RINGMAP 19
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
titel schrijver bron
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
19.1 L'Afrique du nord
F.Decret/M.Fantar Payot Paris 1981
dans
L'Antiquité
Bibliothèque Historique
Histoire et
Civilisation [ +
aantekeningen]
des origines
au Ve siècle selectie, grote
bibliografie +
enige
kaarten
19.2
Fenicië S.Mazzoni in: De Assyrische wereld
en haar randgebieden,
blz 464
19.3 Topographie historique R.Dussaud Librairie Orientaliste
de la Syrie
Antique Paul Geuthier
1927
et Medievale
[alleen aantekeningen]
19.4
Gegenseitige Beein‑ I.Schiffmann KLIO 63, 1981, blz 423‑428
flussung der punischen [ + aantekeningen]
und der römischen Kulturen
in Nord Afrika zur Zeit
römischen Herrschaft.
19.5 The western Phoeni‑ C.R.Whittaker Cambridge ,Curchill College
cians as
colonisers blz 58‑79
19.6 Arrian E.I.Robson Cambridge Massachusetts
Anabsis
Alexandri(V‑VII) Havard Univ.
Press
Indica(VIII) London, William
Heineman
1966,
vanaf blz 103
Griekse + Engelse tekst
19.8 Zum
Gegenwartiger M.Koch Konstanz‑XX Deutscher
Stand der Tarsis‑ Orientalistentag 1977
Forschung Erlangen: alleen
enige
aantekeningen
19.9
Thucydides:De Pelo‑ M.A.Schwartz Haarlem,Tjeenk‑Willink
ponesische oorlog 1964 SELECTIE!
19.10
Berytus
Archeological Studies, XIX
‑Phoenician oil
W.Culican The American University of
bottles
and tripod Bowls Beirut , Lebanon ,
1970
‑Homerus en de J.D.Muhly [ = aantekeningen]
Phoeniciërs
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Klassieke
overleveringen
Historische topografie
NOORD‑AFRIKA
Hoofdstuk
19.Van Afrika, Tarsis en Kanaan.
Afrika.
Over de herkomst van de naam gaan verschillende
verklaringen de ronde. Er zou een stam AFER of AFRI zijn geweest, die in
Tunesië woonachtig was. Dit lijkt de meest aannemelijke verklaring. Dat AFER
van ‘BR zou komen (betekent: de Feniciërs, die de zee zijn overgestoken) lijkt
te ver gezocht, temeer daar de B voor de F op een of andere manier verwisseld
is. Met Africa werd in de oudheid het gebied van Carthago bedoeld. Met Lybia
werd een veel groter gebied bedoeld (in feite waar de Lybiërs woonden). De
Berbers zijn weer een andere bevolkingsgroep. Hun naam komt van de Arabieren en
daarmee werden degenen bedoeld, die vrij blven van de Romeinse overheersing.
Merkwaardig in dit opzicht is de opmerking van de Arabier Ibn Khaldoun in de
Middeleeuwen: De Berbers zijn de kinderen van Canaän, zoon van Cham, zoon van
Noë; hun voorvader noemt zich Marzigh, de Filistijnen waren hun voorouders
(Hist.p.182+184).
Sallustius (XIX 1-2):
De Feniciërs, deels
om de overbevolking te verminderen en deels uit zucht tot heerschappij,
brachten mensen van het volk en avonturiers met zich mee en stichten aan de
kust Hippo, Hadrumetum, Leptis en andere steden. Deze kolonies maakten snel een
grote ontwikkeling door en verkregen de steun of de eer van hun moederland.
Het is opmerkelijk, dat Carthago niet genoemd wordt. De
andere steden zijn dus ouder? Verder
blijkt uit dit ene fragment, dat het Fenicische proletariaat een beter leven
overzee ging zoeken en dat de kolonisatie nauwelijks uitging van het bestuur
van de Fenicische stadsstaten zelf.
Dio Chrysostome zegt in Discours XXV over Hanno: Hij heeft de Carthagers van Tyriërs tot
Libyërs gemaakt.
Er heeft dus op een of andere manier een vermenging
plaats gevonden met de inheemse bevolking.
