RINGMAP 24
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
titel schrijver bron
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
24.1 Scarabei e
scara‑ G.Matthiae‑Scandare Consiglio
nazionale delle
boidi egiziani ed ricerche, Roma 1975
egittiziante del museo + aantekeningen
nazionale di Cagliari
24.2 Neue
Ephemeris für R.Degen/W.W.Muller
Wiesbaden 1974 band 2
Semitische Epigraphik /W.Röllig Otto Harrossowitz
‑Eine neue Phönizische Inschrift + aantekeningen
‑Die Amulette von Arslan Tash
‑Alte und neue Elfenbeininschriften
24.3 The Phoenician Cities F.Millar Univ.college London in:
(A case
study of hellenisation)
Proceedings of the
Cambridge Philological
Society met diverse
aantekeningen
24.4 Phéniciens
C.Autrun L'institut
francais
Essai de
contribution
d'archéologie
à l'Histoire
antique orientale,
Cairo 1920
de la
Méditerrannée
24.5 Ricerche puniche ad
E.Acquaro Studi semitici
30,
Antas F.Barreca Instituto di
S.M.Cecchini studi del viceno
oriente
M.Fantar Roma 1969
M.G.Guzzo Amadasi
S.Moscati
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
amuletten,
scarabees, inscripties, ivoor
Publicatie van AUTRUN is zwaar gedateerd, maar zeer interressant
Hoofdstuk 24.Oosterse zaken.
Scarabees.
Het museum van Cagliari bevat een prachtig
verzameling van scarabees en scaraboïden met een Egyptische grondslag. Ze zijn
te Cagliari, Olbia, Tharros en de omgeving gevonden. De meeste vindplaatsen
zijn echter onbekend. Waar de vinplaats wel bekend is, domineert Tharros in
hoge mate. Hathor, Amon-Ra, Horus, Osiris
zijn de Egyptische goden, waarvan gebruik wordt gemaakt.
24.1 Scarabei e scara‑
G.Matthiae‑Scandare Consiglio
nazionale delle
boidi egiziani ed ricerche, Roma 1975
egittiziante del museo nazionale di Cagliari
Wolfgang Röllig in 1974.
En zie, aldus
lig ik in deze sarcofaag, ingebed in myrrhe en bdellium. = een regel uit inscriptie
Byblos 13 volgens zijn versie. Arslan Tash is een vindplaats van amuletten. Op
één daarvan wordt melding gemaakt van de Alasioot (=inwoner van Cyprus). Inscripties op ivoor komen we veel tegen in
Arslan Tash, Nimrud en Samaria. Incidenteel komen ze ook naar voren in Ninivé,
Ur, Sippar, Megiddo en Chorsabad. Te Nimrud zou de naam van Elisja kunnen
voorkomen ( ’lyš‘ ). Op een ivoren knoop komt de naam Milkiram voor,
waarschijnlijk dezelfde die genoemd wordt op een bronzenschaal uit Nimrud en
niet te verwarren met de Malki-rammu van Edom bij Sanherib.
24.2 Neue
Ephemeris für R.Degen/W.W.Muller
Wiesbaden 1974 band 2
Semitische Epigraphik /W.Röllig Otto Harrossowitz
‑Eine neue Phönizische Inschrift
‑Die Amulette von Arslan Tash
‑Alte und neue Elfenbeininschriften
De hellenisering van de Fenicische steden.
Fergus Millar komt tot de conclusie, dat de
Fenicische steden in tegenstelling tot andere Voor-Aziatische gebieden niet
direct geheel vergriekst zijn. De neeste steden houden ook nog hun oude namen
met uitzondering van Ace, dat omstreeks 250 v.C Ptolemais gaat heten. Er zijn
meer signalen, dat de Fenicische cultuur geen kort leven was beschoren. Zo is er
nog in 153/2 v.C een tweetalige inscriptie te Delos, gewijd aan Melqart.
