zondag 1 maart 2015

Map 19. Africa

RINGMAP 19

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
     titel                schrijver         bron
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
19.1 L'Afrique du nord    F.Decret/M.Fantar Payot Paris 1981
     dans L'Antiquité                       Bibliothèque Historique
     Histoire et Civilisation               [ + aantekeningen]
     des origines au Ve siècle              selectie, grote
                                            bibliografie + enige   
                                            kaarten

19.2 Fenicië              S.Mazzoni         in: De Assyrische wereld
                                            en haar randgebieden,
                                            blz 464

19.3 Topographie historique R.Dussaud       Librairie Orientaliste
     de la Syrie Antique                    Paul Geuthier 1927
     et Medievale                           [alleen aantekeningen]

19.4 Gegenseitige Beein‑  I.Schiffmann      KLIO 63, 1981, blz 423‑428
     flussung der punischen                 [ + aantekeningen]
     und der römischen Kulturen
     in Nord Afrika zur Zeit
     römischen Herrschaft.

19.5 The western Phoeni‑  C.R.Whittaker     Cambridge,Curchill College
     cians as colonisers                    blz 58‑79

19.6 Arrian               E.I.Robson        Cambridge Massachusetts
     Anabsis Alexandri(V‑VII)               Havard Univ. Press
     Indica(VIII)                           London, William Heineman
                                            1966, vanaf blz 103
                                            Griekse + Engelse tekst

19.8 Zum Gegenwartiger    M.Koch            Konstanz‑XX Deutscher
     Stand der Tarsis‑                      Orientalistentag 1977
     Forschung                              Erlangen: alleen enige
                                            aantekeningen

19.9 Thucydides:De Pelo‑  M.A.Schwartz      Haarlem,Tjeenk‑Willink
     ponesische oorlog                      1964 SELECTIE!

19.10 Berytus                               Archeological Studies, XIX
      ‑Phoenician oil    W.Culican          The American University of
       bottles and tripod Bowls             Beirut, Lebanon, 1970
      ‑Homerus en de     J.D.Muhly          [ = aantekeningen]
       Phoeniciërs

‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Klassieke overleveringen

Historische topografie

NOORD‑AFRIKA


Hoofdstuk 19.Van Afrika, Tarsis en Kanaan.

Afrika.
Over de herkomst van de naam gaan verschillende verklaringen de ronde. Er zou een stam AFER of AFRI zijn geweest, die in Tunesië woonachtig was. Dit lijkt de meest aannemelijke verklaring. Dat AFER van ‘BR zou komen (betekent: de Feniciërs, die de zee zijn overgestoken) lijkt te ver gezocht, temeer daar de B voor de F op een of andere manier verwisseld is. Met Africa werd in de oudheid het gebied van Carthago bedoeld. Met Lybia werd een veel groter gebied bedoeld (in feite waar de Lybiërs woonden). De Berbers zijn weer een andere bevolkingsgroep. Hun naam komt van de Arabieren en daarmee werden degenen bedoeld, die vrij blven van de Romeinse overheersing. Merkwaardig in dit opzicht is de opmerking van de Arabier Ibn Khaldoun in de Middeleeuwen: De Berbers zijn de kinderen van Canaän, zoon van Cham, zoon van Noë; hun voorvader noemt zich Marzigh, de Filistijnen waren hun voorouders (Hist.p.182+184).
Sallustius (XIX 1-2):
De Feniciërs, deels om de overbevolking te verminderen en deels uit zucht tot heerschappij, brachten mensen van het volk en avonturiers met zich mee en stichten aan de kust Hippo, Hadrumetum, Leptis en andere steden. Deze kolonies maakten snel een grote ontwikkeling door en verkregen de steun of de eer van hun moederland.
Het is opmerkelijk, dat Carthago niet genoemd wordt. De andere steden zijn dus ouder?  Verder blijkt uit dit ene fragment, dat het Fenicische proletariaat een beter leven overzee ging zoeken en dat de kolonisatie nauwelijks uitging van het bestuur van de Fenicische stadsstaten zelf.
Dio Chrysostome zegt in Discours XXV over Hanno: Hij heeft de Carthagers van Tyriërs tot Libyërs gemaakt.
Er heeft dus op een of andere manier een vermenging plaats gevonden met de inheemse bevolking.
Wanneer we dus praten over de bevolking van Noord-Afrika dan komen we inderdaad veel namen tegen. Nemen we ook nog de legenden in beschouwing dan ontstaat het volgende lijstje:
Lebahim (Gen.X,13) = Lybiërs
Getuliërs (Sallustius)
Afer/Afri
Meden (Mauren?)
Perzen (Pharusiërs?)
Armeniërs
Kanaänieten (Chanani van St.Augustus)
Hebreeërs (Navé/Jesus)
Berbers
Maxitanen (Herodotos)
Gyzanten (Herodotos)
Troglodyten
Feniciërs
Liby-Feniciërs
Puniërs
Numidiërs
Massyliërs (Livius)
Masaesyliërs (Livius)