Wanneer we dus praten over de bevolking van Noord-Afrika
dan komen we inderdaad veel namen tegen. Nemen we ook nog de legenden in
beschouwing dan ontstaat het volgende lijstje:
Lebahim (Gen.X,13) = Lybiërs
Getuliërs (Sallustius)
Afer/Afri
Meden (Mauren?)
Perzen (Pharusiërs?)
Armeniërs
Kanaänieten (Chanani van St.Augustus)
Hebreeërs (Navé/Jesus)
Berbers
Maxitanen (Herodotos)
Gyzanten (Herodotos)
Troglodyten
Feniciërs
Liby-Feniciërs
Puniërs
Numidiërs
Massyliërs
(Livius)
Masaesyliërs
(Livius)
19.1 L'Afrique du
nord F.Decret/M.Fantar Payot Paris
1981
dans L'Antiquité Bibliothèque Historique
Histoire et Civilisation
des origines au Ve siècle
Geografisch
determinisme?
De vaak beweerde geografische afgezonderdheid van de
Fenicische kust, die zijn bewoners vruchtbare contacten met de Oriënt
bemoeilijkt en hen tot de zeevaart gedwongen zou hebben, berust op schijn. Al
sinds het einde van het 4e millennium v.C speelde zich over de
zeevaartroutes langs de kusten een levendig handelsverkeer af, dat Egypte,
Anatolië en het Tweestromenland met elkaar verbond.
Het zou wel een wonder zijn geweest, als de
Feniciërs hun ‘roeping’ als volk van handelaren toen niet ontdekt hadden.
Een overwaardering van de invloed van leefsferen,
als voornaamste oorzaak van de zogenaamde mediterrane geroepenheid van de
Feniciërs, waardoor zij zich van de andere, naar Mesopotamië neigende volkeren
van de oude Oriënt afgezonderd zouden hebben, heeft er vaak toe geleid, dat de
Fenicische wereld als een besloten randgebied werd beschouwd.
De zogenaamde mediterrane geroepenheid van de
Feniciërs was door de Assyrische overheersing veeleer de ultima ratio, een laatste overlevingskans, dan drang naar expansie.
De Fenicische kooplieden kozen gedwongen voor de logische opening naar het
westen.
19.2 Fenicië S.Mazzoni in: De Assyrische wereld
en haar randgebieden,
Oude en nieuwe namen in Fenicië/Libanon.
In hoofdletters staan de over
het algemeen Griekse benamingen.
Links
staat de huidige naamgeving en in het midden de oudere dan de Griekse namen.
Nahr el-Kelb hondsrivier LYCUS
Awouli BOSTRENUS
Gebal Gubla BYBLOS
Batroun Batruna BOTRYS
Tarabolous Makhallat TRIPOLI
Maiza/Kaiza?
Artousia a/d el Barid ORTHOSIA
‘abdé Ullaza ORTHOSIA
Arwad ARADOS
Sumur Zimirra SIMYRA
Arqa Irqata ARKA
Nahr
el-Kebir ELEUTHERUS
Hosn
Soleiman BAETOCAECAE
Mariamin Mariamme MERIAMON
Amyoun Enfé Ambi ANAFA
Schaqqa Shiqata
Tell
Ghanqé ENHYDRA
Amrit MARATHUS
Nahr
Amrit MARATHIAS
Tortose ANTARADOS
El Mina Qrenan
Qal’at el-Qouz BANYAS
Nahr es-Sinn PALTOS
Gabala
Sahyoun SIGON
19.3 Topographie
historique R.Dussaud Librairie
Orientaliste
de la Syrie Antique Paul Geuthier 1927
et Medievale
Wederzijdse beïnvloeding van de Punische en Romeinse
cultuur.
Dit was na 146 v.C vooral merkbaar in Noord-Afrika.
Grote Punische centra blijven aanwezig in Hippo, Hadrumetum en Lepcis. 300 jaar
later is het Punisch nog steeds de alledaagse taal. De zuster van Septimus
Severus kent bijvoorbeeld nauwelijks latijn. Apuleius Madaurensis zegt, dat
zijn stiefzoon Sicinius Pudens uit Oea loquitur
nunquam nisi Punici et si quid adhuc a matre graecisset, enim latine loqui
neque vult neque potest (Apul.Apol.48).
