zee, maar in het jaar 249 v.C had Rome desastreuze verliezen geleden op zee. In 248 v.C had Carthago de kans om met zijn dan superieure zeestrijdkrachten een groot offensief te lanceren. Men bleef echter vertrouwen op de vestingen Lilybaion en Drepana en rekende erop, dat Rome uitgeput zou geraken en de vrede zou gaan zoeken. Een rampzalige misrekening.

16.4 De Romeinse strategie
     ter zee in de eerste   J.H.Thiel       
     Punische oorlog


Romana fides.
Punica fides had bij de Romeinen de betekenis van valsheid, onbetrouwbaarheid, woordbreuk, verdragsbreuk en dergelijke. Het was dus het tegenovergestelde van ‘fides’. Het betekende, dat in Romeinse ogen de Carthagers uitzonderlijk vals en onbetrouwbaar waren. Het impliceerde tevens, dat de Romeinen niet alleen goede trouw, eerbied voor eden en verdragen en alle zedelijke bindingen, die in het begrip ‘fides’ opgesloten zitten, als zeer belangrijk ervoeren. De Romeinen vonden dan ook ‘Punica fides’het omgekeerde van ‘fides Romana’. Dat dit een vertekend beeld was moge blijken uit de verdragsbreuken van Rome zelf bij Messana, Sardinië en Sagunto.
We kunnen zelfs spreken van ‘perfidia Romana’ bij het optreden van de Romeinen aan het begin van de 3e Punische oorlog!


16.3 Punica fides           J.H.Thiel        blz 259‑280

Romeins imperialisme.
In het overigens omstreden ‘Philinos’ verdrag staat, dat er een afspraak zou zijn geweest tussen Rome en Carthago, dat Sicilië buiten de invloedssfeer van Rome bleef en dat Italië buiten de invloedssfeer van Carthago bleef.
Rome heeft die afspraak, als hij al bestaan heeft, geschonden omdat:
-       Rome de vruchtbare eilanden Corsica, Sardinië en Sicilië wilde hebben;
-       Rome voelde zich zeer sterk en had een grote begeerte naar meer buit in een overwinningsroes;
-       Carthago had Tarentum geholpen en Rome had vriendschap gesloten met Hiëron van Syracuse (vlg.Cassius Dio);
-       Er ontstond wantrouwen tussen het machtige Carthago en het steeds machtiger wordende Rome;
-       De smalle zeestraat als grens tussen beide rijken was te smal. Men zat te dicht op elkaar en men was ervan overtuigd, dat de eigen welvaart afhing van de bezittingen van anderen;
-       Volgens Polybios lag expansie in de aard en structuur van de Romeinen. Er was een bewust plan tot verovering van de bekende wereld.

16.5 Der Erste Punische Krieg
     und das Problem des    A.Heuss          Darmstadt, Wissenschaft‑
     Römischen Imperialismus                    lichen Buchgesellschaft
                                            

Meesters in het machtspel.
B.H.Warminton stelt: Men moet goed begrijpen, dat de Romeinen steeds weer probeerden aan te tonen, dat al hun oorlogen in voverre rechtvaardige oorlogen waren, dat zij slechts gediend hebben voor zelfverdediging of ter bescherming van de bondgenoten tegen aanvallen van buiten. Ik voeg er aan toe, dat het de tactiek van de Romeinen was, dat zij bij het bestrijden van een vijand een aangrenzende bondgenoot zochten en meestal vonden. Na de uitschakeling van de vijand, werd de bondgenoot de volgende vijand en begon het spel weer opnieuw. Dit proces heeft zich talloze malen herhaald.


16.6 De Romeinen            H.D.Stöver       Baarn, Meulenhoff
     Meesters in het machtsspel              alleen de relevante
                                             blz 44‑98


Geen opmerkingen:

Een reactie posten