RINGMAP 25
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
titel schrijver bron
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
25.1 Passages
Bijbel JOS10,GEN22,RECHTERS4
+6,1KON6+9+11+15,16,17,18,21,
2KON1,8,11,16,17,23,AMOS,
JONAS1,JEREMIA7.
25.2 Olbia (nel periodo Paneda Roma MCMLIII Unione
punico e romano)
academica nazionale
KAARTEN!
25.3 The Phoenician A.I.Baumgarten Leiden
1981/Brill
History of Byblos aantekeningen en een
Nederlandse vertaling door
H
van Diessen van de
teksten
25.4 Saggi fenici I
collezione
di studi fenici
6,centro di studo per la
civilta fenici e punica
1975, Consiglio nazionale
delle
ricerche Roma
‑Divinita egiziane S.Ribichini
nelle iscrizione
fenicie d'oriente
‑Sull'Iconografia di G.Quattrochi‑Pisano
un gruppo di pendenti
‑Un'uccisione rituale P.Xella
punica
‑Le stele di lalla G.Benigni
fatna bent Mohammed
‑Su un 'trono di M.L.Uberti
Astarte' a Mozia
‑Melqart nell' S.Ribichini
iscrizione di Pyrgi
‑Osservazioni sulle S.F.Bondi
classiche
per la colo‑
nizzazione della Sardegna
‑Elementi arcaici G.Coacci Polselli
nell'onomastica fenicio‑
punica della Sardegna
‑Gli scarabei di S.F.Bondi
Monte Sirai alles met enige
aantekeningen
25.5 La Figurine Fittili
M.L.Uberti Collezione di
Studi Fenici
di Bitia 1, centro di
studio per la
civiltà
fenicia e punica
1973, consiglio nazionale
delle ricerche, Roma
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Vooral
publicaties t.a.v.Sardinië
Studie over Philo is zeer uitgebreid
Hoofdstuk 25.Exegese.
Bijbelteksten.
De
betrouwbaarheid van het Oude Testament is aan discussie onderhevig. Dat laat
onverlet, dat er veel verwijzingen naar de Feniciërs zijn opgenomen. Hoe dan
ook spelen zij en hun voorgangers (Kanaänieten) een belangrijke rol in de
geschiedenis van het Joodse volk.
Jos.10 De verovering van Noord-Kanaän en de
achtervolging tot aan
Groot-Sidon toe.
Gen.22 Het offer van Isaäk
Rechters
6 Gideon vernietigt het altaar van Baäl
1
Kon 6 De bouw van de tempel
1
Kon 9 De handel van Tyrus
1
Kon 11 De afgoderij
1
Kon 15 Het beeld van Asjera
1
Kon 16 Achab en de verering van Baäl
1
Kon 17 Elias gaat naar Sarepta
1
Kon 18 Profeten van Baäl
2
Kon 1 Achazja wil Baäl-Zebub raadplegen
2
Kon 8 De dood van Izebel van Tyrus
2
Kon 11 Atalja roeit de koninklijke familie
uit
De dood van Atalja
2
Kon 16 Achaz offert zijn zoon
2
Kon 17 De zonen en dochters gaan door het
vuur
2
Kon 23 Baal en Asjera worden uit de tempel
verwijderd
Jonas
1 De vlucht naar Tarsjisj
25.1 Passages
Bijbel JOS10,GEN22,RECHTERS4
+6,1KON6+9+11+15,16,17,18,21,
2KON1,8,11,16,17,23,AMOS,
JONAS1,JEREMIA7.
De noordelijkste Fenicische nederzetting?
In de noordoost hoek van Sardinië bevindt zich mogelijk
één van de noordelijkste Fenicische nederzettingen, namelijk te Olbia. De oude
stad vinden we nu terug tussen de Via S.Croce, Via delle Terme en de Corso
Umberto. De stagno di Salineddas vormt de oude Fenicische haven. De necropolis
wordt o.a. teruggevonden in Iociamariana, Juanne Canu, Cunzadu en de
Accbaradolzu.
25.2 Olbia (nel periodo Paneda Roma MCMLIII Unione
punico e romano) academica
nazionale
Een verhaal uit de tiende hand.
Indien we Philo van Byblos en zijn navolgers mogen
geloven, dan verhaalt hij van een zeer oud verhaal: Een Fenicische
geschiedenis. Als het allemaal op waarheid berust, zou de chronologie er zou
uit kunnen zien:
Ca.
1400
Hirambaal (Hierombalos) van Beiroet, priester
van de god Ieuo t.t.v. koning Abibaal (Abibalos).
1300
1200
Sakonyaton (Sanchuniathon) tekent de oervorm van
het verhaal op met als basis de bevindingen van Hierombalos in het Fenicisch.
1100
1000
900
800
700
600
500
400
300
200
100
0
100
Philo van Byblos herschrijft het verhaal in het
Grieks.
200
300
Eusebius van Caeasarea neemt onderdelen ervan
over in zijn Praeparatio
Evangelica.