Heliodorus, de schrijver van Aethiopica beschrijft zichzelf als een Feniciër
van Emessa. In Athene duikt een
inscriptie op: Artemidorus, zoon van Heliodorus, een Sidoniër. De Samaritanen
beschrijven zichzelf omstreeks 160 v.C als de Sidoniërs in Shechem.
DRIE eeuwen later (174 na Chr) zien we in Puteoli
Tyrische handelaren opduiken, die weliswaar het Grieks als taal gebruiken, maar
hun namen zijn Fenicisch. In de Romeinse tijd hebben de Fenicische steden een
Grieks vernis gekregen, maar hebben goeddeels hun oude Fenicische gebruiken,
instituties en taal behouden. Op Tyrische munten komt dan Dido (=Elisja) met de
stichting van Carthago voor.
24.3 The Phoenician Cities F.Millar Univ.college London in:
(A case
study of hellenisation)
Proceedings of the Cambridge
Philological Society
De visie van Autran in 1920 na Chr.
In een merkwaardig voorwoord komt tot uiting, dat de
ontwikkeling van de beschaving eigenlijk niet aan grote landen als Egypte en
Mesopotamië (in de oudheid) of China (later) is te danken, maar veeleer aan
kleine groepen zoals de Noormannen, de Hollanders of de Portugezen. Zijn
insteek is vooral op het gebied van de taal. Hij wijst op de enorme invloed,
die de Feniciërs op de ontwikkeling van de Grieken hebben gehad aan de hand van
veel taalgelijkenissen en voorbeelden. Hierbij gaat hij ook diepgaand in op de
vele legenden, die wel eens een kern van waarheid in zich zouden kunnen hebben.
24.4 Phéniciens
C.Autrun L'institut
francais
Essai de
contribution
d'archéologie
à l'Histoire antique orientale, Cairo 1920
de la Méditerrannée
De tempel
van Antas.
In het zuidwesten van Sardinië ligt op een tiental
kilometers uit de kust op 363 meter hoogte een tempelcomplex. Er staan nog
enige resten overeind. Uit het onderzoek van Ferrucio Barreca is gebleken, dat
er drie bouwfasen te onderscheiden zijn:
Archaïsch punisch 6e-5e
eeuw v.C
Laat punisch 3e
eeuw v.C
Romeins 3e-2e
eeuw v.C
De tempel is gewijd aan de god Sid. Daarnaast komt
de verbinding met Sardus Pater naar voren. Verder worden ook de goden Horon en
Shadrapa vereerd. Er zijn Punische
fundamenten en muren gevonden. De Punische bouwtechniek is aantoonbaar. De
gevonden inscripties zijn bestudeerd door Mohamed Fantar. Tot 30 september 1967
konden 21 inscripties geregistreerd worden, waarvan er slechts één geheel
compleet is. Niettemin zijn de volgende namen traceerbaar:
Himilkat, zoon van Abdešmoen, zoon van Bodmelqart Himilkat, zoon van Baalyaton Adherbaal, zoon van ….. …rtyaton Himilkat, zoon van Barguiš, zoon van Baalyasap
Baallešo? …riš, zoon van Ariš Bodaštart, zoon van …. Magon, zoon van … Abi…., dienaar van Bodaštart, zoon van Magon Germelqart Adonibaal …trt Abd…Aštap,
zoon van Himilkat Abdo, zoon van Mel…
Opmerkelijk zijn de verwijzingen in de trant van:
‘die bij het volk van Carales is’ of ‘die bij het volk van Sulcis is’ of ‘zoon van
de Magoniet’. De laatste moet van de noordkust van Afrika zijn gekomen.
Er worden enige suffeten genoemd zoals: Baalyaton, Adherbaal
en waarschijnlijk Hanno.
24.5 Ricerche puniche ad
E.Acquaro Studi semitici
30,
Antas F.Barreca Instituto di
S.M.Cecchini studi del viceno
oriente
M.Fantar Roma 1969
M.G.Guzzo Amadasi >>>>>>>>>>>>>>>>>>>>SID
S.Moscati
ncfps
Geen opmerkingen:
Een reactie posten