We vinden tweetalige teksten in El-Amruni, Dschebel
Mansur, Henchir Brigitta, Henchir Medjua en te Guelat Ba-Sba.
In het zakenleven wordt het Punisch volop gebruikt
(Ulpianus, Dig.32,11). In het bestuur komen de ‘suffes’ voor.
Anderom beinvloedt het Latijn ook het Punisch.
Keizer Claudius schrijft een boek over ‘Carchedoniacon octo’. In de godenwereld
worden Baal en Tunnit vervangen door Saturnus en Juno Caelistis. In de Romeinse
tijd blijft in Carthago Esjmoen in de vorm van Aesculapius de patroonheilige.
19.4 Gegenseitige Beein‑ I.Schiffmann KLIO 63, 1981, blz 423‑428
flussung
der punischen und der römischen
Kulturen in Nord Afrika zur Zeit römischen Herrschaft.
Updating.
Van tijd tot tijd verschijnen er publicaties,
waarbij men zich afvraagt, of in het licht van de recente gedane vondsten bij
opgravingen, de beeldovorming over de invloed van de Feniciërs en Carthagers in
tijd en plaats niet moet worden bijgesteld. C.R.Whittaker onderneemt in de
70-er jaren ook zo’n poging. Een groot aantal nieuwe vindplaatsen, vondsten en
bronnen worden opgesomd. Helaas wordt Barbate gelijkgesteld met Puerto de Santa
Maria, maar dat is een kleine onvolkomenheid.
19.5
The western Phoeni‑ C.R.Whittaker Cambridge,Curchill College
cians as colonisers blz 58‑79
Arrianos
van Nikomedia.
Hij is een van belangrijkste klassieke
geschiedschrijvers. Hij leefde van ca.95 – 175 na Chr. Zijn bekendste boeken
zijn de Anabasis en de Indica. Hierin komen de Feniciërs ook een aantal malen
voor.
II.:
Betreft o.a. de zeeslag bij Lade, die door de
Feniciërs werd gewonnen. Myriandrus wordt genoemd als grote haven, waar veel
Fenicische schepen komen. Verder de tocht van Alexander langs de Fenicische
kust => Marathus => overgave Sidon => aanval op Tyrus. De vloot van
Alexander voor Tyrus bestaat uit: 80 Fenicische schepen, 9 Rhodische, 3 van
Soli+Lycra, 1 Macedonisch, 120 uit Cyprus = 213 schepen. Begin van de dambouw.
Uitval door 3 quiquiremes en quadriremes en 7 triremes.
De Tyrische muren zijn 150 voet hoog. Er komen 8000
Tyriërs om. 30.000 Tyriërs geraken in krijgsgevangenschap. Azemilcus en het
Carthaagse gezantschap vluchten in de tempel van Heracles.
VI.1.: In de vloot van Nearchos komen bemanning
voor, die gevormd worden door Feniciërs, Cypriërs, Cariërs en Egyptenaren.
VI.22.: De Feniciërs volgen het leger van Alexander
de Grote als handelaren met hun pak-ezels.
VI.26.: De Fenicische zeelui zijn het gewend om op
het sterrenbeeld de kleine beer te navigeren, terwijl alle anderen dat doen op
het sterrenbeeld van de gote beer.
VII.19.: Alexander brengt in Babylon een vloot bij
elkaar, waaronder uit Fenicië: 2 quinquiremes, 3 quadriremes, 12 triremes, 30 dertigriemers.
Deze zijn in stukken verplaatst van Fenicië naar Thapsacus en daar weer in
elkaar gezet. Miccalus van Clazomenae wordt met 500 talenten naar Fenicië en
Syrië gestuurd om zeelieden te werven.
Alexander denkt, dat de kusten van Perzische golf net
zo welvarend zijn als Fenicië.
VII.20.:
Vanaf de monding van de Eufraat ligt er een eiland
op een dag en een nacht
voor-de-wind-zeilen afstand. Dat werd Tylus genoemd. Het was groot en had veel
fruitbomen.
VII.22.
Een van de Fenicische zeelui brengt Alexander een
koninklijk lint terug uit de zee.
19.6
Arrian E.I.Robson Cambridge
Massachusetts
Anabsis Alexandri(V‑VII) Havard Univ.