400
500
600
700
opgetekend in C.Parisiensis 451 (A)
800
900
1000
1100
opgetekend in C.Marcianus 343 (H)
1200
opgetekend in C.Parisiensis 465 (B) +
C.Bononiensis 3643 (O)
1300
1400
1500
opgetekend in C.Marcianus 341 (I)
1600 eerste moderne bestudering van de teksten.
1700
1800
1900 Vondsten van Ugarit ondersteunen het verhaal.
2000
Zeker de enorme periode (meer dan 2600 jaar t/m
C.Marcianus 341) doet al twijfel rijzen over het waarheidsgehalte. Bovendien
komt het verhaal via een uitgesproken tegenstander van Philo verder in de
overlevering, die alleen de hem welgevallige stukken eruit gehaald heeft. Toch
is dit een eerste voorname indicatie, dat het verhaal als geheel juist wel
bestaan heeft.
Volgens het verhaal zouden bijvoorbeeld de ouden
(Egyptenaren en Feniciërs) vooral natuurlijke elementen hebben aanbeden en
daarnaast bijzondere mensen, die goede uitvindingen hadden gedaan.
Vooral na de vondsten van Ugarit is men gaan inzien,
dat er meer waarheid achter dit op het eerste gezicht onwerkelijke verhaal
schuilt. Dit is de tweede voorname indicatie, dat er meer is dan de
overgeleverde fragmenten.
Tegenwoordig zijn in diverse uitgebreide studies
pogingen gedaan tot serieuze interpretaties, waaronder die van A.J.Baumgarten.
25.3 The Phoenician A.I.Baumgarten Leiden
1981/Brill
History of Byblos
Italiaanse proeven van Fenicische studies.
Egyptische
godheden op Fenicische inscripties in het oosten: Isis, Osiris , Horus, Bastet, Ptah, Aspis.
Sieraden in
de vorm van hangers komen o.a. voor te Kourion, Ibica, Caralis met de namen Ra
en 3tf. De iconen hiervan worden achtereenvolgens aangetroffen in Byblos –
Cyprus – Motya – Carthago – Sardinië – Ibica.
De rituele
punische moord is door de tegenstanders sterk uitvergroot. Mensenoffers kwamen
ook bij de Grieken, Romeinen, Hebreeën en Arabieren voor.
Het
gedenkteken van Lalla Fatna Bent Mohammed, dat gevonden is op 13 km ten noorden
van Safi.
Te Motya is
een z.g. troon van Astarte aangetroffen vanuit de 6e-5e
eeuw.
In de
inscriptie van Pyrgi wordt een formule gebruikt, waarbij de godheid Melqart in
verholen vorm wordt aangeroepen.
T.a.v. de
kolonisatie van Sardinië zijn de volgende bronnen van belang:
De mirabilibus
auscultationibus 100, Diodoros IV 29+82 V 15, Sallustius II 6+7, Strabo V 2,
Silius Italicus XII 355, Pausanius X 17, Solinus I 61 IV 2, Isodorus XIV 6 e.a.
Archaïsche
elementen in de Fenicische & Punische namen van Sardinië zijn o.a.: ’hšbn,
’l’m, b‘l‘zbl, h.lbn, ktm, mqm, mqr, ‘bdtywn, ‘rm.
De scarabees van de Monte Sirai.
25.4 Saggi fenici I collezione di studi fenici 6,centro di studo per la civilta fenici e punica 1975,
Consiglio
nazionale delle ricerche Roma
‑Divinita egiziane S.Ribichini
nelle iscrizione
fenicie d'oriente
‑Sull'Iconografia di G.Quattrochi‑Pisano
un gruppo di pendenti
‑Un'uccisione rituale P.Xella
punica
‑Le stele di lalla G.Benigni
fatna bent Mohammed
‑Su un 'trono di M.L.Uberti
Astarte' a Mozia
‑Melqart nell' S.Ribichini
iscrizione di Pyrgi
‑Osservazioni sulle S.F.Bondi
classiche per la colo‑
nizzazione della Sardegna
‑Elementi
arcaici G.Coacci Polselli
nell'onomastica fenicio‑
punica della Sardegna
‑Gli scarabei di S.F.Bondi
Monte Sirai
Vruchtbaarheidsfiguren van Bitia.
In een tempel uit de 1e eeuw v.C zijn een
aantal vruchtbaarheidsfiguurtjes gevonden, die stammen uit de 5e-4e
eeuw v.C. Zij gelijken op die uit Mozia en Ibiza, maar die zijn veel ouder (=8e-7e
eeuw). In totaal worden hier 530 beeldjes of fragmenten daarvan gepresenteerd.
25.5 La Figurine
Fittili M.L.Uberti Collezione di Studi Fenici
di Bitia 1, centro di
studio per la
civiltà fenicia e punica
1973, consiglio nazionale
delle ricerche, Roma
ncfps
Geen opmerkingen:
Een reactie posten