19.1 L'Afrique du nord    F.Decret/M.Fantar Payot Paris 1981
        dans L'Antiquité                       Bibliothèque Historique
        Histoire et Civilisation              
        des origines au Ve siècle           

Geografisch determinisme?
De vaak beweerde geografische afgezonderdheid van de Fenicische kust, die zijn bewoners vruchtbare contacten met de Oriënt bemoeilijkt en hen tot de zeevaart gedwongen zou hebben, berust op schijn. Al sinds het einde van het 4e millennium v.C speelde zich over de zeevaartroutes langs de kusten een levendig handelsverkeer af, dat Egypte, Anatolië en het Tweestromenland met elkaar verbond.
Het zou wel een wonder zijn geweest, als de Feniciërs hun ‘roeping’ als volk van handelaren toen niet ontdekt hadden.
Een overwaardering van de invloed van leefsferen, als voornaamste oorzaak van de zogenaamde mediterrane geroepenheid van de Feniciërs, waardoor zij zich van de andere, naar Mesopotamië neigende volkeren van de oude Oriënt afgezonderd zouden hebben, heeft er vaak toe geleid, dat de Fenicische wereld als een besloten randgebied werd beschouwd.
De zogenaamde mediterrane geroepenheid van de Feniciërs was door de Assyrische overheersing veeleer de ultima ratio, een laatste overlevingskans, dan drang naar expansie. De Fenicische kooplieden kozen gedwongen voor de logische opening naar het westen.

19.2 Fenicië              S.Mazzoni         in: De Assyrische wereld
                                                            en haar randgebieden,
               

Oude en nieuwe namen in Fenicië/Libanon.

In hoofdletters staan de over het algemeen Griekse benamingen.
Links staat de huidige naamgeving en in het midden de oudere dan de Griekse namen.

 

Nahr el-Kelb       hondsrivier                 LYCUS

Awouli                    BOSTRENUS
Gebal            Gubla            BYBLOS
Batroun      Batruna      BOTRYS
Tarabolous       Makhallat        TRIPOLI
             Maiza/Kaiza?
Artousia     a/d el Barid     ORTHOSIA
‘abdé            Ullaza       ORTHOSIA
Arwad                     ARADOS
Sumur        Zimirra      SIMYRA
Arqa         Irqata           ARKA
Nahr el-Kebir                 ELEUTHERUS
Hosn Soleiman                 BAETOCAECAE
Mariamin     Mariamme     MERIAMON
Amyoun   Enfé Ambi         ANAFA
Schaqqa      Shiqata
Tell Ghanqé                   ENHYDRA
             Amrit            MARATHUS
Nahr Amrit                    MARATHIAS
Tortose                   ANTARADOS
El Mina      Qrenan
Qal’at el-Qouz                BANYAS
Nahr es-Sinn              PALTOS
Gabala
Sahyoun                   SIGON

19.3 Topographie historique R.Dussaud       Librairie Orientaliste
         de la Syrie Antique                               Paul Geuthier 1927
         et Medievale                          

