zondag 22 maart 2015

Map 24. Oost

RINGMAP 24

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
     titel                 schrijver         bron
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
24.1 Scarabei e scara‑     G.Matthiae‑Scandare Consiglio nazionale delle
     boidi egiziani ed                       ricerche, Roma 1975
     egittiziante del museo                  + aantekeningen
     nazionale di Cagliari

24.2 Neue Ephemeris für    R.Degen/W.W.Muller Wiesbaden 1974 band 2
     Semitische Epigraphik /W.Röllig         Otto Harrossowitz
     ‑Eine neue Phönizische Inschrift        + aantekeningen
     ‑Die Amulette von Arslan Tash
     ‑Alte und neue Elfenbeininschriften

24.3 The Phoenician Cities F.Millar          Univ.college London in:
     (A case study of hellenisation)         Proceedings of the
                                             Cambridge Philological
                                             Society met diverse
                                             aantekeningen

24.4 Phéniciens            C.Autrun          L'institut francais
     Essai de contribution                   d'archéologie
     à l'Histoire antique                    orientale, Cairo 1920
     de la Méditerrannée

24.5 Ricerche puniche ad   E.Acquaro         Studi semitici 30,
     Antas                 F.Barreca         Instituto di
                           S.M.Cecchini      studi del viceno oriente
                           M.Fantar          Roma 1969
                           M.G.Guzzo Amadasi
                           S.Moscati


‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
amuletten, scarabees, inscripties, ivoor
Publicatie van AUTRUN is zwaar gedateerd, maar zeer interressant

Hoofdstuk 24.Oosterse zaken.

Scarabees.
Het museum van Cagliari bevat een prachtig verzameling van scarabees en scaraboïden met een Egyptische grondslag. Ze zijn te Cagliari, Olbia, Tharros en de omgeving gevonden. De meeste vindplaatsen zijn echter onbekend. Waar de vinplaats wel bekend is, domineert Tharros in hoge mate. Hathor, Amon-Ra, Horus, Osiris zijn de Egyptische goden, waarvan gebruik wordt gemaakt.

24.1 Scarabei e scara‑                     G.Matthiae‑Scandare Consiglio nazionale delle
        boidi egiziani ed                       ricerche, Roma 1975
        egittiziante del museo nazionale di Cagliari

Wolfgang Röllig in 1974.
En zie, aldus lig ik in deze sarcofaag, ingebed in myrrhe en bdellium. = een regel uit inscriptie Byblos 13 volgens zijn versie. Arslan Tash is een vindplaats van amuletten. Op één daarvan wordt melding gemaakt van de Alasioot (=inwoner van Cyprus).  Inscripties op ivoor komen we veel tegen in Arslan Tash, Nimrud en Samaria. Incidenteel komen ze ook naar voren in Ninivé, Ur, Sippar, Megiddo en Chorsabad. Te Nimrud zou de naam van Elisja kunnen voorkomen ( ’lyš‘ ). Op een ivoren knoop komt de naam Milkiram voor, waarschijnlijk dezelfde die genoemd wordt op een bronzenschaal uit Nimrud en niet te verwarren met de Malki-rammu van Edom bij Sanherib.


24.2 Neue Ephemeris für    R.Degen/W.W.Muller Wiesbaden 1974 band 2
         Semitische Epigraphik /W.Röllig                    Otto Harrossowitz
        ‑Eine neue Phönizische Inschrift       
        ‑Die Amulette von Arslan Tash
        ‑Alte und neue Elfenbeininschriften