Press
Indica(VIII)
London, William Heineman 1966, vanaf blz 103
Griekse +
Engelse tekst
Waar moeten we Tarsis zoeken?
a.Oostelijke Middellandse zee >>> Cilicië?
Vlg.Josephus
b.Westelijke Middellandse zee >>> meest
waarschijnlijk
c.Indische oceaan >>> niet waarschijnlijk,
omdat het daar ontbreekt aan mineralenrijkdom.
Tarsis lijkt een Fenicische adaptie te zijn van
trt/trs en dat vinden we terug in Zuid-Spanje. Inscriptie in de late Keizertijd
(CIL V 6134) wijst erop, dat de naam ook dan nog in Zuid-Spanje wordt gebruikt.
19.8 Zum Gegenwartiger M.Koch Konstanz‑XX Deutscher
Stand
der Tarsis‑
Orientalistentag 1977
Forschung
Erlangen
Een tijdgenoot bericht:
Thukydides leefde van ca.460 – ca.396 v.C. Hij
beschrijft zijn eigen tijd en met name de Peloponnesische oorlog tot het jaar
411 v.C. Dit was weliswaar een oorlog tussen Grieken, maar in de
voorgeschiedenis vooral komen de Feniciërs van tijd tot tijd naar voren.
Boek I.
- 8:In de tijd van koning
Minos wordt er door de Feniciërs naar hartelust aan zeeroverij gedaan tussen de
Egeïsche eilanden.
- 13:De Foceërs, die Marseille
stichtten, overwonnen de Carthagers ter zee.
- 16:Cyrus bracht de Ionische
steden op het vasteland in slavernij en later onderwierp Darius met de machtige
Fenicische vloot ook de eilanden.
- 110:Inaros, de koning van de
Libyërs, die de gehele Egyptische opstand had georganiseerd, werd door verraad
gevangen genomen en gekruisigd. Ondertussen voeren uit Athene en de overige
steden van de bond vijftig triremen ter aflossing van de andere naar Egypte.
Zij landden bij de Nijlmond van Mendes, zonder iets te weten van wat er gebeurd
was. Hier werden zij overrompeld van de landzijde door Perzisch voetvolk, ter
zee door een Fenicische vloot. Het grootste deel van de schepen ging verloren,
een klein aantal wist te ontkomen. Dit was het einde van de grote expeditie van
de Atheners en hun bondgenoten naar Egypte.
- 112:Maar door de dood van
Cimon en door honger gedwongen verlieten zij Cition en ter hoogte van het
Cyprische Salamis leverden zij een zeeslag tegen Feniciërs en Ciliciërs,
tegelijk met een gevecht te land; nadat zij in beide gevechten overwonnen
hadden, keerden zij naar huis terug en met hen de inmiddels uit Egypte
teruggekeerde schepen.
- 116:Maar Pericles onttrok 60
schepen aan de blokkade(van Samos) en spoedde zich naar Caunos en Carië, omdat
er een bericht was, dat een Fenicische vloot op komst was.
Boek VI.
- 2:Ook de Feniciërs woonden
langs de kust van geheel Sicilië. Zij namen bezit van de voorgebergten en
kleine eilanden om van daar uit handel te drijven met de Siciliërs. Maar toen
de Hellenen in grote getale over zee voeren, gaven zij ze grotendeels op en
beperkten zij zich tot de steden Motye, Soloeis en Panormos, waar zij
gezamenlijk woonden dicht bij de Elymiërs, omdat zij op hun bijstand
vertrouwden en omdat de overtocht van Sicilië naar Carthago van daar uit het
kortst is.
19.9 Thucydides:De Pelo‑ M.A.Schwartz Haarlem,Tjeenk‑Willink
ponesische
oorlog 1964
Verspreiding van Fenicische olieflesjes en tripoden.
In een studie van W.Culican wordt de verspreiding
van deze voorwerpen nagegaan. De olieflesjes hebben een nauwe hals en zijn
‘dikbuikig’. De tripoden hebben drie voeten. De overeenkomst in de verspreiding
is opvallend te noemen, alhoewel W.Culican maar een beperkte weergave van de
vondsten heeft geponeerd. Niettemin komen bij deze gegevens de helft van de
beschouwde nederzettingen met elkaar overeen.