Wederzijdse beïnvloeding van de Punische en Romeinse cultuur.
Dit was na 146 v.C vooral merkbaar in Noord-Afrika. Grote Punische centra blijven aanwezig in Hippo, Hadrumetum en Lepcis. 300 jaar later is het Punisch nog steeds de alledaagse taal. De zuster van Septimus Severus kent bijvoorbeeld nauwelijks latijn. Apuleius Madaurensis zegt, dat zijn stiefzoon Sicinius Pudens uit Oea loquitur nunquam nisi Punici et si quid adhuc a matre graecisset, enim latine loqui neque vult neque potest (Apul.Apol.48).
We vinden tweetalige teksten in El-Amruni, Dschebel Mansur, Henchir Brigitta, Henchir Medjua en te Guelat Ba-Sba.
In het zakenleven wordt het Punisch volop gebruikt (Ulpianus, Dig.32,11). In het bestuur komen de ‘suffes’ voor.
Anderom beinvloedt het Latijn ook het Punisch. Keizer Claudius schrijft een boek over ‘Carchedoniacon octo’. In de godenwereld worden Baal en Tunnit vervangen door Saturnus en Juno Caelistis. In de Romeinse tijd blijft in Carthago Esjmoen in de vorm van Aesculapius de patroonheilige.

19.4 Gegenseitige Beein‑  I.Schiffmann      KLIO 63, 1981, blz 423‑428
     flussung der punischen   und der römischen Kulturen  in Nord Afrika zur Zeit   römischen Herrschaft.


Updating.
Van tijd tot tijd verschijnen er publicaties, waarbij men zich afvraagt, of in het licht van de recente gedane vondsten bij opgravingen, de beeldovorming over de invloed van de Feniciërs en Carthagers in tijd en plaats niet moet worden bijgesteld. C.R.Whittaker onderneemt in de 70-er jaren ook zo’n poging. Een groot aantal nieuwe vindplaatsen, vondsten en bronnen worden opgesomd. Helaas wordt Barbate gelijkgesteld met Puerto de Santa Maria, maar dat is een kleine onvolkomenheid.


19.5 The western Phoeni‑  C.R.Whittaker     Cambridge,Curchill College
         cians as colonisers                    blz 58‑79

Arrianos van Nikomedia.
Hij is een van belangrijkste klassieke geschiedschrijvers. Hij leefde van ca.95 – 175 na Chr. Zijn bekendste boeken zijn de Anabasis en de Indica. Hierin komen de Feniciërs ook een aantal malen voor.

II.:
Betreft o.a. de zeeslag bij Lade, die door de Feniciërs werd gewonnen. Myriandrus wordt genoemd als grote haven, waar veel Fenicische schepen komen. Verder de tocht van Alexander langs de Fenicische kust => Marathus => overgave Sidon => aanval op Tyrus. De vloot van Alexander voor Tyrus bestaat uit: 80 Fenicische schepen, 9 Rhodische, 3 van Soli+Lycra, 1 Macedonisch, 120 uit Cyprus = 213 schepen. Begin van de dambouw. Uitval door 3 quiquiremes en quadriremes en 7 triremes.
De Tyrische muren zijn 150 voet hoog. Er komen 8000 Tyriërs om. 30.000 Tyriërs geraken in krijgsgevangenschap. Azemilcus en het Carthaagse gezantschap vluchten in de tempel van Heracles.

VI.1.: In de vloot van Nearchos komen bemanning voor, die gevormd worden door Feniciërs, Cypriërs, Cariërs en Egyptenaren.
VI.22.: De Feniciërs volgen het leger van Alexander de Grote als handelaren met hun pak-ezels.
VI.26.: De Fenicische zeelui zijn het gewend om op het sterrenbeeld de kleine beer te navigeren, terwijl alle anderen dat doen op het sterrenbeeld van de gote beer.
VII.19.: Alexander brengt in Babylon een vloot bij elkaar, waaronder uit Fenicië: 2 quinquiremes, 3 quadriremes, 12 triremes, 30 dertigriemers. Deze zijn in stukken verplaatst van Fenicië naar Thapsacus en daar weer in elkaar gezet. Miccalus van Clazomenae wordt met 500 talenten naar Fenicië en Syrië gestuurd om zeelieden te werven.
Alexander denkt, dat de kusten van Perzische golf net zo welvarend zijn als Fenicië.
VII.20.:
Vanaf de monding van de Eufraat ligt er een eiland op  een dag en een nacht voor-de-wind-zeilen afstand. Dat werd Tylus genoemd. Het was groot en had veel fruitbomen.
VII.22.
Een van de Fenicische zeelui brengt Alexander een koninklijk lint terug uit de zee.