De hellenisering van de Fenicische steden.
Fergus Millar komt tot de conclusie, dat de Fenicische steden in tegenstelling tot andere Voor-Aziatische gebieden niet direct geheel vergriekst zijn. De neeste steden houden ook nog hun oude namen met uitzondering van Ace, dat omstreeks 250 v.C Ptolemais gaat heten. Er zijn meer signalen, dat de Fenicische cultuur geen kort leven was beschoren. Zo is er nog in 153/2 v.C een tweetalige inscriptie te Delos, gewijd aan Melqart. Heliodorus, de schrijver van Aethiopica beschrijft zichzelf als een Feniciër van Emessa.  In Athene duikt een inscriptie op: Artemidorus, zoon van Heliodorus, een Sidoniër. De Samaritanen beschrijven zichzelf omstreeks 160 v.C als de Sidoniërs in Shechem.
DRIE eeuwen later (174 na Chr) zien we in Puteoli Tyrische handelaren opduiken, die weliswaar het Grieks als taal gebruiken, maar hun namen zijn Fenicisch. In de Romeinse tijd hebben de Fenicische steden een Grieks vernis gekregen, maar hebben goeddeels hun oude Fenicische gebruiken, instituties en taal behouden. Op Tyrische munten komt dan Dido (=Elisja) met de stichting van Carthago voor.


24.3 The Phoenician Cities F.Millar          Univ.college London in:
        (A case study of hellenisation)            Proceedings of the  Cambridge Philological  Society


De visie van Autran in 1920 na Chr.
In een merkwaardig voorwoord komt tot uiting, dat de ontwikkeling van de beschaving eigenlijk niet aan grote landen als Egypte en Mesopotamië (in de oudheid) of China (later) is te danken, maar veeleer aan kleine groepen zoals de Noormannen, de Hollanders of de Portugezen. Zijn insteek is vooral op het gebied van de taal. Hij wijst op de enorme invloed, die de Feniciërs op de ontwikkeling van de Grieken hebben gehad aan de hand van veel taalgelijkenissen en voorbeelden. Hierbij gaat hij ook diepgaand in op de vele legenden, die wel eens een kern van waarheid in zich zouden kunnen hebben.

24.4 Phéniciens            C.Autrun          L'institut francais
         Essai de contribution                   d'archéologie
         à l'Histoire antique                       orientale, Cairo 1920
         de la Méditerrannée

De tempel van Antas.
In het zuidwesten van Sardinië ligt op een tiental kilometers uit de kust op 363 meter hoogte een tempelcomplex. Er staan nog enige resten overeind. Uit het onderzoek van Ferrucio Barreca is gebleken, dat er drie bouwfasen te onderscheiden zijn:
Archaïsch punisch         6e-5e  eeuw v.C
Laat punisch     3e eeuw v.C
Romeins          3e-2e eeuw v.C
De tempel is gewijd aan de god Sid. Daarnaast komt de verbinding met Sardus Pater naar voren. Verder worden ook de goden Horon en Shadrapa vereerd.  Er zijn Punische fundamenten en muren gevonden. De Punische bouwtechniek is aantoonbaar. De gevonden inscripties zijn bestudeerd door Mohamed Fantar. Tot 30 september 1967 konden 21 inscripties geregistreerd worden, waarvan er slechts één geheel compleet is. Niettemin zijn de volgende namen traceerbaar:
Himilkat, zoon van Abdešmoen, zoon van Bodmelqart  Himilkat, zoon van Baalyaton  Adherbaal, zoon van …..  …rtyaton  Himilkat, zoon van Barguiš, zoon van Baalyasap  Baallešo?  …riš, zoon van Ariš  Bodaštart, zoon van ….  Magon, zoon van …  Abi…., dienaar van Bodaštart, zoon van Magon  Germelqart  Adonibaal  …trt  Abd…Aštap, zoon van Himilkat  Abdo, zoon van Mel…
Opmerkelijk zijn de verwijzingen in de trant van:
‘die bij het volk van Carales is’ of  ‘die bij het volk van Sulcis is’ of ‘zoon van de Magoniet’. De laatste moet van de noordkust van Afrika zijn gekomen.
Er worden enige suffeten genoemd zoals: Baalyaton, Adherbaal en waarschijnlijk Hanno.

24.5 Ricerche puniche ad   E.Acquaro         Studi semitici 30,
        Antas                            F.Barreca          Instituto di
                                              S.M.Cecchini     studi del viceno oriente
                                             M.Fantar           Roma 1969
                                             M.G.Guzzo Amadasi  >>>>>>>>>>>>>>>>>>>>SID

                                              S.Moscati

ncfps

Geen opmerkingen:

Een reactie posten