De Fenicische olieflesjes:
Tharros
Sulcis Calaris
Monte
Salomon Bithia
Toscanos
Motya
Rachgoun Mersa Madakh Utica Malta Akhziv>
Carthago
Mogador
De tripoden:
Carmona
Toscanos
Motya
Rachgoun Mersa Madakh Malta
Carthago
Mogador
Van handelaren en houthakkers.
De Homerische wereld wordt geplaatst in de late
bronstijd omstreeks de Trojaanse oorlog (1193-1183 v.C). De Feniciërs worden
geplaatst in de ijzertijd (dus 9e-7e eeuw v.C). Nu worden
de Feniciërs ook bij Homeros genoemd. Hoe valt dit dan met elkaar te rijmen? Zo
denken velen, maar zij hanteren een foutief uitgangspunt door de ijzertijd op
de 9e-7e eeuw v.C te plaatsen. Die viel voor de Feniciërs
een paar eeuwen vroeger en viel dan samen met de late bronstijd van de Grieken.
A.g.v. deze opvatting heeft men een tijd gedacht, dat de Feniciërs bij Homeros
eigenlijk Minoërs waren. Verder denkt M.P.Nilsson, dat Homeros eigenlijk in de
8e eeuw v.C thuishoort. J.N.Coldstream verzint een nog elegantere
oplossing. Hij plaatst de Feniciërs in de 8e eeuw v.C t.t.v. de
Odyssee. De Feniciërs van de Ilias (dus ouder) waren in feite Kanaanietische
zeevaarders. Zo lopen de meningen over de Feniciërs uiteen tussen R.Carpenter
(7e eeuw v.C) en W.F.Albright (10e eeuw v.C).
Hinderlijk in de weg lopen dan de vondsten van
Oegarit daar doorheen, waaruit blijkt, dat al in de 14e + 13e
eeuw v.C er contacten waren tussen het Myceense Hellas en het Nabije Oosten.
Zelfs het schrift Linair B bevat al Semietische woorden. Uiteindelijk komt
James D.Muhly tot de conclusie, dat er geen anachronisme is. De
zeekanaanieten waren er reeds rond 1200 v.C. Zij worden door Homeros later
Feniciërs genoemd! Zelf zullen ze zich altijd als Kanaanieten, Sidonieten of
Arvadieten blijven noemen!
De grote verwarring zit dus in het woord PHOINIKIA. Dat
heeft vele betekenissen:
- een roodpurperen kleur
- een dadelpalmboom
- de dadel
- een muziekinstrument
- een prachtige vogel
- een Feniciër
PHOINIX komt van PHOINOS (bloedgekleurd) en dat
wordt o.a. verbonden met de rode kliffen aan de Rode Zee kust ofwel die van de
Perzische golf, ofwel die van de Libaneze kust zelf.
Het is opmerkelijk, dat alleen de Grieken het over
de Feniciërs/PHOINIKES hebben, want:
De akkadische teksten hebben het over KINNAHHU en
dat staat voor de kleur rood purper. De Hurrieten zeggen KINAHHI en in de
tabellen van Alalakh komen we tegen: KI-IN-A-NIM. Oegarit rept over KN‘NW en de
Egyptenaren hebben het over KN‘NW. In het Hebreeuws betekent KeNA‘ANI:
handelaar en dit zou wel eens de oorspronkelijke betekenis kunnen zijn.
Het land KANAAN krijgt in de oudheid de betekenis
van:
- land van het riet (papyrus)
- westland
- land van de zonsopkomst
- laagland
Na PHOINIX en zijn derivaten, na KANAAN en zijn
afgeleide vormen, is er nog een derde invalshoek, waarbij PHOINIX in verband
gebracht wordt met het Egyptische FNHW (=houthakker). Ramses II heeft het
bijvoorbeeld over de landen van FENKHU en die van Han-Nebut.
19.10
Berytus Archeological
Studies, XIX
‑Phoenician oil W.Culican The American University of
bottles and tripod Bowls Beirut, Lebanon, 1970
‑Homerus en de
J.D.Muhly
Phoeniciërs
Geen opmerkingen:
Een reactie posten