19.6 Arrian               E.I.Robson        Cambridge Massachusetts
        Anabsis Alexandri(V‑VII)               Havard Univ. Press
         Indica(VIII)                           London, William Heineman 1966, vanaf blz 103
                                                               Griekse + Engelse tekst

Waar moeten we Tarsis zoeken?
a.Oostelijke Middellandse zee >>> Cilicië? Vlg.Josephus
b.Westelijke Middellandse zee >>> meest waarschijnlijk
c.Indische oceaan >>> niet waarschijnlijk, omdat het daar ontbreekt aan mineralenrijkdom.
Tarsis lijkt een Fenicische adaptie te zijn van trt/trs en dat vinden we terug in Zuid-Spanje. Inscriptie in de late Keizertijd (CIL V 6134) wijst erop, dat de naam ook dan nog in Zuid-Spanje wordt gebruikt.

19.8 Zum Gegenwartiger    M.Koch            Konstanz‑XX Deutscher
         Stand der Tarsis‑                                 Orientalistentag 1977
         Forschung                                            Erlangen
        
Een tijdgenoot bericht:
Thukydides leefde van ca.460 – ca.396 v.C. Hij beschrijft zijn eigen tijd en met name de Peloponnesische oorlog tot het jaar 411 v.C. Dit was weliswaar een oorlog tussen Grieken, maar in de voorgeschiedenis vooral komen de Feniciërs van tijd tot tijd naar voren.
Boek I.
-       8:In de tijd van koning Minos wordt er door de Feniciërs naar hartelust aan zeeroverij gedaan tussen de Egeïsche eilanden.
-       13:De Foceërs, die Marseille stichtten, overwonnen de Carthagers ter zee.
-       16:Cyrus bracht de Ionische steden op het vasteland in slavernij en later onderwierp Darius met de machtige Fenicische vloot ook de eilanden.
-       110:Inaros, de koning van de Libyërs, die de gehele Egyptische opstand had georganiseerd, werd door verraad gevangen genomen en gekruisigd. Ondertussen voeren uit Athene en de overige steden van de bond vijftig triremen ter aflossing van de andere naar Egypte. Zij landden bij de Nijlmond van Mendes, zonder iets te weten van wat er gebeurd was. Hier werden zij overrompeld van de landzijde door Perzisch voetvolk, ter zee door een Fenicische vloot. Het grootste deel van de schepen ging verloren, een klein aantal wist te ontkomen. Dit was het einde van de grote expeditie van de Atheners en hun bondgenoten naar Egypte.
-       112:Maar door de dood van Cimon en door honger gedwongen verlieten zij Cition en ter hoogte van het Cyprische Salamis leverden zij een zeeslag tegen Feniciërs en Ciliciërs, tegelijk met een gevecht te land; nadat zij in beide gevechten overwonnen hadden, keerden zij naar huis terug en met hen de inmiddels uit Egypte teruggekeerde schepen.
-       116:Maar Pericles onttrok 60 schepen aan de blokkade(van Samos) en spoedde zich naar Caunos en Carië, omdat er een bericht was, dat een Fenicische vloot op komst was.
Boek VI.
-       2:Ook de Feniciërs woonden langs de kust van geheel Sicilië. Zij namen bezit van de voorgebergten en kleine eilanden om van daar uit handel te drijven met de Siciliërs. Maar toen de Hellenen in grote getale over zee voeren, gaven zij ze grotendeels op en beperkten zij zich tot de steden Motye, Soloeis en Panormos, waar zij gezamenlijk woonden dicht bij de Elymiërs, omdat zij op hun bijstand vertrouwden en omdat de overtocht van Sicilië naar Carthago van daar uit het kortst is.

19.9 Thucydides:De Pelo‑  M.A.Schwartz      Haarlem,Tjeenk‑Willink
                             ponesische oorlog                      1964


Verspreiding van Fenicische olieflesjes en tripoden.
In een studie van W.Culican wordt de verspreiding van deze voorwerpen nagegaan. De olieflesjes hebben een nauwe hals en zijn ‘dikbuikig’. De tripoden hebben drie voeten. De overeenkomst in de verspreiding is opvallend te noemen, alhoewel W.Culican maar een beperkte weergave van de vondsten heeft geponeerd. Niettemin komen bij deze gegevens de helft van de beschouwde nederzettingen met elkaar overeen.

De Fenicische olieflesjes:
                          Tharros
                          Sulcis   Calaris
    Monte Salomon             Bithia
             Toscanos
                                      Motya


             Rachgoun Mersa Madakh Utica        Malta    Akhziv>
                                  Carthago


Mogador






De tripoden:
         Carmona

             Toscanos
                                      Motya


             Rachgoun Mersa Madakh         Malta
                                  Carthago


Mogador

Van handelaren en houthakkers.
De Homerische wereld wordt geplaatst in de late bronstijd omstreeks de Trojaanse oorlog (1193-1183 v.C). De Feniciërs worden geplaatst in de ijzertijd (dus 9e-7e eeuw v.C). Nu worden de Feniciërs ook bij Homeros genoemd. Hoe valt dit dan met elkaar te rijmen? Zo denken velen, maar zij hanteren een foutief uitgangspunt door de ijzertijd op de 9e-7e eeuw v.C te plaatsen. Die viel voor de Feniciërs een paar eeuwen vroeger en viel dan samen met de late bronstijd van de Grieken. A.g.v. deze opvatting heeft men een tijd gedacht, dat de Feniciërs bij Homeros eigenlijk Minoërs waren. Verder denkt M.P.Nilsson, dat Homeros eigenlijk in de 8e eeuw v.C thuishoort. J.N.Coldstream verzint een nog elegantere oplossing. Hij plaatst de Feniciërs in de 8e eeuw v.C t.t.v. de Odyssee. De Feniciërs van de Ilias (dus ouder) waren in feite Kanaanietische zeevaarders. Zo lopen de meningen over de Feniciërs uiteen tussen R.Carpenter (7e eeuw v.C) en W.F.Albright (10e eeuw v.C).
Hinderlijk in de weg lopen dan de vondsten van Oegarit daar doorheen, waaruit blijkt, dat al in de 14e + 13e eeuw v.C er contacten waren tussen het Myceense Hellas en het Nabije Oosten. Zelfs het schrift Linair B bevat al Semietische woorden. Uiteindelijk komt James D.Muhly tot de conclusie, dat er geen anachronisme is. De zeekanaanieten waren er reeds rond 1200 v.C. Zij worden door Homeros later Feniciërs genoemd! Zelf zullen ze zich altijd als Kanaanieten, Sidonieten of Arvadieten blijven noemen!
De grote verwarring zit dus in het woord PHOINIKIA. Dat heeft vele betekenissen:
-       een roodpurperen kleur
-       een dadelpalmboom
-       de dadel
-       een muziekinstrument
-       een prachtige vogel
-       een Feniciër

PHOINIX komt van PHOINOS (bloedgekleurd) en dat wordt o.a. verbonden met de rode kliffen aan de Rode Zee kust ofwel die van de Perzische golf, ofwel die van de Libaneze kust zelf.
Het is opmerkelijk, dat alleen de Grieken het over de Feniciërs/PHOINIKES hebben, want:
De akkadische teksten hebben het over KINNAHHU en dat staat voor de kleur rood purper. De Hurrieten zeggen KINAHHI en in de tabellen van Alalakh komen we tegen: KI-IN-A-NIM. Oegarit rept over KN‘NW en de Egyptenaren hebben het over KN‘NW. In het Hebreeuws betekent KeNA‘ANI: handelaar en dit zou wel eens de oorspronkelijke betekenis kunnen zijn.
Het land KANAAN krijgt in de oudheid de betekenis van:
-       land van het riet (papyrus)
-       westland
-       land van de zonsopkomst
-       laagland
Na PHOINIX en zijn derivaten, na KANAAN en zijn afgeleide vormen, is er nog een derde invalshoek, waarbij PHOINIX in verband gebracht wordt met het Egyptische FNHW (=houthakker). Ramses II heeft het bijvoorbeeld over de landen van FENKHU en die van Han-Nebut.

19.10 Berytus                                       Archeological Studies, XIX
      ‑Phoenician oil    W.Culican          The American University of
       bottles and tripod Bowls                Beirut, Lebanon, 1970
      ‑Homerus en de     J.D.Muhly         
       Phoeniciërs



Geen opmerkingen:

Een reactie posten